Base description which applies to whole site

4.2 Artikel 13 Spoorwegen

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2021 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van de uitvoering art. 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

1.810.157

1.436.876

1.849.882

1.940.505

2.441.760

8.792.639

‒ 6.350.879

1

Uitgaven

2.154.280

2.123.334

1.931.571

2.048.323

2.156.463

9.072.039

‒ 6.915.576

 

13.02 Beheer onderhoud en vervanging

1.372.035

1.514.397

1.457.826

1.506.274

1.595.770

1.497.541

98.229

2

13.03 Aanleg

604.096

457.267

319.486

377.159

370.295

262.627

107.668

 

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

534.509

382.065

280.745

335.476

331.281

206.487

124.794

3

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

28.178

57.867

17.486

19.181

12.499

12.897

‒ 398

 

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

38.142

16.652

20.952

21.371

24.273

38.383

‒ 14.110

4

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

3.267

683

303

1.131

2.242

4.860

‒ 2.618

 

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

161.552

141.680

144.269

154.900

190.398

164.871

25.527

5

13.07 Rente en aflossing

16.597

9.990

9.990

9.990

0

7.147.000

‒ 7.147.000

6

13.09 Ontvangsten

242.727

222.780

203.626

234.471

187.656

198.538

‒ 10.882

7

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdelen en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. Op de verplichtingen is € 6,4 miljard minder gerealiseerd dan begroot. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de fiscale afrekening die samenhangt met de omvorming van ProRail tot ZBO (€ 7 miljard) is doorgeschoven naar 2022. Daarnaast is er voor ca. € 400 miljoen aan verplichtingenruimte voor de subsidie voor exploitatie, onderhoud en vervanging voor het jaar 2022 (die reeds in 2021 is verplicht) naar voren gehaald.

  • 2. De hogere realisatie van € 98 miljoen wordt toegelicht in de specifieke toelichting bij artikel 13.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging.

  • 3. De hogere realisatie van € 124 miljoen wordt veroorzaakt door mutaties op de verschillende projecten op het programma realisatie personenvervoer. Voor een toelichting op deze verschillen (per project) wordt verwezen naar de specifieke toelichtingen bij dit artikelonderdeel 13.03.01.

  • 4. De lagere realisatie van € 14 miljoen wordt veroorzaakt door mutaties op de verschillende projecten op het programma verkenningen en planuitwerking personenvervoer. Voor een toelichting op deze verschillen (per project) wordt verwezen naar de specifieke toelichtingen bij dit artikelonderdeel 13.03.04.

  • 5. De hogere realisatie van € 25,5 miljoen wordt toegelicht in paragraaf 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS.

  • 6. De rente en aflossing ad € 7,1 miljard wordt niet gerealiseerd in verband met het uitstel van de omvorming van Prorail tot ZBO naar 2022.

  • 7. De ontvangsten vallen per saldo € 11 miljoen lager uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de verrekening van het voorschot op de subsidies van € 34 miljoen aan ProRail voor Beheer en Onderhoud en aanlegprojecten. Daartegenover staat dat de voorlopige HSL-heffing 2020 € 33 miljoen lager is dan begroot en in 2021 de kosten van € 15 miljoen voor het inbouwen van ERTMS in de treinen zijn verrekend met de concessievergoeding. kosten verrekend is met de concessievergoeding. Voor een uitgebreidere toelichting op deze verschillen wordt verwezen naar paragraaf 13.09.

13.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 wordt de taakorganisatie ProRail via de beheerconcessie belast met het beheer en onderhoud van de landelijke spoorweginfrastructuur.

De subsidie aan ProRail wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor het in goede gebruikstoestand houden van de landelijke spoorweginfrastructuur. Per 1 januari 2008 wordt ProRail aangestuurd op output. Dat betekent dat de Minister van IenW afspraken maakt met ProRail over de te realiseren prestaties op basis van een resultaatverplichting. Met ingang van de Beheerconcessie 2015–2025 worden voor de kernprestatie-indicatoren (KPI’s) bodemwaarden afgesproken. Die prestaties worden jaarlijks opgenomen in het beheerplan van ProRail. De Minister van IenW moet instemmen met de prestaties waarvoor bodemwaarden gelden. Het beheerplan wordt aan de Tweede Kamer toegezonden.

In bijlage 2 ‘Instandhouding’ van dit jaarverslag wordt ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen.

