Base description which applies to whole site

4.1 Artikel 11 Integraal Waterbeleid

Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst.

Tabel 6 Samenvatting budgettaire gevolgen van beleid art.11
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

Verplichtingen

36.485

41.220

30.283

30.650

96.183

55.320

40.863

        

Uitgaven

44.251

48.421

49.982

45.678

43.541

55.580

‒ 12.039

        

Uitgaven onderverdeeld per artikelonderdeel

       

1 Algemeen waterbeleid

33.035

37.546

39.450

34.836

32.139

35.005

‒ 2.866

2 Waterveiligheid

2.584

3.019

2.704

2.905

2.756

3.118

‒ 362

3 Grote oppervlaktewateren

2.303

1.211

1.473

1.296

1.330

1.565

‒ 235

4 Waterkwaliteit

6.329

6.645

6.355

6.641

7.316

15.892

‒ 8.576

        

Ontvangsten

580

12.050

258

408

398

143

255

(Doen) uitvoeren Vanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt bijgedragen aan het Deltafonds (zie extracomptabele verwijzingen). Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1), zoetwatervoorziening (artikel 2), beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en waterkwaliteit (artikel 7) bekostigd. De rol (doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit, waterkwantiteit en internationaal:

  • Waterveiligheid. Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en de rivieren volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn, conform herziene basiskustlijn 2018 en handhaving kustfundament.

  • Waterveiligheid en Zoetwatervoorziening. Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen.

  • Waterveiligheid en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van aanlegprojecten, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken (alle waterveiligheid) en het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren (waterkwaliteit).

  • Waterveiligheid, Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van beheer, onderhoud en vervanging.

  • Internationaal. Kennisuitwisseling met buitenlandse partijen op het gebied van waterveiligheid, waterzekerheid en governance ter bevordering van de Nederlandse positie en verdienvermogen in het buitenland. Het betreft bilaterale en multilaterale samenwerking en richt zich vooral op klimaatadaptatie en water. De samenwerking is beschreven in de Nederlandse Internationale Waterambitie (NIWA).

Regisseren De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het Deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de gerelateerde wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoordelijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid. De rol «regisseren» heeft in dit artikel betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, waterkwantiteit, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en innovatie, exportbevordering en internationale samenwerking (m.b.t. de Noordzee).

  • Waterveiligheid. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van waterveiligheid gericht op alle primaire waterkeringen in Nederland. Tevens het zorgdragen voor de waterveiligheid van de regionale waterkeringen in het beheer van het Rijk. Het zorgen voor wettelijke kaders en instrumentarium voor het beoordelen en ontwerpen van primaire waterkeringen. Ontwikkelen van kaders voor het toetsen op veiligheid van de regionale waterkeringen in het beheer van het Rijk. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–2020.

  • Waterkwantiteit en Zoetwatervoorziening. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid in een aanpak gericht op de gebieden met grote Rijkswateren. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen verdeling van water en het daartoe zo te beheren hoofdwatersysteem dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–2021. Hierbij worden maatregelpakketten geregisseerd voor waterbeschikbaarheid op de korte en lange termijn in het Deltaprogramma Zoetwater. Het betreft maatregelen voor het robuuster maken van het watersysteem (nationaal en regionaal) en om de gevolgen van langdurige droogte en lage rivierafvoeren ten gevolge van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken.

  • Waterkwaliteit. Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren en inliggende communautair te beschermen waarden in de Rijkswateren van de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems. De uitvoering gericht op het behalen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden conform de voorschriften zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (KRW), om in drie planperiodes uiterlijk in 2027 aan de Europese verplichtingen te voldoen. De coördinerende verantwoordelijkheid voor de KRW ligt bij de Minister van IenW, tezamen met de Minister van LNV voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.

  • Nederlands deel van de Noordzee. Het gaat hier om het ontwikkelen van ruimtelijk en milieubeleid en het nemen van maatregelen voor het bereiken van een gezonde zee met een duurzaam gebruik in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit gebeurt in samenwerking en samenhang met de andere Noordzeelanden, conform de vereisten zoals opgenomen in de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de Europese Richtlijn voor Maritieme Ruimtelijke Planning (MSP). De coördinerende verantwoordelijkheid voor de KRM en de MSP ligt bij de Minister van IenW, tezamen in overeenstemming met de Ministers van LNV, EZK en BZK voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot hun verantwoordelijkheid behoren. Ook in de context van het Noordzeeakkoord draagt de minister van IenW een coördinerende verantwoordelijkheid, in dit geval voor de Rijksinbreng en financiële governance gedurende de implementatie van dit akkoord tot en met 2030.

  • Innovatie en exportbevordering. Het ontwikkelen van beleid, onder andere ten behoeve van de Topsector Water, gericht op het ontwikkelen van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (de gouden driehoek) om de internationale concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. De topsector Water werkt sinds 2019 samen met de topsectoren Agri & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen in het kader van het missiegedreven innovatiebeleid. Hierbij wordt een sterke thuismarkt (kennis en innovatie) gekoppeld aan een concurrerend Nederland in het buitenland. Voor dit laatste gaat het daarbij onder meer om het ontvangen van buitenlandse delegaties en het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies.

  • Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden bovenstrooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems. Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

Hoogwaterbescherming

Hieronder is de beleidsmatige indicator voor hoogwaterbescherming opgenomen. In productartikelen 1, 2 en 3 van het Deltafonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kerngetallen opgenomen.

Ongeveer 60% van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt 70% van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II, 2015/16, 34436, nr.3) .

Het doel van het waterveiligheidsbeleid is:

  • Iedereen in Nederland die achter een dijk woont, krijgt ten minste een basis beschermingsniveau van 1/100.000 per jaar. Dat wil zeggen dat de kans voor een individu om te overlijden als gevolg een overstroming niet groter mag zijn dan 0,001% per jaar.

  • Daarnaast wordt extra bescherming geboden op plaatsen waar kans is op:

    • grote groepen slachtoffers;

    • en/of grote economische schade;

    • en/of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang.

Als basis voor het bereiken van de doelen van het waterveiligheidsbeleid geldt sinds 1 januari 2017 een nieuwe normering voor de primaire waterkeringen. In 2050 moeten al deze keringen aan de wettelijke normen voldoen.

In 2021 zijn twee nieuwe indicatoren voor de bescherming tegen overstroming in de begroting opgenomen (zie figuur 3 en 4). Deze nieuwe indicatoren sluiten beter aan bij het doel van het waterveiligheidsbeleid.

