Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 12 Natuur, biodiversiteit en gebiedsgericht werken

LNV streeft naar een sterke en veerkrachtige natuur en draagt via gebiedsgericht werken bij aan het versterken van de brede welvaart.

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor het beschermen, versterken en duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit in nationaal, EU- en mondiaal verband. Het Rijk werkt hieraan, in lijn met de Rijksnatuurvisie Natuurlijk verder (2014), in verschillende rollen op uiteenlopende werkterreinen. Voor natuur op land is binnen de overheid de samenwerking met de provincies cruciaal: binnen de kaders van de Wet natuurbescherming en het Natuurpact (2013) zijn de provincies verantwoordelijk voor het realiseren van natuurdoelen. De Minister van LNV is verantwoordelijk voor de kaders van het beschermen, versterken en duurzaam benutten van de nationale natuur en biodiversiteit. Voor de natuurkwaliteit van de Rijkswateren en voor de internationale samenwerking op natuurgebied treedt de Minister als eerstverantwoordelijke op. De Minister is medeverantwoordelijk voor het stimuleren en versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij het beschermen, versterken en duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit. De Minister is medeverantwoordelijk voor gebiedsgericht werken, waarbij de LNV-opgaven in onderlinge samenhang met andere maatschappelijke en regionale opgaven optimaal worden opgepakt.Daarnaast voert de Minister van LNV de regie over de aanpak van regionale knelpunten en de inzet van de Regio Envelop, in overleg met de Minister van BZK. Dit betreft niet alleen de inzet van de in het Regeerakkoord genoemde € 950 mln. uit de Regio Envelop en het afsluiten van de Regio Deals, maar ook het vervullen van een voortrekkersrol om samen met betreffende regio’s uitdagingen aan te pakken waar de regio voor staat.

Stimuleren en faciliteren

  • Helpen realiseren van innovatieve combinaties tussen natuur en maatschappelijke en economische activiteiten.

  • Bevorderen van behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit in het agrarisch gebied en agroketens.

  • Ondersteunen van de positieversterking Nationale Parken.

  • Versterken van internationale aandacht voor regulering van handel in bedreigde soorten en tegengaan van illegale handel.

  • Ontwikkeling en toepassing van natuurlijk-kapitaal-rekening in zowel publiek domein als bedrijfsleven en bevorderen dat bedrijven, financiële instellingen en de overheid transparant zijn over hun impact op en afhankelijkheid van natuurlijk kapitaal.

  • Stimuleren van de inzet van de Nederlandse bos-, natuur- en houtsector in het energie- en klimaatbeleid en het bevorderen van de duurzame bijdrage van bos en natuur aan de groene grondstoffenvoorziening.

  • Maatschappelijke initiatieven in lijn met de LNV-visie en de natuurvisie van het Rijk.

  • Stimuleren en faciliteren van gebiedsgericht werken, waarbij de LNV-opgaven, in onderlinge samenhang met andere maatschappelijke en regionale opgaven door interbestuurlijke samenwerking en het benutten van de maatschappelijk kracht in het gebied, optimaal worden opgepakt.

Regisseren

  • Samen met andere overheden en bedrijfsleven inzetten op nieuwe ambitieuze afspraken over het versterken van biodiversiteit, gericht op de top eind 2020 van het mondiale biodiversiteitsverdrag (Convention on Biological Diversity, CBD),

  • Verankering hiervan in een nieuwe Europese Biodiversiteitsstrategie en de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling (Sustainable Development Goals) op het terrein van natuur en biodiversiteit.

  • Dit zó organiseren, dat publieke en private sectoren hun rol en verantwoordelijkheid kunnen nemen in de keten voor behoud en versterking van natuur en biodiversiteit.

  • Inzet in EU-verband om te komen tot nieuwe ambitieuze afspraken voor de periode 2020–2030; een «new deal for nature».

  • Het sluiten van Regio Deals met als doel om de brede welvaart in de regio’s in Nederland te versterken.

Uitvoeren

  • Met provincies nakomen van afspraken die gemaakt zijn in het Natuurpact en samen met provincies en IenW/RWS monitoren van de toestand van de natuur en biodiversiteit en benutting van natuur op land en in het water.

  • Onderhouden en handhaven Wet natuurbescherming en Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming Caribisch Nederland.

  • Voorbereiding en uitvoering van internationale en in EU-verband gemaakte afspraken over de internationale handel in bedreigde dieren en planten.