Producten

Subsidie voor kapitaallasten en onderhoud

In 2021 is € 98 miljoen (inclusief btw) meer aan subsidie aan ProRail betaald dan oorspronkelijk was begroot. Dit wordt veroorzaakt door het terugdraaien van de zbo-correctie voor btw 2021 (€ 17 miljoen), de prijsbijstelling 2021 van € 35 miljoen, uitgevoerd werk waarvoor het budget op andere artikelen was begroot (€ 12 miljoen), een kasschuif (versnelling) van per saldo € 32 miljoen en de verrekening van het voorschot bij vaststelling van de subsidie 2020 van € 2 miljoen (zie ook de ontvangsten op artikel 13.09). Afrekening van de subsidie 2021 vindt plaats via de vaststelling van de subsidie na afloop van het jaar.

In onderstaand overzicht zijn de mutaties tussen begroting en realisatie opgenomen. In bijlage 1 van dit jaarverslag is nadere informatie opgenomen over de betalingen door IenW aan ProRail.

Tabel 18 Overzicht mutaties tussen begroting en realisatie bij 13.02: Beheer, onderhoud en vervanging (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving

Begroting 2021

Terugdraaien zbo-effect btw 2021

Prijsbijstel-ling 2021

Overheveling uit andere budgetten

Kasschuif en saldo i.v.m. versnelde uitgaven 2020-2021

Desaldering i.v.m. vaststelling subsidie 2020

Realisatie 2021

Subsidie exclusief btw

1.187

 

29

10

32

2

1.260

Compensatie btw subsidie

233

17

6

2

6

0

264

Compensatie btw gebruiksvergoeding

78

   

‒ 6

 

72

Totaal artikel 13.02

1.498

17

35

12

32

2

1.596

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

In het onderzoek naar de instandhoudingskosten van ProRail dat in 2020 door PwC/Rebel is uitgevoerd is tevens een analyse uitgevoerd naar het uitgesteld en achterstallig onderhoud van de spoorassets (Kamerstukken II 2019/20, 35570, nr. 46). Uit deze analyse blijkt dat er sprake is van enig uitgesteld onderhoud. De risico’s van het uitgesteld onderhoud lijken beperkt, omdat een groot deel van dit uitgesteld onderhoud weloverwogen en bewust ontstaat omdat dit past binnen de asset management strategie van ProRail. In incidentele gevallen is sprake van achterstallig onderhoud (Rotterdamse haven; voor het oplossen hiervan is een verbeterprogramma ingericht, zie o.a. Kamerstukken II 2021/22, 29984, nr. 954).

In haar rapportage «Staat van de Infra» concludeert ProRail dat de technische staat van de Nederlandse spoorinfrastructuur in 2020, net als in 2017 en 2019, gemiddeld goed was (Kamerstukken 35925-A-25). Er heeft vergeleken met 2019 beperkt verandering plaatsgevonden in de veroudering of verjonging van de systemen. De hoeveelheid storingen is vergelijkbaar met de hoeveelheid in 2019, en de hoeveelheid veiligheidsincidenten is gedaald. ProRail stelt, net als over 2019, dat de spoorinfrastructuur veilig en betrouwbaar is. Een belangrijk aandachtspunt blijft de de situatie in de Rotterdamse haven. ProRail is daar begonnen met het wegwerken van het achterstallig onderhoud, wat nog enkele jaren in beslag zal nemen. ProRail is naar aanleiding van de rapportage van CrisisLab verzocht om in het Staat van de Infrastructuurrapport de koppeling aan te scherpen tussen de situatie in de praktijk en de theoretische levensduur. ProRail heeft daar uitvoering aan gegeven door de technische conditie van de assets, zoals deze vastgesteld wordt door het uitvoeren van inspecties en metingen in de praktijk, te integreren met de theoretische levensduur, zoals deze wordt bepaald op basis van levensduurtabellen en beleid. Hiermee kan de resterende levensduur nauwkeuriger bepaald worden en kan tijdig de vervanging ingepland worden. De beweging hiervoor is ingezet voor de systemen ‘Spoor’ en ‘Bruggen & Tunnels’, en zal de aankomende jaren uitgebreid worden naar de andere systemen.

