Base description which applies to whole site

4.7 Artikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

IenW zet zich in het internationale domein in voor een klimaatbestendige en duurzame infrastructuur en leefomgeving. Zo heeft Nederland zich gecommitteerd aan de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals/SDG's), waardoor de Nederlandse innovaties en kennis ook buiten de landgrenzen kunnen worden ingezet voor het realiseren van die doelen.

Met het agenderen van onderzoek en beleid, de ontwikkeling van internationale beleidsinstrumenten, de uitwisseling van kennis en expertise, het creëren van draagvlak en het versterken van marktkansen voor de Nederlandse IenW-sectoren, zet IenW gericht in op internationale samenwerking met overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de klimaatweerbaarheid, duurzaam waterbeheer, slimme en groene mobiliteit en circulaire economie in binnen- en buitenland te versterken.

Regisseren

De Minister van IenW regisseert de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale transport- en milieubeleid. Meer specifiek is de Minister van IenW verantwoordelijk voor:

  • De uitvoering van de voor IenW relevante SDG's uit de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling en de verantwoording aan de Tweede Kamer daarover.

  • De regie op de internationale aspecten van het IenW-beleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daartoe horen onder andere de Transport- en Milieuraad van de EU, de UNECE, de OESO, OESO-ITF en UN Environment.

  • Het opstellen en uitdragen van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema's.

  • De nationale en Europese beleidscoördinatie op het gebied van satellietnavigatie en de IenW-inzet op het gebruik van satellietdata en satellietnavigatie.

Het internationale IenW-beleid vindt niet alleen zijn grondslag in dit beleidsartikel. Specifieke rollen en verantwoordelijkheden van de Minister op de verschillende beleidsterreinen van IenW zijn bij de betreffende artikelen vermeld.

Stimuleren

De Minister van IenW ontplooit ook diverse activiteiten om de nationale doelen van de transities naar een circulaire economie, een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving en duurzame mobiliteit te versterken door verbinding met internationale activiteiten.

  • Het onderhouden van een netwerk met lidstaten, EU-instellingen en mondiale organisaties, denktanks en non-gouvernementele organisaties. Dit netwerk is cruciaal om tijdig (nieuwe) internationale ontwikkelingen te signaleren die van invloed (kunnen) zijn op de IenW-terreinen en het ontwikkelen van een visie en strategie voor de internationale beleidsinzet.

  • Voor ondersteuning van beleidsontwikkeling neemt IenW deel aan diverse bilaterale en multilaterale overleggen (formeel en informeel) gericht op de totstandkoming van coalities met gelijkgezinde landen.

  • Gerichte financiële ondersteuning van het werk van (inter)nationale organisaties die zich inzetten voor de bevordering van internationale samenwerking en overdracht/uitwisseling van kennis.

  • Ten slotte zet IenW samen met andere deelnemende staten en actoren in op het bevorderen van concrete internationale samenwerking en activiteiten in internationale multi-stakeholderpartnerschappen.

(Doen) Uitvoeren

IenW heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De opdrachtverlening en de bijbehorende budgetten aan het RIVM en de RVO worden binnen IenW op één plaats verantwoord en centraal gecoördineerd. Doel hiervan is het verbeteren van overzicht op en flexibiliteit binnen de totale opdracht, kwaliteitsverbetering van het hele opdrachtproces (goed opdrachtgeverschap) en terugdringen van de administratieve lasten.

De IenW ambities kunnen door de hoge mate van verwevenheid met de internationale arena alleen maar effectief worden gerealiseerd in internationaal verband. Dit is niet alleen afhankelijk van de Nederlandse inzet, maar ook van de inbreng van partners en andere partijen. Het opnemen van kwantitatieve meetbare indicatoren gerelateerd aan het te realiseren doel is in dit verband zelden relevant of toepasselijk.

Waar mogelijk zijn deze opgenomen bij de operationele doelen.

Het uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals opgenomen in de begroting 2021.

