Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 11 Een weerbaar, veerkrachtig en veilig agro-, voedsel- en visserijsysteem

Algemene doelstelling

LNV streeft naar een landbouw- en voedselsysteem dat zorgvuldig omgaat met input en natuurlijke hulpbronnen, opbrengsten zo efficiënt en hoogwaardig mogelijk benut, daarmee internationaal toonaangevend en concurrerend is en waarin sociaal verantwoord, veilig, dier- en milieu- en omgevingsvriendelijk wordt geproduceerd en geconsumeerd.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Het versterken van de positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens, het stimuleren van groene economische groei en het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro- visserij- en voedselketens.

  • Het stimuleren van een adequate en duurzame voedselvoorziening/voedselzekerheid, voedselkwaliteit op Europees en mondiaal niveau, evenals het bijdragen aan het Europese en internationale landbouw- en visserijbeleid.

  • Het stimuleren van kennisontwikkeling en -doorwerking (ook via onderwijs), innovatie en nieuwe technologieën voor de maatschappelijke opgaven op het terrein van agro en natuur.

  • Het stimuleren van verduurzaming van de productie en de consumptie van dierlijke en plantaardige producten door middel van nieuwe vormen van ketensamenwerking en nieuwe marktstrategieën.

  • Het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming door agrarische ondernemers, evenals het borgen en verbeteren van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn.

Regisseren

  • Het borgen van voedselveiligheid. Producenten en partijen uit de voedselketen zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten en productiewijze. De Minister voor Medische Zorg en Sport (MZS) is verantwoordelijk voor wetgeving voor voedselveiligheid, met uitzondering van wetgeving voor het slachten van dieren en het keuren en uitsnijden van vlees, waar de Minister van LNV verantwoordelijk voor is.

Uitvoeren

  • Het doen uitvoeren van een effectief beleid ter realisatie van de doelstellingen uit de Europese regelgeving.

  • Het uitvoeren van adequaat veterinair en fytosanitair beleid.

  • Het uitoefenen van toezicht en het handhaven van de regelgeving op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid (primaire productie en slachterijfase).

  • Het uitvoeren van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.

Beleidsinformatie

Kengetallen artikel 11
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1. Maatschappelijke appreciatiescore (schaal 1–10)

   

7,6

Geen meting

7,6

Geen meting

7,7

Geen meting

2. Mate van vertrouwen consumenten in voedsel (schaal 1–5)

   

3,2

Geen meting

3,2

Geen meting

Geen meting

3,3

3. Export van agrarische producten uit Nederland (bedragen x € 1 mln.)

Duitsland

21.079

20.820

20.711

22.026

23.090

22.780

België

8.479

8.652

8.581

9.215

10.170

10.221

Verenigd Koninkrijk

7.843

8.067

8.269

8.391

8.651

8.580

Frankrijk

3.787

3.479

3.183

3.379

3.471

3.447

Italië

7.481

7.122

6.714

7.056

7.803

7.707

Overige landen

32.287

33.561

33.926

34.743

36.880

37.540

 

Totaal

80.955

81.702

81.384

84.809

90.065

90.274

  • De maatschappelijke appreciatiescore is een rapportcijfer waarmee de waardering van de Nederlandse samenleving voor de agrarische- en visserijsector, productiewijzen en de verwerking van agrofood en visproducten wordt uitgedrukt. Bron: TNS/NIPO

  • De NVWA meet op een schaal van 1–5 het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedsel. Meting vindt om de 2 jaar plaats. De NVWA heeft in 2017 geen onderzoek uitgevoerd naar de mate van vertrouwen van consumenten in voedsel. Dit onderzoek is in 2018 uitgevoerd. Bron: NVWA monitor.

  • Bron: CBS t/m oktober 2018, raming november-december 2018 door WUR en CBS .

Kengetal voedselverspilling
 

Eenheid

2015

2016

2017

   

min

max

min

max

min

max

Voedselverspilling

kiloton

1.771

2.552

1.781

2.466

1.814

2.509

1 kiloton = 1.000 ton = 1 miljoen kg

Er is sprake van voedselverspilling als voedsel dat voor menselijke consumptie bedoeld is, hier niet voor wordt gebruikt. De Monitor Voedselverspilling geeft de omvang van voedselresten in Nederland weer, gebaseerd op openbare cijfers over afvalverwerking, veevoerproductie, consumentenafval, primaire producties en hernieuwbare energie. De totale hoeveelheid reststromen wordt uitgesplitst naar de bestemmingen voedselbank, veevoer, vergisten, composteren, verbranden en storten/lozen. De bestemmingen veevoer tot en met storten/lozen worden beschouwd als voedselverspilling.

Bron 2015: Monitor Voedselverspilling, update 2009–2015, Wageningen UR Food & Biobased Research, Rapport 1747, 2017

Bron 2016: Monitor Voedselverspilling, update 2009–2016, Wageningen UR Food & Biobased Research, Rapport 1822, 2018

Bron 2017: Monitor Voedselverspilling, update 2009–2017, Wageningen UR Food & Biobased Research, Rapport 1922, 2019 (nog niet gepubliceerd)

Indicatoren artikel 11
 

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2020

Streefwaarde

Planning

Bron

1. Verhouding duurzame / totale investeringen

28%

2014

15%

30%

Nog niet bepaald

WEcR

2. Totale CO2-emissie glastuinbouw

Circa 7,5 Mton

2013

4,6 Mton

4,6 Mton

2020

LEI

3. Energie-efficiency index voedings- en genotmiddelenindustrie (VGI)

100

2005

75

80

2020

RVO.nl

4. Mate van afname van antibioticagebruik in de dierhouderij

Antibiotica-verkoop in 2009

2009

Volgt in september 2019

Zie toelichting

Nog niet bepaald

SDa

5. Klanttevredenheid

8,6

2018

8,4

8,0

2020

Wageningen Research

6. Kennisbenutting door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

97%

2018

>90%

>80%

2020

Wageningen Research

7. Percentage innoverende agrarische bedrijven

10,8%

2015

10%

10%

Nog niet bepaald

WEcR

8. Nalevingsniveau HACCP-verplichting

80%

April 2009

90%

90%

2020

NVWA

9. De mate van duurzame bevissing, van de door Nederlandse vissers gericht beviste bestanden

Pelagisch: 0,837

Grootschalige boomkor: 0,89

2017

 

1

Jaarlijks

WMR

  • Deze indicator drukt het bedrag aan duurzame investeringen uit ten opzichte van het bedrag van de totale investeringen in de landbouw.

  • De convenantspartijen hebben op basis van resultaten van de evaluatie van de CO2 sturing (zie Kamerstuk 32 813, nr. 149), afgesproken het CO2-doel voor 2020 technisch aan te scherpen van 6,2 Mton naar 4,6 Mton.

  • De indicator geeft inzicht in de voortgang van de verduurzaming op energie- en klimaatgebied van deze sector.

  • Het betreft de reductie van het antibioticagebruik in de dierhouderij ten opzichte van 2009. De raming 2020 is afhankelijk van de uitwerking van de dit jaar afgesproken sectorspecifieke reductiedoelstellingen (zie ook Kamerstuk 29 683, nr. 247). Het streven is om antibioticumgebruik verder te reduceren door middel van sectorspecifieke reductiedoelstellingen en een reductie van hooggebruikende bedrijven per 2024. De gerealiseerde reductie in 2018 was 63,8%.

  • In 2015 zijn alle TO2-instituten (waaronder Wageningen Research (WR)) overgegaan op een nieuwe, uniforme methode voor het meten van klanttevredenheid en kennisbenutting. De scores in bovenstaande tabel tonen de gerealiseerde waarden van klanttevredenheid en kennisbenutting voor het onderzoek dat WR uitvoert.

  • Zie 5.

  • Dit geeft het percentage van de bedrijven weer dat product- of procesinnovaties heeft doorgevoerd. Het gaat hierbij zowel om bedrijven die als eerste bedrijf iets nieuws hebben doorgevoerd als om innovatieve volgers (vroege volgers).

  • Het betreft het percentage van het totale aantal gecontroleerde bedrijven met een wettelijk verplicht Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP)-systeem uit het eerste deel van de vleesketen (slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen) dat aan alle controle-items voor HACCP voldoet.

  • Voor de levensvatbaarheid van de sector is het bestaan van duurzame instandhouding van visbestanden de belangrijkste voorwaarde. Het EU-instrument voor instandhouding van visbestanden is de quotering. De indicator «duurzaam bevist» geeft bij een score van 1 of lager aan dat de Nederlandse vissers geen negatieve invloed hebben op de duurzaamheid van de gericht beviste bestanden. De mate van duurzame bevissing wordt aan de hand van de Sustainable Harvest Indicator (SHI) geanalyseerd. Hoe dichter bij de 1, hoe beter. Bij een SHI waarde van 1 wordt er namelijk precies op MSY (Maximum Sustainable Yield) gevist, de streefwaarde zoals ook opgenomen in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). Deze indicator wordt ieder jaar in het vlootverslag door Wageningen Marine Research (WMR) berekend. Gegevens voor 2018 worden in de zomer van 2020 bekend.

Indicator voedselverspilling
 

Eenheid

Referentiewaarde (jaar)

Huidige waarde

(jaar)

Streefwaarde (jaar)

Afgeleide voedselverspilling (absoluut)

kiloton

2.162

(2015)

2.162

(2017)

1.081

(2030)

Afgeleide voedselverspilling (relatief)

%

100

100

50

Nederland heeft zich gecommitteerd aan het realiseren van het Duurzame Ontwikkelingsdoel 12.3 van de Verenigde Naties (SDG 12.3). SDG 12.3 stelt dat in 2030 ten opzichte van 2015 de hoeveelheid voedselverspilling gehalveerd dient te zijn.

In de Monitor Voedselverspilling wordt de omvang van de voedselverspilling in Nederland niet als een absoluut getal weergegeven, maar aangeduid met een bandbreedte. De omvang van de voedselverspilling bedraagt tenminste de ondergrens van de bandbreedte (minimum) en ten hoogste de bovengrens van de bandbreedte (maximum). Hoewel het niet correct is om te stellen dat het «midden» van de bandbreedte de hoeveelheid voedselverspilling aangeeft, is deze afgeleide voedselverspilling wel een indicatie van de ontwikkeling.

Beleidswijzigingen

Klimaatakkoord

In het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 342) draagt de sector Landbouw en Landgebruik volop bij aan de klimaatambities van het kabinet: uiteindelijk wordt in 2030 jaarlijks 6 Mton CO2-reductie beoogd. Hiertoe zijn reeds voor diverse onderwerpen meerjarig middelen aan de LNV-begroting toegevoegd (zie de mutaties maatregelen voorstel Klimaatakkoord in de beleidsagenda). In 2020 zal de uitwerking van de klimaatplannen voortvarend worden opgepakt in samenwerking met de sector en andere relevante actoren. Daarbij zal zoveel mogelijk synergie worden gezocht met andere doelen, zoals onder andere beschreven in de LNV-visie «Waardevol en verbonden». Voor ondernemers is dit van groot belang, omdat de verschillende maatregelen samenkomen op het boerenerf. Een integrale aanpak maakt de slagingskans groter.

Warme sanering varkenshouderij

Om geuroverlast door varkensbedrijven in veedichte gebieden in Zuid- en Oost Nederland te verminderen wordt ingezet op het definitief en onherroepelijk beëindigen van varkenshouderijlocaties. Er is een subsidieregeling opengesteld om de beëindiging van varkenshouderijlocaties te stimuleren (Kamerstuk 28 973, nr. 213). De sanering heeft naast de vermindering van geuroverlast ook een effect op de vermindering van broeikasgassen in de varkenshouderijsector en levert daarmee tevens een bijdrage aan de klimaatopgave.

Bedrijfsovernamefonds Jonge Boeren

Als uitwerking van het in het Regeerakkoord opgenomen bedrijfsovernamefonds van € 75 mln. voor jonge boeren en innovatie wordt € 64 mln. gebruikt om een nieuwe garantieregeling Vermogensversterkende kredieten mogelijk te maken (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 70). Het gaat om achtergestelde leningen voor starters en overnemers om aansluitend aan de bedrijfsovername te kunnen investeren in toekomstgerichte en continuïteitversterkende verduurzaming van het bedrijf. De regeling wordt op 1 januari 2020 van kracht. De resterende € 11 mln. is beschikbaar voor het opzetten van een opleidings- en coachingstraject.

Nationaal innovatieprogramma Visserij

Er zijn middelen voor innovatie beschikbaar uit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Het EFMZV kent echter een aantal beperkingen om te innoveren. Er is geen ruimte voor fundamenteel onderzoek, vooral grote bedrijven komen in aanmerking voor innovatiebudget en het fonds kent uitgebreide verantwoordingsvereisten en daarmee administratieve lasten. De in het Regeerakkoord gereserveerde innovatiemiddelen zullen daarom in 2020 gedeeltelijk worden ingezet om fundamenteel onderzoek te stimuleren waarvan innovaties verder gebracht kunnen worden via het EFMZV en voor samenwerkingsprojecten die de toepassing naar de praktijk mogelijk moeten maken (Kamerstuk 32 201, nr. 94). Hiermee wordt bijgedragen aan een duurzame en toekomstbestendige visserijsector.

IJsselmeervisserij

In 2020 wordt het Actieplan «toekomstbestendig visserijbeheer IJsselmeergebied» verder uitgevoerd (Kamerstuk 29 664, nr. 71). Het plan kent een drietal pijlers. Pijler 1 behelst het formuleren van de hoeveelheid vis die duurzaam geoogst kan worden. In 2020 komen de resultaten beschikbaar van onderzoek dat hiernaar wordt uitgevoerd. Onder pijler 2 wordt in 2019 het huidige beheersysteem geëvalueerd en wordt een verkenning gedaan van mogelijkheden om het stelsel meer doelmatig in te richten. De resultaten van de evaluatie en verkenning komen in 2020 beschikbaar. Ten behoeve van de herstructurering (pijler 3), die voorzien is voor 2021, worden in 2019 en 2020 voorbereidingen getroffen en wordt besloten over de reikwijdte en aanpak hiervan.

Ontwikkeling Groen Kennisnet (GKN)

Op 17 juni 2019 heeft de Minister van LNV het Realisatieplan Visie LNV gepresenteerd, waarin de omslag naar kringlooplandbouw centraal staat. Deze omslag naar kringlooplandbouw vereist innovatie en lokt kennisvragen uit. Daarmee zal de realisatie van de visie voor de komende jaren de inzet van de kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie voor een groot deel bepalen.

Om de kennisverspreiding naar en -uitwisseling met boeren, tuinders, vissers en de diverse erfbetreders te bevorderen, wordt het Groen Kennisnet (GKN) in 2020 ontwikkeld tot een landelijk interactief digitaal kennisplatform. Nieuwe kennis uit het missiegedreven onderzoek wordt op dit platform beschikbaar gemaakt. Dat geldt ook voor praktijkkennis en informatie uit de fieldlabs en proeftuinen. In overleg met provincies en waterschappen worden in 2020 pilots ontwikkeld en uitgevoerd waarin onafhankelijke bedrijfsadviseurs boeren en tuinders adviseren bij de omslag naar kringlooplandbouw. Daarnaast wordt geïnvesteerd in extra lectoren op het terrein van kringlooplandbouw in het hbo.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

733.422

883.543

1.032.395

876.777

799.361

789.837

785.332

Waarvan garantieverplichtingen

44.715

174.627

149.627

124.627

124.627

124.627

124.627

Waarvan overige verplichtingen

688.707

708.916

882.768

752.150

674.734

665.210

660.705

               

UITGAVEN

661.414

783.172

937.381

776.731

698.768

689.055

684.550

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

90%

       
               

Subsidies

120.109

151.995

306.034

182.098

147.906

135.661

130.711

Sociaal economische positie boeren

5.821

5.439

5.439

5.439

7.439

7.439

7.439

Duurzame veehouderij

2.883

10.110

171.280

58.580

27.780

18.480

16.280

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

8.927

18.147

36.711

27.161

28.311

29.211

26.461

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

100.749

106.100

81.835

80.183

78.741

74.882

74.882

Duurzame visserij

1.729

12.199

10.769

10.735

5.635

5.649

5.649

               

Garanties

3.904

56.752

30.432

5.432

5.432

5.432

5.432

Bijdrage borgstellingsreserve

2.592

53.627

28.627

3.627

3.627

3.627

3.627

Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit

1.312

3.125

1.805

1.805

1.805

1.805

1.805

               

Opdrachten

42.121

73.315

113.263

108.280

72.576

76.722

76.416

Sociaal economische positie boeren

1.227

3.023

2.852

2.913

3.198

3.848

3.848

Duurzame veehouderij

2.333

11.058

17.877

15.346

7.226

7.256

7.106

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

7.378

12.952

21.729

19.365

15.739

16.839

16.739

Mestbeleid

2.744

12.986

23.108

21.397

2.511

4.903

4.898

Duurzame visserij

271

370

705

2.059

198

616

616

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

18.273

18.775

34.790

36.397

33.201

33.432

33.381

Diergezondheid en dierenwelzijn

7.482

11.150

7.557

7.033

6.733

6.058

6.058

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

2.413

3.001

4.645

3.770

3.770

3.770

3.770

               

Bijdragen aan agentschappen

373.004

385.151

370.090

363.468

354.727

351.705

351.761

Rijksrederij

7.570

8.327

9.529

9.530

9.030

7.930

7.930

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu

7.232

8.027

5.543

5.430

3.757

3.641

3.643

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

177.446

202.074

194.732

191.482

185.383

184.774

184.828

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

180.756

166.723

160.286

157.026

156.557

155.360

155.360

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

95.562

100.221

96.315

96.206

96.880

98.288

98.983

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

2.856

2.526

1.225

1.225

1.225

1.225

1.225

Centrale Commissie Dierproeven

0

0

767

767

767

767

767

Wageningen Research

91.502

94.969

92.581

92.427

92.760

93.657

93.657

ZonMw (dierproeven)

0

1.354

370

400

741

1.252

1.947

Medebewind/voormalige productschappen

1.204

1.372

1.372

1.387

1.387

1.387

1.387

               

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

8.333

11.251

10.623

10.623

10.623

10.623

10.623

FAO en overige contributies

8.333

11.251

10.623

10.623

10.623

10.623

10.623

               

Storting en onttrekking begrotingsreserves

13.996

0

0

0

0

0

0

Storting Apurement

10.663

0

0

0

0

0

0

Storting Landbouw

0

0

0

0

0

0

0

Storting Visserij

3.333

0

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

4.387

4.487

10.624

10.624

10.624

10.624

10.624

Diergezondheidsfonds

4.387

4.487

10.624

10.624

10.624

10.624

10.624

               

ONTVANGSTEN

67.123

63.167

47.697

50.240

43.080

40.229

38.129

Sociaal economische positie boeren

1.463

245

245

245

245

245

245

Agroketens

10.563

6.900

0

0

0

0

0

Agrarische innovatie en overig

149

0

0

0

0

0

0

Mestbeleid

4.248

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

Duurzame visserij

4.362

15.256

9.993

6.993

6.993

6.993

6.993

Garanties

1.885

2.925

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Weerbare planten en teeltsystemen

180

0

0

0

0

0

0

Diergezondheid en dierenwelzijn

5.897

7.088

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

13.858

13.723

12.324

12.267

12.107

9.256

9.256

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

5.325

5.926

5.926

5.926

5.926

5.926

5.926

Agentschappen

5.520

0

0

0

0

0

0

Onttrekking begrotingsreserves

13.673

3.895

4.100

9.700

2.700

2.700

600

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van het Ministerie van LNV (XIV), maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2018 zijn formeel verantwoord in artikel 6 van het jaarverslag van het Ministerie van EZK (XIII).

Budgetflexibiliteit

Het budget voor 2020 is voor circa € 843 mln. (90%) juridisch verplicht. Dit komt met name door verplichtingen die rusten op de onderdelen Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie, de bijdrage aan agentschappen en verplichtingen ten laste van doorlopende subsidieregelingen waarvoor de uitgaven van een toekenning over meerdere jaren gespreid zijn. De niet-juridisch verplichte uitgaven betreffen voor het grootste deel middelen die samenhangen met het Klimaatakkoord en met enveloppes uit het Regeerakkoord, waarvan de subsidie- en garantieregelingen naar verwachting begin 2020 worden opengesteld, en met nationale cofinanciering voor EU-fondsen.

Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Sociaal economische positie boeren

Het budget is bestemd voor de tegemoetkoming aan landbouwers op de premie voor de Brede Weersverzekering. De Brede Weersverzekering verzekert actieve landbouwers met landbouwgrond met open teelt tegen schade aan gewassen door extreme en ongunstige weersomstandigheden, zoals storm, hagel, regenval of droogte. In 2020 is hiervoor € 5,4 mln. aan nationaal geld beschikbaar. Daarnaast wordt de Brede Weersverzekering met EU-middelen gesubsidieerd. Met ingang van 2020 wordt er geen assurantiebelasting meer over deze verzekeringen geheven.

Duurzame veehouderij

In totaal wordt in 2020 € 171,3 gereserveerd voor diverse regelingen en activiteiten gericht op de verdere verduurzaming van de veehouderij. Dit budget bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Subsidieregeling sanering varkenshouderijen: uit de envelop Cofinanciering warme sanering varkenshouderij is in totaal € 120 mln. beschikbaar gesteld voor de regeling, waarvan € 86 mln. in 2020. Naar verwachting kunnen hiervan circa 200 varkenshouderijlocaties in aanmerking komen voor een bijdrage voor bedrijfsbeëindiging. Na het verstrekken van de subsidie moeten varkenshouders binnen 8 maanden hun bedrijf beëindigen en binnen 14 maanden (eerste helft 2021) alle voor de varkenshouderij gebruikte gebouwen laten slopen.

  • In het kader van Urgenda is voor 2020 € 60 mln. toegevoegd aan het budget voor de saneringsregeling van de varkenshouderij, waarmee naar verwachting nog 100 extra varkenshouderijlocaties in aanmerking komen voor een bijdrage voor bedrijfsbeëindiging.

  • In totaal is € 60 mln. (€ 40 mln. voor de varkens-, € 15 mln. voor de pluimvee- en € 5 mln. voor de melkgeitenhouderij) gereserveerd voor innovatie- en investeringsregelingen. Het doel van de regelingen is het stimuleren van de ontwikkeling en uitrol van integrale, brongerichte, emissiereducerende maatregelen op het gebied van ammoniak, broeikasgassen, geur en fijnstof/endotoxinen in bestaande en nieuwe stallen. Hierdoor wordt de kwaliteit van de leefomgeving in en rondom veehouderijen verbeterd. In 2020 is € 14,2 mln. van dit budget beschikbaar waarmee naar verwachting vijf innovatieprojecten voor bestaande stalsystemen en drie voor systeeminnovatie worden gerealiseerd.

  • In het kader van het Klimaatakkoord is voor 2020 € 11 mln. beschikbaar gekomen voor brongerichte maatregelen emissies. Het doel is om meerdere innovatieve, haalbare en bewezen brongerichte emissiebeperkende maatregelen in bestaande en nieuwe stalconcepten te ontwikkelen en in de praktijk te introduceren voor alle veehouderijsectoren.

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

De klimaat- en energiedoelen die voor de tuinbouw gesteld zijn, worden uitgewerkt conform de geactualiseerde Meerjarenafspraak Energietransitie glastuinbouw 2014–2020 en het bijbehorende plan van aanpak van het programma Kas als Energiebron. Met de afspraken in het Tuinbouwakkoord (Kamerstuk 32 627, nr. 30) werkt LNV, samen met de glastuinbouwsector, aan de realisatie van de doelstelling van een volledig klimaatneutrale glastuinbouwsector in 2040. In 2020 is daarom € 36,7 mln. gereserveerd voor het stimuleren van duurzame plantaardige productie en energiezuinige glastuinbouw. Deze middelen zijn met name bestemd voor de regeling Marktintroductie energie innovaties (€ 5,8 mln.) en het subsidie-instrument Energie-efficiëntie glastuinbouw (€ 30,9 mln.).

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

In 2020 is in totaal € 81,8 mln. beschikbaar voor gesubsidieerde programma’s en onderzoeken.

  • Voor toegepast onderzoek door Wageningen Research voor meerjarige missiegedreven programma’s is in 2020 € 58 mln. beschikbaar. De vraagstukken hebben bijvoorbeeld betrekking op duurzaam bodembeheer en watergebruik, het terugdringen van emissies, precisielandbouw met uitgekiende teeltplannen, de ontwikkeling van slimme, lichte landbouwmachines, de ontwikkeling van kunstmestvervangers uit dierlijke mest, het optimaliseren van (her)gebruik van plantenresten, dierlijke bijproducten en andere reststromen en het ontwikkelen van nieuwe eiwitbronnen. De innovaties worden benaderd met de werkwijze «Safe-by-design».

  • Voor de ondersteuning van beleidsontwikkeling, beantwoording van Kamervragen en politieke besluitvorming wordt onderzoek gedaan op een groot aantal thema’s. Dit zijn onder andere internationale markt- en handelstoegang in relatie tot veterinaire en fytosanitaire problematiek, mestproblematiek, verduurzaming van de veehouderij, het waarborgen van voedselveiligheid en diergezondheid, het welzijn van landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren en natuurinclusieve landbouw. Hiervoor is in 2020 circa € 17,8 mln. beschikbaar.

  • Met het Groenpact (tweede fase 2019–2020) wordt samen met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen gewerkt aan de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt, vernieuwing van het onderwijs en innovaties in de praktijk. De maatschappelijke opgaven, in het bijzonder de omslag naar kringlooplandbouw en de klimaatopgaven, zijn leidend bij de keuze in welke delen van het onderwijs en welke thema’s voor praktijkgericht onderzoek extra geïnvesteerd wordt. LNV ondersteunt vanuit zijn vakdepartementale rol het mbo-Centre voor Innovatief Vakmanschap en het hbo-Centre of Expertise in het groene domein. Ook is in het mbo een pilot voorzien met groene practoren. Vanuit LNV is voor het Groenpact in 2020 € 4,5 mln. beschikbaar.

  • Er is voor het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) (2019–2024) in 2020 € 1,3 mln. beschikbaar. Het OBN is een kennisnetwerk dat is opgezet door LNV, BIJ12 (namens de twaalf provincies) en de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE). Dit kennisnetwerk genereert op een onafhankelijke manier strategieën en maatregelen over structureel herstel en beheer van natuurkwaliteit. De ontwikkelde kennis wordt gebruikt voor de implementatie van belangrijke beleidsitems zoals Natura 2000, soortenbeleid, ontwikkeling en beheer van het cultuurlandschap en de inrichting van nieuw verworven (landbouw)gronden.

Het budget in 2020 van deze post is lager ten opzichte van 2019. Dit komt doordat de uitgaven voor de kennisimpuls binnen het voedselbeleid, missiegedreven onderzoeksprogrammering bij Wageningen Research en meerjarige kennis- en innovatieprogramma’s DuurzaamDoor en Jong Leren Eten begroot staan onder de post «kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie» in de categorie Opdrachten. Het budget wordt jaarlijks vanuit die post overgeboekt naar dit begrotingsonderdeel.

Duurzame visserij

Het EFMZV is het fonds voor het Europees beleid op het gebied van maritieme zaken en visserij voor 2014–2020. De belangrijke uitdagingen voor de visserijsector in 2020 zijn aangeven in de beleidsagenda. In 2020 worden nieuwe openstellingen voorzien voor onder andere partnerschappen tussen vissers en wetenschappers, innovatie en Jonge vissers. In totaal is voor het EFMZV € 5,8 mln. gereserveerd voor uitgaven.

De regeerakkoordmiddelen voor het Nationaal Innovatieprogramma Visserij (€ 5,0 mln. in 2020) zijn aanvullend aan de beschikbare Europese middelen en nationale cofinanciering (Kamerstuk 32 301, nr. 94). Het programma richt zich op de delen van het innovatieproces die onder het EFMZV minder aan bod komen. Er wordt ingezet op twee sporen. Het eerste spoor focust zich op fundamentele en grensverleggende innovaties (fundamenteel onderzoek). Deze worden in de loop van 2020 verwacht. Het tweede spoor richt zich juist op kleinere, toepassingsgerichte innovaties (pre-marktintroductie).

Garanties

LNV verleent steun aan bedrijven in de primaire sector (landbouwondernemingen) door het verstrekken van garanties op leningen voor investeringen. Hierdoor wordt de financiering mogelijk gemaakt van investeringen die in de markt niet tot stand komen doordat betreffende bedrijven niet voldoende zekerheden kunnen bieden. Tegelijkertijd wordt er met deze faciliteit een extra stimulans gegeven aan de verduurzamingsopgave van de primaire sector. In 2020 is € 28,6 mln. beschikbaar dat in de borgstellingsreserve zal worden gestort. Onderdeel hiervan is de uitwerking van het Fonds voor Jonge boeren en innovatie, zoals genoemd in het Regeerakkoord. Hiervoor is in 2019 de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten uitgebreid met borgstelling voor Vermogensversterkende Kredieten. De regeling zal op 1 januari 2020 van kracht worden.

Bij Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit worden uitgaven op afgegeven borgstellingen/garanties zichtbaar. Deze uitgaven doen zich voor als een landbouwonderneming met borgstelling/garantie failliet gaat (zie Kamerstuk 32 637, nr. 287 en de bijbehorende bijlage).

Opdrachten

Sociaal economische positie boeren

Het budget (€ 2,9 mln.) heeft betrekking op het Programma Internationale Agroketens (PIA) en wordt ingezet voor diverse projecten wereldwijd die moeten leiden tot versterking van de internationale positie van de Nederlandse agro-sector. Hierbij vervult het Landbouwraden netwerk (LAN) een belangrijke rol in het ondersteunen van Nederlandse bedrijven in de agrarische sector bij hun internationale ambities. In 2020 worden, op basis van de aanbevelingen van de evaluatie PIA in 2019, de doelstellingen in lijn met de LNV-visie aangescherpt. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor het in kaart brengen van de effecten, het toekennen van meerjarige budgetten aan Landbouwraden, het reserveren van vrije ruimte binnen het PIA-budget voor strategische inzet in specifieke situaties en de visie op de internationale functie van LNV met bijbehorende doelstellingen.

In 2019 is een start gemaakt met het inrichten van de agri-nutrimonitor bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die in 2020 volledig operationeel wordt. Dit is één van de maatregelen ter versterking van de positie van de boer in de keten volgend uit het Regeerakkoord. De benodigde middelen zijn voor de jaren 2019–2022 overgeheveld naar het apparaatsartikel van de begroting van het Ministerie van EZK, waaruit de ACM bekostigd wordt.

Duurzame veehouderij

De inzet van het programma duurzame veehouderij is gericht op de transitie naar een duurzame veehouderij binnen de kringlooplandbouw. Hiervoor is in 2020 in totaal € 8,7 mln. beschikbaar.

Daarnaast is het streven, dat volgt uit het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 342), dat alle landbouwbodems in 2030 duurzaam worden beheerd, zodat jaarlijks extra koolstof (0,5 Mton CO2-eq per jaar) kan worden vastgelegd in landbouwbodems. In 2020 zullen maatregelen getroffen worden ten behoeve van kennisontwikkeling en verspreiding daarvan omtrent duurzaam bodembeheer en koolstofvastlegging. Daarnaast zullen gebiedsgerichte pilots en demo’s worden opgezet. Tevens wordt een meet- en monitoringssystematiek ontwikkeld. In 2020 is in totaal € 7,0 mln. hiervoor beschikbaar.

Het overige budget op deze post (€ 2,2 mln.) heeft voornamelijk betrekking op opdrachten aan derden die ondersteunend zijn aan de beleidsontwikkeling en -uitvoering op het gebied van de veehouderij.

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

Het budget van € 21,7 mln. voor 2020 heeft onder andere betrekking op (onderzoeks)opdrachten op het gebied van de innovatieagenda energie en energietransitie. Het betreft hoofdzakelijk maatregelen die in het kader van het Klimaatakkoord genomen worden.

  • Kas als Energiebron beoogt de CO2-emissie in de glastuinbouw te reduceren en het gebruik en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen met als ambitie een klimaatneutrale glastuinbouw. Gebruik van restwarmte krijgt hierbij bijzondere aandacht. In de gewenste situatie wordt aardgas vervangen door restwarmte en aangevoerde CO2. Daarnaast is het budget bestemd voor kennisopbouw en -uitwisseling (onder andere Proof of principle projecten, extra onderzoeksprojecten, gedragsbeïnvloeding, demo's). In 2020 is hier € 16,2 mln. voor beschikbaar.

  • Een hoogwaardige kwaliteit van plantaardige producten en een hoog plantgezondheidsniveau zijn voor de Nederlandse plantaardige sector van groot belang. Een belangrijk speerpunt is het voorkomen van de in- en uitsleep van plantenziekten in Nederland. In dit verband is de implementatie van het nieuwe Europese fytosanitaire stelsel in 2020 van belang. Voor opdrachten op het gebied van weerbare planten- en teeltsystemen is € 5,6 mln. beschikbaar. Dit budget wordt onder andere ingezet voor een bijdrage aan keuringsinstellingen COKZ, KCB, Ctgb en Naktuinbouw voor de kosten na de Brexit (€ 4,2 mln.) en aan de Raad voor plantenrassen om uitvoering te geven aan het behoud van het kwekersrecht (Kamerstuk 27 428, nr. 352) (€ 0,8 mln.).

Mestbeleid

Ten behoeve van het nationale mestbeleid is in 2020 € 23,1 mln. gereserveerd. Met het nationale mestbeleid wordt invulling gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) en een bijdrage geleverd aan de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG). Het doel van het mestbeleid is een verbetering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater door het bevorderen van een effectief en efficiënt gebruik van meststoffen in de landbouw. Nederland stelt in dit kader elke vier jaar een Actieprogramma Nitraatrichtlijn op waarin het beleid van de komende vier jaar wordt vastgelegd (nu periode 2018–2021). Op basis hiervan heeft de Europese Commissie een derogatie voor 2 jaar verleend. In 2020 zullen de beschikbare middelen worden ingezet ten behoeve van de activiteiten van het 6e Nederlandse actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn. Onderdeel hiervan is de Versterkte Handhavingsstrategie die door de EU als voorwaarde is verbonden aan het verlengen van de derogatieperiode.

In het najaar van 2019 zal vanuit het traject Herbezinning mestbeleid worden besloten over de contouren voor het toekomstige mestbeleid. Mede op basis van de uitkomst hiervan zal in 2020 worden gestart met het opstellen van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat in 2022 in werking zal treden.

In 2020 zal ook worden ingezet op de implementatie van de EU-Meststoffenverordening die op 16 juli 2019 in werking is getreden.

De vierjaarlijkse Nitraatrichtlijnrapportage (waarvoor het Ministerie van IenW eerstverantwoordelijk is) en de resultaten van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid worden gepubliceerd op de site van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en geven een beeld van de gesteldheid van grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven.

Duurzame visserij

Ten behoeve van de ondersteuning van beleid in diverse gebieden (Noordzee, IJsselmeer, kustwateren, Caribisch Nederland), het beleggen van het stakeholdersoverleg en de inhuur van expertise is in 2020 € 0,7 mln. beschikbaar.

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

Ten behoeve van kennisontwikkeling op het terrein van voedsel en agrarische innovatie is in 2020 in totaal € 34,8 mln. beschikbaar. Dit begrotingsonderdeel bestaat uit twee delen:

Voedselbeleid (€ 23,9 mln.):

  • Het stimuleren van de gezonde en duurzame voedselkeuze is een belangrijk uitgangspunt van het voedselbeleid voor de komende jaren. In dat kader worden diverse maatschappelijke initiatieven ondersteund, zoals het Nationaal Actieprogramma Groente en Fruit en Dutch Cuisine (€ 0,5 mln.).

  • Het Voedingscentrum wordt, mede door LNV, ondersteund bij het op peil houden van zijn kennisfunctie en bij het uitvoeren van specifieke opdrachten zoals het tegengaan van voedselverspilling en het onderzoeken hoe consumenten daaraan kunnen bijdragen. Hiervoor is in 2020 € 3,4 mln. beschikbaar.

  • De stichting Samen tegen Voedselverspilling voert een opdracht uit binnen het kader van de nationale agenda voor het terugdringen van voedselverspilling (Kamerstuk 31 532, nr. 190). In 2020 is hiervoor € 1,5 mln. beschikbaar. Het overgrote deel hiervan wordt besteed aan de voucherregeling voor het bedrijfsleven om innovaties in de voedselketen te stimuleren en aan de publiekscampagne om consumenten bewuster te maken en handelingsperspectieven te bieden.

  • Met het oog op verduurzaming van voedselproductie en -consumptie wordt bij Wageningen Research budget (€ 9,9 mln.) ingezet voor onderzoeksprogrammering en topsectoren. Het gaat om projecten met een accent op onder meer nieuwe eiwitten (grootschalige zeewierteelt), aardappelen (Holland Innovation Potato, HIP), Groene gewasbescherming en bijenstrategie en ICT-projecten zoals de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL), big data, Trusted Source en blokchain.

  • Voor de meerjarige kennis- en innovatieprogramma’s DuurzaamDoor en Jong Leren Eten is in 2020 een budget van € 4,8 mln. beschikbaar. Binnen DuurzaamDoor zal in 2020 de focus liggen op het «meta-leren» aan de hand van de portfolio van opgebouwde projecten, proeftuinen, pilots en Communities of Practice en daarnaast op het vastleggen van de leerresultaten in publicaties. Voor Jong Leren Eten worden de activiteiten uitgebreid met een nieuwe serie scholen en een nieuwe openstelling van de onderliggende subsidieregeling «Lekker naar buiten». In 2020 is extra aandacht voor de doelgroepen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

  • Om voedselverspilling in de keten en bij de consument tot een minimum te beperken is in 2020 € 2 mln. beschikbaar gesteld. Dit levert een grote bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering en het borgen van voedselzekerheid.

  • Voor innovatie op het boerenerf (vouchers voor kennisuitwisseling en regionale field/living labs als experimenteerruimte) en innovatie via startups en scale-ups is in 2020 € 1,8 mln. beschikbaar.

Kennis en innovatie (€ 10,9 mln.):

  • Internationale samenwerking in Joint Programming Initiatives (JPI’s) en het European Research Area Network (ERA-Net) en multilaterale samenwerking op het gebied van voedselzekerheid (€ 1 mln.).

  • Verbeteren van de onderzoeksvoorzieningen op het gebied van diergezondheid (€ 1 mln.).

  • Meerjarige programmering van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) (€ 4,4 mln.).

  • Planbureau voor de Leefomgeving (€ 2 mln.).

  • Overige projecten (€ 2,5 mln.) voor de verbinding landbouw-natuur (Deltaplan Biodiversiteitsherstel, de Community of Practice Noordzee) en de waardering van voedsel (True Price en True Cost Accounting, implementatie EU Protein Plan, SBIR voedselzekerheid).

Diergezondheid en dierenwelzijn

Gezonde dieren en dierenwelzijn zijn onlosmakelijk verbonden met een duurzame veehouderij. In 2020 wordt daarom € 7,6 mln. ingezet voor onder andere activiteiten die bijdragen aan de beleidsdoelen uit de Beleidsbrief Dierenwelzijn (Kamerstuk 28 286, nr. 991):

  • Diverse bijdragen met betrekking tot diergezondheid, zoals aan projecten als zorgvuldig antibioticagebruik, die bijdragen aan een vervolgbeleid voor 2016–2020 dat meer gericht is op vermindering van resistentierisico’s en meer sectorspecifiek is.

  • Early warning, monitoring en bewaking van dierziekten en zoönosen via bijdragen aan de Gezondheidsdienst voor dieren, Erasmus MC en Dutch Wildlife Health Centre. Daarnaast wordt bijgedragen aan de financiering van voorzieningen voor de crisisparaatheid, zodat een eventuele dierziekte-uitbraak snel, efficiënt en op een maatschappelijk verantwoorde manier bestreden kan worden. Daarnaast is er een bijdrage voor uitvoering van de roadmap vogelgriep (Kamerstuk 28 807, nr. 222).

  • Diverse bijdragen voor de bevordering van het welzijn van gezelschapsdieren, bijvoorbeeld voor de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren, het bevorderen van een gezonde fokkerij en voor inzet op preventie van bijtincidenten die veroorzaakt worden door hoog risico honden.

  • Diverse bijdragen voor bevordering van het welzijn van landbouwhuisdieren, waaronder ondersteuning van het vertrouwensloket welzijn landbouwhuisdieren en het Actieplan brandveilige veestallen 2018–2022 van LTO.

  • Regie en vernieuwingsnetwerken binnen het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie.

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

Het budget voor 2020 (€ 4,6 mln.) wordt ingezet voor bilaterale en multilaterale samenwerking op het gebied van duurzame economische- en landbouwontwikkeling, mondiale voedselzekerheid en partnerschappen. In 2020 zal, mede op basis van de evaluatie voedselzekerheid in 2019, een toetsingskader worden ontwikkeld dat behulpzaam zal zijn om de beschikbare middelen effectiever te kunnen inzetten.

Bijdragen aan agentschappen

Rijksrederij

De bijdrage aan de Rijksrederij is bestemd voor het uitvoeren van taken op het gebied van visserijonderzoek en het beheer en de inspectie voor natuur en visserij. In 2020 is hiervoor € 9,5 mln. beschikbaar.

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

De bijdrage aan het RIVM is bestemd voor advisering over voedselveiligheid, duurzame voeding, alternatieven voor dierproeven, het Landelijk Meetnet effecten mestbeleid, stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en de Atlas Natuurlijk Kapitaal. Hiervoor is in 2020 € 5,5 mln. beschikbaar. Voor dezelfde thema’s is ook programmabudget opgenomen binnen het onderdeel Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie in de categorie Opdrachten.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De bijdrage aan de NVWA (€ 194,7 mln.) is bestemd voor de financiering van het toezicht op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, diervoeders, diergeneesmiddelen, dierlijke bijproducten, dierproeven, mest, natuur en de veiligheid van voedsel.

In navolging op de toevoeging van de eerste tranche van de regeerakkoordmiddelen ten behoeve van de NVWA, is vanaf 2020 ook de rest van de middelen die in het Regeerakkoord zijn gereserveerd voor de versterking van de capaciteit van de NVWA toegevoegd aan de LNV-begroting. Het gaat voor LNV om € 11,7 mln. (twee derde van het totaal beschikbare bedrag). De resterende middelen zijn toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van VWS. Deze extra middelen worden conform het Regeerakkoord ingezet voor de versterking van het toezicht door de NVWA op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De bijdrage aan de NVWA wordt verder toegelicht in de agentschapsparagraaf.

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

De bijdrage aan RVO.nl (€ 160,3 mln.) is onder andere bestemd voor de uitvoering van zijn taak als Europees betaalorgaan. Vanwege deze status kan RVO.nl Europese subsidies uitbetalen, zoals de basisbetaling, de betaling voor jonge landbouwers, de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken en de uitvoering van het Europees Fonds Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). In het kader van het Gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid behandelt RVO.nl aanvragen voor invoercertificaten en tariefcontingenten. Voorts worden taken uitgevoerd betreffende de identificatie en registratie van dieren en het mestbeleid. Daarnaast verleent RVO.nl vergunningen voor agrarische ondernemers en voor bezit en handel in beschermde plant- en diersoorten. Verder wordt het landbouwradennetwerk vanuit deze post gefinancierd.

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2021–2027 zal in 2020 verder vorm krijgen. Voor de implementatie daarvan is voor de jaren 2019 tot en met 2023 in totaal € 63 mln. beschikbaar. Dit is nodig om een nieuw systeem te bouwen dat voldoet aan de veranderende eisen aan de uitvoering en om de administratieve lasten bij de subsidieontvangers te reduceren. De middelen hiervoor zullen worden overgeheveld van artikel 51 naar (met name) bijdragen aan agentschappen op het moment dat er meer duidelijkheid is over de uit te voeren implementatiewerkzaamheden.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)

De ministeries van LNV, IenW, SZW en VWS geven opdracht aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) voor het geven van beleidsadviezen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur. Hiervoor is in 2020 € 1,2 mln. op de LNV-begroting gereserveerd.

Centrale Commissie Dierproeven (CCD)

De CCD verstrekt vergunningen voor het mogen verrichten van dierproeven. De CCD zal het vergunningsstelsel verder inrichten en verbeteren om het effectiever en efficiënter te maken. Voor de bijdrage aan CCD is in 2020 € 0,8 mln. gereserveerd.

Wageningen Research

Een goed functionerend kennissysteem draagt bij aan de economische positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens en levert een belangrijke bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken in het agro- en natuurdomein.

De bijdrage aan Wageningen Research (€ 92,6 mln. in 2020) is voor kennisbasisonderzoek en wettelijke onderzoekstaken. Voor het meerjarig kennisbasisonderzoek vormt het strategisch plan Wageningen UR 2019–2022 de basis. De wettelijke onderzoekstaken vloeien voort uit (inter)nationale wetten, verordeningen en verdragen. Deze taken richten zich op voedselveiligheid, besmettelijke dierziekten, economische informatievoorziening, visserij, genetische bronnen en natuur en milieu.

ZonMW (dierproeven)

Het budget is bestemd voor de ontwikkeling van nieuwe proefdiervrije innovaties en voor het stimuleren van de toepassing van bestaande proefdiervrije innovaties. In 2020 is € 0,4 mln. beschikbaar. De meerjarige bijdrage voor uitvoering van het programma «Meer kennis minder dieren» door ZonMW is in 2019 overgeheveld naar de begroting van VWS.

Medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken

In 2014 zijn publieke taken van de Publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO’s) overgaan naar de centrale overheid. Het begrote bedrag (€ 1,4 mln.) is onder meer bestemd voor reorganisatie- en afvloeiingskosten van voormalig medebewindspersoneel bij de PBO’s.

Bijdragen aan (internationale) organisaties

Dit betreft de (jaarlijkse) contributies aan internationale organisaties, waarvan de grootste de contributie aan de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) betreft (€ 8,1 mln.). Daarnaast zijn er middelen gereserveerd in verband met te betalen contributies aan de diverse kleinere internationale organisaties.

Storting en onttrekking begrotingsreserves

Regeling apurement

De Europese Commissie kan financiële correcties opleggen. Op basis van de monitoring van het verloop van correctievoorstellen en -besluiten is de omvang van deze reserve op dit moment proportioneel in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Daarom is voor 2020 geen storting in de reserve voorzien. Zie ook de toelichtingen bij de begrotingsreserves.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Dit betreft de LNV-bijdrage aan de DGF-begroting voor bewaking en monitoring en voor voorzieningen in geval van een dierziekte-uitbraak (zoals vaccins, destructiecapaciteit en bestrijdingsmaterialen). Zie ook het begrotingshoofdstuk Diergezondheidsfonds.

Ontvangsten

Mestbeleid

De ontvangsten betreffen de boete-inkomsten voor de handhaving van het mestbeleid en de bijdrage van bedrijven die gebruik maken van de derogatie. De kosten in kader van de derogatie betreffen de kosten van het derogatiemeetnet binnen het Landelijk Meetnet Mestbeleid (LMM) en sinds 2019 de kosten die verbonden zijn aan het verlenen van een vergunning voor derogatie. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 7,2 mln.

Duurzame Visserij

De ontvangsten hebben met name betrekking op de geïnde leges van afgegeven visserijvergunningen (zoals mosselpercelen). Daarnaast is een incidentele ontvangst geraamd voor ontvangsten van de Europese Commissie ten behoeve van uitgaven in het kader van het EFMZV. In 2020 is het bedrag van de geraamde ontvangsten in totaal € 10,0 mln.

Garanties

De ontvangsten betreffen inkomsten uit door agrariërs betaalde provisies voor door LNV afgegeven garantstellingen aan banken. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 1,8 mln.

Diergezondheid en dierenwelzijn

Deze geraamde ontvangsten (€ 6,1 mln.) hebben voor € 5,2 mln. betrekking op ontvangsten uit leges identificatie en registratie van dieren. Daarnaast hebben de ontvangsten betrekking op op overtreders verhaalde kosten en dwangsommen volgend uit handhaving van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren (Gwwd, € 0,9 mln.).

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

De ontvangsten hebben betrekking op terugontvangen rente en aflossing van leningen aan Wageningen Research en op diverse ontvangsten samenhangend met de onderzoeksfinanciering, zoals budget vanuit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) ten behoeve van datacollectie vis. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 12,3 mln.

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

De ontvangsten vanaf 2019 betreffen voornamelijk ontvangsten van vervallen waarborgsommen. Voor 2020 worden de ontvangsten geraamd op € 5,9 mln.

Onttrekking begrotingsreserves

Zie hieronder bij de toelichting op de begrotingsreserves.

Toelichting op de begrotingsreserves

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserves (bedragen x € 1 mln.)
 

Juridisch verplicht

Stand per 1/1/2019

Verwachte toevoegingen 2019

Verwachte onttrekkingen 2019

Verwachte stand per 1\1\2020

Verwachte toevoegingen 2020

Verwachte onttrekkingen 2020

Verwachte stand per 31/12/2020

Begrotingsreserve Landbouw

100%

25,4

 

0,6

24,8

 

0,6

24,2

Begrotingsreserve Visserij

39%

20,8

   

20,8

   

20,8

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

100%

16,7

3,6

0,2

20,1

3,6

 

23,7

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit/Vermogensversterkende kredieten1

0%

0,0

50,0

 

50,0

25,0

 

75,0

Begrotingsreserve Apurement

15%

92,3

 

11,3

81,0

 

3,1

77,9

Totaal begrotingsreserves

 

155,2

53,6

12,1

196,7

28,6

3,7

221,6

1

Er zal voor de module Vermogen versterkend krediet van de Borgstellingsfaciliteit in 2019 een aparte reserve worden ingesteld.

Landbouw

De begrotingsreserve Landbouw is bestemd voor uitgaven op het gebied van landbouwbeleid. Het grootste deel van de middelen is bestemd voor het flankerend beleid pelsdierhouderij (€ 22 mln.). Het restant is bestemd voor verplichtingen die zijn aangegaan voor de VAMIL-compensatieregeling en projecten die bijdragen aan een duurzame cacaoconsumptie en -productie. De middelen voor de bijdragen aan duurzame cacaoconsumptie en -productie zijn ontvangen van de Vereffeningsorganisatie PBO's en zijn afkomstig van het cacaobufferstockfonds dat beheerd werd door het voormalig Productschap Akkerbouw. Het bedrag in deze reserve is 100% juridisch verplicht.

Visserij

De begrotingsreserve Visserij is bestemd voor uitgaven op de regelingen van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV 2014–2020). Daarmee wordt zeker gesteld dat de nationale bijdrage, die is vastgesteld in het door de Europese Commissie goedgekeurde Operationeel Programma EFMZV, beschikbaar blijft bij vertragingen in de uitgaven.

Borgstellingsfaciliteit

De begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit is bedoeld om de verliesdeclaraties te betalen die voortvloeien uit garantstellingen aan banken waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw en visserij worden gefaciliteerd. De begrotingsreserve fluctueert door het economische tij. In goede tijden wordt gespaard om verliesdeclaraties in slechte tijden, zoals in de jaren 2009–2015, te kunnen uitbetalen.

Borgstellingsfaciliteit/Vermogensversterkende kredieten

Als uitwerking van het in het Regeerakkoord opgenomen bedrijfsovernamefonds van € 75 mln. voor jonge boeren en innovatie wordt € 64 mln. gebruikt om een nieuwe garantieregeling Vermogensversterkende kredieten mogelijk te maken (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 70). Het gaat om achtergestelde leningen voor starters en overnemers om aansluitend aan de bedrijfsovername te kunnen investeren in toekomstgerichte en continuïteitversterkende verduurzaming van het bedrijf. De regeling wordt op 1 januari 2020 van kracht. De resterende € 11 mln. is beschikbaar voor het opzetten van een opleidings- en coachingstraject.

Apurement

De begrotingsreserve Apurement heeft betrekking op correcties van de Europese Commissie (EC) vanwege een niet EU-conforme uitvoering van EU-subsidieregelingen. LNV monitort het verloop van correctievoorstellen en -besluiten en bepaalt of de omvang van deze reserve proportioneel is in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Pas op het moment van de ontvangen uitspraak van de EC is er sprake van een juridische verplichting. Op grond van de tot nu toe ontvangen definitieve besluiten is 15% van de reserve juridisch verplicht.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota.

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Fiscale regelingen 2018–2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)
 

2018

2019

2020

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

1.337

1.364

1.336

OVB Vrijstelling cultuurgrond1

123

128

133

EB Verlaagd tarief glastuinbouw2

116

136

160

ASB Vrijstelling brede weersverzekeringen3

6

1

OVB = Overdrachtsbelasting

2

EB = Energiebelasting

3

ASB = Assurantiebelasting

Licence