13.03 Aanleg Spoor

IenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • door IenW uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;

  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Tabel 19 Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Realisatieprogramma Spoorwegen personenvervoer (bedragenx € 1 miljoen)

Realisatieprogramma Personenvervoer (13.03.01)

Kasbudget 2021

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

 

begroting

realisatie

verschil

begroting

huidig

begroting

huidig

 

Projectomschrijving

2021

  

2021

 

2021

  

Projecten Nationaal

        

Be- en bijsturing toekomst

0

2

2

16

16

2021

2021

1

Geluidsanering Spoorwegen

12

13

1

699

711

divers

divers

 

Innovatieprogramma Spoortrillingen

0

3

3

0

20

divers

divers

 

Maatregelenpakket HSL-Zuid

36

46

10

132

130

divers

divers

2

Programma Behandelen en Opstellen

23

6

‒ 17

155

152

divers

divers

3

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

1

0

‒ 1

27

27

2011/ 2018- 2024

2011/ 2018- 2024

 

Verbeteraanpak stations

1

0

‒ 1

11

11

2020

2020

4

Verbeteraanpak trein

0

0

0

43

42

2018/2019

2018/2019

 

Spoorcapaciteit 2030

36

23

‒ 13

138

240

divers

divers

5

Stations en stationsaanpassingen

        

Kleine stations

0

0

0

53

53

divers

divers

6

Toegankelijkheid stations

35

36

1

500

505

divers

divers

 

Overige projecten/lijndelen etc.

        

Aanleg ATBvv

13

1

‒ 12

70

72

divers

divers

7

Booggeluid

1

1

0

3

4

divers

divers

 

Fietsparkeren bij stations

65

32

‒ 33

418

424

divers

divers

8

Kleine projecten personenvervoer

10

7

‒ 3

103

228

divers

divers

 

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

5

1

‒ 4

69

70

divers

divers

9

Overwegenaanpak

28

29

1

759

889

divers

divers

10

Ontsnippering

6

3

‒ 3

81

81

divers

divers

11

Programma aanpak suïcidepreventie

2

4

2

10

11

2021

2021

12

Programma kleine functiewijzigingen

22

22

0

383

382

divers

divers

 

Projecten Noordwest-Nederland

        

Amsterdam CS, Cuypershal

6

0

‒ 6

27

27

2022

2022

13

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

0

0

0

408

408

2016

2016

 

Projecten Zuidwest-Nederland

  

0

0

0

   

Den Haag emplacement

3

3

0

66

71

2023‒ 2025

2023‒ 2025

14

Rijswijk - Schiedam incl. spoorcorridor Delft

3

4

1

608

612

2023‒ 2025

2023‒ 2025

15

Projecten Oost Nederland

        

Traject Oost

6

0

‒ 6

240

238

divers

divers

16

Projecten Noord Nederland

        

Zwolle - Herfte

36

58

22

217

264

2017/ 2021

2017/ 2021

17

Sporendriehoek Noord-Nederland

28

15

‒ 13

140

142

divers

divers

18

Afrondingen

‒ 2

2

4

0

    

Totaal uitvoeringsprogramma

376

311

‒ 65

5.376

5.830

   

Planuitwerkingsuitgaven op 13.03.04 mbt realisatieprojecten

‒ 45

‒ 10

35

‒ 288

‒ 228

   

Afrekening voorschotten

 

29

29

146

175

   

Programma Realisatie

331

330

‒ 1

5.234

5.777

   

Realisatieuitgaven op 13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

1

1

0

4

    

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

332

331

‒ 1

5.238

5.777

   

Overprogrammering (-)

‒ 126

0

126

     

Toelichting

Op artikelonderdeel 13.03.01 is er € 124 miljoen meer gerealiseerd. Deze hogere realisatie is het gevolg van onderstaande mutaties bij de projecten.

  • 1. Be- en bijsturing Toekomst: De hogere realisatie wordt met name verklaard doordat er via scope-uitbreiding van de bestaande deelprojecten nadere invulling is gegeven aan het resterende budget.

  • 2. Maatregelenpakket HSL-Zuid: de start van de 2e fase van geluisschermen is eerder van start gegaan dan gepland in de begroting (2022).