Figuur 3 Ontwikkeling in het halen van het basisbeschermingsniveau t.o.v. de refenrentiesituatie

Bron: RWS, 2022. De referentiesituatie zoals bepaald t.b.v. de tussentijdse wijziging NPW1 in 2014.

Figuur 4 Ontwikkeling in het afnemen van het economisch risico t.o.v. de referentiesituatie

Bron: RWS, 2022. De referentiesituatie zoals bepaald t.b.v. de tussentijdse wijziging NPW1 in 2014.

ToelichtingHet waterveiligheidsbeleid heeft als doel om het risico van overstromingen naar het aanvaard risiconiveau te krijgen in 2050. Dit betekent een basisbeschermingsniveau voor iedereen in 2050 en een economisch risico waarbij de kosten en baten tegen elkaar opwegen. De keringen voldoen nog niet allemaal aan die nieuwe norm. Er is berekend hoe groot het economische risico is en hoeveel mensen wonen in een gebied waar het basisbeschermingsniveau nog niet wordt gehaald op het moment dat het nieuwe beleid (2014) is vastgelegd. Dit is de referentiesituatie genoemd en de waarden zijn op 100% gesteld. Ten opzichte van deze referentie wordt de ontwikkeling van het overstromingsrisico in de tijd afgezet. Doordat keringen versterkt gaan worden, zal het aantal mensen waarvoor het basisbeschermingsniveau nog niet is gehaald en het economisch risico de komende 30 jaar afnemen tot het niveau dat volgens het beleid in 2050 bereikt moet zijn.

Het (actuele) risico eind 2022 is gebaseerd op de gerealiseerde versterking tot en met 2022 in het HWBP; tot en met 2022 is ca. 36 km dijk versterkt. De afname van het risico tot en met 2027 is gebaseerd op de realisatieprognose van dijkversterkingen t/m 2027, zoals is opgenomen in het HWBP (226 km). Aangezien er tot en met 2022 nog maar weinig keringen in het HWBP zijn versterkt, is het economisch risico met ca. 3% afgenomen t.o.v. de referentiesituatie. Op basis van de verwachte realisatie van versterkingen tot en met 2027 zal het economische risico dan met ca. 19% t.o.v. de referentiesituatie zijn afgenomen. Het aantal mensen dat woont in een gebied waar het basisbeschermingsniveau nog niet is bereikt, is in 2027 naar verwachting 11 % lager.

In 2050 moeten alle keringen aan de nieuwe normen voldoen. Dan moet overal aan het basisbeschermingsniveau zijn voldaan en is het economisch risico afgenomen tot het aanvaard economisch risiconiveau. In de indicator wordt daarom ook het jaar 2050 geprojecteerd.

Waterkwaliteit (schoon (drink)water)

Het bereiken van een goede ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems, en van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden is afhankelijk van de maatregelen die verschillende overheden in binnen- en buitenland treffen. Zowel in Nederland als in de omringende landen werkt men daaraan volgens de systematiek van de Kaderrichtlijn Water, in een cyclus van zes jaar. Een actuele beschrijving van de toestand is opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027. Dit is een actualisatie van de toestandbeschrijving uit de vorige plannen van 2015. In 2027 zal het beeld opnieuw geactualiseerd worden. De voortgang van de uitvoering van maatregelen wordt jaarlijks gedaan in de rapportage «De Staat van Ons Water» en onderliggende jaarrapportage ecologische waterkwaliteit en natuur (Kamerstukken II 2020-2021, 27625 nr. 538); onswater)

Integraal waterbeleid

In De Staat van Ons Water wordt vanaf 2016 jaarlijks integraal door de partners van het Bestuursakkoord Water (BAW) gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van het waterbeleid in het voorgaande jaar. De Stuurgroep Water heeft in december 2018 besloten dat vanaf 2019 De Staat van Ons Water uitsluitend zal worden gericht op de Tweede Kamer als doelgroep. Meer uitgebreide informatie over De Staat van Ons Water is te vinden op de website http://www.onswater.nl/onswater.

Klimaatadaptatie Internationaal

De inzet is gericht op het behalen van de doelen die gesteld zijn in de Nederlandse Internationale Waterambitie (NIWA). Onder de NIWA draagt elk betrokken ministerie met eigen inbreng en verantwoordelijkheid bij aan het grotere gezamenlijke doel: de waterzekerheid en waterveiligheid in de wereld van mens, plant en dier vergroten, en de Nederlandse bijdrage daaraan en het Nederlandse verdienvermogen optimaliseren.

Er is daarvoor een samenhangende aanpak ontwikkeld van Nederland op internationale klimaatadaptatie, met een stevige verankering in de IenW domeinen die hiervoor van belang zijn: water, infrastructuur, nature based solutions en klimaatdata. Klimaatverandering is een wereldwijde uitdaging en Nederland is als klimaatkwetsbaar land gebaat bij internationale samenwerking. Door gebruik te maken van onze kennis en kunde en dit te koppelen aan de verworven positie in internationale netwerken, kunnen we het nationale leer- en verdienvermogen versterken en zo ook bijdragen aan de versnelling van adaptatie actie wereldwijd. Dit laatste is essentieel om de Sustainable development goals van agenda 2030 te kunnen behalen.

Belangrijke mijlpalen waren de inzet op de COP27 in Egypte met accent op het stimuleren van de actie gerichte agenda op klimaatadaptatie waarbinnen water een sturende functie heeft. Verder de voorbereidingen voor de VN Water Conferentie die in maart 2023 zal plaatsvinden voor het aanjagen van de SDG’s. Het verder brengen van adequaat instrumentarium voor gedegen en productieve programma’s zoals tweede fase Blue Deal, nieuw programma Partners voor Water, een nieuw programma klimaatweerbaarheid van delta’s. kustgebieden en eilanden (IPDC), een nieuw gecombineerd programma te starten van Disaster Risk Reduction (DRR) en Dutch Surge Support (DSS). Ook is het instrumentarium op Water as Leverage en Valuing Water vernieuwd en uitgebreid. In het licht van economische samenwerking is het WTEX10 programma gestart om watertechnologie en innovatie te stimuleren en exportkansen te vergroten (vertienvoudigen per 2030).

