Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

12. Beleidsverslag Diergezondheidsfonds

Beleidsartikel 01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Algemene doelstelling

Bewaking en bestrijding van ernstige infectieuze dierziekten en/of zoönosen en verminderen van welzijnsproblemen.

Het Diergezondheidsfond (DGF) is opgericht in 1998. De directe aanleiding was een grote en kostbare uitbraak van klassieke varkenspest in 1997. Vanuit het DGF betalen de landbouwsectoren, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en de Europese Unie mee aan het vroegtijdig detecteren en effectief bestrijden van ernstige infectieuze dierziekten en/of zoönosen.

Nederland is door de Europese Unie officieel vrij verklaard van bepaalde dierziekten. Deze vrij-status wordt gehandhaafd door uitvoering van monitoringsprogramma’s en wordt bewaakt door een meldplicht voor verdachte situaties zoals verhoogde sterfte of verminderde productie. Als een bestrijdingsplichtige ziekte wordt aangetoond, moet een effectieve bestrijding voorkomen dat de ziekte verder verspreid. Uit het DGF worden de kosten betaald voor monitoring en bewaking (bewaking dierziekten), crisisparaatheid (voorzieningen), diagnostiek van verdachte dieren (verdenkingen), bestrijding van de ziekte (bestrijding). Ook de kosten voor onderzoek naar onbekende of niet-endemische dierziekten (de basismonitoring) en de kosten voor het monitoren van het antibioticagebruik in de veehouderij door de autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) worden betaald uit het DGF.

Rol en verantwoordelijkheid

De bepalingen rond het Diergezondheidsfonds zijn vastgelegd in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en vanaf 21 april 2021 in en op basis van de Wet Dieren.

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor:

  • Bewaking van dierziekten: het tijdig signaleren en afhandelen van verdenkingen en besmettingen van bepaalde dierziekten door monitoring en bewaking.

  • Bestrijding van dierziekten die op basis van wetgeving verplicht moeten worden bestreden .

  • Bestrijding van dierziekten die in verband met bescherming van de volksgezondheid moeten worden bestreden en

  • De welzijnsaspecten bij de bestrijding (indirect).

  • Crisisparaatheid: effectieve en doelmatige crisisorganisatie bij dierziektenuitbraken.

Telkens na een uitbraak van een besmettelijke dierziekte vindt een evaluatie plaats op alle onderdelen van bestrijdingsmaatregelen, welzijnsmaatregelen en de crisisorganisatie.

Beleidsconclusies

Beleidsconclusies op het terrein van het diergezondheid worden opgenomen onder artikel 11 «Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem». Ook de evaluatie van het beleid dat aan de basis ligt van het Diergezondheidsfonds (DGF), is weergegeven in de evaluatiebijlage onder artikel 11. 

Ontvangsten DGF

In het Convenant Financiering bestrijding besmettelijke dierziekten (2020-2024) zijn afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten van het DGF tussen betrokken sectoren en de overheid. De jaarlijkse kosten voor bewaking dierziekten, basismonitoring, voorzieningen worden in principe 50/50 gefinancierd door overheid en sector. Uitzonderingen daarop zijn ziekten waarvoor de sector zelf een monitoringsprogramma heeft geïnitieerd en die volledig door de sector worden gedragen. De kosten voor de Autoriteit Diergeneesmiddelen worden betaald door de overheid (50%), veehouders (40%) en dierenartsen1 (10%). De kosten voor incidentele uitgaven (verdenkingen en bestrijding) worden betaald door de betreffende sectoren. De totale sectorbijdrage is gemaximaliseerd. Boven deze zogenoemde plafondbedragen draagt de overheid de resterende kosten. De hoogte van de plafondbedragen zijn vastgelegd in het Besluit diergezondheidsheffing. De hoogte van de deelplafonds zijn afgesproken in het convenant.

Deelplafondbedragen per sector (bedragen in € en percentage van deelplafond)
 

Deelplafond voor 5-jaarlijkse kosten

Uitgaven aan 5-jaarlijkse

kosten (2020)

Deelplafond voor bestrijdingskosten (incl. verdenkingen)

Uitgaven aan bestrijdingskosten (2020)

Rundveesector

€34.220.000

€5.208.761 (15%)

€9.000.000

€99.946 (1%)

Varkenssector

€16.947.300

€3.164.660 (19%)

  

AVP

  

€22.000.000

€10.871 (0%)

Overige dierziekten

  

€19.000.000

€40.883 (0%)

Schapen- en geitensector

-

 

€490.000

€42.723 (9%)

Schapensector

€4.699.860

€741.780 (16%)

  

Geitensector

€3.905.580

€749.793 (19%)

  

Pluimveesector

€46.000.000

€6.427.886 (14%)

  

NCD

  

€2.000.000

€0 (0%)

Overige dierziekten

  

€30.000.000

€4.028.422 (13%)

tabel: deelplafondbedragen (2020-2024) en uitgaven in 2020 binnen deze deelplafonds. Boven deze plafondbedragen draagt de overheid de resterende kosten. De vermelde uitgaven in deze tabel zijn ook opgenomen percentage ten opzichte van de deelplafondbedragen.

De overheid draagt 100% van bestrijdingskosten kosten voor dieren in dierentuinen, huishoudens en in het wild levende dieren, de kosten van toezicht en opsporing door de NVWA, kosten voor douane en handhaving van de openbare orde. Waar mogelijk, op basis van Europese verordeningen, zullen de kosten van dierziektebestrijding bij de EU worden gedeclareerd (ontvangsten van EU).

Uitgaven DGF 2020

De uitgaven uit het DGF waren in 2020 in lijn met de begroting. Uitzonderingen waren de uitbraken van COVID-19 bij nertsen, de uitbraak van vogelgriep onder pluimvee en de wijziging van beleid bij de verdenkingen en bestrijding van zoönotische Salmonella.

COVID-19 bij nertsen

In april 2020 werd SARS-CoV-2 (COVID-19) vastgesteld bij nertsen op een nertsenbedrijf, een nieuwe (anthropo-)zoönose. Hierop volgden een meld- en aangifteplicht en moesten nertsenhouders alle kadavers (tot een maximum van 50 per week) van natuurlijk gestorven nertsen inzenden voor onderzoek (early warning). Daarnaast werd op alle Nederlandse nertsenbedrijven bloedonderzoek gedaan (screening). Nadat bleek dat de ziekte van nerts op mens overdraagbaar is, werd de ziekte bij nertsen bestrijdingsplichtig. Tussen 6 juni en 21 november werden de nertsen op 70 (van de 126) Nederlandse nertsenbedrijven om die reden gedood en vernietigd.

De kosten voor onderzoek, ruimingen en tegemoetkoming in schade worden geraamd op €68,636 miljoen waarvan €62,173 miljoen ten laste komen voor het DGF in 2020. Het overige bedrag komt waarschijnlijk ten laste van het DGF 2021. Omdat het een nieuwe ziekte betreft en voor nertsen geen diergezondheidsheffing werd geheven, komen de kosten voor rekening van de rijksoverheid. Hoewel de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de mogelijkheid biedt om de kosten (deels) te verhalen op de sector, is hier vanwege het houdverbod per 8 januari 2021 en de daarmee gepaard gaande stoppersregeling niet voor gekozen.

Vogelgriep

Eind oktober 2020 werd hoog pathogene vogelgriep (HPAI, H5N8) aangetroffen op een pluimveebedrijf. Op dat moment gold al een ophokplicht (professionele pluimveehouders) en een afschermplicht (hobbymatig gehouden pluimvee) omdat het vogelgriepvirus al was vastgesteld bij wilde vogels . Pluimveehouders moeten direct een melding doen bij elke verhoogde sterfte. Tot het eind van 2020 worden de kippen, eenden, kalkoenen of andere vogels op 12 verschillende locaties in Nederland gedood en gedestrueerd, waaronder besmette dieren van twee hobbyhouders en een bedrijf in de 1 km zone rond een besmet bedrijf. Vijfentwintig bedrijven in de 3 kilometer zone rond een besmet bedrijf worden onderzocht op vogelgriep en negatief bevonden. De kosten voor bevestigingsdiagnostiek (verdenkingen) en ruimingen (inclusief tegemoetkoming in schade) bedragen € 2,849 miljoen en komen grotendeels ten laste van de sectorbijdrage aan het DGF. De bestrijdingskosten voor de bestrijding van vogelgriep bij hobbymatig gehouden vogels komen ten laste van de overheidsbijdrage aan het DGF. Deze uitbraak zal ook gevolgen hebben voor de DGF uitgaven in 2021.

Zoönotische Salmonella

Een positieve test bij de dierziektemonitoring, wordt normaal gevolgd door een confirmatietest (verdenking) alvorens er een besluit wordt genomen over de bestrijding van de ziekte. Hierdoor worden onnodige ruimingen voorkomen. Deze procedure volgde Nederland ook bij het salmonella-programma bij pluimvee. In 2020 geeft de Europese Unie aan dat de monitoringstest doorslaggevend moet zijn in de salmonella bestrijding. Hierop is de Nederlandse procedure aangepast. Dit heeft geleid tot lagere verdenkingskosten (-€0,242 miljoen) en hogere bestrijdingskosten (+€1,055 miljoen) in 2020 ten opzichte van de begroting. Monitoring en bestrijding van zoönotische Salmonella worden betaald uit de sectorbijdrage aan het DGF en gesubsidieerd door de EU.

Saldo DGF

Het saldo van het Diergezondheidsfonds bestaat deels uit de wettelijk vastgelegde crisisreserves die voor de sectoren varken, schaap, geit en pluimvee zijn vastgelegd. Verder bestaat het saldo uit werkkapitaal waaruit de lopende kosten voor bewaking, voorzieningen, verdenkingen en bestrijding worden betaald. Voor het overige betreft het EU-gelden die nog met de sectoren worden verrekend. Via het saldo kunnen genoemde gelden jaar op jaar worden meegenomen. Het beginsaldo is de resultante van het beginsaldo van het vorig jaar en het saldo van specifieke uitgaven en ontvangsten in dat jaar.

Budgettaire gevolgen van beleid Diergezondheidsfonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

VERPLICHTINGEN

31.558

38.600

32.997

63.156

93.698

36.357

57.341

UITGAVEN

31.558

38.600

31.584

63.156

93.698

36.357

57.341

Beginsaldo

13.360

11.696

19.396

n.v.t.

n.v.t.

  

Correctie beginsaldo

 

344

     

Programma-uitgaven

31.558

38.600

31.584

30.401

93.698

33.594

60.104

Opdrachten

31.558

38.600

31.584

30.401

93.698

33.594

60.104

1. Bewaking van dierziekten

19.162

20.255

19.416

19.436

17.067

19.847

‒ 2.780

2. Bestrijding van dierziekten

11.866

15.088

9.972

8.521

73.785

10.987

62.798

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

    

0

0

 

4. Overig

530

3.257

2.196

2.444

2.846

2.760

86

5. DGF-saldo *

   

25.866

n.v.t.

2.763

 

6. Crisisreserve **

   

6.889

n.v.t.

  
        

ONTVANGSTEN

29.894

45.957

35.305

63.156

142.911

36.357

106.554

Ontvangsten van LNV (voorheen EZ)

12.253

21.263

4.387

4.287

82.321

10.387

71.934

Ontvangsten van EU

4.134

5.076

566

5.205

2.509

3.910

‒ 1.401

Ontvangsten van sector

8.315

19.618

30.352

23.658

16.808

14.300

2.508

Ontvangsten van sector

5.192

      

Bijdrage sector crisisreserve

   

6.889

8.352

7.760

592

Ontvangsten saldo DGF ***

   

23.117

32.921

 

32.921

Eindsaldo

11696

19396

23117

 

n.v.t.

  

*De uitgavenpost DGF-saldo wordt m.i.v. 2020 niet meer opgenomen. In samenhang hiermee is deze uitgavenpost saldo DGF-saldo ad € 2,763 mln. in 2020 bij 4e ISB 2020 teruggebracht tot nul (Kst. 35 539, nr. 2). De post ontvangsten saldo DGF (inclusief crisisreserve) blijft wel gehandhaafd.

**De uitgavenpost crisisreserve wordt m.i.v. 2020 niet meer opgenomen onder de uitgaven. De post ontvangsten saldo DGF (inclusief crisisreserve) blijft wel gehandhaafd.

***De realisatie ontvangsten saldo DGF is inclusief correctie op de ontvangsten saldo DGF ad € 166.000,- die in de saldibalans nader is toegelicht onder 2b. 

Crisisreserve

In de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren is vastgelegd dat er in het DGF een reserve moet worden aangelegd. De hoogte van deze crisisreserve is vastgelegd in het Besluit Diergezondheidsheffing. De crisisreserve wordt aangesproken voor kosten van bestrijding, voor zover die niet is meegenomen in de begroting. De crisisreserve is sectorspecifiek en wordt niet gebruikt voor betaling van tekorten in andere sectoren. De crisisreserve voor de rundveesector wordt beheerd door vereniging ZuivelNL en de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK). De crisisreserve voor de ziekte van Aujeszky wordt beheerd door de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV).

In 2020 is een deel van de opgebouwde crisisreserve bij pluimvee ingezet voor de uitgaven die voortkwamen uit de bestrijding van de hoog pathogene aviaire influenza.

Crisisreserve in het DGF (bedragen x €1.000)
 

Afgesproken crisisreserve

Crisisreserve op 31-12-2020

Runderen

€ 1.800

1

Varkens

€7.400

€ 8.949

Kippen, kalkoenen, eenden en broedeieren

€ 7.423

€ 3.526

Schapen en geiten

€ 98

€ 117

Totaal

€16.721

€ 12.592

1

De rundveesector beheert zijn eigen crisisreserve.

Toelichting op de uitgaven

Bewaking van dierziekten

Streefwaarden

Behoud van de huidige, officieel door de EU en door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) verleende, status vrij te zijn van een aantal dierziekten.

Beleidsinstrumenten

De EU en OIE verlenen onder voorwaarden aan lidstaten officiële erkenningen voor het vrij zijn van besmettelijke dierziekten. Deze erkende statussen «vrij van dierziekten» of «verwaarloosbaar risico» worden bewaakt door laboratoriumonderzoek op basis van bewakings- en monitoringsprogramma’s. Naast deze monitoring op basis van internationale regelgeving, heeft Nederland ook een nationale monitoring zoals op de zoönose Q-koorts. Deelname aan monitoring is verplicht voor alle professionele dierhouders.

De basismonitoring kent een vrijwillige basis en wordt uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren. Dit programma is bedoeld om niet-endemische, nieuwe, onbekende of opkomende ziekten tijdig op te sporen en trends in de diergezondheid te volgen. Het programma bestaat onder andere uit laboratoriumonderzoek, postmortaal onderzoek, een telefonische helpdesk, bedrijfsbezoek en monitoring van data uit slachthuizen.

Tevens is er een bewakingsprogramma voor ziekten bij in het wild levende dieren. Zo wordt een deel van de gedode wilde zwijnen onderzocht op klassieke varkenspest (KVP), Afrikaanse varkenspest (AVP) en Ziekte van Aujeszky (ZvA) en worden wilde vogels onderzocht op vogelgriep.

De kosten voor bewaking van dierziekten vallen onder het deelplafond voor 5-jaarlijkse kosten.

Realisatie bewaking van dierziekten (bedragen x € 1.000)

Bewaking van dierziekten

Begroot

Realisatie

Verschil

Basismonitoring

8.044

8.515

471

Q-koorts

540

657

117

KVP (varkens, wilde zwijnen)

431

482

51

HPAI (eenmalige programma's)

nvt

18

18

Leukose

316

321

5

Blauwtong (rund, schaap, geit)

74

43

‒ 31

TSE (schaap, geit)

180

149

‒ 31

    

AI (pluimvee)

98

64

‒ 34

Brucella melitensis (schaap, geit)

450

400

‒ 50

AI (wilde vogels)

80

28

‒ 52

BSE (rund)

2.360

2.176

‒ 184

Monitoring AI, NCD, Mycoplasma en niet-zoönotische Salmonella

2.024

1.819

‒ 205

en vogelgrieptesten (pluimvee)

Zoönotische Salmonella (pluimvee)

5.250

2.357

‒ 2.893

Overig

nvt

38

38

Totaal bewaking van dierziekten

19.847

17.067

‒ 2.780

Toelichting op realisatie bewaking dierziekten in 2020

In 2020 is €2,78 miljoen minder uitgegeven aan bewaking van dierziekten dan begroot. Dit heeft vooral een organisatorische en/of administratieve oorzaak. Voor de monitoring van zoönotische Salmonella is in de realisatie alleen de nationale bijdrage gerapporteerd. In de begroting was de EU-bijdrage nog wel meegenomen. De vaccinatieregeling voor zoönotische Salmonellose is veranderd, maar de overgangsregeling heeft vertraging opgelopen. De daarvoor begrote uitgaven worden in 2021 gerealiseerd. Voor programma's voor BSE, TSE, AI, NCD, Mycoplasma en niet-zoönotische Salmonella en de vogelgrieptesten zijn in 2020 niet alle facturen ontvangen en betaald. Ook deze kosten zullen terugkomen in het DGF-jaarverslag van 2021.

De realisatie van de basismonitoring is hoger uitgevallen omdat de toegekende subsidie hoger is dan de daarvoor in de begroting opgenomen post.

2. Bestrijding van dierziekten

Streefwaarden

Zo snel en effectief mogelijk bestrijden van dierziekten.

Meldings- en aangifteplicht

In de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s zijn ziekten aangewezen die aangifteplichtig zijn. Als een veehouder of dierenarts dieren verdenkt van een aangifteplichtige ziekte, moet hij dit direct melden bij de NVWA. Ook een positieve test vanuit de bewaking moet direct worden gemeld bij de NVWA.

Verdenking en bestrijding

Nadat de NVWA een verdenking heeft ontvangen, gaat een deskundigenteam naar het betreffende bedrijf voor inspectie en monstername. Het monster wordt in het laboratorium van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) onderzocht. Deze High Containment Unit (HCU) is zodanig ontworpen dat ziekteverwekkers nooit kunnen ontsnappen naar de buitenwereld (biosafety level 4; BSL 4). Er wordt een vervoersverbod ingesteld. Bij een positieve uitslag worden ook buurt-/contactbedrijven en andere relevante bedrijven onderzocht. 

Als een verdenking wordt bevestigd, wordt meteen gestart met bestrijding. Voor een deel van de ziekten betekent dit dat de dieren op besmette bedrijven en dieren die de ziekte kunnen verspreiden worden gedood en gedestrueerd. Geruimde bedrijven worden gereinigd en ontsmet. Dieren van nabijgelegen bedrijven die negatief getest zijn, kunnen in sommige gevallen worden gevaccineerd. Vertraging van de bestrijding kan leiden tot een toename in het aantal bedrijven dat besmet wordt en daarmee hogere kosten. Bestrijding vindt plaats volgens Europese bestrijdingsrichtlijnen welke verder zijn uitgewerkt in draaiboeken van de NVWA en het ministerie van LNV. De bestrijding wordt aangestuurd vanuit het ministerie. In de post bestrijding zijn zowel de kosten die nodig zijn om de ziekte te bestrijden opgenomen, als ook een tegemoetkoming in de schade aan de houder van de dieren.

De posten verdenking en bestrijding vallen onder het deelplafond voor bestrijdingskosten. Uitzondering op deze regel is de post Brucellose (rund). Deze werd voorheen onder ‘verdenkingen’ geschaard, maar past feitelijk beter bij bewaking aangezien de runderen die verwerpen onderzocht worden om de vrijstatus van Nederland aan te tonen. Deze post is daarom ondergebracht bij het deelplafond voor 5-jaarlijkse kosten.

Voorzieningen

Om in tijden van een crisis direct te kunnen reageren, heeft het ministerie van LNV waakvlamcontracten afgesloten met bedrijven die apparatuur en mensen kunnen leveren die nodig zijn bij de bestrijding. Ook worden de kosten voor een calamiteitenreserve bij de destructor betaalt uit het DGF. Tevens zijn er vaccins op voorraad om de gevoelige dieren op nabijgelegen bedrijven van een besmet bedrijf te kunnen vaccineren tegen mond en klauwzeer (MKZ), klassieke varkenspest (KVP) en ziekte van Aujeszky (ZvA) (voorzieningen vaccinatie).

De post voorzieningen valt onder het deelplafond voor 5-jaarlijkse kosten.

Realisatie bestrijding van dierziekten 2020 (bedragen x € 1.000)

Bestrijding van dierziekten

Begroot

Realisatie

Verschil

Voorzieningen

   

HCU

600

1.452

852

Waakvlamcontracten

368

775

407

Voorziening vaccinatie ZvA, MKZ en KVP

1.883

2.226

343

Middelenbeheer

230

102

‒ 128

Calamiteitenreserve destructie

1.667

0

‒ 1.667

Subtotaal Voorzieningen

4.748

4.555

‒ 193

    

Verdenkingen

   

COVID-19 (nertsen)

0

988

988

Ziekte van Aujeszky (varken)

38

0

‒ 38

Salmonella verificatieonderzoek leg- en vermeerderingsbedrijven

450

208

‒ 242

Diagnostiek verdenkingen

270

0

‒ 270

AI (pluimvee)

479

200

‒ 279

Brucellose1

1.405

1.053

‒ 352

Overig

477

231

‒ 246

Subtotaal Verdenkingen

3.119

2.680

‒ 439

    

Bestrijding

   

COVID-19 (nertsen)

0

61.185

61.185

HPAI (pluimvee)

0

2.599

2.599

LPAI (pluimvee)

0

50

50

Zoönotische Salmonella[1] (pluimvee)

1.600

2.656

1.056

Mycoplasma Gallisepticum (pluimvee)

250

0

‒ 250

Overig

1.270

60

‒ 1.210

Subtotaal Bestrijding

3.120

66.550

63.430

    

Totaal

10.987

73.785

62.798

1

Realisatie Brucellose rund is € 1,020 mln.; de resterende € 33.000,- is voor andere diersoorten

Toelichting op realisatie bestrijding van dierziekten in 2020

Bestrijdingskosten kunnen per jaar sterk verschillen. De grootste bestrijdingspost in 2020 werd gevormd door de bestrijding van COVID-19 bij nertsen (meer dan €61 miljoen), een tot 2020 onbekende (anthropo-)zoönose. Tevens werd de pluimveesector getroffen door vogelgriep (meer dan €2,6 miljoen). Een derde grote bestrijdingspost werd gevormd door de bestrijding van zoönotische Salmonella bij leg- en vermeerderingsbedrijven. Op aangeven van de EU wordt sinds 2020 de bestrijding van zoönotische Salmonella bij pluimvee geïnitieerd op basis van de uitslag van de monitoring (€1 miljoen extra bestrijdingskosten) en niet meer op basis van een confirmatietest (€ 0,242 miljoen minder verdenkingskosten).

Verdenkingen

Ook het aantal verdenkingen kan per jaar sterk variëren. Het aantal dieren/bedrijven waarbij een verdenkingsonderzoek is gedaan, vindt u in de volgende tabel. De COVID-19 diagnostiek bij nertsen veroorzaakt de grootste kostenstijging (bijna € 1 miljoen). De kosten voor verdenkingen Brucellose rund zijn lager dan begroot, maar in lijn met de uitgaven in voorgaande jaren. De kosten voor de diagnostiek verdenkingen is €0,- omdat deze kosten met ingang van 2019 direct worden toegerekend aan de verschillende dierziekten.

Voorzieningen

De sectorbijdrage voor de HCU is conform de afspraken in het convenant met € 0,852 miljoenverhoogd ten opzichte van het vorige convenant. Hierdoor is de rijksbijdrage aan de HCU gedaald. De rijksbijdrage aan de HCU is opgenomen in het jaarverslag van het ministerie van LNV en niet in het jaarverslag van het DGF. In 2020 zijn geen betalingen gedaan voor de calamiteitenreserve destructie omdat de onderhandelingen over een nieuw contract, dat in 2020 had moeten ingaan, nog niet zijn afgerond. De uitgaven voor deze post zullen doorschuiven naar 2021. Onder de post waakvlam contracten vallen vele kleine contracten. Veel nieuw afgesloten contracten zijn hoger uitgevallen dan begroot. De grootste verhoging in deze post in die voor nieuwe dodingsapparatuur voor varkens (+€ 0,220 miljoen).

Toezicht en opsporing door de NVWA

Onderstaand overzicht geeft het aantal dierziektenverdenkingen weer die gemeld zijn bij het Nederlands Veterinair Incident- en Crisiscentrum (NVIC) van de NVWA. In de kolom Totaal staan het totaal aantal meldingen. De NVWA kan besluiten dat er naar aanleiding van de melding geen verdere actie nodig is (kolom Geen actie). In de kolommen Positief, Negatief en Volgt staan het aantal casussen waarbij laboratoriumonderzoek is gedaan en waarbij de ziekte is aangetoond (Positief), niet is aangetoond (Negatief) of waarbij de uitslag bij het samenstellen van dit verslag nog niet bekend was (Volgt). De kosten van dit onderzoek zijn opgenomen als verdenkingen in de tabel Realisatie bestrijding van dierziekten.

Aangifteplicht dierziekten

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Pluimvee en vogels wild

Aviaire Influenza

324

69

144

0

111

Pluimvee

Salmonella (zoönotisch)

188

126

34

0

28

Pluimvee en siervogels

New Castle Disease

8

0

8

0

0

Pluimvee

Mycoplasma Gallisepticum

3

0

3

0

0

Pluimvee

Salmonella (niet-zoönotisch)

2

0

1

0

1

Runderen en herten

Brucellose Abortus Bang

74

0

70

0

4

Runderen, schapen en alpaca

Bluetongue

32

0

16

0

16

Runderen, schapen en geiten

Brucellose Melitensis

20

0

20

0

0

Runderen

Leucose

19

0

18

0

1

Runderen

Miltvuur

5

0

5

0

0

Runderen

Mond- en Klauwzeer

1

0

1

0

0

Runderen

Bovine Spongieuze Encephalopathie

1

0

1

0

0

Runderen

Mycoplasma Mycoides Mycoides (CBPP)

1

0

1

0

0

Varkens

Brucellose Suis

34

0

34

0

0

Varkens en wilde zwijnen

Afrikaanse en klassieke Varkenspest

22

0

17

0

5

Varkens

Aujeszky

2

0

2

0

0

Varkens

Swine Vesiculair Disease

5

0

2

0

3

Papegaaien

Psittacose Dier

38

25

11

0

2

Honden

Brucellose Canis

19

9

6

1

3

Hond, kat, rund, aap, walibi en eekhoorn

Tuberculose

18

0

16

0

2

Honden, katten en vossen

Rabies Zoogdier (geen contact humaan)

16

0

8

0

8

Vleermuizen

Rabies Vleermuis (geen contact humaan)

6

3

1

0

2

Hazen

Tularemie

7

3

2

0

2

Bijen

Amerikaans Vuilbroed

1

0

0

0

1

Subtotaal

 

846

235

421

1

189

Zoönose/ bronopsporing

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Cavia, duif, kip, vogels en vogels wild

Psittacose Humaan

99

17

21

0

61

Hond, paard en rund

Salmonellose

63

54

0

0

9

Vleermuizen

Rabies Vleermuis (contact humaan)

17

2

6

0

9

Honden en katten

Rabies Zoogdier (contact humaan)

9

0

0

0

9

Hond, rat, zeehond en rund

Leptospirose

12

5

0

1

6

Honden, katten en runderen

Campylobacter

8

7

1

0

0

rund, schaap en vleesmuis

Yersiniose

4

3

0

0

1

Cavia's

Chlamydia Caviae

2

0

0

2

0

Honden en katten

Toxoplasmose

3

3

0

0

0

Runderen

Listeriose

3

3

0

0

0

Muizen en ratten

Hantavirus

3

1

0

0

2

Varkens

Erysipelothrix rhusiopathiae Suis

3

0

0

0

3

Schapen

Q-Koorts Humaan

3

0

0

0

3

Schapen

Chlamydia Abortus

1

0

0

0

1

Honden

Corynebacterium Ulcerans

1

0

0

0

1

Varkens

Trichinellose

1

0

1

0

0

Subtotaal

 

232

95

29

3

105

Paardenziekten

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Paarden

Equine Infectieuze Anemie

2

0

0

0

2

Paarden

West Nile Virus (Paard)

2

0

2

0

0

Paarden

Equine Virale Arteritis

1

0

0

0

1

Paarden

Dourine

1

0

1

0

0

Subtotaal

 

6

0

3

0

3

Overige gemelde dierziekten

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Fret, hond, kat, kip, konijn, marter, nerts, rund en das

Covid-19

169

71

76

0

22

Vogels wild

Botulisme

3

0

0

0

3

Subtotaal

 

172

71

76

0

25

Visziekten

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Vissen

Koi Herpes Virus

1

0

0

0

1

Subtotaal

 

1

0

0

0

1

Screening Aviaire Influenza

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Pluimvee

3km screening H5N8

28

0

24

0

4

Subtotaal

 

28

0

24

0

4

Totaal casussen

Diersoort

Casussoort

Totaal

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Totaal

Totaal Casussen (incl. Tabel 6)

1285

401

553

4

327

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Streefwaarden

Beperken van de welzijnsproblemen bij dieren in geval van een dierziekte uitbraak.

Bij uitbraken van wettelijk te bestrijden dierziekten neemt de minister van LNV maatregelen. Zo kan een vervoersverbod/-beperking worden ingesteld. Hierdoor kunnen veehouders te maken krijgen met capaciteitsproblemen (te veel of te grote dieren op een te klein oppervlak) die kunnen leiden tot welzijns- (stress, agressiviteit) en gezondheidsproblemen.

Veehouders dienen voorbereidingen te treffen voor noodopvang. De NVWA en de Welzijnscommissie Dierziekten zien toe op dierenwelzijn tijdens de bestrijding van dierziekten. De Welzijnscommissie Dierziekten informeert de minister over de eventuele gevolgen voor het dierenwelzijn die zich als gevolg van de ruimingsactiviteiten voordoen en adviseert zo nodig de minister over mogelijkheden om het welzijn van de betrokken dieren te verbeteren. Indien de uitbraak lang duurt en er ondanks de maatregelen van de veehouder welzijnsproblemen ontstaan, wordt gekeken of het verantwoord is dieren op gecontroleerde wijze af te voeren.

In de periode juni 2020 tot en met december 2020 zijn diverse nertsen- en pluimveebedrijven bezocht op het moment dat ruimingsactiviteiten plaatsvonden. Tijdens deze ruimingen zijn geen onvolkomenheden of vermijdbaar ongerief vastgesteld. Er waren in 2020 geen uitgaven die samenhingen met welzijnsbevorderende maatregelen bij dierziekte uitbraken.