  • 3. Programma Behandelen en Opstellen:

    Kas: de lagere kasrealisatie is met name het gevolg van het later afronden van een aantal planstudies. De uitwerking van extra onderzoeksvragen i.v.m. integratie met het 740m-goederenwachtspoor en integratie van wisselsaneringen bij bovenbouwvernieuwingen kostte meer tijd dan verwacht. Daarnaast is er vanwege het taakstellend budget een herprioritering doorgevoerd en wordt op basis daarvan de programmascope anders ingevuld.

    Projectbudget: vanuit het programma Behandelen en Opstellen is behoefte aan extra opstelcapaciteit in de regio. Deze uitbreiding wordt meegenomen in de uitwerking van PHS Nijmegen. Om die reden is de hiervoor gereserveerde € 6,2 miljoen overgeboekt naar het PHS budget (IF 17.10.02)

  • 4. Verbeteraanpak stations: Bij het opstellen van de begroting 2021 was het uitgangspunt dat bij een succesvolle pilot van het project Informatiepunt er in 2020 een subsidieaanvraag voor tranche 4 zou worden ingediend. Op basis van de uitkomsten van de pilot is besloten is het project te schrappen waardoor de hiervoor geplande uitgaven niet zijn gerealiseerd.

  • 5. Spoorcapaciteit 2030

    • Kas: bij het opstellen van de Ontwerpbegroting 2021 was het programma nog beperkt uitgewerkt, tijdens het uitwerken van de subsidieaanvraag tranche III is gedetailleerd zicht gekomen op de exacte benodigde investeringen inclusief de planning en bijbehorende kasstromen.

    • Projectbudget: het projectbudget is verhoogd met € 87 miljoen vanuit de investeringsruimte voor diverse maatregelen zoals verzwaring van tractie- en energievoorziening en perronverlengingen in de verschillende delen van het land. Daarnaast is € 15 miljoen toegevoegd voor verdere voorbereidende stappen voor een systeemkeuze in de tractie-energievoorziening (Kamerstuk 35570-A nr. 45) en € 1,2 miljoen vanuit het programma Verbeteraanpak Trein zijnde de vrijval binnen dit programma. Voor de aanleg van de scope van Overwegen Gilze en Rijen is € 2,5 miljoen overgeboekt naar het programma Overwegen (LVO). Tenslotte is vanuit het projectbudget Spoorcapaciteit 2030 € 1,9 miljoen overgeboekt naar PHS Amsterdam om de corridor Alkmaar-Amsterdam toekomstvast aan te leggen door het aanleggen van aanvullende seinen en € 1,5 miljoen voor het toekomstvast aanleggen van PHS Rotterdam-Rijswijk door een perronverlenging op Rotterdam CS.

  • 8. Kleine stations:

    • Projectbudget: de verlaging van het projectbudget wordt verklaard doordat de voor Station Hoogkerk gereserveerde middelen ad € 6,9 miljoen zijn overgemaakt naar de provincie Groningen

  • 10. Aanleg Atb-vV:

    De verdere aanleg van ATB-Vv heeft als doel om het aantal STS-passages (stop tonend sein passages) en de veiligheidsrisico’s als gevolg daarvan terug te dringen. De afgelopen periode heeft met de spoorsector overleg plaatsgevonden over de vraag welke seinen nog in aanmerking komen voor uitrusting met ATB-Vv en waar eventuele andere maatregelen effectief zijn. Als gevolg van dit overleg en de doorlooptijd die dit kostte is de realisatie van de verdere ATB-Vv-aanleg achtergebleven bij de eerdere prognoses.

  • 11. Fietsparkeren bij stations:

    De lagere realisatie wordt met name verklaard doordat in de begroting 2021 de toegevoegde tranches vanuit het Klimaatakkoord niet gebaseerd waren op geraamde uitgaven van aan te leggen stallingen. Daarnaast is er bij een groot aantal stallinglocaties nog geen door alle betrokken partijen gedragen plan waardoor vertraging in het besluitvormingsproces ontstaat. Tevens verlopen de afrondende werkzaamheden bij een aantal stallinglocaties minder voorspoedig dan gedacht waardoor geplande uitgaven naar latere jaren verschuiven.

  • 12. Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

    Uitgaven op de post nazorg betreffen o.a. reserveringen voor met name afwikkeling van claims, geschillen, grond juridische zaken en geluidsanering. Deze uitgaven zijn onzeker en derhalve lastig te prognosticeren. De raming voor 2021 bleek te hoog ingeschat.