  • Voorbereiding en uitvoering van internationale afspraken met betrekking tot de bescherming van Antarctica, in het kader van de ATCM en de CCAMLR, met specifieke inzet op de realisatie van mariene beschermde gebieden.

  • Implementatie van het Europese exotenbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor het beheer van invasieve exoten.

  • Het doen uitvoeren – onder andere door de diensten (RVO.nl, NVWA) – van de in de Wet natuurbescherming vastgelegde rijkstaken.

  • Het doen uitvoeren van regelingen en programma’s, zoals het Programma naar een Rijke Waddenzee, de natuuronderdelen van de Mariene Strategie en het beheer van Kroondomeinen.

  • Versterken van natuurkwaliteit in de Grote Wateren.

  • Uitvoeren van de bossenstrategie, samen met provincies.

  • Staatsbosbeheer, in samenhang met zijn maatschappelijke omgeving, in staat stellen uitvoering te geven aan zijn kerntaken en overige opgedragen taken, zoals bedoeld in de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer en het Convenant LNV/Staatsbosbeheer (2014).

  • Uitvoeren van de samenwerkingsagenda met Staatsbosbeheer, onder andere gericht op experimenten met natuurinclusieve landbouw, het uitvoeringsbureau Nationale Parken en het bieden van werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Onderstaand wordt ingegaan op de belangrijkste gerealiseerde beleidsresultaten in 2020.

Veenweidegebieden

In het Klimaatakkoord voor Landbouw en Landgebruik is een CO2-reductie van 6,0 Megaton per jaar beoogd. Een belangrijke bijdrage aan deze reductie (1Mton CO2 eg/jr in 2030) zal worden gerealiseerd door het aanpakken van de problematiek in veenweidegebieden.

De doelstellingen in het veenweidengebied worden gerealiseerd op basis van integrale planvorming en bijbehorend gebiedsproces dat gericht is op de opstelling van een door alle partijen gedragen programma per veenweidegebied (regionale veenweidestrategie). Het Veenplan is in 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken 32 813, nr. 562) en de uitwerking van de regionale veenweideplannen door de provincies opgepakt als basis voor de uitvoering. In 2020 heeft LNV haar bijdrage hieraan op basis van een specifieke uitkering beschikbaar gesteld.

Klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer

Een andere bijdrage aan de CO2-reductie voor landbouw en landgebruik wordt gerealiseerd door partijen die werken aan een klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer. Partijen in dit domein zetten zich gezamenlijk in voor maatregelen die tot een klimaatwinst moeten leiden door het voorkomen van ontbossing, het vergroten van de vastlegging van koolstof, en de uitbreiding van bos en landschap. Belangrijke stap is de Bossenstrategie van Rijk en provincies die in 2020 met de Kamer is gedeeld (Kamerstukken 33 576, nrs. 186 & 202). Gezamenlijk verbinden Rijk en provincies zich aan ruim 18.000 hectare extra bos en verkennen de mogelijkheden voor nog eens 19.000 hectare bos. Ook wordt er gewerkt aan de revitalisering van bestaande bossen en het compenseren van alle kap in het kader van de PAS met het Programma Natuur. Daarnaast wordt ingezet op het herstellen van heggen en bomensingels in de agrarische gebieden. Bij de acties proberen we zoveel mogelijk te koppelen met andere opgaven in het landelijk gebied. Zodoende maken we optimaal gebruik van beperkte ruimte en middelen.

Naar een vitaal platteland

In het Interbestuurlijk Programma (Kamerstukken 29 362, nr. 266) is de opgave ‘Naar een vitaal platteland’ opgenomen dat gaat over de integrale aanpak van de veranderingsopgaven in het landelijk gebied met als doel een toekomstbestendig landelijk gebied te realiseren. In vijftien gebieden hebben partijen gebiedsplannen opgesteld. Op basis van deze gebiedsplannen is in 2020 de LNV bijdrage beschikbaar gesteld aan de provincies. Voor de financiering van deze plannen stellen alle partijen geld beschikbaar. De rijksbijdrage aan de gebieden is in 2020 verstrekt via een specifieke uitkering.