WaddenIn 2022 is het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 verder uitgewerkt. De volgende stap is de vaststelling door het BO Waddengebied. Parallel is gewerkt aan een methodiek voor een impactanalyse van het Uitvoeringsprogramma (Kamerstukken II, 2020/21, 29684, nr.217). Na afronding van de pilotfase wordt de methodiek op de relevante onderdelen van het Uitvoeringsprogramma toegepast. De nieuwe governance van het Waddengebied, die vorm is gegeven op basis van de drie pijlers Bestuur, Stakeholders en Beheer (in casu Bestuurlijk Overleg, Omgevingsberaad en Beheerautoriteit Waddenzee) heeft inmiddels zijn beslag gekregen. De Beheerautoriteit werkt momenteel aan een Integraal Beheerplan.

Programma NoordzeeOp 18 maart 2022 is het Programma Noordzee 2022-2027, inclusief de Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee (deel 3), als zelfstandige bijlage van het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2021/2022, 35325, nr. 5). Het vormt het plan voor de inrichting van de Noordzee volgens de vereisten van de Europese richtlijn maritieme planning, is kaderstellend voor het duurzaam gebruik van de Noordzee volgens de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, en geeft nadere uitwerking aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en afspraken uit het Akkoord voor de Noordzee.

Beoordeling primaire keringen Waterschappen en Rijkswaterstaat hebben in 2022 gewerkt aan de beoordeling van de primaire keringen in relatie tot de nieuwe waterveiligheidsnormen. Eind 2022 zijn alle beoordelingen tijdig afgerond (inclusief de conformiteitstoets door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)).

Daar waar nodig worden de primaire waterkeringen versterkt via het Hoogwaterbeschermingsprogramma, om in 2050 overal te voldoen aan de veiligheidsnormen.

Nationaal GroeifondsDe twee proposities NL2120 en Groeiplan Watertechnologie zijn aangepast en eind 2022 opnieuw ingediend ter beoordeling door commissie-NGF. Dit betreffen reserveringen binnen het Nationaal Groeifonds. Begin 2023 besluit de Commissie-NGF over toekenning van deze aangepaste proposities.

Beleidstafel wateroverlast en hoogwaterDe beleidstafel heeft haar eindrapport in december 2022 opgeleverd. De hoofdboodschap is dat wateroverlast als gevolg van dit soort extreme omstandigheden ook in de toekomst niet te voorkomen is en dat dit ook in andere delen van Nederland tot grote impact kan leiden. Eenvoudige maatregelen ter preventie zijn niet mogelijk door de grote opgave die de extreme neerslag met zich meebrengt. De beleidstafel vindt het van groot belang om de gevolgen van extreme neerslag te beperken en daarmee maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. De beleidstafel voegt daartoe twee nieuwe aspecten toe aan het Nederlands waterbeleid: waterbewustzijn en klimaatrobuust herstel. Daarmee gaat de meerlaagsveiligheid van 3 naar 5 lagen.

Programmadirectie Klimaatadaptatie en Water Internationaal (KAWI) Het klimaat verandert snel en de gevolgen zijn duidelijk merkbaar in Nederland én in het buitenland. Nederland richt zich op kennisuitwisseling, kennisontwikkeling en als spil in het aanjagen van actie in de wereld op klimaatadaptatie en waterbeheer. IenW heeft veel ervaring en kennis in huis, mede via de agentschappen en RWS, en wordt door internationale partijen in toenemende mate gevraagd om kennis, advies en samenwerking. Dit heeft zich vertaald in een actieve opstelling rond de mondiale klimaatuitdagingen en concrete inzet daarop, zowel via het multilaterale als bilaterale kanaal. Dit in nauwe samenwerking met ministerie van Buitenlandse Zaken en andere ministeries.

In 2022 is een nieuwe eigenstandige programmadirectie ‘Klimaatadaptatie en Water Internationaal’ (KAWI) onder de DGWB-structuur vormgegeven. De nieuwe programmadirectie heeft een eigen programmaplan en focus. Het jaar 2022 stond daarmee in het licht van het bouwen van nieuwe initiatieven en programma’s die versterkend zijn op het verbinden van ‘halen en brengen van kennis’ en gericht op een actiegerichte inzet met belangrijke (multilaterale) mijlpalen zoals de COP27, VN Water 2023 conferentie en regulieren UNGA’s. Hierbij is de klimaatagenda en de SDG agenda leidend met een focus op 2030.

Kennisprogramma zeespiegelstijgingIn het Kennisprogramma Zeespiegelstijging wordt onderzoek gedaan naar zeespiegelstijging, de effecten ervan voor Nederland en de handelingsperspectieven voor de korte en de lange termijn. In 2022 heeft KNMI aanvullend onderzoek afgerond dat bijdraagt aan de nieuwe scenario’s voor zeespiegelstijging. Met behulp van ontwikkelde en aangepaste modellen hebben berekeningen plaatsgevonden van de gevolgen van zeespiegelstijging voor waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en de zandige kust.

Integraal Riviermanagement (IRM)In 2022 is de bestuurlijke opdracht herijkt en is gewerkt aan de basisstukken voor besluitvorming in 2023 over het POW-IRM (Programma onder de Omgevingswet, 50%-versie gereed). In het POW worden beleidsbeslissingen ten aanzien van bodemligging en sedimenthuishouding en afvoercapaciteit, prioritaire gebieden en urgente systeemingrepen vastgelegd. Daarnaast worden afspraken gemaakt over een werkwijze voor de realisatie van IRM en input gegeven voor de IRM-kennisagenda.

De werkzaamheden voor de plan MER en MKBA zijn in 2022 gestart.

In het praktijknetwerk IRM komen betrokkenen van diverse rivierprojecten, bijvoorbeeld de pilots, bij elkaar om kennis en ervaring te delen zodat deze ook in andere (nieuwe) projecten toegepast kunnen worden. Het afgelopen jaar zijn de eerste twee praktijknetwerkdagen georganiseerd en succesvol verlopen.

Het gesprek met de internationale gremia over IRM is in 2022 nog niet gestart vanwege geen/onvoldoende capaciteit. De internationale context speelt een belangrijke rol voor de uitvoering van maatregelen in een adaptief uitvoeringsprogramma.

GrondwaterDe ambtelijke Studiegroep Grondwater heeft in 2022 haar advies voor de duurzame instandhouding van grondwatervoorraden afgerond. Onderdeel van dit advies was een Feitenrelaas Grondwater. Als aanvulling op dit feitenrelaas is Deltares gevraagd een visuele analyse te maken, welke hierop aansluit. Dit heeft geresulteerd in de Integrale Grondwaterstudie Nederland (ISGN). In deze studie wordt een beeld geschetst van de bestaande en gewenste toestand van het grondwater op landelijke schaal. Trends en aandachtspunten zijn beschreven en gevisualiseerd voor 5 thema’s: ‘verdroging natuur’ (Hoog Nederland), ‘bescherming grondwaterkwaliteit’, ‘energietransitie en grondwater’ en ‘stedelijk gebied en grondwater’ (focus op Laag Nederland) en ‘zoetwatervoorziening en grondwater’. Tevens worden mogelijke oplossingsrichtingen gegeven voor deze opgaven en eerste inzichten voor integrale oplossingen om het grondwatersysteem van Nederland te herstellen en robuust te maken voor toekomstige veranderingen. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de afronding van het onderzoek

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleids art. 11 Integraal Waterbeleid (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

 

Verplichtingen

36.485

41.220

30.283

30.650

96.183

55.320

40.863

1

         

Uitgaven

44.251

48.421

49.982

45.678

43.541

55.580

‒ 12.039

 
         

1 Algemeen waterbeleid

33.035

37.546

39.450

34.836

32.139

35.005

‒ 2.866

 

Opdrachten

5.022

3.648

2.232

2.625

5.942

9.017

‒ 3.075

2

Opdrachten CORA (HGIS)

244

992

212

272

202

1.129

‒ 927

 

Klimaat bestuur

    

98

1.432

‒ 1.334

 

Regie Innovatie

    

568

867

‒ 299

 

Risico onvoorzien

    

0

4.262

‒ 4.262

 

Overige opdrachten

4.778

2.656

2.020

2.353

5.074

1.327

3.747

 

Subsidies

12.700

14.329

14.677

11.445

7.163

11.321

‒ 4.158

3

Incidentele Subsidie WKB

1.180

1.567

1.286

16

0

0

0

 

Partners voor Water (HGIS)

10.760

11.476

10.297

10.213

4.108

11.252

‒ 7.144

 

Blue Deal (HGIS)

700

1.200

2.900

1.090

0

0

0

 

Overige Subsidies

60

86

194

126

3.055

69

2.986

 

Bijdragen aan agentschappen

15.263

15.978

15.343

16.160

16.789

14.667

2.122

4

Waarvan bijdrage aan agentschap KNMI

722

1271

612

1.626

919

394

525

 

Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

14.541

14.707

14.731

14.534

15.870

14.273

1.597

 

Bijdragen aan medeoverheden

50

3591

6.568

4.506

0

0

0

 

Bijdragen medeoverheden WKB

0

0

0

4.506

0

0

0

 

Bijdragen aan internationale organisaties

0

0

630

0

2.245

0

2.245

5

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

0

100

0

0

0

 
         

2 Waterveiligheid

2.584

3.019

2.704

2.905

2.756

3.118

‒ 362

 

Opdrachten

2.584

3.019

2.704

2.905

2.756

3.118

‒ 362

 

RWS waterveiligheid

2.250

2.546

1.989

2.395

2.356

2.456

‒ 100

 

Overige opdrachten

334

473

715

510

400

662

‒ 262

 
         

3 Grote oppervlaktewateren

2.303

1.211

1.473

1.296

1.330

1.565

‒ 235

 

Opdrachten

2.303

1.211

1.273

1.196

1.280

1.465

‒ 185

 

RWS Waterdossier WOM

363

67

107

106

 

0

0

 

RWS - ZW - Delta

1.205

1.025

1.052

934

1.043

1.050

‒ 7

 

Overige opdrachten

735

119

114

156

237

415

‒ 178

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

200

100

50

100

‒ 50

 
         

4 Waterkwaliteit

6.329

6.645

6.355

6.641

7.316

15.892

‒ 8.576

 

Opdrachten

3.997

3.659

3.692

3.963

4.577

14.202

‒ 9.625

6

MIW opdrachten

0

0

0

0

284

789

‒ 505

 

Noordzee akkoord

0

0

0

294

81

9.456

‒ 9.375

 

RWS WKK opdrachten

2.949

2.873

3.069

2.852

3.654

2.886

768

 

WKK opdrachten

0

0

0

0

558

1.071

‒ 513

 

Overige opdrachten

1.048

786

623

817

0

0

0

 

Subsidies

436

400

400

400

48

0

48

 

Bijdrage aan medeoverheden

325

500

500

0

50

0

50

 

Bijdrage aan internationale organisaties

1.571

2.086

1.763

2.278

1.991

1.690

301

 

WKK contributies

503

689

837

531

714

640

74

 

WKK mondiaal

552

678

396

1.063

1.277

1.050

227

 

Overige bijdrage (inter)nat.org

516

719

530

684

  

0

 
         

Ontvangsten

580

12.050

258

408

398

143

255

 
         

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De verhoging van het verplichtingenbudget met per saldo € 40,9 miljoen is voornamelijk het gevolg van een verplichtingenschuif om het verplichtingenbudget voor Partners voor Water 5 direct beschikbaar te stellen voor de gehele periode conform besluit bij de Voorjaarsnotabehandeling van de HGIS-Brief (€ 56,3 miljoen). Overige verplichtingenmutaties (€ - 15,4 miljoen) verklaren het resterende verschil.

  • 2. De per saldo lagere realisatie van € 3,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

    • En een verhoging van het budget opdrachten voor de VN water conferentie (€2,9 miljoen)

    • Een overboeking van € 4,3 miljoen naar het Meerjaren Programma Bodem (artikel 13).

    • Lagere uitgaven voor Klimaat en Bestuur als gevolg van de uitstel van de Omgevingswet (€ -1,3 miljoen)

    • En diverse kleinere mutaties van € -0,4 miljoen.

  • 7. De per saldo lagere realisatie van de subsidies van € - 4,2 miljoen wordt met name verklaard door:

    • Een vertraging van de uitvoering van de nieuwe subsidieregeling Partners voor Water (€ -7,1 miljoen).

    • Een verhoging van het budget van € 3 miljoen omdat een deel van de opdracht aan Deltares niet als opdracht is verstrekt, maar als subsidie.

  • 10. De hogere realisatie op de bijdragen aan agentschappen per saldo (€ 2,1 miljoen) wordt veroorzaakt door financiering van circa € 1,2 miljoen voor de capaciteit van diverse opdrachten voor beleidsondersteuning en advies aan RWS. Daarnaast is loonbijstelling van € 0,4 miljoen toegevoegd. Het resterende verschil van de realisatie wordt verklaard door de de bijdrage aan agentschap KNMI (€ 0,5 miljoen).

  • 11. De verhoging van de bijdragen aan (inter)nationale organisaties per saldo (€ 2,2 miljoen) wordt met name veroorzaakt door een overboeking vanuit het opdrachtenbudget voor bijdrage aan onder andere International Groundwater Resources Assessment Centre, Stockholm International Water Institute, en New York Water Week (€ 1,6 miljoen). Het resterende verschil van € 0,6 miljoen wordt verklaard door de overige bijdragen aan internationale organisaties.

  • 12. De verlaging van het opdrachtenbudget (€ -9,6 miljoen) per saldo wordt met name veroorzaakt door mutaties omtrent het budget Noordzee Akkoord (€ -9,4 miljoen). Hetgeen bestaat voornamelijk uit:

    • Een overboeking naar het Deltafonds voor een opdracht voor de uitvoering van het programma Monitoring Onderzoek Natuurversterking Soortenbescherming (MONS) in het kader van het Noordzee Akkoord (€ -5,0 miljoen).

    • Een budgetoverheveling naar het Mobiliteitsfonds ten behoeve van de overdracht van taken inzake medegebruik en doorvaart windparken Noordzee (€ -4,5 miljoen).

    • Het resterende verschil van de realisatie binnen dit artikelonderdeel wordt verklaard door de overige opdrachten.

Uitgaven

1 Algemeen waterbeleid

Opdrachten

Klimaatadaptatie

Er zijn middelen ingezet voor het programma Klimaatadaptatie voor het bevorderen van een transitie naar meer klimaatbestendig handelen door personen en organisaties. Daartoe zijn uitgaven voorzien voor de implementatie van de Nationale Adaptatie Strategie (NAS). De middelen voor de uitvoering van de NAS op dit artikel en die voor het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie op het Deltafonds zijn complementair aan elkaar. IenW heeft de coördinatie over het Nederlandse klimaatadaptatiebeleid en doet dit in nauwe samenwerking met de betrokken departementen, decentrale overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen.

In 2022 is er aan de hand van de uitvoeringsagenda (vergaderjaar 2021-2022 kamerstuk 31710 nr.80) (Kamerstukken 2021-2022, 31710, nr.80) voor klimaatbestendige netwerken, een start gemaakt met nadere analyse en onderzoek. Zo is er voor het Hoofdwatersysteem onder andere gekeken naar het verbeteren van de methodiek van de stresstesten en het verder analyseren van de kwetsbare gebieden die in de uitvoeringsagenda naar voren kwamen. Nader onderzoek is nodig om tot concrete maatregelen te kunnen komen.

Nationaal GroeifondsSamen met veldpartijen is in 2022 aan de ontwikkeling van drie proposities van het National Groeifonds (NGF) gewerkt. De tweede ronde propositieis NL2120 en Groeiplan Watertechnologie zijn aangepast en opnieuw bij het NGF aangeboden. Voor de derde ronde is gewerkt aan het voorstel Digitalisering Noordzee. De proposities dragen bij aan de IenW doelstellingen met betrekking tot waterveiligheid, waterbeheer, de waterketen en beheer Noordzee. Voor de proposities zijn een aantal opdrachten verstrekt, onder andere voor een Maatschappelijke Kosten en Baten analyse en advisering over staatssteunaspecten.

Helpdesk Water IenW levert jaarlijks een bijdrage aan de Helpdesk Water, onderdeel van RWS. In 2022 is verder gewerkt aan het integreren van de Helpdesk Water in het Informatiepunt Omgevingswet. Afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Helpdesk Water niet meer worden bijgehouden. De actuele informatie is dan te vinden via de website van het Informatiepunt Omgevingswet.

Omgevingsloket Online Voor de uitvoering van het bestaande Omgevingsloket Online (OLO) wordt een jaarlijkse bijdrage geleverd ten behoeve van water- en omgevingsvergunningen.

Waterheffingen In 2022 is gewerkt aan een wetsvoorstel om de waterschapsbelastingen en de verontreinigingsheffing van het Rijk toekomstbestendiger te maken en enkele knelpunten op te lossen.

Staat van Ons Water

Met de Staat van Ons Water wordt elk jaar aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de voortgang van het waterbeleid in het afgelopen kalenderjaar. De Tweede Kamer heeft het rapport over 2021 in ontvangst mogen nemen op 17 mei 2022 (TK 27625, nr. 564).

Topsector Water en Maritiem

Het Human Capital programma van de Topsector Water en Maritiem is gericht op het vinden, opleiden en vasthouden van gekwalificeerd personeel voor de watersector. Dit gebeurt in samenwerking met het ministerie van EZK. Het studiebeurzenprogramma heeft activiteiten en kennismakingen georganiseerd tussen studenten en het werkveld voor het Stroomversnellers netwerk dat nu bestaat uit 400 studenten en jonge professionals. Daarnaast is de visiegroep Human Capital Innovation opgestart om arbeidsinnovaties en learning communities te stimuleren, is er een integrale arbeidsmarktmonitor opgeleverd en is er een IJsselmeer waterchallenge georganiseerd. In samenwerking met LNV is verder een bijdrage geleverd aan onderzoek naar ‘de Groenblauwe stad, gecombineerde opgave’ onder leiding van NWO/ SIA, om praktijkgericht onderzoek te doen naar de combinatie van natuur en water in de stad.

Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat

In 2022 is IenW gestart met de ontwikkeling van de programmeerfunctie kennis en innovatie voor water en bodem. De programmeerfunctie heeft als doel de samenwerking op kennis en innovatie met overheden, kennisorganisaties, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties te versterken. In 2022 zijn in samenwerking met betrokken partijen een aanzet gemaakt om op drie thema’s de kansen- en knelpunten voor kennis en innovatie in beeld te brengen, en hier vervolgacties voor te ontwikkelen. Daarnaast zijn er verschillende netwerkactiviteiten georganiseerd, gericht op strategische thema’s waaronder digitalisering en Europese ontwikkelingen.

Strategisch OnderzoekIenW draagt bij aan het realiseren van kennis en innovatie voor actuele maatschappelijke ontwikkelingen en mogelijke maatregelen rond overstromingen, wateroverlast, waterschaarste en de kwaliteit van watersystemen. In samenwerking met NWO, wetenschap, TO2 onderzoeksinstellingen, bedrijfsleven en overheden werd in 2022 strategisch onderzoek ontwikkeld op het terrein van klimaatadaptatie, droogte en wateroverlast in de gebouwde omgeving.

HGIS

Op internationaal gebied is samengewerkt met de Unie van Waterschappen en waterschappen aan de Blue Deal. In de eerste fase (2018-2022) zijn 17 internationale partnerschappen gestart tussen waterschappen en buitenlandse lokale waterbeheerders. Het programma draagt bij aan waterveiligheid en waterzekerheid voor 20 miljoen mensen per 2030. Op multilateraal gebied is vanuit de HGIS middelen (CORA) het draagvlak versterkt voor Water as Leverage met een nieuw programma in Colombia en India. Ook is de inzet op ‘Valuing Water’ geconsolideerd binnen UN-Water en resulteert in een vervolg programma. De watergezant heeft een essentiële rol vervuld in het aanjagen van klimaatadaptatie en Integraal Waterbeheer op het mondiale podium evenals het positioneren van NL.

Subsidies

Een aantal HGIS subsidies zijn van start gegaan zoals de inceptie fase het WTEX10 programma voor het aanjagen van de watertechnologie sector en export bevordering, de ondersteuning van het Netherlands Water Partnership (NWP) voor versterken van de samenwerking met de Topsector Water en Maritiem. Ook zijn Deltares en het Global Center on Adaptation (GCA) betrokken bij het International Panel for Deltas and Coastal Zones (IPDC) voor een uitvoerende en coördinerende rol als secretariaat. Nieuw is hierbij ook een focus op Small Island (Developing) States door maatwerk advies te geven ten aanzien van klimaatweerbaarheid. Ook binnen het Partners voor Water Programma is een subsidie-instrument ontwikkeld. In 2022 heeft een eerste tender plaatsgevonden echter worden de eerste uitgaven pas voorzien in 2023. Door het nieuwe karakter van het KAWI programma stond 2022 vooral in het licht van een gedegen programmaplan en strategie.

Partners voor Water 5

In de 2022 uitloop van het vierde PvW-programma zijn subsidieprojecten en opdrachten afgerond die door Covid-19 vertraging opgelopen hadden. Hierbij is ook een eindrapportage opgeleverd (stcrt-2022-11617) Het vervolgprogramma Partners voor Water 5 heeft in 2022 de inceptiefase afgerond, een nieuwe subsidieregeling gericht op impact gepubliceerd in de Staatscourant en er zijn 10 subsidies toegekend op 32 ingediende voorstellen. In deltalanden zijn 2-jarige plannen gevormd waarvan de uitvoering inmiddels van start is gegaan.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsondersteuning en advies (BOA), vertegenwoordiging in internationale werkgroepen, opstelling van rapportages en evaluaties en begeleiding van opdrachten aan de markt en aan Deltares. Hiervoor wordt jaarlijks een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren onder andere de bijdragen aan de uitwerking van de MIRT-onderzoeken waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit.

Aan het KNMI worden diverse onderzoeken en analyses gevraagd die betrekking hebben op kennisontwikkeling ten behoeve van windklimaat en afvoerstatistiek rivieren en voor klimaatadaptatie.

2 Waterveiligheid

Opdrachten

Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR)Conform de verplichtingen van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) is in maart 2022 het in december 2021 vastgestelde Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP) 2022-2027 ter beschikking gesteld aan de Europese Commissie. Het ORBP is een bijlage bij het Nationaal Water Programma 2022-2027 en is in afstemming met de internationale delen van de overstromingsrisicobeheerplannen voor de vier stroomgebieden Rijn, Schelde, Maas en Eems, alsmede in afstemming met de stroomgebiedsbeheerplannen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). In 2022 is de derde implementatiecyclus (2022-2027) van de ROR begonnen met de start van de werkgroep Voorlopige overstromingsrisicobeoordeling (VORB).

Het overstromingsrisicobeheerplan (ORBP)bevat een overzicht van adequate doelen en maatregelen om daarmee voorbereid te zijn op toekomstige ontwikkelingen, in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn en bij een (dreigende) overstroming voorbereid te zijn om adequaat te handelen.

De uitgaven van het Rijk hiertoe worden met name verantwoord op het Deltafonds (DF). Het gaat om o.a. jaarlijks opstellen en uitvoeren van een meerjarig Deltaprogramma, kennisprogramma’s uit te voeren (zeespiegelstijging en klimaatscenario’s), maatregelenprogramma’s op te stellen (Integraal Riviermanagement/IRM) en uit te voeren (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie).

Beoordelen van de primaire waterkeringenIn 2022 is verder gewerkt aan het beoordelen van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe normen. Voor deze beoordeling zijn diverse opdrachten verstrekt ter ondersteuning van de waterkeringbeheerders. Daarnaast zijn opdrachten verstrekt om kennis ten aanzien van waterveiligheid te ontwikkelen en vast te leggen

Kust Opdrachten zijn verstrekt voor verdere kennisontwikkeling ten aanzien van de kust, onder andere over (de gevolgen van) zeespiegelstijging en de kustontwikkeling. Dit onderzoek is opgenomen in het Kennisprogramma Zeespiegelstijging, dat gefinancierd wordt uit het DF en toegelicht in het betreffende verantwoordingsdocument.

Kennis- en modelontwikkeling rivieren In 2022 is de Systeembeschouwing Rijn en Maas opgeleverd. Het onderzoeksrapport beschrijft hoe onze rivieren zich ontwikkelen en schetst mogelijke oplossingen om het riviersysteem toekomstbestendig te maken. Ook is een rapport met systeemmaatregelen opgeleverd. Dit rapport geeft een typering van mogelijke maatregelen, met aanduiding welk type waar zinvol kan zijn. Dit zijn belangrijke bouwstenen voor het programma Integraal Riviermanagement. Daarnaast is in 2022 kennisontwikkeling ondersteund met het tot stand komen van een Kennisagenda Rivieren en zijn bijdragen geleverd aan diverse MIRT-projecten in het rivierengebied voor zowel de Rijn, als de Maas.

3 Grote oppervlaktewateren

Opdrachten

Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta en Schelde-estuarium

In 2022 heeft IenW samen met de regio en stakeholders verder gewerkt aan de concretisering van de handelingsperspectieven van de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050. Dit moet leiden tot een klimaatrobuust veilige, economisch vitale en ecologisch veerkrachtige delta. Voor het Volkerak-Zoommeer is daarbij uitgegaan van de huidige zoetwaterfunctie, conform de aangenomen motie Stoffer c.s. (Kamerstukken II 2020-2021, 27 625, nr. 521). Samen met het Vlaams Gewest en andere stakeholders is voor de uitvoering van de Scheldeverdragen verder gewerkt aan het (onderzoeks)programma 2019-2023 van de Agenda voor de Toekomst voor het Schelde-estuarium. Zo is in 2022 onderzoek opgeleverd over de sedimentvraag en over de reactie van het estuarium op de zeespiegelstijging. Er is onder andere geadviseerd over knelpunten bij het dagelijks beheer, zoals bij de Schaar van Valkenisse en bij de dwarsstromingen bij het Zuidergat. De evaluatie van het functioneren van het Schelde-estuarium over de periode 2015-2021 (de T2021-rapportage) is gestart.

WaddenIn 2022 is verdere invulling gegeven aan de toekomstvisies 2050 voor het Waddengebied en voor de Eems-Dollard. Regio en Rijk werken sinds 2015 structureel samen aan ecologische verbetering van de Eems-Dollard, door samenhangende inzet van middelen, maatregelen en onderzoeken op basis van een meerjarig adaptief programma. De ambitie is dat de Eems-Dollard in 2050 voldoet aan het ecologisch streefbeeld dat is geformuleerd. Hier wordt stapsgewijs naar toegewerkt door adaptief in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten.De drie landen die grenzen aan de Waddenzee, Nederland, Duitsland en Denemarken, vormen samen de Trilaterale samenwerkingslanden. Ze overleggen regelmatig over het vormen of aanpassen van het beschermingsbeleid van werelderfgoed Waddenzee.De beheerautoriteit Wadden geeft verder invulling aan de opstelling van een integraal beheerplan voor de Waddenzee.

Subsidies

WaddenEr is een jaarlijkse bijdrage van € 96.000 verstrekt aan de provincie Friesland ten behoeve van het Omgevingsberaad Waddengebied (OBW). Het Omgevingsberaad Waddengebied is het adviesorgaan voor het Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BOW). Het is tevens een platform waar gestructureerde discussies over het Waddengebied worden geïnitieerd en waar informatie over het Waddengebied wordt uitgewisseld.

4 Waterkwaliteit

Opdrachten

Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM)Het geactualiseerde programma van maatregelen (Mariene Strategie deel 3) is op 18 maart 2022 vastgesteld als onderdeel van het Programma Noordzee 2022-2027 en gerapporteerd aan de Europese Commissie ((zie voor nadere toelichting het onderwerp Programma Noordzee). Hiernaast is in 2022 is ter uitwerking van de geactualiseerde Mariene Strategie deel 1 en 2 uit respectievelijk 2018 en 2020, in EU en OSPAR-verband verder invulling gegeven aan de ontwikkeling van indicatoren en parameters om de milieutoestand te kunnen monitoren en de goede milieutoestand te bepalen.

NoordzeeakkoordMedio 2020 is tussen het kabinet en maatschappelijke organisaties het Noordzeeakkoord gesloten. Het kabinet heeft voor de uitvoering van het Noordzeeakkoord een transitiebedrag van € 200 miljoen tot en met 2030 beschikbaar gesteld, bedoeld voor sanering en verduurzaming van de visserij, voor het kennisprogramma monitoring, onderzoek natuurherstel en soortenbescherming (MONS), voor de veilige doorvaart binnen de aan te leggen windparken en voor extra handhaving door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In 2022 was hiervan € 5 mljoen voor MONS vanuit artikel 11. Hiervan is 5 miljoen ter beschikking gesteld aan het uitvoeringsbureau voor MONS en is € 73.000 besteed aan no-regret studies. ↵ De overige uitgaven van het Noordzeeakkoord worden begroot en verantwoord op andere departementale begrotingen. Door middel van een extracomptabele tabel op de begroting van IenW als coördinerend departement worden de totaal uitgaven voor het Noordzeeakkoord inzichtelijk gemaakt. Dit totaaloverzicht is te vinden in de extracomptabele tabel 13.

Bijdrage aan medeoverheden

Eén van de activiteiten die Nederland heeft geïnitieerd tijdens de Climate Adaptation Summit (2021) is de Water Action Track. Deze is gericht op het versnellen, opschalen en financierbaar maken van concrete activiteiten om klimaatweerbaarheid in de wereld te vergroten. Zo is een nieuwe Coalitie voor Adaptatie en Water gestart dat als kennisplatform (ook bekend als de HUB) functioneert en bijdraagt aan de nationale adaptatie plannen (NAP’s) van de deelnemende landen (ook bekend als de Facility). In de programmatische aanpak voor klimaatadaptatie wordt een budget voorzien van € 0,6 miljoen per jaar (2021-2023).

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Internationale riviercommissiesVoor een benedenstrooms land als Nederland is internationale samenwerking in de stroomgebieden voor Rijn, Maas, Schelde en Eems cruciaal. Voor Rijn, Maas en Schelde is er een juridische basis op basis van verdragen voor de samenwerking in de internationale riviercommissies. Voor het Eemsstroomgebied hebben ministers onderling afspraken gemaakt voor de internationale afstemming en coördinatie voor de EU richtlijnen Kaderrichtlijn water (KRW) en de Richtlijn overstromingsrisico's (ROR). Het stroomgebiedbeheerplan voor de KRW is op 22 maart 2022 afgerond. Dit zal in zonder de bijdrage van Wallonië zijn waar grote vertraging is met het plan vanwege de extreme wateroverlast van juli 2021. In alle riviercommissies is teruggeblikt op de overstromingen van 2022. In de ICBR is het werkprogramma, inclusief mandaten voor de werk- en expertgroepen voor de komende 6 jaar op basis van de resultaten van de Rijnministersconferentie 2020 zo goed als gereed. Daarnaast zijn er diverse rapporten gepubliceerd (Rapporten publieksvoorlichting). In de Internationale Maascommissie (IMC) is het plan van aanpak extreem laag water gepubliceerd en wordt nagedacht over vervolgaanpak. Het IMC droogtebericht is aangepast voor verzending aan een groter publiek en publicatie op de website. In de Internationale Scheldecommissie staat de PFAS- problematiek op de agenda en is afgesproken een brede internationale workshop te houden met aansluiting van de relevante werkgroepen uit IMC en ICBR.

OSPARNederland heeft de jaarlijkse contributie afgedragen voor de uitvoering van het Oslo-Parijs (OSPAR)-verdrag, waarmee wordt ingezet op internationale samenwerking en afstemming over vraagstukken op het gebied van mariene milieu, ecologie en biodiversiteit in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, inclusief de Noordzee, mede in relatie tot uitvoering van de KRM.