  • 13. Overwegenaanpak:

    Projectbudget: sinds 2018 zijn 67 van de 180 onbeveiligde overwegen (NABO’s) uit het NABO-programma aangepakt. Om de overige 113 NABO’s ook aan te kunnen pakken is besloten om de komende drie jaar ca. € 37,5 miljoen per jaar extra in het NABO-programma te investeren (Kamerstukken 29 893, nr. 249). Daarnaast is voor de aanleg van de scope van Overwegen Gilze en Rijen vanuit het PHS-budget € 4,3 miljoen toegevoegd en vanuit het budget Spoorcapaciteit 2030 € 2,5 miljoen.

  • 14. Ontsnippering: Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. In de begroting 2021 was uitgegaan van de uitvoering van deelproject «Notterveld» door ProRail. Besloten is dat dit project in samenhang met het project N35 Nijverdal-Wierden zal worden uitgevoerd door RWS. Gevolg is een lagere kasrealisatie in 2021.

  • 15. Programma Suïcide:

    Een groot deel van de voor 2022 geplande maatregelen bleek al uitvoerbaar in 2021 waardoor de uitgaven in 2021 hoger zijn uitgevallen dan eerder gepland.

  • 16. Amsterdam Cuypershal:

    Bij het opstellen van de kasraming voor 2021 werd uitgegaan van een succesvolle aanbesteding. Het verschil tussen het beschikbare budget en de inschrijvingen op de aanbesteding bleek echter dermate groot, dat verstrekken van de opdracht niet mogelijk bleek. Hierdoor worden er geen uitgaven gerealiseerd in 2021. Met ProRail wordt overlegd hoe het project opgesplitst kan worden, opdat urgente werkzaamheden zo snel mogelijk binnen het budget gerealiseerd kunnen worden. De resterende werkzaamheden kunnen waarschijnlijk pas na realisatie van het project PHS Amsterdam CS (na 2030) worden uitgevoerd.

  • 17. Emplacement Den Haag Centraal

    Projectbudget: aan het project zijn de werkzaamheden vanuit het programma Kleine Functiewijzigingen op het emplacement Binckhorst toegevoegd. Om die reden is € 3,6 mln. vanuit dit programma aan het projectbudget toegevoegd.

  • 18. Sporen Schiedam -Rotterdam: Dit project is afgerond.

  • 19. Traject Oost:

    Dit programma bestaat uit 2 deelprojecten. Bij het deelproject Maarsen is sprake van opgelopen vertraging in de grondverwerving door de Provincie Utrecht waardoor de start van de bouw is verschoven van begin naar eind 2022. De hiermee samenhangende uitgaven verschuiven eveneens. Bij het deelproject Driebergen-Zeist blijkt het mogelijk om op basis van een inventarisatie van de restwerkzaamheden en restrisico’s een deel van het projectbudget in te leveren.

  • 20. Zwolle – Herfte:

    • Kas: de eerder afgegeven raming is met name bijgesteld naar aanleiding van de verwerking van de bijgestelde termijnstaten van de Alliantie en het bijstellen van de begrote kosten van de buitendienststelling (buskosten) voor de zogenoemde «blauwe brug».

    • Projectbudget: Gedurende de uitvoering bleek dat bij de toenmalige aanbesteding de (financiële) risico’s onvoldoende in beeld waren en er een tekort zou ontstaan. De buitensituatie bleek complexer dan aangenomen en het uitgevraagde ontwerp bleek niet maakbaar waardoor aanpassingen in ontwerp en fasering nodig waren. Tevens was er sprake van hogere verbussingskosten door nieuwe bouwfaseringen. Om de hierdoor ontstane meerkosten te dekken is € 45,6 miljoen toegevoegd aan het projectbudget vanuit de investeringsruimte Spoor (Artikelonderdeel 20.05)

      Uitvoeringsprogramma Geluid (UPGE):

      De lagere realisatie wordt veroorzaakt doordat de uitvoering van de locaties Venlo en Heerlen on hold staat. Er spelen op deze locaties projecten (bijv. langere goederensporen op Venlo, bij Heerlen de spoorverdubbeling en mogelijk verplaatsing van Arriva-activiteiten) waardoor het op dit moment onduidelijk is hoe de toekomstige representatieve bedrijfssituaties gaan zijn. Als dat helder is kan pas geluidsonderzoek plaatsvinden en een vergunningaanvraag opgesteld worden.

  • 18. Sporendriehoek Noord Nederland:

    • Dit programma bestaat meerdere deelprojecten. Bij het deelproject Hoogeveen snelheidsverhoging is de indienststellingsdatum vanwege het niet toekennen van gevraagde TVP's (Trein Vrije Periodes) verschoven van oktober 2021 naar medio 2022. Dit heeft geleid tot een kasschuif van 2020 en 2021 naar latere jaren. Daarnaast was voor 2021 rekening gehouden met onvoorziene uitgaven (risico’s) ten behoeve van het gehele programma, maar het bleek niet nodig deze post in 2021 aan te spreken.

      13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Tabel 20 Projectoverzicht behorende bij 13.03.02: Realisatieprogramma Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

Realisatieprogramma Goederenvervoer (13.03.02)

Kasbudget 2021

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

 

begroting

realisatie

verschil

begroting

huidig

begroting

huidig

 

Projectomschrijving

2021

  

2021

 

2021

  

ProRail Projecten

        

Projecten Nationaal

        

Kleine projecten goederenvervoer

0

0

0

11

10

divers

divers

 

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua

2

2

0

170

170

divers

divers

 

Programma Emplacementen op orde

4

4

0

61

71

divers

divers

1

Projecten Zuidwest-Nederland

        

Calandbrug

0

1

1

162

163

2020/ 2025

2020/ 2025

 

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

0

0

0

24

23

divers

divers

 

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

0

0

0

227

231

divers

divers

 

Projecten Zuid-Nederland

        
         

Projecten Oost Nederland

        

Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)

6

6

0

137

138

divers

divers

2

Overige projecten

  

0

     

Nazorg gereedgekomen projecten

0

0

0

9

9

divers

divers

 

Afrondingen

        

Totaal uitvoeringsprgramma

12

13

1

800

815

   

Planuitwerkingskosten realisatieprogramma t.l.v. IF 13.03.05

   

‒ 106

‒ 112

   

Afrekening voorschotten

1

1

0

17

18

   

Programma Realisatie

13

14

1

711

721

   

Realisatieuitgaven binnen het planuitwerkingsprogramma

 

‒ 2

      

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

13

12

‒ 1

711

721

   

Toelichting

Op artikelonderdeel 13.03.02 is er € 1 miljoen minder gerealiseerd. Deze lagere realisatie is het gevolg van onderstaande mutaties bij de projecten.

  • 1. Programma emplacementen op orde:

  • Kas: in de begroting 2021 was het deelproject Brandbestrijdingsvoorzieningen op de Havenemplacementen Rotterdam nog niet voorzien. Voor dit deelproject is medio 2021 de realisatiebeschikking afgegeven en is de uitvoering gestart wat heeft geleid tot een hogere realisatie in 2021 dan gepland.

  • Projectbudget: binnen het programma PAGE was rekening gehouden met een bijdrage voor de Zuidelijke spoorboog Sittard. Dit project wordt echter niet uitgevoerd en de resterende middelen zijn toegevoegd aan het programma emplacementen op orde. Dit programma heeft dezelfde doelstelling, namelijk het verlagen van het omgevingsrisico op goederenemplacementen.

  • Page risicoreductie: Binnen het programma PAGE was rekening gehouden met een bijdrage voor de Zuidelijke spoorboog Sittard. Dit project wordt echter niet uitgevoerd en de resterende middelen zijn toegevoegd aan het programma emplacementen op orde. Dit programma heeft dezelfde doelstelling, namelijk het verlagen van het omgevingsrisico op goederenemplacementen.

    2. Uitvoeringsprogramma Goederenroute Elst-Deventer-Twente: Dit programma bestaat uit meerder deelprojecten. De realisatie en oplevering van onderdoorgang Lentsesteeg (onderdeel deelproject Rheden) was geland voor in 2020/ 2021 maar door het niet verkrijgen van een geschikte TVP (Trein Vrije Periode) en vertraging ontstaan bij het proces om te komen tot een onherroepelijk bestemmingsplan, is de realisatie doorgeschoven naar 2023. Ook de overige overwegen in Rheden bleken complexer in de uitvoering dan verwacht waardoor de uitgaven verschuiven naar 2022.

