Base description which applies to whole site

4.4 Beleidsartikel 4 Koninklijke Luchtmacht

De Koninklijke Luchtmacht is een modern en technologisch krijgsmachtdeel dat wereldwijd actief is. De luchtmacht ondersteunt bestrijding van internationale onrust en biedt hulp bij rampen. In Nederland zorgt ze voor veiligheid vanuit de lucht door onder andere bewaking en verdediging van het luchtruim. Hiervoor beschikt het krijgsmachtdeel over hooggekwalificeerd personeel, vliegtuigen, helikopters en andere wapensystemen.

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtmacht en van de mate van gereedheid van de luchtmacht. De luchtmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtmacht is inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als (inter)nationale taken.

In 2021 heeft de luchtmacht een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie. In het kader van Nationale Operaties (NATOPS) is ondersteuning geleverd aan 101st Combat Aviation Brigade (CAB) door het installeren van een Support Base op de vliegbasis Eindhoven en een Tijdelijk Militair Terrein op de Waalhaven in Rotterdam. Tevens heeft het Defensie Helikopter Commando geholpen bij het blussen van een grote brand in Den Bosch en in een natuurgebied nabij Zundert. De luchtmacht heeft daarnaast een aantal internationale kortstondige spoedoperaties succesvol ondersteund en uitgevoerd. Te weten de deployment van een detachement met Chinooks naar Albanië ten behoeve van Fire Bucket Operations (het inzetten van militaire helikopters voor bluswerkzaamheden), de deployment van een C-130 detachement en de KDC-10 ten behoeve van de evacuatie uit Afghanistan en ten slotte de inzet van de NH90 aan boord van de Zr.Ms. Holland in het kader van Humanitarian Assistance and Disaster Relieve (HADR) bij Haïti. Onder leiding van de Directie Operaties (DOPS) is de C-130 langdurig ingezet voor de VN-missie MINUSMA in Mali (november 2021 tot mei 2022). Om CZMCARIB te ondersteunen, zijn de voorbereidingen gestart voor deployment van een detachement MQ-9 naar Curaçao begin 2022. Tevens heeft de luchtmacht, afwisselend met de Belgische luchtmacht, met F-16 jachtvliegtuigen de Benelux-landen beschermd tegen civiele en militaire vliegtuigen waarvan een dreiging uitgaat.

De Processing Exploration Dissemination (PED) Cell heeft op 31 maart 2021 haar bijdrage aan Operation Inherent Resolve (OIR) in Irak en de Resolute Support Mission (RSM) in Afghanistan succesvol afgesloten. De missies zijn waardevol geweest voor de ervaring van het personeel. De Target Support Cell (TSC) heeft ondersteuning geleverd aan OIR en NAVO (Gradual Response Plans). Het mandaat voor OIR loopt tot eind december 2021.

Daarnaast heeft de luchtmacht de CubeSat-nanosatelliet BRIK II in een baan om de aarde gebracht. Defensie betreedt hiermee het ruimtedomein. De lancering is een eerste test om het potentieel van nanosatellieten voor militair en civiel gebruik aan te tonen.

De luchtmacht is ook in 2021 geconfronteerd met de wereldwijde impact van de COVID-19 pandemie. Naast de zorg voor het welzijn van het luchtmachtpersoneel is daar waar mogelijk invulling gegeven aan hulpverzoeken in de strijd tegen COVID‑19. Zo heeft de luchtmacht met medisch personeel ondersteuning verleend in ziekenhuizen. De vliegbasis Woensdrecht is voor civiele partners beschikbaar gesteld om vliegtuigen van civiele maatschappijen te stallen. Door COVID-19 is de geoefendheid in 2021 grotendeels beneden de norm gebleven, vanwege het niet doorgaan van grote oefeningen in het buitenland. Gestaag herstel van de impact hiervan op de operationele gereedheid wordt in de loop van 2022 verwacht.

Nederland is met het F-35 squadron officieel Initial Operational Capable (IOC) verklaard. Dat betekent dat Defensie in staat is om kortstondig een eenheid van vier F-35’s met personeel en materieel waar ook ter wereld in te zetten. De Apachevloot wordt gemoderniseerd middels het remanufacture programma, wat loopt tot 2025. De Chinook vloot is in 2021 gemoderniseerd en gedeeltelijk vervangen, maar een Militair Typecertificaat blijft vooralsnog uit. Dit belemmert de volwaardige gereedstelling van de Chinook. Verwachting is dat IOC status in 2022 daardoor onder druk komt te staan.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 Koninklijke Luchtmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

657.334

890.455

967.155

887.150

610.042

664.006

‒ 53.964

        

Uitgaven

745.213

771.677

873.248

927.222

701.884

664.284

37.600

        

Opdrachten

217.963

230.498

278.859

286.446

19.970

23.525

‒ 3.555

- Gereedstelling

12.693

18.005

21.231

18.553

19.970

23.525

‒ 3.555

- Bijdragen aan SSO Paresto

482

539

     

- Instandhouding materieel

205.270

212.493

257.628

267.893

   

Personele uitgaven

420.972

436.161

538.723

608.607

661.033

623.152

37.881

- Eigen personeel

417.212

432.225

479.371

513.865

534.128

525.043

9.085

- Externe inhuur

3.760

3.936

5.997

7.649

6.659

 

6.659

- Overige personele exploitatie1

  

53.355

87.093

120.246

98.109

22.137

Materiële uitgaven

106.278

105.018

55.666

32.169

20.880

17.607

3.273

-Instandhouding infrastructuur

   

1.938

   

- Overige materiële exploitatie1

104.247

102.933

55.666

21.342

20.880

17.607

3.273

- instandhouding IT

   

8.889

   

- Bijdragen aan SSO Paresto

2.031

2.085

     
        

Apparaatsontvangsten

12.876

20.425

13.799

10.452

14.486

12.032

2.454

1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 5,0 miljoen of meer toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 54,0 miljoen lager dan begroot. Dit is deels het gevolg van het overboeken van de verplichtingen en uitgaven voor helikopters die gestationeerd staan op Fort Hood van de overige personele exploitatie naar de instandhouding van het lucht materieel (€ 33,4 miljoen). De initiële verplichting was in een gezamenlijk Foreign Military Sale (FMS) contract opgenomen en wordt nu verantwoord op juiste artikelonderdeel binnen het DMF. Daarnaast waren de bestaande verplichtingen ten behoeve van vliegeropleidingen voldoende om de behoefte van 2021 af te dekken (€ 26,9 miljoen) en zijn er minder verplichtingen aangegaan voor vliegeropleidingen (€ 8,7 miljoen), omdat door COVID-19 de opleidingscapaciteit beperkt was en een aantal opleidingsplaatsen is doorgeschoven naar latere jaren. Binnen het budget voor eigen personeel heeft een overrealisatie plaatsgevonden (€ 9,1 miljoen) als gevolg van Cao-afspraken, aanvullende verplichtingen als gevolg van aanvullende personele opdrachten (bijvoorbeeld Defensity College) en meer verplichtingen in relatie tot 1 Air Traffic Management (ATM). Ten slotte was er, met name als gevolg van schaars technisch personeel op de arbeidsmarkt, de noodzaak extern personeel in te huren (€ 6,5 miljoen).

Uitgaven

Personele uitgaven De realisatie van het budget voor personele uitgaven is € 37,9 miljoen hoger dan begroot. De uitgaven voor het eigen personeel zijn met € 9,1 miljoen toegenomen met name door meeruitgaven voor de verlenging van Tijdelijke Toelage Loongebouw (€ 5,9 miljoen), meeruitgaven als gevolg van verhoogde pensioenpremies en sociale lasten (€ 3,9 miljoen) en de decentrale pensioenpremieafdracht (€ 2,9 miljoen) en meeruitgaven voor premies ten behoeve van 1 Air Traffic Control (€ 2,1 miljoen). Daarnaast is het budget voor eigen personeel begin 2021 als gevolg van overrealisatie in 2020 verlaagd (-€ 3,5 miljoen). En zowel de overgang naar pensioenen op basis van middelloonregeling als de impact van COVID-19 op de realisatie van het cafetariamodel hebben een korting van € 1,2 miljoen op het budget tot gevolg gehad.

De uitgaven voor externe inhuur zijn € 6,7 miljoen hoger dan het oorspronkelijke budget. Extern personeel wordt betaald uit de ondervulling van het eigen personeel. Met name technisch personeel is schaars binnen en buiten de organisatie waardoor externe inhuur noodzakelijk is. Binnen het budget voor overige personele exploitatie heeft een overrealisatie plaatsgevonden van € 22,1 miljoen. Deze overrealisatie wordt met name veroorzaakt door meeruitgaven voor opleidingen (€ 23,5 miljoen). Het opleidingenbudget is in 2021 gestegen door verschillende redenen, waaronder een onderrealisatie op het betreffende budget in 2020 welke naar 2021 is doorgeschoven (€ 3,4 miljoen) en toegekende prijsbijstelling (€ 1,9 miljoen). De ontstane ruimte is gebruikt voor betalingen van helikoptervliegeropleidingen in de Verenigde Staten. Daarnaast zijn op het gebied van FMS voorschotbetalingen voor initiële vliegeropleidingen gedaan (€ 19,7 miljoen). Deze voorschotbetalingen zijn onderdeel van de Special Billing Arrangement die voor alle Nederlandse FMS-contracten gelden.

Licence