4. Overig

Onder de post Overig vallen de uitgaven voor de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa), de uitvoeringskosten van RVO en een post overig voor de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). De uitvoeringskosten RVO waren in 2020 €1,949 miljoen en kwamen daarmee €0,3 miljoen hoger dan begroot. Deze stijging is vooral veroorzaakt door de toename van het aantal bezwaarschriften (wijziging heffingsstructuur voor pluimvee). De uitgaven voor de SDa waren € 0,184 miljoen in 2020. De uitgaven zijn daarmee € 0,2 miljoen lager dan begroot. De uitgaven in 2020 voor de ophaaldienst, opleidingsplan en consignatiedienst van de Gezondheidsdienst bedroegen € 0,713 miljoen.

Toelichting op de ontvangsten.

De geraamde ontvangsten zijn uitgesplitst in ontvangsten van EU, sector en een bijdrage van de sector voor de crisisreserve. Daarnaast worden op de post ontvangsten saldo DGF de ontvangsten geboekt als gevolg van het toevoegen van het eindsaldo van het vorige jaar aan het volgende begrotingsjaar. De in het voorjaar 2020 ontvangen € 32,755 miljoen is op deze post geboekt.

Ontvangsten sectoren en LNV in 2020 (x € 1.000)
 

Runderen

Varkens

Schaap/geit

Pluimvee

LNV

Totaal

       

Ontvangsten mbt uitgaven

514

2.679

1.776

11.105

82.321

98.395

Crisisreserve

0

4.282

60

4.010

0

8.352

Verrekening voorfinanciering door LNV

0

0

62

588

0

650

Subtotaal

514

6.961

1.898

15.703

82.321

107.397

Toegerekende EU ontvangsten

272

0

21

1.777

439

2.509

Overige ontvangsten

13

7

0

67

‒ 3

84

Subtotaal

285

7

21

1.844

436

2.593

Totaal ontvangen in 2020

799

6.968

1.919

17.547

82.757

109.990

De heffingen bij de verschillende sectoren worden geïnd voor de uitgaven over het voorgaande jaar. Een deel van de pluimveehouders betaalt de diergezondheidsheffing gedurende het lopende jaar. De rundersector betaalde tot 2020 de kosten van het DGF uit de reserves van het voormalig productschap Zuivel (in beheer bij ZuivelNL). In 2020 heeft ZuivelNL een eindafrekening ontvangen. Met ingang van 2021 gaan de runder- en kalversector een jaarlijkse DGF heffing betalen voor de uitgaven in 2020.

Naast de heffingen zijn er ook nog andere ontvangsten geweest binnen het DGF. In bovenstaande tabel zijn deze apart inzichtelijk gemaakt. De EU ontvangsten hebben betrekking op het TSE monitoringsprogramma, het salmonella programma en monitoringsprogramma op AI. De opgenomen ontvangsten zijn lager dan was begroot. De (verwachte) EU bijdrage voor de salmonella vaccinatieregeling wordt apart - buiten begrotingsverband - vastgelegd en is daardoor niet zichtbaar in zowel de uitgaven als de ontvangsten.

De overige ontvangsten worden gevormd door een positieve eindafrekening van de SDa over 2019. Daarnaast ontvangt de pluimveesector een bijdrage van de eierverwerkende industrie voor de verkoop van met salmonella besmette eieren.

Sinds 1 januari 2018 worden binnen het DGF crisisreserves aangelegd. De ontvangsten voor deze post worden bepaald door de hoogte van aangelegde crisisreserve (zie tabel 3). De verrekening voorfinanciering door LNV betreft betalingen die niet in de aangewezen heffingsperiode geïnd konden worden, maar pas in 2020 zijn geïnd. De rijksbijdrage aan het DGF was begroot op € 10,387 miljoen. Door de COVID-19 uitbraak onder nertsen is de rijksbijdrage fors hoger uitgevallen (€ 82,321 miljoen). Hiervan is € 10,491 miljoen voor de reguliere uitgaven binnen het DGF. De overige € 71,830 miljoen is voor de uitgaven gerelateerd aan de COVID-19 uitbraak onder nertsen. Een deel van deze ontvangsten is om de resterende uitgaven in het eerste kwartaal van 2021 te dekken.

1

De bijdrage van dierenartsen aan de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) loopt niet via het diergezondheidsfonds.

Licence