Internationale organisaties

Nederland ambieert een internationale profilering als centrum voor watervraagstukken. Dit is verwoord in de Nederlandse Internationale Waterambitie van het kabinet die medio 2019 aan de Kamer is aangeboden. Het streven van Nederland als Centre of Excellence werd in 2022 gedeeltelijk ingevuld door een zichtbare rol op VN-podia, de geslaagde lobby voor de VN Water conferentie in maart 2023 waar NL co-organisator is. Ook wordt nauw samengewerkt met de VN via UN-Water, UNESCO, UNECE en HELP. Onderdeel van de profilering is verder de ontwikkeling van het Valuing Water Initiatief en Water as Leverage. In meer Europees verband werden internationale bijdragen geleverd aan de OESO en het Protocol on Water & Health. Tevens stond 2022 in het licht van het jaar van het Grondwater waar het International Groundwater Resources Assessment Center (IGRAC) een centrale rol vervulde tijdens de internationale grondwater summit (december).

Water speelt een verbindende rol in de in VN-kader afgesproken Sustainable Development Goals (SDG’s). Er is reeds een specifiek SDG voor water afgesproken. Verder wordt in een van de subdoelen van de SDG die zich richt op steden specifiek gerefereerd aan het verminderen van risico’s van watergerelateerde rampen. In 2022 is gewerkt aan de implementatie, versterking en zichtbaarheid van Nederland. Hiervoor is met internationale organisaties en platforms samengewerkt en werden activiteiten ondersteund. Zo zijn bijdragen geleverd aan het Sendai raamwerk van de UNISDR, HELP, WRI, Wereldbank, GWP, OESO, World Water Council. Nederland steunt actief de activiteiten van UNECE Water op het gebied van grensoverschrijdend waterbeheer.

Memoranda of UnderstandingOok in 2022 heeft Nederland gewerkt aan het internationale profiel van Nederland als centrum voor watervraagstukken. Dit is verwoord in de Nederlandse Internationale Waterambitie van het kabinet. Het streven van Nederland als Centre of Excellence wordt gedeeltelijk ingevuld door middel van memoranda of Understanding (MOU) met twee internationale UNESCO-watercentra, namelijk ondersteuning capacity building door Institute for Water Education te Delft (IHE-Delft) en grondwater monitoring en assessment door International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) te Delft. Water speelt een verbindende rol in de in VN-kader afgesproken Sustainable Development Goals (SDG’s).

De afspraken op het gebied van internationale samenwerking op de thema’s water en klimaatadaptatie zijn vastgelegd in MoU’s met de partnerlanden. MoU’s zijn belangrijk aangezien deze commitment en inzet vastleggen van de samenwerking evenals vastlegge hoe de voortgang en impact worden gemonitord. Verschillende MoU’s zijn in 2022 verlengd zoals het Water MoU met Indonesië, een MoU met de stad Cartagena in Colombia, een MoU voor het Water as Leverage programma met Cartagena, een MoU met California voor sustainable mobility, climate adaptation & circular economy, een Joint Cooperation Plan met Vietnam onder de Strategic Partnership Agreement, en vernieuwing van bilaterale MoU’s met Egypte en India.

Klimaatadaptatie Internationaal

De inzet op Klimaatadaptatie was in 2022 vooral gericht op de COP27 in Sharm-El-Sheikh. Belangrijk resultaat is dat water prominenter op de klimaatadaptatie agenda staat en klimaatadaptatie sterker verbonden is met de NDC’s. Verder heeft minister Harbers het International Panel for Deltas & Coastal Zones, mede gericht op klimaatweerbaarheid voor eilanden, aangekondigd welke in 2023 in NY wordt gelanceerd. In het licht van het International Panel for Deltas & Coastal Zones (IPDC) is in december een regionale Caribische conferentie georganiseerd (op Curacao) om Small Island (Developing) States te assisteren in klimaatweerbaarheid in aanwezigheid van de BES gemeenten en landen van Koninkrijk NL.

Tabel 8 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 1 Investeren in waterveiligheid van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)

Extracomptabele verwijzing naar artikel 01 Investeren in waterveiligheid (x € 1.000)

 
  

2022

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoodfstuk XII aan artikel 1 Investeren in waterveiligheid van het Deltafonds

328.376

 

Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in waterveiligheid

208.140

 

Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in waterveiligheid

536.516

Waarvan

  

01.01

Grote projecten waterveiligheid

109.166

01.02

Overige aanlegprojecten waterveiligheid

416.640

01.03

Studiekosten

10.710

Tabel 9 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)

Extracomptabele verwijzing naar artikel 02 Investeren in zoetwatervoorziening (x € 1.000)

 
  

2022

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

71.464

 

Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

0

 

Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

71.464

Waarvan

  

02.02

Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening

69.590

02.03

Studiekosten

1.874

Tabel 10 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)

Extracomptabele verwijzing naar artikel 03 Beheer, onderhoud en vervanging (x € 1.000)

 
  

2022

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

256.723

 

Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

4.713

 

Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

261.436

Waarvan

  

03.01

Exploitatie

8.028

03.02

Onderhoud en vernieuwing

253.408

Tabel 11 Extracomptabele verwijzing naar artikel 04 Experimenteren cf. art. III Deltawet (x € 1.000)Extracomptabele verwijzing naar artikel 04 Experimenteren cf. art. III Deltawet (x € 1.000)

Extracomptabele verwijzing naar artikel 04 Experimenteren cf. art. III Deltawet (x € 1.000)

 
  

2022

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofstuk XII aan artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet van het Deltafonds

72.605

 

Andere ontvangsten van artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

0

 

Totale uitgaven op artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

72.605

Waarvan

  

04.01

Experimenteerprojecten

0

04.02

GIV/PPS

72.605

Tabel 12 Extracomptabele verwijzing naar artikel 07 Investeren in waterkwaliteit (x € 1.000)

Extracomptabele verwijzing naar artikel 07 Investeren in waterkwaliteit (x € 1.000)

 
  

2022

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

68.035

 

Andere ontvangsten van artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

630

 

Totale uitgaven op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

68.665

Waarvan

  

07.01

Ontwikkeling Kaderrichtlijn Water

49.628

07.02

Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit

9.733

07.03

Studiekosten waterkwaliteit

9.304

Tabel 13 Extracomptabel overzicht Rijksbijdrage Noordzeeakkoord (bedragen x € 1.000)
 

2022

Visserij: sanering, LNV

0

Visserij: innovatie LNV

463

Onderzoek, monitoring en natuurherstel, IenW

5.073

Onderzoek, monitoring en natuurherstel: WOZEP vanaf 2024, EZK

0

Versterking toezicht NVWA, LNV

673

Veilige doorvaart windparken

 

Totaal:

6.209

Licence