XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking S.W.Sjoerdsma
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1 Leeswijzer
De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
2 Beleidsartikelen
2.1 Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op dit artikel is in 2025 per saldo met EUR 44 miljoen onderschreden. Op artikelonderdeel 1.1 werd EUR 8 miljoen onderschreden, op artikelonderdeel 1.2 werd EUR 21 miljoen onderschreden en op artikelonderdeel 1.3 werd EUR 15 miljoen onderschreden.
Uitgaven
Op artikel 1 is EUR 17 miljoen meer uitgegeven dan verwacht bij de Tweede suppletoire begroting. Op artikelonderdelen 1.1 en 1.2 was er een kleine onderschrijding van circa EUR 1 miljoen. Op artikelonderdeel 1.3 is er met EUR 19 miljoen overschreden. Deze overschrijding is technisch van aard en komt voornamelijk door hoger dan verwachte uitgaven op het subsidiebudget voor infrastructuurontwikkeling. Deze technische mutatie is reeds aangekondigd in de Decemberbrief BHO (Kamerstuk 36800-XVII, nr. 17).
Ontvangsten
De ontvangsten op artikel 1 zijn EUR 1,5 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt doordat er meer is ontvangen vanuit DGGF.
2.2 Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat
Toelichting
Verplichtingen
Op artikel 2 vallen de verplichtingen EUR 813 miljoen lager uit dan bij de Tweede suppletoire begroting werd verwacht. Door de terughoudendheid in het aangaan van nieuwe committeringen vanwege het later aannemen van de begroting is dit verplichtingenbudget niet gebruikt.
Uitgaven
Artikel 2.2: Water
De realisatie op het artikelonderdeel water valt EUR 8 miljoen hoger uit dan bij de Tweede suppletoire begroting verwacht. Dit betreft een betaling aan een programma op het verminderen van risico’s op water- en klimaat gerelateerde rampen. Deze overschrijding is reeds aangekondigd in de Decemberbrief BHO (Kamerstuk 36800-XVII, nr. 17).
Artikel 2.3: Klimaat
De realisatie op het artikelonderdeel klimaat is EUR 1,6 miljoen hoger dan eerder verwacht. Deze technische mutatie hangt samen met de nieuwe systematiek voor de vastlegging van RVO cijfers in de administratie.
2.3 Artikel 3: Sociale vooruitgang
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op artikel 3 viel EUR 4,6 miljoen hoger uit ten opzichte van de Tweede suppletoire begroting. Zoals in de Decemberbrief (Kamerstuk 36800 XVII, nr. 17) toegelicht komt dit voor EUR 2,9 miljoen door de technische uitwerking van de Kamerbrief «Nederlandse bijdragen aan 6 multilaterale organisaties vanaf 2026 en de effecten van de bezuinigingen op het SRGR-beleid» van 7 oktober 2025 (Kamerstuk 3618, nr. 177). Daarnaast is er een verplichting naar voren geschoven van EUR 3 miljoen voor de WHO Gaza Strip vanwege het emergency appeal 2025.
2.4 Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op artikel 4 viel EUR 152,8 miljoen lager uit ten opzichte van de Tweede suppletoire begroting. Dit komt met name doordat een aantal meerjarige verplichtingen voor programma's in het kader van het belang veiligheid niet in 2025 maar in 2026 wordt aangegaan.
2.5 Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet
Toelichting
Verplichtingen
Op artikel 5 is het verplichtingenbudget met EUR 142 miljoen onderschreden. Dit komt voornamelijk door een lagere realisatie op het verplichtingenbudget voor regionale ontwikkelingsbanken.
Uitgaven
De uitgaven op artikel 5 zijn EUR 27 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd bij de Tweede suppletoire begroting. Op artikelonderdeel 5.1 is EUR 1,8 miljoen onderschreden, op artikelonderdeel 5.2 is EUR 4,5 miljoen onderschreden en op artikelonderdeel 5.3 is geen substantiële bijstelling geboekt. De bijstelling op artikel 5 wordt grotendeels verklaard doordat de resterende overprogrammering op het ODA-budget, welke zichtbaar is op verdeelartikel 5.4, wordt afgeboekt bij de Slotwet. De overprogrammering bij de Tweede suppletoire begroting 2025 kwam uit op EUR 33 miljoen. Dit budget wordt tegengeboekt bij de Slotwet om een negatieve stand te voorkomen. Resterende overprogrammering wordt binnen de HGIS systematiek opgevangen en intertemporeel in mindering gebracht op het ODA-budget.
Ontvangsten
De ontvangsten op artikel 5 zijn EUR 2,8 miljoen lager uitgevallen dan begroot in de Tweede suppletoire begroting. Dit is te verklaren door lagere ontvangsten uit rentebetalingen en afgeloste leningen vanuit de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO).