Base description which applies to whole site

4.1 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 1 Investeren in waterveiligheid (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

364.968

708.835

278.012

280.032

765.964

847.847

‒ 81.883

1

Uitgaven

457.927

515.558

509.245

451.429

428.861

519.176

‒ 90.315

 

1.01 Grote projecten waterveiligheid

272.598

308.998

242.861

161.763

38.164

123.174

‒ 85.010

 

1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten

142.271

147.362

156.824

141.647

12.644

89.459

‒ 76.815

2

1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten

17.948

72.542

41.694

9.852

991

1.017

‒ 26

 

1.01.03 Ruimte voor de rivier

92.050

78.412

29.353

4.218

3.417

12.189

‒ 8.772

3

1.01.04 Maaswerken

20.329

10.682

14.990

6.046

21.112

20.509

603

 

1.02 Overige aanlegprojecten waterveiligheid

178.248

199.682

258.320

282.887

381.902

384.217

‒ 2.315

 

1.02.01 Verkenningen en planuitwerkingsprogramma

5.071

1.140

14.694

11.386

46.018

31.573

14.445

4

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

5.009

226

363

546

559

546

13

 

1.02.02 Realisatieprogramma

173.177

198.542

243.626

271.501

335.884

352.644

‒ 16.760

5

1.03 Studiekosten

7.081

6.878

8.064

6.779

8.795

11.785

‒ 2.990

 

1.03.01 Studie en onderzoekskosten

7.081

6.878

8.064

6.779

8.795

11.785

‒ 2.990

 

1.09 Ontvangsten

193.127

208.552

205.107

193.910

174.597

164.879

9.718

 

1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWPB-2

160.591

120.473

4.740

57.391

309

0

309

 

1.09.02 Overige ontvangsten HWPB-2

2879

0

1850

61

0

200

‒ 200

 

1.09.03 Ontvangsten waterschappen HWPB

23.642

57.149

166.088

117.901

169.964

160.536

9.428

6

1.09.04 Overige ontvangsten HWPB

617

728

3258

5.150

100

0

100

 

1.09.05 Overige aanleg ontvangsten

5.398

30.202

29.171

13.407

4.224

4.143

81

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De lagere realisatie op de verplichtingen (€ -81,9 miljoen) is te verklaren door:

    • Ruimte voor de Rivier (€ -10,4 miljoen). Bij de uitvoering van de resterende maatregelen zijn minder risico’s opgetreden dan verwacht, waardoor de risicoreservering is vrijgevallen (€ -8,9 miljoen). Daarnaast een lagere realisatie doordat enkele restpunten nog niet geheel zijn opgeleverd (€ -1,5 miljoen) en een nadeelcompensatie nog niet is afgerond (€ -0,1 miljoen);

    • Maaswerken (7,2 miljoen), waar meer verplichtingen aangegaan wegens versnelde aanlegwerkzaamheden;

    • Realisatieprogramma HWBP (€ -117,7 miljoen), dat bestaat uit een hogere realisatie op projecten (€ 416,4 miljoen):

      • Gorinchem-Waardenburg (€ 322,5 miljoen), goedgekeurd plan door provincie Gelderland. Het plan zou aanvankelijk in 2020 behandeld worden, maar de provincie Gelderland had de goedkeuring van dit plan naar 2021 verschoven;

      • Wijzing in het budget Wolveren naar aanleiding van herprogrammering (€ 52,7 miljoen);

      • Aanvraag beschikking Zwolle-Olst (€ 27 miljoen);

      • Aanpassen van verplichtingenbudget na update van de ramingen bij innovatieve projecten (€ 14,2 miljoen);

        Daartegenover staat een lagere realisatie (€ -534,1 miljoen) op de projecten:

      • Tiel-Waardenburg (€ -272,2 miljoen), waarvoor de goedkeuring van het plan door provincie Gelderland is verschoven naar 2022;

      • Verschuiven van verplichtingenbudget naar latere jaren, omdat beheerders bij voorbereiding van het project meer tijd nodig hebben (€ -194,5 miljoen), dit gaat op voor de projecten Zuid-Bevelanden (€ -77,9 miljoen), projecten < € 25 miljoen (€ -27,2 miljoen), Gouw Zee (€ -25,5 miljoen), Koehool-Lauwersmeer (€ -21,9 miljoen), Lob van Gennep (€ -15,7 miljoen), Sterke Lekdijk (€ -15,3 miljoen), Spijk-Werstervoort (€ -11 miljoen);

      • Maasovereenkomst (€ -55,6 miljoen), als gevolg van een update van de ramingen voor 2021, waardoor verplichtingenbudget is verschoven naar 2022;

      • IJsseldijk (€ -11,8 miljoen), waar een aanpassing van het verplichtingenritme het gevolg is van het schuiven van de risicoreservering;

    • Pannerdensch kanaal (€ -10,1 miljoen) als gevolg van PAS problematiek;

    • De hogere realisatie van € 50,1 miljoen betreft met name de meerjarige verplichting omtrent het perceel N307/Roggebotsluis van het project IJsseldelta fase 2 aan de provincie Flevoland;

    • Diverse kleine mutaties (-€ 1,0 miljoen).

  • Bij HWBP-2 Waterschapsprojecten (€ -76,8 miljoen) is minder gerealiseerd dan voorzien. De grootste afwijkingen betreffen:

    • Het project dijkversterking Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam. Hier is geen overeenstemming bereikt met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over de geclaimde meerkosten, waardoor deze (nog) niet zijn uitgekeerd (€ -89,4 miljoen).

    • Hogere realisatie bij het project Versterking Eemdijk, vanwege een snellere uitvoering door het waterschap (€ 12,6 miljoen).

  • Er is sprake van een lagere realisatie bij Ruimte voor de Rivier. Bij de uitvoering van de resterende maatregelen zijn minder risico’s opgetreden dan verwacht, waardoor de risicoreservering is vrijgevallen (€ -7,4 miljoen). Daarnaast een lagere realisatie doordat enkele restpunten nog niet geheel zijn opgeleverd (€ -1,2 miljoen) en een nadeelcompensatie nog niet is afgerond (€ -0,1 miljoen).

  • Er is sprake van een hogere realisatie op de planuitwerking en verkenningen van € 14,4 miljoen en wordt met name veroorzaakt door de betaling van het perceel N307/Roggebotsluis van het project IJsseldelta fase 2 aan de provincie Flevoland.

  • De lagere realisatie bij het artikelonderdeel 1.02.02 (€ -16,7 miljoen) is het gevolg van € 45 miljoen overprogrammering, Vertraging kribverlaging Pannerdensch Kanaal (€ -4 miljoen) als gevolg van PAS problematiek;

    Bij HWBP Waterschapsprojecten kent de lagere realisatie (€ -59 miljoen) diverse oorzaken door zowel projecten met een hogere als met een lagere realisatie. De hogere realisatie betreft het project Gorinchem-Waardenburg (€ 75,3 miljoen) waarbij conform de subsidieregeling extra bevoorschotting heeft plaatsgevonden. De lagere realisatie (€ -134,3 miljoen) betreft de projecten:

    • Maasovereenkomst, waar extra tijd nodig is voor bestuurlijke afstemming (€ -46,5 miljoen),

    • Tiel-Waardenburg, omdat voor het doorvoeren van versoberingen in het ontwerp meer tijd nodig is (€ -40,6 miljoen);

    • Koehool-Lauwersmeer (€ -21,9 miljoen), Sterke Lekdijk (€ -12,5 miljoen) en Zuid-Bevelanden (€ -15,5 miljoen), omdat beheerders bij voorbereiding van het project meer tijd nodig hebben;

    • Het restant van € 2,7 miljoen op HWBP betreft mutaties < € 1,5 miljoen (€ 2,7 miljoen).

    Het saldo op dit artikelonderdeel betreft mutaties op projecten < € 1,5 miljoen (€ 1,3 miljoen).

  • De hogere ontvangsten van het HWBP zijn het gevolg van hogere bijdragen vanuit de Waterschappen (€ 5,5 miljoen), prijsbijstelling (€ 3,7 miljoen) en een saldo (€ 0,2 miljoen).

1.01 Grote projecten waterveiligheid

Motivering

Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over programmering in 2021 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT Overzicht 2021, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2021.

Producten

1.01.01/02 Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103).

Conform de Regeling Grote Projecten heeft de Tweede Kamer in 2021 de Voortgangsrapportages 19 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 32 698, nr. 55) en 20 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 32 698, nr. 61) ontvangen .

Meetbare gegevens

Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Per 31 december 2021 voldoen 85 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Het programma bevindt zich inmiddels in de fase dat alle projecten in realisatiefase zijn. Er zijn twee resterende projecten in uitvoering.

Tabel 5 rojectoverzicht Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2021

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2021

realisatie

verschil

begroting2021

huidig

begroting2021

huidig

 

Projecten Nationaal

     

2022

2027

 

HWBP-2 Rijksprojecten

0

1

1

190

170

  

1

HWBP-2 Waterschapsprojecten

89

13

‒ 76

2.452

2.551

  

2

Overige projectkosten (programmabureau)

1

0

‒ 1

46

47

   

afrondingen

0

 

0

     

Programma realisatie

90

14

‒ 76

2.688

2.768

   

begroting (DF 1.01.01/02)

90

14

‒ 76

     

Toelichting

  • Bij HWBP-2 Waterschapsprojecten (€ -76,8 miljoen) minder gerealiseerd dan voorzien. De grootste afwijkingen betreffen:

    • Voor het project dijkversterking Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam is geen overeenstemming bereikt met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over de geclaimde meerkosten, waardoor deze (nog) niet zijn uitgekeerd (€ -89,4 miljoen).

    • Hogere realisatie bij het project Versterking Eemdijk, vanwege een snellere uitvoering door het waterschap (€ 12,6 miljoen).

      Projectbudget. Het projectbudget van de Waterschapsprojecten is met € 99 miljoen toegenomen. Deze verhoging betreft de overheveling van de meevaller bij de HWBP-2 Rijksprojecten: Houtribdijk (€ 19,5 miljoen) en een overheveling van het HWBP voor de dekking van de tegenvaller bij het project Markermeerdijken (Hoorn-Edam-Amsterdam) (€ 80 miljoen).

      Oplevering: Bij het project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam staat de vigerende planning onder druk. De beheerder (Hoogheemraadschap Noorderkwartier) heeft bij dit project aangegeven dat de opleverdatum verschuift naar eind 2027. Zie hiervoor ook Voortgangsrapportage 20 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 32 698, nr. 61)

1.01.03 Ruimte voor de Rivier

Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Ruimte voor de Rivier beëindigd. Het laatste project dat bijdraagt aan de doelstelling van de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier is het project Reevesluis. Over dit project wordt gerapporteerd via het MIRT-overzicht.

Tabel 6 Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2021

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2021

realisatie

verschil

begroting2021

huidig

begroting2021

huidig

 

Projecten Nationaal

        

Ruimte voor de Rivier

12

3

‒ 9

2.258

2.248

2019

2019

1

Programma realisatie

12

3

‒ 9

2.258

2.248

   

begroting (DF 1.01.03)

12

3

‒ 9

2.258

2.248

   

Toelichting

  • Er is sprake van een lagere realisatie bij Ruimte voor de Rivier. Bij de uitvoering van de resterende maatregelen zijn minder risico’s opgetreden dan verwacht, waardoor de risicoreservering is vrijgevallen (€ -7,4 miljoen). Daarnaast een lagere realisatie doordat enkele restpunten nog niet geheel zijn opgeleverd (€ -1,2 miljoen) en een nadeelcompensatie nog niet is afgerond (€ -0,1 miljoen).

1.01.04 Maaswerken

Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas. De wateroverlast van juli 2021 was de eerste echte serieuze test van het project Grensmaas. Daar waar elders veel overlast van hoogwater is geweest, bleven problemen op de oevers van de Maas tussen Maastricht en Roosteren uit. Zonder die rivierverruiming waren plaatsen als Itteren, Borgharen, Grevenbicht, Geulle, Illikhoven en Visserweert weer met wateroverlast geconfronteerd.

Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Zandmaas en Grensmaas beëindigd. De rapportage over de voortgang en afronding van het programma vindt plaats als onderdeel van het MIRT-overzicht (overstromingskans kleiner dan 1/250e per jaar). Het prioritaire deel van dit werk is in 2020 afgerond.

Meetbare gegevens

Tabel 7 Indicatoren Maaswerken

Indicator

Grensmaas

Zandmaas

Hoogwaterbeschermingsprogramma

100% in 2017 (gerealiseerd)

100 % in 2016

Natuurontwikkeling

(94%) 1.208 ha

(100%) 427 ha

Grind

ten minste 35 miljoen ton

 

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling

De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

  • Grensmaas: De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas is 1.208 ha. Het Ministerie van LNV neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (Kamerstukken II, 2014–2015, 18 106, nr. 230). De Minister heeft in maart 2019 aan de Tweede Kamer laten weten dat eind 2018 1.125 ha van de natuurdoelstelling Grensmaas gerealiseerd is (Kamerstukken II, 2018-2019, 18 106, nr. 247). Eind 2021 is 1.131 ha (94%).

  • Zandmaas: De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De feitelijke oplevering en overdracht is afhankelijk van de voortgang van de delfstofwinning.

Tabel 8 Projectoverzicht Maaswerken; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2021

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2021

realisatie

verschil

begroting2021

huidig

begroting2021

huidig

 

Projecten Zuid-Nederland

        

Grensmaas

1

4

3

117

115

2017-2027

2017-2027

1

Zandmaas

20

17

‒ 3

401

398

2020

2020

2

Programma realisatie

21

21

0

518

513

   

begroting (DF 1.01.04)

21

21

0

     

Toelichting

  • Betreft een hogere realisatie bij Gensmaas (€ 3,9 miljoen) als gevolg van snellere uitvoering van de veerstoep Grevenbicht en het aanpassen van de zijtakken van de rivier de Ur, als mede door een versnelde uitspraak en betaling van de nadeelcompensatie inzake de vertroebeling Julianakanaal.

    Projectbudget en openstelling: Het Projectbudget is verlaagd met € 2 miljoen, als gevolg van een meevaller in verband met minder opgetreden risico's, zoals minder niet gesprongen explosieven. Budget is overgeheveld naar de programmaruimte binnen het Deltafonds. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer (kamerstukken II, 2018-2019, 18 106, nr. 247) is toestemming verleend om drie jaar langer grind te winnen. Hiermee wordt de mijlpaal verlengd met drie jaar tot 2027.

  • Bij Zandmaas is de lagere realisatie (€ -3,3 miljoen) het gevolg van een meevaller grondruil bij Waterschap en vertraging in afhandeling eindafrekening dijkring Urmond en dijkringen PRIO4 bij respectievelijk Milsbeek en Zelderheide (€ -2,3 miljoen). Van het deelproject Kaden, zijn de kosten lager dan gepland bij de projecten Sluitstuk kades Mook, Afferden en Bergen. (€ -1 miljoen).Projectbudget: Het projectbudget is met 3 miljoen afgenomen. Deze verlaging is voornamelijk het gevolg van een meevaller bij de vastgoed aankopen.

Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenW die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s.

Figuur 3 Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

Bron: Rijkswaterstaat, 2021

1.02 Overige aanlegprojecten

Motivering

Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

1.02.01 Verkenningen- en planuitwerkingesprogramma

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen- en planuitwerkingsfase bevinden.

Tabel 9 Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

 

Oplevering

 

Toelichting

      

Projectomschrijving

begroting 2021

huidig

begroting 2021

huidig

 

Projecten Nationaal

     

Reservering areaalgroei

14

14

   

EPK Planuitwerking en verkenningen Waterveiligheid

6

7

   

Integraal Rivieren Management (IRM) (project Paddenpol)

0

5

 

2025

1

Projecten Zuid-Nederland

     

Rivierverruiming Rijn en Maas

127

133

  

2

Projecten Oost-Nederland

     

IJsseldelta fase 2

84

109

2022

2022

3

afronding

     

Totaal programma planuitwerking en verkenning

231

268

   

budget DF 1.02.01

231

268

   

Toelichting

  • Integraal Rivieren Management (IRM): Vanuit de beleidsreservering IRM op artikelonderdeel 0504 vindt financiering van € 7,6 miljoen plaats in de peridode 2021-2025 voor de uitvoering van het project Noordelijke Maasvallei en Paddenpol. Daarnaast heeft een overheveling van € 3,2 miljoen naar Rivierverruiming Maas voor de systeemmaatregelen Noordelijke Maasvallei.

  • Rivierverruiming Rijn en Maas: Vanuit IRM is € 3,2 miljoen overheveld voor de systeemmaatregelen Noordelijke Maasvallei . Daarnaast heeft prijsbijstelling 2021 plaatsgevonden (€ 2,9 miljoen).

  • IJsseldelta fase 2: Budgetoverheveling vanuit de investeringsruimte van € 29,4 miljoen als gevolg van de concretisering van de planuitwerking van het perceel N307/Roggebotsluis. Verder is € 7,1 miljoen aan BTW afgedragen aan het BTW Compensatie Fonds voor de verstrekking van de specifieke uitkeringen omtrent het perceel N307/Roggebotsluis en het perceel recreatieterreinen aan respectievelijk de provincie Flevoland en Overijssel. Ook is de prijsbijstelling 2021 (€ 2,1 miljoen) toegevoegd.

1.02.02 Realisatieprogramma

Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de Rijkswateren.

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en IenW. Het programma is opgericht voor het aanpakken van de waterveiligheidsopgave die voortvloeit uit de Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen (LRT3) in 2011 en de daaropvolgende beoordelingsrondes. Het programma heeft als doel in 2050 alle primaire waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. Het overige deel is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking binnen de alliantie wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders optimaal benut.

Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het zesjarige programma plaatsvindt en er een nieuw jaar aan de programmering wordt toegevoegd. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat flexibel in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.

De huidige HWBP opgave komt voort uit de LRT3 (2011) en de verlengde derde toetsing (LRT3+, 2013). Op basis van de nieuwe landelijke beoordelingsronde overstromingsrisico (LBO-1), die op 1 januari 2017 van start is gegaan, zijn ook in het programma 2022-2027 nieuwe projecten toegevoegd.

De prioritering van de jaarlijks uit te brengen programmering is gebaseerd op urgentie. De programmering 2022–2027 is op Prinsjesdag 2021 als onderdeel van het Deltaprogramma 2022 (paragraaf 3.4) gepresenteerd.

Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Vooroeververdediging Oosterschelde en Westerschelde

Stroming in de Oosterschelde en Westerschelde zorgt op diverse locaties voor structurele erosie van de vooroever. Op locaties waar deze erosie de stabiliteit van de waterkering in gevaar brengt of de bestaande oeverwerken ondermijnt, wordt dit bestreden door de oevers te beschermen middels bestortingen. Het project vooroeverbestortingen is opgedeeld in drie clusters die verspreid over de tijd worden uitgevoerd. Cluster 2.2 is in 2021 gerealiseerd. Het werk van cluster 3 is in 2021 uitgevoerd, in 2022 wordt gewerkt aan de overdracht en decharge.

Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek zijn en worden projecten uitgevoerd ten behoeve van natuurontwikkeling in de uiterwaarden en om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma wordt uitgevoerd door de Ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat. Inmiddels is het overgrote deel van de opgave gerealiseerd en hebben de beide ministeries bij de Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur afspraken gemaakt over de verdeling van de restopgave. Hierin is afgesproken dat elk ministerie zijn nog lopende projecten afmaakt. De projecten Uiterwaardvergraving Afferdense en Deestse Waarden en Herinrichting Heesseltsche Uiterwaarden zijn in 2021 afgerond en in beheer genomen. Hiermee is de IenW-opgave voor NURG afgerond. 

Overige onderzoeken en kleine projecten

Onderdeel van overige onderzoeken en kleine projecten is onder andere het Project Roggenplaat. Rijkswaterstaat heeft in opdracht van de ministeries IenW en LNV een zandsuppletie uitgevoerd om de negatieve effecten van de zandhonger in de Oosterschelde tegen te gaan. Het project is in de winter van 2019-2020 succesvol uitgevoerd met een omvang van 213 ha en 1,4 miljoen m3. Inmiddels is de monitoring gestart waarmee de suppletie zal worden geëvalueerd in 2025.

Tabel 10 Projectoverzicht Realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2021

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2021

realisatie

verschil

begroting2021

huidig

begroting2021

huidig

 

Projecten Nationaal

        

HWBP: Rijksprojecten

9

7

‒ 2

640

655

  

1

HWBP: Waterschapsprojecten

343

284

‒ 59

5.880

6.277

  

2

HWBP Overige projectkosten (programmabureau)

6

7

1

99

122

  

3

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

1

 

‒ 1

7

9

  

4

Maatregelen irt rivierverruiming

 

1

1

192

182

2020

2021

5

Landelijk Verbeterprogr. Regionale Rijksk.

 

1

  

1

   

Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2023

5

4

‒ 1

25

27

   

Zandhonger Oosterschelde

 

1

1

10

11

   

Projecten Noord-Nederland

        

Primaire waterkering Vlieland

 

0

0

1

1

2018-2019

2018-2019

 

Afsluitdijk

 

0

0

 

5

  

6

Projecten Oost-Nederland

  

0

     

Kribverlaging Pannerdensch kanaal

5

2

‒ 3

19

20

2023

2023

 

IJsseldelta fase 2

2

6

4

95

95

 

2021

 

Monitoring Langsdammen Waal

2

1

‒ 1

5

5

   

Projecten Zuidwest-Nederland

  

0

     

Overige onderzoeken en kleine projecten

1

1

0

1.169

1.169

   

Dijkversterking en herstel steenbekleding

22

22

0

827

828

2023

2023

 

afrondingen

2

‒ 1

‒ 3

1

3

   

Programma realisatie

398

336

‒ 63

8.970

9.410

   

begroting (DF 1.02.02)

353

336

‒ 17

8.970

9.410

   

Overprogrammering (-)

‒ 45

0

      

Toelichting

  • De lagere realisatie van HWBP Rijksprojecten (€ -2,2 miljoen) is het gevolg van een lagere realisatie bij diverse projecten; Bij Marken was een langere voorbereidingstijd nodig voor de gunning (€ -1,8 miljoen) en bij project Aandrijflijnen BENS (€ -0,3 miljoen) schuift een deel van het werk door tot na het stormseizoen, het restant betreft overige kleine afwijkingen (€ -0,1 miljoen).

    Projectbudget: De verhoging van de beschikbare bedragen voor HWBP Waterschaps-, rijks-, en overige projecten is met name het gevolg van het verlengen van de begrotingsperiode van 2033 naar 2034 en de toegekende prijscompensatie.

  • Bij HWBP Waterschapsprojecten kent de lagere realisatie (€ -59 miljoen) diverse oorzaken door zowel projecten met een hogere als met een lagere realisatie. De hogere realisatie betreft het project:

    • Gorinchem-Waardenburg (€ 75,3 miljoen), conform de subsidieregeling heeft hier extra bevoorschotting plaatsgevonden;

      De lagere realisatie (€ -137 miljoen) betreft de projecten:

    • Maasovereenkomst, waar extra tijd nodig is voor bestuurlijke afstemming (€ -46,5 miljoen);

    • Tiel-Waardenburg, omdat voor het doorvoeren van versoberingen in het ontwerp meer tijd nodig is (€ -40,6 miljoen);

    • Koehool-Lauwersmeer (€ -21,9 miljoen), Sterke Lekdijk (€ -12,5 miljoen) en Zuid-Bevelanden (€ -15,5 miljoen), omdat beheerders bij voorbereiding van het project meer tijd nodig hebben;

    • Het restant bedraag mutaties < € 1,5 miljoen (€ 2,7 miljoen).

    • De afname van het budget Maatregelen i.r.t. rivierverruiming (€ -10 miljoen) is veroorzaakt bij het project Heesseltsche Uiterwaarden. Hier is een meevaller verwerkt, welke is ontstaan als gevolg van minder opgetreden risico’s dan verwacht.

  • Het projectbudget van HWBP overige projectkosten is met € 23 miljoen toegenomen in verband met een terugboeking van te hoog ingeschatte interne kosten (€ 9 miljoen) en een herschikking van het budget binnen het HWBP (€ 9 miljoen) en € 4 mijoen als gevolg van het verlengen van de begrotingsperiode van 2033 naar 2034.

  • Het projectbudget is met € 2 miljoen. toegenomen. Deze verhoging betreft het budget voor de opdracht coördinatie en de uitvoering van spoor II van het kennisprogramma zeespiegelstijging.

  • De afname van het budget Maatregelen in relatie tot rivierverruiming (€ -10 miljoen) is veroorzaakt bij het project Heesseltsche Uiterwaarden. Hier is een meevaller verwerkt, welke is ontstaan als gevolg van minder opgetreden risico’s dan verwacht.

  • Voor de renovatie van het monument de Vlieter op de afsluitdijk is in 2021 opdracht tot uitvoering gegeven. De kosten zijn geraamd op € 4,8 miljoen, waarvan € 1 miljoen door de regio wordt bijgedragen.

1.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.

Producten

Studie- en onderzoekskosten Deltaprogramma

Hieronder vallen studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken). Het Deltaprogramma (DP) is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de korte, middellange en lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Voor een nadere toelichting over deze onderzoeken wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2022.

Op dit onderdeel worden vooral de onderzoeken voor waterveiligheid verantwoord.

  • Nationaal Watermodel: Het model bestaat uit een verzameling van bestaande, aan elkaar gekoppelde watermodellen. Dit geavanceerde computermodel biedt inzicht in de gevolgen van klimaatverandering en socio-economische ontwikkelingen voor onze waterhuishouding. Naast een beeld van de actuele situatie schetst het ook de verwachtingen voor de jaren 2050 en 2085 voor waterveiligheid, zoetwaterverdeling en waterkwaliteit. Het doel van het Nationaal Water Model is om structuur en consistentie te geven aan de waterveiligheidsberekeningen in Nederland en om de effecten van maatregelen op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit te berekenen. Onder andere door uit te gaan van dezelfde afgesproken uitgangspunten. In het Beoordelings- en ontwerpinstrumentarium (BOI) worden de modellen momenteel ingezet. Maar ook bij het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en het Deltaprogramma worden de modellen gebruikt. In 2021 is het Nationaal watermodel gebruikt voor waterkwaliteitsberekeningen in het kader van de Ex Ante Analyse waterkwaliteit (Kamerstuk 27625-555). De doorontwikkeling van het model heeft als doel de onderlinge vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van de toepassingen te garanderen.

  • Integraal Riviermanagement (IRM):In 2021 is gewerkt aan een nadere beleidsuitwerking voor verruiming van de afvoercapaciteit en voor de rivierbodemligging in het kader van de ontwikkeling van het programma Integraal Riviermanagement (IRM) en in dat kader wordt ook de voorkeursstrategie rivieren herijkt. Daarvoor zijn in 2021 verschillende bouwstenen opgeleverd, zoals het ‘beeld op de rivieren’ en de eerste fase van de systeembeschouwing. In 2021 is een start gemaakt met de de ontwikkeling van alternatieven voor IRM. Vanuit riviersysteemniveau en de opgaven van de diverse rivierfuncties (waterveiligheid, bevaarbaarheid, zoetwaterbeschikbaarheid en natuurontwikkeling en regionale ruimtelijke ontwikkelingen) worden voor diverse ambitieniveau’s integrale maatregelpakketen opgesteld en beoordeeld. Dit traject loopt nog door tot en met 2022.

  • Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie: De transitie naar een klimaatbestendige inrichting van Nederland in 2050 wordt ondersteund met diverse activiteiten en producten. In 2021 is onder meer gewerkt aan een kennisportaal, het uitvoeren van stresstesten en risicodialogen, het opstellen van een afwegingskader en uitvoeringsagenda’s en het organiseren van themabijeenkomsten, de ondersteuning van voorbeeldprojecten en het faciliteren van kennis- en leernetwerken. 

  • Uitvoering gebiedsagenda’s: Samen met de regionale partners in het IJsselmeergebied zijn activiteiten uitgevoerd in het kader van de Agenda IJsselmeergebied 2050, onder meer de verkenning nautische economie (gestart in 2020) en het opstellen van een plan voor de nieuwe fase van het deltaprogramma IJsselmeergebied.

  • Toetsing Regionale keringen in beheer van het Rijk: De regionale keringen in beheer van het Rijk worden door Rijkswaterstaat getoetst. De toetsing van deze regionale keringen op 2 juni 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 27 625, nr. 540) De aanvullende toetsing wordt in 2022 afgerond en de uitvoering wordt voorbereid.

  • Beoordeling primaire waterkeringen: In 2021 is gewerkt aan de doorontwikkeling van het instrumentarium voor beoordelen en ontwerpen, het nieuwe programma Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI) 2023. Het programma BOI2023 bouwt voort op het WBI2017, het Ontwerp Instrumentarium (OI) 2014 en de bestaande Technische Leidraden en voegt hier nieuw ontwikkelde kennis en functionaliteit aan toe zodat het instrumentarium aansluit op de actuele kennis en de ervaringen die in de eerste beoordelingsronde (2017-2023) worden opgedaan. Instrumenten die in het programma zijn en worden ontwikkeld kunnen direct worden gebruikt voor het ontwerpen van waterkeringen. Met het BOI2023 kunnen de beheerders vanaf 2023 de volgende beoordelingsronde uitvoeren.

  • Lange termijn ambitie/Kennisprogramma Waterveiligheid: Het Rijk heeft een wettelijke taak (artikel 2.6 Waterwet) om zorg te dragen voor de totstandkoming en het verstrekken van technische leidraden voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van de primaire waterkeringen in Nederland. Hiertoe worden langjarige activiteiten (onderzoek) uitgevoerd om een solide kennisbasis te ontwikkelen. De kennis over waterveiligheid wordt hiermee op het vereiste niveau gehouden, zodat sprake is van actueel, effectief en uitvoerbaar waterveiligheidsbeleid. Dit is de lange termijn ambitie voor waterveiligheid, vormgegeven door de uitvoering van het Kennisprogramma Waterveiligheid.

  • Kennisprogramma Zeespiegelstijging: In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging wordt onderzoek gedaan naar de effecten van een onzekere mate van (versnelde) zeespiegelstijging en de handelingsopties voor de korte en de lange termijn. Er is op alle onderdelen voortgang geboekt. Het KNMI voert onder andere modelstudie uit naar het verbeteren van de relatie tussen waargenomen Zeespiegelstijging en projecties voor de toekomst. De in het afgelopen jaar ontwikkelde methode zal worden benut voor het uitwerken van de scenario’s voor zeespiegelstijging in KNMI’23 scenario’s. Ten aanzien van het berekenen van de houdbaarheid van de huidige aanpak voor waterveiligheid zijn modellen aangepast opdat met meerdere meters zeespiegelstijging gerekend kan worden. Voor berekenen van effecten van zeespiegelstijging op zoetwaterbeschikbaarheid wordt een nieuw instrumentarium ontwikkeld. Ten aanzien van het verder in beeld brengen van alternatieve oplossingsrichtingen voor de lange termijn hebben regionale werksessies plaatsgevonden, waarin ook is gekeken naar de samenhang met andere ruimtelijke opgaven. Komende jaren wordt verder voortgebouwd op deze resultaten.

  • Versterken cybersecurity in de watersector: Om een meer integrale benadering van de diverse initiatieven op de cyberweerbaarheid in de Watersector te vergroten, is in 2019 besloten de diverse initiatieven te bundelen in één uitvoeringsprogramma genaamd «Versterking cyberweerbaarheid in de Watersector». De diverse initiatieven waren opgenomen in het aanvullend Bestuursakkoord Water, het Kennis- en Innovatieprogramma DGWB en de specifieke afspraken met de drinkwatersector. In 2020 richtten de diverse projecten zich op het verkrijgen van meer inzicht in ICS/SCADA systemen en cyberrisico’s en in 2021 is gestart met de eerste projecten om gepaste kennis en instrumenten te ontwikkelen. Conform de versnellingsopties zoals in de Stuurgroep Water overeengekomen is met name aandacht besteed aan (1) monitoring en detectie middels een haalbaarheidsstudie voor de aansluiting van de waterschappen op het SOC RWS, (2) inzicht in ketenafhankelijkheden, en tot slot (3) inzicht in normen en maatregelen voor de beveiliging van ICS/SCADA systemen. Doel was en blijft het beheersbaar houden van cyberrisico’s en zo de cyberweerbaarheid te versterken. Het uitvoeringsprogramma is in lijn met de ambities van de Nationale Cybersecurity Agenda en de daaraan gekoppelde VNAC gelden.

1.09 Ontvangsten

Ontvangsten waterschapsprojecten

Conform de Spoedwet (Stb. 2011, 302) dragen de waterschappen vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP. Deze bijdrage van de waterschappen is conform het regeerakkoord Rutte I en het Bestuursakkoord Water aangevuld tot € 131 miljoen in 2014 en tot € 181 miljoen structureel vanaf 2015 (inclusief projectgebonden aandeel, prijspeil 2010). Deze bijdrage wordt geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het ministerie van Financiën. Vanaf 2020 en verder komt dit bedrag jaarlijks uit op ongeveer € 202 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel).

De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor de waterschapsprojecten van het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 465, nr. 3) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen jaarlijks elk de helft van de bijdrage aan het HWBP betalen.

In bijlage 3 is een overzicht opgenomen waarin nader is ingegaan op de financiering van het HWBP-2 en het HWBP.

Licence