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Tabel 21 Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Verkenningen en planuitwerkingen Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

Planuitwerkingsprogramma Personenvervoer (13.03.04)

Projectbudget

Indienststelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting

huidig

huidig

vorig

 

Planuitwerkingskosten van realisatieprogramma IF 13.03.01

288

228

   

Projecten Nationaal

     

Beter Benutten Decentraal Spoor (fase 2)

14

10

divers

divers

1

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

71

119

divers

divers

2

Kleine projecten Personenvervoer

10

14

divers

divers

 

Reizigersfonds

3

3

nvt

nvt

 

Regionale Knelpunten

32

12

divers

divers

3

Projecten Zuid-Nederland

     

Maaslijn

44

45

2024

2024

 

Toekomstvast Spoor Zuid NL

0

101

divers

divers

 

Projecten Zuidwest-Nederland

0

0

   

Projecten Oost-Nederland

     

Quick scan decentraal spoor Gelderland

18

18

divers

divers

 

Projecten Noordwest-Nederland

     

Multimodale knoop Schiphol

258

264

divers

divers

 

Overige projecten en reserveringen

     

Studie en innovatiebudget

32

39

  

5

Totaal programma planuitwerking en verkenning

770

853

   

Realisatieuitgaven binnen het planuitwerkingsprogramma

     

afrekening voorschotten

9

9

   

Begroting (IF 13.03.04)

779

862

   

Toelichting

Op artikelonderdeel 13.03.04 is er € 58 miljoen minder gerealiseerd. Deze lagere realisatie is het gevolg van onderstaande mutaties bij de projecten.

  • 1. Beter Benutten:

    De verlaging wordt verklaard door de overboeking vanuit het Infrastructuurfonds ten behoeve van de afrekeningen volgend uit de 1e tranche Beter Benutten. De afrekeningen zijn via de specifieke uitkering MaaS aan de regionale partijen overgemaakt.

  • 2. Grensoverschrijdend Spoorvervoer:

    De wijziging van het projectbudget wordt met name verklaard door de toevoeging van € 50 miljoen voor de reistijdversnelling van de IC Amsterdam-Berlijn, € 15 miljoen toevoeging voor een pakket toekomstvaste maatregelen voor de aanleg van een directe verbinding Eindhoven-Düsseldorf en € 10 miljoen voor de verbinding Emmen-Rheine. Daarnaast is € 11 miljoen overgeboekt naar de provincie Limburg ten behoeve van Heerlen-Landgraaf, € 13,7 miljoen naar de provincie Groningen ten behoeve van de 1e bouwstap van de Wunderline en is € 7 miljoen overgeboekt naar de beleidsbegroting HXII ter dekking van het exploitatietekort NS in verband met het doortrekken van de nachttrein Wenen/Innsbruck-Düsseldorf naar Amsterdam vv.

  • 3. Regionale knelpunten:

    In verband met diverse uitkeringen aan de regio is het projectbudget overgeboekt naar de beleidsbegroting HXII. Het betreft de projecten Sneek-Leeuwarden in de spits, Uitbreiding perroncapaciteit Heerlen Oost, Transfercapaciteit Nijmegen Heyendaal en Eindhoven XL HOV-3.

  • 4. Studie- en innovatie:

    Het budget studie – en innovatie is een stelpost voor studies waarvoor gedurende het jaar opdrachten worden verstrekt. Het is op voorhand niet aan te geven welk bedrag exact benodigd is voor welke studie. Daarnaast bepaalt het moment van facturering het verloop van de studie en het moment waarop de opdrachtnemer de factuur indient. Voor 2021 is de inschatting te positief geweest.

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer

Tabel 22 Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Verkenningen en planuitwerkingen Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer (13.03.05)

Projectbudget

Indienststelling

Toelichting

 

Projectomschrijving

begroting

huidig

huidig

vorig

  

Planuitwerkingskosten van realisatieprogramma IF 13.03.02

106

112

    

Projecten Nationaal

      

Kleine projecten Goederenvervoer

22

15

divers

divers

1

 

Overige projecten en reserveringen

      

Calandbrug

      

Projecten in voorbereiding

      

Overige projecten in voorbereiding

      

Gesignaleerde Risico's

      

Totaal programma planuitwerking en verkenning

128

127

    

afrekening voorschotten

      

Begroting (IF 13.03.05)

128

127

    

Toelichting

  • 1. Kleine projecten:

    De post kleine projecten bestaat uit meerdere deelprojecten. Het verschil in het totale projectbudget wordt met name veroorzaakt door de overboeking van € 12 miljoen naar de beleidsbegroting ten behoeve van de uitkering aan de Regio voor het project Railterminal Valburg.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw), conform de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenW.