Natuurherstel

Om verdere achteruitgang van de biodiversiteit tegen te gaan en de natuur te herstellen en verbeteren, wordt ingezet op het reduceren van te hoge stikstofdepositie die schade veroorzaakt aan kwetsbare natuurgebieden en op het herstel van de beschadigde natuur. Daarbij is in 2020 een begin gemaakt met de volgende intensiveringen:

  • Natuurherstel terrein beherende natuurorganisaties. Dit betreft een éénmalige inzet van € 125 mln. die in de periode 2020 en 2021 is bestemd voor natuurherstelprojecten. In 2020 zijn afspraken gemaakt met SBB en ten behoeve de overige natuurterrein beherende organisaties is een regeling voorbereid die op 1 februari 2021is opengesteld.

  • Natuurbank. In 2020 is begonnen met het opzetten van een natuurbank waarvoor in totaal € 125 mln. gereserveerd is in de begrotingsreserve stikstof. De Natuurbank is bedoeld voor projecten van het Rijk of waterschappen die nodig zijn om een dwingende reden van groot openbaar belang die bestaat in het voorkomen of beperken van overstromingen, de veiligheid van infrastructuur of de nationale veiligheid, maar ook voor projecten die nodig zijn om andere dwingende redenen van groot openbaar belang. In 2020 is gestart met een pilot van de natuurbank die door Staatsbosbeheer wordt uitgevoerd.

  • Opkoop van veehouderijen rondom Natura2000-gebieden. Het gaat hier om eenmalige inzet van in totaal € 350 mln. die het Rijk in samenwerking met Provincies inzet middels verschillende tranches in de periode 2020-2022. Eind 2020 is de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden gepubliceerd waarmee een eerste tranche van € 95 mln. is opengesteld voor de opkoop van veehouderijen die veel stikstof uitstoten en nabij Natura-2000 gebieden gelegen zijn. LNV stelt de middelen beschikbaar op basis van een specifieke uitkering aan provincies. Provincies voeren deze eerste tranche uit en doen de aankopen op basis van gebiedsgerichte afwegingen en vrijwilligheid.

  • In 2020 is in de Kamerbrief over de structurele aanpak stikstof (Kamerstuk 35 334, nr. 82) onder andere het programma Natuur aangekondigd. Dit programma geeft een extra impuls aan het versterken van de natuur met name in de overbelaste stikstofgevoelige N2000-gebieden. Hiervoor is t/m 2030 jaarlijks oplopend tot € 300 mln. aan middelen beschikbaar. Gezamenlijk met provincies en terreinbeherende organisaties is in 2020 gewerkt aan de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma Natuur (Kamerstuk 33 576, nr. 216). In de eerste helft van 2021 zullen de middelen middels een specifieke uitkering aan de provincies worden uitgekeerd.

Staatsbosbeheer

In 2020 bestaat circa 13% van de omzet van Staatsbosbeheer (SBB) uit een bijdrage ten laste van de LNV begroting en is bedoeld voor de organisatiekosten en specifieke taken. Daarnaast voert Staatsbosbeheer meerdere opdrachten voor LNV uit. Bij de uitvoering van het beleid door Staatsbosbeheer is de uitvoeringsagenda van het in 2014 met EZ afgesloten convenant een belangrijk uitgangspunt (zie: https://www.staatsbosbeheer.nl/~/media/07-over-staatsbosbeheer/convenant-staatsbosbeheer-maatschappelijke-onderneming-2014 ). In 2020 lag de focus van het programma Deltanatuur in belangrijke mate op de afronding van het programma Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG) en verdere uitwerking van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Dit laatste in opdracht van zowel het ministerie van I&W en LNV en in samenwerking met Rijkswaterstaat (RWS) en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het ministerie van LNV heeft in juni 2020 Staatsbosbeheer de opdracht gegeven tot het uitvoeren van natuurherstelmaatregelen in zijn Natura 2000 terreinen. De middelen zijn afkomstig uit de impulsgelden voor natuurherstel die het Kabinet in 2019 beschikbaar heeft gesteld. Meer beleidsinformatie is te vinden in het jaarverslag 2020 van Staatsbosbeheer, dat beschikbaar is op hun website.

Beleidsinformatie

De Beleidsrelevante Natuur Indicatoren worden jaarlijks gerapporteerd door provincies en het Rijk in de Voortgangsrapportage Natuur (Kamerstuk 33576, nr. 140). De meest recente versie is te vinden op de website van Compendium voor de Leefomgeving. Deze indicatoren geven een landelijk beeld van de algemene biodiversiteit, maar laten ook zien hoe het gaat met de opgaven voor de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Ook wordt de mate van verdrogen, vermesten en versnipperen in beeld gebracht. Het betreft natuur op land en in zoet water.