Net als de afgelopen jaren heeft Nederland in 2021 de urgentie van de transities naar een circulaire economie actief uitgedragen, waarbij steeds is benadrukt dat een circulaire economie een sleutelrol kan vervullen in het bereiken van de doelen van het klimaatverdrag van Parijs. Dat gebeurde op mondiale schaal tijdens het World Circular Economy Forum+Climate, een internationale multistakeholdertopconferentie, door Nederland gehouden op 15 en 16 april, maar ook tijdens de klimaattop (COP26) in Glasgow en in G-20-verband. In de EU werd ingezet op een ambitieuze implementatie van het EU-actieplan circulaire economie (zie ook artikel 21). Beleidsdialogen en multistakeholderdialogen werden verdiept met overheden en partners in Europese landen, Japan, VS, Azië en Latijns-Amerika. Tot slot zijn banden met invloedrijke partners en partnerschappen aangehaald: met het World Economic Forum rondom de rol van de zware industrie in de circulaire economie, met Circle Economy rondom financiering van de transitie, met de Ellen MacArthur Foundation en het Platform for Accelerating the Circular Economy.

Klimaatadaptatie internationaal

Op 25 en 26 januari vond de Climate Adaptation Summit (CAS) (TK 2020-2021, kamerstuk 31793 nr. 197) plaats waar internationaal is gewerkt aan een opschaling van acties om landen en systemen meer klimaatweerbaar te maken. Nederland werd hierbij ondersteund door de in Nederland gevestigde Stichting Global Center on Adaptation (GCA) met regionale kantoren over de hele wereld. Zo is er in aanloop naar, tijdens en na de conferentie gebruik gemaakt van een digitaal platform Adaptation Exchange waar groepen stakeholders bij elkaar konden komen. Met de presentatie van een internationale actieagenda tijdens de CAS 2021 beëindigde de Global Commission on Adaptation haar werkzaamheden. Deze commissie werd in 2018 door Nederland opgericht met als doel om adaptatieactie wereldwijd te versnellen. IenW heeft hiervoor samen met internationale partners de werkstromen over water en infrastructuur neergezet en in 2021 verder voortgezet. Vanuit beide werkstromen liggen er veel kansen en mogelijkheden om adaptatieacties verder op te schalen.

Green Deal en Fit-for-55

Op het Europese vlak is de inzet met name gericht op de beoordeling van en de onderhandelingen over de verschillende voorstellen voortkomend uit de Green Deal w.o. het Fit-for-55 pakket. Daar waar mogelijk is dit opgenomen onder de relevante beleidsartikelen en in het beleidsverslag.

Tabel 51 Budgettaire gevolgen van beleid art.19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 
         

Verplichtingen

‒ 51.002

56.811

54.909

69.771

70.348

45.279

25.069

1

         

Uitgaven

70.475

55.953

55.891

68.125

73.422

46.205

27.217

 
         

1 Tegengaan klimaatverandering

17.676

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

3.401

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

2.613

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

11.662

0

0

0

0

0

0

 

- Waarvan bijdrage aan NEa

8.127

0

0

0

0

0

0

 

- Waarvan bijdrage aan KNMI

424

0

0

0

0

0

0

 

- Waarvan bijdrage aan RWS

3.111

0

0

0

0

0

0

 
         

2 Internationaal beleid coördinatie en samenwerking

52.799

55.953

55.891

68.125

73.422

46.205

27.217

 

Opdrachten

2.648

4.921

5.324

9.009

6.733

5.870

863

 

- Uitvoering CDM

47

0

0

0

0

0

0

 

- Uitvoering HGIS

1202

2557

1.722

2.543

2011

1.083

928

 

- Uitvoering niet-HGIS

889

2080

3.441

6.357

3803

1.818

1985

 

- DGMI algemene opdrachten

0

0

0

0

364

2.022

‒ 1658

 

- Overige Opdrachten

510

284

161

109

556

947

‒ 391

 

Subsidies

650

749

292

465

301

251

50

 

- Interreg

650

698

237

435

35

245

‒ 210

 

- Overige Subsidies

0

51

55

30

266

6

260

 

Bijdragen aan agentschappen

46.008

45.966

46.155

50.865

59.698

35.615

24.083

2

- Waarvan bijdrage aan RIVM

34.755

32.992

34.714

39.394

46.275

28.096

18.179

 

- Waarvan bijdrage aan RVO

11.003

12.474

11.029

11.145

13.022

7.377

5.645

 

- Waarvan bijdrage aan KNMI

0

167

75

0

0

0

0

 

- Waarvan bijdrage aan RWS

250

333

337

326

401

142

259

 

Bijdragen aan internationale organisaties

3.493

4.317

4.120

5.136

4.740

2.469

2.271

3

Bekostiging

0

0

0

2.650

1.950

2.000

‒ 50

 
         