Producten

Tabel 23 Projectoverzicht behorende bij 13.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Geïntegreerde contractvormen Spoorwegen (13.04)

Kasbudget 2021

 

Projectbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

begroting

realisatie

verschil

begroting

huidig

huidig

Beschikbaarheidsvergoeding1

163

190

27

3636

3588

2006

Rente- en belastingaanpassingen2

2

0

‒ 2

‒ 91

‒ 105

 

Totaal

165

190

25

3545

3483

 

Begroting (IF 13.04)

165

190

25

3545

3483

 

Toelichting

  • 1. De toename in de uitgaven voor de beschikbaarheidsvergoeding en overige afrekeningen bedraagt € 42 miljoen en heeft betrekking op indexering (€ 2 miljoen), compensatie voor spoorstaafschade (€ 33 miljoen) en de uitgevoerde maatregelen in het kader van met name de zettingsproblematiek (€ 7 miljoen).

  • 2. De lagere uitgaven als gevolg van het effect van de renteaanpassing voor 2021 bedraagt € 17 miljoen.

13.07 Rente en aflossing

Motivering

Op dit artikelonderdeel waren de eenmalige uitgaven (€ 7,147 miljard) begroot die samenhangen met de afrekeningen van de incidentele Vennootschapsbelasting, dividendbelasting en BTW tussen ProRail en de Belastingdienst als gevolg van de voorgenomen omvorming van ProRail tot zbo per 1 juli 2021. Over de achtergrond hiervan is de Kamer geïnformeerd bij de brieven van 11 december 2020 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 13) en 4 februari 2021 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 15).

Producten

Doordat de omvorming is uitgesteld heeft deze afrekening niet in 2021 plaatsgevonden.

13.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derde partijen voor spooruitgaven verantwoord. De gebruiksvergoeding die vervoerders aan ProRail betalen is in mindering gebracht op de subsidie die aan ProRail wordt betaald voor beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02).

Producten

Tabel 24 Ontvangstenoverzicht bij 13.09: Spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)

13.09 ontvangsten

Begroting

Realisatie

Verschil

Toelichting

Concessieprijs HRN, vervoerconcessie artikel 66.1

80

80

0

 

Beheer reisinformatiesysteem, vervoerconcessie artikel 66.2

‒ 8

‒ 8

0

 

Exploitatieverlies IC-Brussel 2019-2020, vervoerconcessie artikel 66.3

‒ 2

‒ 2

0

 

Decentralisatie stoptreindiensten, vervoerconcessie artikel 66.4

6

6

0

 

Ombouw toegankelijkheid, vervoerconcessie artikel 32 en bestuursovereenkomst

‒ 2

‒ 2

0

 

Ombouw ERTMS, vervoerconcessie artikel 70 en convenant

0

‒ 15

‒ 15

1

HSL-heffing 2020

88

55

‒ 33

2

Aflossing HSA 2009-2014, termijn 2021

33

33

0

 

Rentevergoeding HSA 2009-2014, termijn 2021

3

3

0

 

Prestatieboetes

0

0

0

 

Concessievergoedingen

198

150

‒ 48

 

Terugbetaling voorschotten

0

34

34

3

Bijdragen van derden

1

4

3

 

Totaal

199

188

‒ 11

 

Toelichting

  • 1. In 2021 zijn de kosten voor het inbouwen van ERTMS in de treinen (€ 15 miljoen) verrekend met de concessievergoeding.

  • 2. De voorlopige HSL-heffing 2020 is € 33 miljoen lager dan begroot vanwege de niet verschuldigde treinpaden als gevolg van de Corona-maatregelen. De definitieve heffing wordt op een later moment vastgesteld.

  • 3. Met ProRail is in 2021 in totaal € 34 miljoen verrekend in verband met voorschotten op de verleende subsidies. Hiervan heeft € 32 miljoen betrekking op aanlegprojecten en € 2 miljoen op beheer, onderhoud en vervanging. Deze ontvangsten zijn verrekend met de uitgaven op de artikelonderdelen 13.03 en 13.02.

Licence