Percentage niet bedreigde diersoorten

Indicator

1995

2005

2015

2017

2018

2019

Bron

Percentage «niet bedreigde soorten»

61,40%

61,20%

61,80%

60,80%

60,80%

60,90%

Compendium voor de Leefomgeving

Deze indicator geeft het percentage soorten dat niet op de rode lijst van bedreigde soorten staat. Bij een waarde van 100% zijn er geen zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vlinders, libellen of vaatplanten meer bedreigd.

Sinds 1995 is het aandeel van de niet-bedreigde soorten in Nederland licht gedaald. Dit is het laatste jaar dat deze indicator wordt gebruikt.

Indicator Fauna in natuurgebieden op land en in agrarisch gebied

De diersoorten in natuurgebieden op land zijn sinds 1990 afgenomen. De laatste twaalf jaar is de trend stabiel.

De onderstaande figuren geven de trend weer van de ontwikkelingen van soorten in respectievelijk natuurgebieden op land en in het agrarisch gebied. Veel kenmerkende diersoorten van het agrarisch leefgebied nemen af. Vooral broedvogels en dagvlinders gaan achteruit. Bij de zoogdieren houdt het aantal vooruitgaande, stabiele en achteruitgaande soorten elkaar in evenwicht.

Budgettaire gevolgen van beleid Artikel 12 (bedragen x €1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

  

99.844

697.136

636.392

118.749

517.643

Waarvan garantieverplichtingen

   

0

0

0

0

Waarvan overige verplichtingen

  

99.844

679.136

636.392

118.749

517.643

        

Uitgaven

  

110.843

649.716

539.409

132.901

406.508

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

     

84%

 
        

Subsidies

  

2.952

36.211

126.867

2.566

124.301

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

  

1.070

1.000

1.000

1.061

‒ 61

Natuur en biodiversiteit op land

  

1092

1.143

1.038

702

336

Beheer Kroondomein

  

790

790

700

803

‒ 103

Regio Deals

   

33.278

124.129

 

124.129

Leningen

  

26.259

25.297

24.116

26.345

‒ 2.229

Rente en aflossingen voor bestaande leningen

  

26.259

25.297

24.116

26.345

‒ 2.229

Opdrachten

  

25.091

32.457

196.648

45.678

150.970

Natuur en Biodiversiteit Grote wateren

  

6.028

9.336

10.109

11.265

‒ 1.156

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

  

4.678

4.256

6.119

8.510

‒ 2.391

Overige stelsel activiteiten

  

1.480

4.068

4.687

4.095

592

Internationale Samenwerking

  

4.118

2.495

1.600

3.415

‒ 1.815

Natuur en Biodiversiteit op land

  

8.337

9.518

103.456

11.253

92.203

Caribisch Nederland

  

402

2.572

2.629

623

2.006

Klimaatimpuls natuur en biodiversiteit

  

48

119

67.549

6.000

61.549

Regio deals

  

0

93

499

517

‒ 18

Bijdragen aan medeoverheden

  

381

983

373

0

373

Caribisch Nederland

  

381

983

373

0

373

Bijdragen aan agentschappen

  

28.018

25.597

29.687

29.397

290

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

  

21.063

18.512

21.534

19.579

1.955

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

  

6.955

7.085

8.153

9.818

‒ 1.665

Bijdragen aan ZBO’s /RWT’s

  

26.967

27.814

28.510

27.276

1.234

Staatsbosbeheer

  

26.967

27.814

28.510

27.276

1.234

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

  

1.175

1.357

1.847

1.639

208

Contributies

  

1.175

1.357

1.847

1.639

208

Storting begrotingsreserve

   

500.000

131.361

 

131.361

Storting begrotingsreserve stikstof

   

500.000

131.361

 

131.361

Ontvangsten

  

55.777

44.249

183.436

39.656

143.780

Landinrichtingsrente

  

38.243

36.712

30.481

31.418

‒ 937

Verkoop gronden

  

15.000

5.000

2.933

3.933

‒ 1.000

Overige

  

2.534

2.537

3.472

4.305

‒ 833

Onttrekking begrotingsreserve

    

146.550

0

146.550

Voor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen in de realisatie versus de vastgestelde begroting 2020, zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de staffel die te vinden is in de leeswijzer van dit jaarverslag.