Ontvangsten

198.797

501

5.780

2.811

1.868

0

1.868

4

NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoirebegroting, incidentele suppletoire begroting(en) en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB(s) die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De hogere verplichtingenrealisatie van € 25,0 miljoen is ontstaan doordat er meer verplichtingen zijn aangegaan in het kader van de opdrachtverlening aan RIVM (€ 18,2 miljoen) en RVO (€ 5,6 miljoen) dan begroot. Hiernaast zijn er meer bijdragen toegekend aan internationale organisaties voor een bedrag van € 2,0 miljoen en is € -0,8 miljoen overgeboekt naar het ministerie van OCW inzake het Nederlands Polair Programma.

  • De hogere uitgaven van circa € 24,0 miljoen aan agentschappen wordt verklaard door een hogere bijdrage aan het RIVM (€ 18,2 miljoen) en RVO (€ 5,6 miljoen) in het kader van de jaarlijkse opdrachtverlening voor capaciteitsinzet. De uitgaven aan het RIVM en RVO worden verantwoord op artikel 19. Voor de opdrachtverlening worden middelen overgeheveld van de overige beleidsartikelen naar dit beleidsartikel. Voor een nadere toelichting worden verwezen naar de desbetreffende beleidsartikelen.

    Hiernaast zijn er hogere uitgaven gerealiseerd met betrekking tot de capaciteitsinzet van RWS voor een bedrag van € 0,2 miljoen.

  • De hogere kasrealisatie van € 2,3 miljoen is het gevolg van een aantal extra bijdragen aan internationale organisaties.

  • De hogere ontvangst van € 1,9 miljoen wordt verklaard door een bijdrage van € 0,2 miljoen van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Climate Adaptation Summit. Hiernaast is € 0,4 miljoen ontvangen vanuit het Europese Subsidieprogramma Connecting Europe Facility (CEF) in het kader van de afwikkeling van het programma Trans Europese TEN-T). Voorts is € 1,3 miljoen ontvangen van RVO naar aanleiding van de afrekening over 2020. De werkelijke uitgaven zijn lager uitgevallen dan de verleende voorschotten.

2 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

Opdrachten

In 2021 zijn diverse opdrachten verstrekt in het kader van internationale diplomatie en de stimulering van de internationale samenwerking op het gebied van circulaire economie en klimaatverandering. In dat kader zijn ook middelen ingezet voor de digitale Climate Adaptation Summit (CAS) en het World Circulair Economy Forum + Climate (WCEF+).

Hiernaast zijn uitgaven gedaan op het beleidsterrein Satellietdata ten behoeve van het Galileo Reference Centre te Noordwijk (verbruiksvergoeding), ruimtevaartprojecten en het Ozone Monitoring Instrument (OMI). Tevens zijn er diverse opdrachten verstrekt inzake de voorbereiding van de bouw van het nieuwe Galileo Sensor Station (GSS) op Bonaire.

In 2021 zijn eveneens uitgaven gedaan ten behoeve van de uitvoering van het programma Interreg (programmaperiode 2021-2027). Het gaat hierbij om de verplichte kosten voor de technische bijstand van de EU secretariaten die de lidstaten ondersteunen bij de uitvoering van het programma.

Subsidies

Interreg

In 2021 zijn in het kader van deze Europese subsidieregeling waarin partijen uit meerdere landen samenwerken op het terrein van innovatie, duurzaamheid, bereikbaarheid en regionale gebiedsontwikkeling, subsidies verstrekt aan de Nederlandse partners. De uitvoering van de regeling ligt bij RVO. Het gaat hierbij om programma periode 2014-2020 waarbij de laatste projecten naar verwachting in 2023 worden afgewikkeld.

Hiernaast is een subsidie toegekend aan Circle Economy voor het opstellen van indicatoren op het gebied van circulaire economie.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM en RVO

IenW heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan uitvoeringsorganisaties binnen het Rijk, zoals aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (uitvoering van subsidieregelingen en ander beleidsondersteunende werkzaamheden) en aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (uitvoering van wettelijke taken en beleid onderbouwend onderzoek).

Voor een specifieke toelichting wordt verwezen naar de desbetreffende beleidsartikelen.

RWS

RWS heeft in 2021 werkzaamheden uitgevoerd inzake de Wet bescherming Antarctica (vergunningenbeleid). Daarnaast zijn middelen toegekend voor ondersteunende activiteiten in het kader van het internationale beleid van IenW, waaronder Hoizon Europe en programma 's in het kader van duurzaam landgebruik.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Op grond van internationale verdragen, internationale afspraken, contributieverplichtingen en aanvragen, zijn aan diverse internationale organisaties bijdragen toegekend in 2021. De bijdragen van € 0,1 miljoen of meer zijn kort toegelicht in onderstaand tabel.

Tabel 52 Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Organisatie

Toelichting

Bedrag x € 1.000

UNEP

Bijdrage 2021 aan het United Nations Environment Programme / Environment Fund

615

Stichting GCA

Bijdrage aan Stichting Global Center on Adaptation (GCA) voor het mede ontwikkelen van projecten, tools, samenwerkingen en coalities op de IenW beleidsterreinen (water en infrastructuur) ter versnelling van de klimaatadaptatie en het behalen van mondiale afspraken vanuit o.a. het Parijs akkoord .

450

Universiteit Utrecht/ Faculteit Geowetenschappen

Bijdrage voor het opzetten van een onderzoekprogramma en demonstratie projecten voor duurzame verstedelijking. Duurzame urbanisatie, internationaal, is één van de bepalende opgaven van de komende decennia. Duurzamer gebruik van natuurlijke hulpbronnen en klimaatrobuust ontwerp van infrastructuur (water, energie, voedsel, wegen etc.) zijn noodzakelijk om de duurzame ontwikkelingsdoelen te realiseren.

450

World Economic Forum (WEF)

Bijdrage aan het World Economic Forum ter versterking van de inzet van de WEF en publiek -private coalities ten aanzien van circulaire economie en klimaat voor de zware industrie, onder meer de cementindustrie, in het zogenaamde Net Zero Initiative .

325

World Economic Forum (WEF)

Een bijdrage aan het WEF voor hun rol bij het World Circular Economy Forum + Climate (WCEF +) in het verbinden van de private - en de publieke sector, en de circulaire economie aan de klimaatagenda.

226

Alliance for Global Water Adaptation ( AGWA)

Een bijdrage aan de Alliance for Global Water Adaptation (AGWA) om landen te helpen met het neerzetten van klimaatadaptieve - en waterbestendige planvorming en hiermee een sneeuwbaleffect creeren van landen met een verbeterde (en meer integrale) planvorming naar COP 27 en de VN Waterconferentie 2023.

200

UNEP

Bijdrage aan de UNEP voor het ontwikkelen van een tweede editie van een Guidance Document en toolbox voor de integratie van CE in de Nationally Determined Contributions (klimaatplannen), het organiseren van twee workshops in Afrika en Latijns Amerika, en regionale events met publiek-private regionale coalities .

200

International Resource Panel (IRP)

Bijdrage aan het International Resource Panel dat overheden adviseert over duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Nederland bepleit daarbij dat het IRP meer werk maakt van het geschikt maken van mondiale datasets en regionale analyses. De bijdrage stelt het IRP in staat de kwaliteit van rapporten en adviezen te verbeteren en waar mogelijk te regionaliseren. Daarmee kunnen toekomstige analyses zowel mondiale als regionale doelen voor de transitie naar een circulaire economie dienen.

200

International Transport Forum (ITF)

Bijdrage aan het ITF , een intergouvernementele mondiale organisatie van 62 lidstaten waar alle transportmodaliteiten aan bod komen. Deze denktank voor transport beleid organiseert jaarlijks een bijeenkomst over ontwikkelingen zoals verduurzaming.

164

Stiftelsen Stockholm International

Bijdrage aan het Stockholm International Water Institute als trekker van het waterpaviljoen tijdens de COP 26.

150

Stichting Dutch Cycling Embassy (DCE)

Bijdrage aan DCE in het kader van slimme en duurzame mobiliteit. DCE is een publiek private Organisatie die de Nederlandse fietskennis bundelt en over de hele wereld verspreidt. Het doel van deze bijdrage is Nederland internationaal stevig neer te zetten als fietsland.

119

Bekostiging

In 2021 is een bijdrage verstrekt aan Stichting GCA in het kader van de rol die de stichting vervuld als adaptatie kennisinstituut bij de uitvoering van kabinetsbeleid met betrekking tot versnelling en monitoring van de Klimaatadaptatie actieagenda.

Licence