Verplichtingen

De € 517,8 mln. aan hogere verplichtingen is voornamelijk het gevolg van de volgende mutaties: Voor het aangaan van de 3e tranche Regio Deals en voor de Regio Deal Rotterdam-Zuid is het verplichtingenbudget met € 174 mln. verhoogd. Verder is € 131 mln. aan het verplichtingenbudget toegevoegd voor de storting in de begrotingsreserve stikstof. Daarnaast is er verplichtingenruimte aan de begroting toegevoegd voor veenweide (€ 126mln.) en voor de uitvoering van het Interbestuurlijk Programma ‘Naar een vitaal platteland’ (€ 40 mln.). Tot slot is het verplichtingenbudget met € 51 mln. verhoogd in verband met het aangaan van verplichtingen voor de natuurherstelmaatregelen en de pilot natuurbank.

Uitgaven

Subsidies

Regiodeals

De uitgaven voor de Regiodeals worden van dit artikel van de LNV begroting gedaan. Daartoe is vanaf de Aanvullende post van Financiën € 89,8 mln. overgeheveld voor de vervolgtermijnen van de 3e tranche. Deze middelen zijn in 2020 overgeheveld naar de regio’s middels specifieke uitkeringen. Daarnaast is vanaf artikel 51 ‘Nog onverdeeld’ € 40,8 mln. overgeboekt voor de uitkering van de Regio Deal Rotterdam Zuid. Verder zorgt een afdracht van compensabele btw aan het btw-compensatiefonds (BCF) voor een verlaging van het uitgavenbudget met € 6,5 mln.

Beheer Kroondomein

Het Loo is een landgoed van circa 10.400 hectare en bestaat uit twee deelgebieden: de Staatsdomeinen bij Het Loo en het eigenlijke Kroondomein. Bij de Staatsdomeinen bij Het Loo zijn de baten en lasten voor rekening van de Staat. De Kroondrager is economisch eigenaar van het eigenlijke Kroondomein en heeft hierop het vruchtgebruik en gebruikersrechten alsmede de lasten. Het juridisch eigendom berust bij de Staat. Het Rijk heeft in 2020 net als in voorgaande jaren een subsidie verstrekt aan de Kroondrager, als privaatrechtelijk vruchtgebruiker van het eigenlijke Kroondomein, voor beheers- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein Het Loo. Deze subsidie bedroeg in 2020 € 0,7 mln.

Opdrachten

Natuur en biodiversiteit op land

In 2020 is op dit artikelonderdeel € 92,2 mln. meer uitgeven ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit komt hoofdzakelijk door de toevoeging van de Regeerakkoordmiddelen voor het Interbestuurlijk Programma ‘Naar een Vitaal Platteland’ (€ 40 mln.). Dit betreft de integrale aanpak van de veranderingsopgaven in het landelijk gebied in vijftien kansrijke gebieden. Vanuit het budget van ‘Klimaatimpuls natuur en biodiversiteit’ is € 10,9 mln. toegevoegd aan het budget. In 2020 is daarmee € 50,9 mln. voor het uitvoering van de gebiedsplannen beschikbaar gesteld.

Daarnaast is vanuit de begrotingsreserve stikstof € 38,4 mln. aan het onderdeel ‘Natuur en biodiversiteit op land’ toegevoegd voor de toekenning van de opdracht aan Staatsbosbeheer voor het treffen van natuurherstelmaatregelen in stikstofgevoelig Natura2000 areaal. Verder is € 6,6 mln. vanuit de begrotingsreserve stikstof toegevoegd voor de toekenning van een opdracht aan Staatsbosbeheer voor de uitvoering van de pilot van de natuurbank. De middelen worden ingezet voor onderzoek en uitwerking van de vormgeving en voor het realiseren van circa 300 hectare (in 2020 en 2021) natuurcompensatie door Staatsbosbeheer waarmee de eerste ervaringen worden opgedaan die kunnen worden benut bij de verdere uitwerking van de natuurbank.

Klimaatimpuls natuur en biodiversiteit

De € 61,5 mln. hogere uitgaven ten opzichte van de begroting, worden voornamelijk veroorzaakt door de toevoeging van de klimaatmiddelen voor Veenweide vanaf de Aanvullende post van het Ministerie van Financiën. Het gaat om € 76,5 mln. voor de impuls en de pilots en onderzoeken rondom veenweidegebieden. Voor de impuls van veenweidegebieden is in totaal € 100 mln. gereserveerd, waarvan € 57,5 mln. in 2020 via een specifieke uitkering aan de provincies is uitgekeerd. Deze middelen worden gebiedsgericht ingezet om een impuls te geven aan het veenweidegebied in de periode 2020 en 2021Verder is er vanuit dit budget € 10,9 mln. overgeheveld naar het opdrachtenbudget voor Natuur en biodiversiteit op land in verband met een bijdrage aan de uitvoering van pilots in de veenweidegebieden die onderdeel uitmaken van het Interbestuurlijk Programma ‘Naar een vitaal platteland’. Het restant van de middelen voor veenweide is ingezet voor gebiedsgerichte pilots en demo's, voor monitoring en onderzoek om de uitrol van de resultaten van de pilots mogelijk te maken en voor de begeleiding van boeren in veenweidengebieden.

Storting begrotingsreserves

Storting begrotingsreserve stikstof

Er is € 131,4 gestort in de begrotingsreserve stikstof. Het gaat om middelen ten behoeve van de stikstofmaatregelen die door vertraging niet in 2020 tot uitputting zijn gekomen, maar zo wel ten behoeve van het stikstofbeleid beschikbaar blijven. Het gaat om het budget voor de eerste tranche van de Gerichte opkoop van agrarische bedrijven rondom Natura2000-gebieden (€ 99,5 mln.), middelen voor de Regeling versneld natuurherstel (€ 21,6 mln.), en uitvoeringskosten voor de Natuurbank (€ 0,2 mln.). Tevens is de reserve aangevuld met € 10 mln., bestemd voor het Omschakelprogramma in het kader van stikstofaanpak.

Ontvangsten

Onttrekking begrotingsreserve stikstof

In 2020 is € 146,6 mln. onttrokken aan de begrotingsreserve stikstof. Het gaat onder andere om € 80 mln. voor de gerichte opkoop van veehouderijen rondom Natura2000-gebieden. Dit budget is toegevoegd aan het opdrachtenbudget van ‘Natuur en biodiversiteit op land’. Daarnaast is € 60 mln. onttrokken, bestemd voor het treffen van natuurherstelmaatregelen door terreinbeherende organisaties. Uit dit bedrag is een opdracht aan Staatsbosbeheer van € 38,4 mln. verstrekt voor het treffen van natuurherstelmaatregelen. De resterende € 21,6 mln. in 2020 die zijn bestemd voor de regeling versneld natuurherstel en uitvoeringskosten, zijn aan het eind van het jaar aan de begrotingsreserve toegevoegd. Ook is € 6,6 mln. aan de begrotingsreserve onttrokken voor de pilot van de natuurbank, waarmee de eerste ervaringen opgedaan worden die benut kunnen worden bij de verdere uitwerking van de natuurbank.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve stikstof

Stand 1/1/2020 (bedragen x € 1.000)

500.000

+ Storting

131.361

– Onttrekking

146.550

Stand per 31/12/2020

484.811

De begrotingsreserve stikstof is ingesteld voor het nemen van bron- en natuurherstelmaatregelen, samenhangend om de reductie van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden te realiseren. Omdat de aard en timing van de maatregelen ten tijde van dit besluit onzeker was, heeft het kabinet eind 2019 besloten om een tijdelijke begrotingsreserve in te stellen voor de periode 2020 en 2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 193). De reserve is eind 2019 eenmalig gevuld met € 500 mln. De beschikbare middelen uit de reserve worden in 2020 en 2021 opgevraagd en landen als ontvangsten op de LNV-begroting.

  • Voor de gerichte opkoop van agrarische bedrijven rondom Natura 2000-gebieden is vanuit de reserve € 250 mln. beschikbaar. Dit komt bovenop de in het Klimaatakkoord gereserveerde € 100 mln. voor veehouderij rondom Natura 2000-gebieden.

  • Voor het nemen van natuurherstelmaatregelen is in totaal € 250 mln. gereserveerd. Hiervan is € 125 mln. bestemd voor het treffen van natuurherstelmaatregelen door terreinbeherende organisaties. In 2020 is een opdracht van 38,4 mln. aan Staatsbosbeheer verstrekt voor het treffen van natuurherstelmaatregelen. De resterende € 125 mln. uit de reserve is gereserveerd voor het opzetten van de natuurbank, bedoeld voor natuurcompensatie van de schade als gevolg van projecten in het kader van de veiligheid van rijksinfrastructuur, waterveiligheid en defensieprojecten die een veiligheidsbelang vertegenwoordigen. In 2020 is gestart met de uitvoering van pilot van de natuurbank.

Licence