Base description which applies to whole site

Artikel 1 Volksgezondheid

A. Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

 

1981

2005

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                     

– mannen

72,7

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

79,7

79,9

80,1

80,21

– vrouwen

79,3

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

83,1

83,1

83,3

83,31

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                     

– mannen

59,9

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

64,6

64,9

65,0

64,2

– vrouwen

62,4

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

63,2

63,3

63,8

62,7

Bron

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2018 bedroeg 83,3 jaar. Dat is 3,1 jaar hoger dan die van mannen (80,2 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,5 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 4,0 jaar ouder geworden.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

1

Voorlopige cijfers

B. Rol en verantwoordelijkheid

Een belangrijke beleidsopgave voor de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

  • Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

  • Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling).

Financieren:

  • Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

  • Financiering Nationaal Programma Grieppreventie.

  • Financiering van de neonatale hielprikscreening, de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE) de prenatale screeningen en de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT).

  • Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere het Rijksvaccinatieprogramma.

  • Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.

  • Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.

  • Financiering van de abortusklinieken.

  • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van zorg.

  • Het financieren van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg (ZonMw).

Regisseren:

  • Het opstellen van wettelijke kaders voor de:

    • Bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.

    • Bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.

    • Bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek zonder de voortgang van de medische wetenschap onnodig te belemmeren en het toezicht houden op de toetsing en uitvoering van het onderzoek.

    • Jeugdgezondheidszorg en het doen handhaven van de kwaliteit van deze zorg door de IGJ.

  • Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.

  • Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van resistentie tegen antibiotica en andere middelen in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van LNV, onder meer door het beter schoonmaken en het beperken van het gebruik van desinfectantia.

  • In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten.

  • Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.

  • Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

  • Het bevorderen van de seksuele gezondheid en de preventie en ondersteuning bij onbedoelde (tiener) zwangerschappen.

C. Beleidswijzigingen

Verlenging subsidieregeling NIPT

Zwangere vrouwen kunnen ervoor kiezen hun ongeboren kind te laten screenen op de syndromen van Down, Edwards en Patau. De niet-invasieve prenatale test (NIPT) wordt op dit moment alleen aangeboden vanuit een wetenschappelijk onderzoek. In de beleidsreactie op het Gezondheidsraadadvies over deze prenatale screening van 23 november 2018 geeft de Minister van VWS aan dat het RIVM de opdracht krijgt een uitvoeringstoets te doen om in kaart te brengen hoe de NIPT na afloop van de onderzoeksperiode kan worden opgenomen in de prenatale screening. Om in de tussentijd de NIPT te kunnen blijven aanbieden wordt de subsidieregeling NIPT verlengd tot 1 april 2023. Vrouwen betalen hiervoor een eigen bijdrage van € 175 en de resterende kosten van de test worden gedekt door de subsidieregeling NIPT. Hiermee voert VWS het regeerakkoord uit waarin stond dat de NIPT beschikbaar moest blijven.

Vaccinaties

Beschikbaarheid van nieuwe vaccins of nieuwe wetenschappelijke informatie, kan aanleiding zijn voor een advies van de Gezondheidsraad over een vaccinatiestrategie voor een bepaalde doelgroep. Dit om gezondheidswinst te behalen door het zoveel als mogelijk voorkómen van infectieziekten door bepaalde doelgroepen te vaccineren. In 2020 gaan we de kinkhoestvaccinatie voor zwangeren, de rotavirusvaccinatie voor kwetsbare pasgeborenen, meningokokkenvaccinatie voor 14-jarigen en de pneumokokkenvaccinatie voor ouderen aanbieden.

Nationaal Preventie Akkoord

Eind 2018 is met meer dan 70 maatschappelijke partijen het Nationaal Preventieakkoord getekend met als doel roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen. Er zijn ambities voor 2040 geformuleerd en doelen voor 2020 afgesproken (TK 32 793, nr. 339), zoals bij roken dat er in 2020 geen 9% van de zwangeren rookt maar minder dan 5% en dat het aantal rokende volwassenen is gedaald naar 19%. Ook het aantal jongeren dat start met roken moet van 75 per dag naar minder dan 40 per dag. Om dit te bereiken wordt ingezet op een rookvrije omgeving, hulp bij stoppen en rookvrije organisaties. Waarbij wordt begonnen met van de 100 grootste organisaties in Nederland er 10 rookvrij te maken. Een ander voorbeeld is overgewicht waarbij het doel is om in 2020 in 75 gemeenten een stijging van het gezond gewicht bij kinderen te bereiken. Ook wordt er ingezet op 50% gezonde schoolkantines en 25% gezonde scholen. De bijdrage van VWS bestaat hierbij uit meer voorlichting te laten geven en subsidie verstrekken.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Ten opzichte van de begroting 2019 is ervoor gekozen om in de begroting 2020 de budgettaire tabel enigszins te wijzigen zodat de budgettaire gevolgen van beleid meer in samenhang worden gepresenteerd en aansluiten bij de beoogde beleidsdoelen.

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

650.342

784.527

841.380

835.580

833.857

865.932

899.990

                   

Uitgaven

651.562

780.985

1.039.958

989.759

921.776

931.273

915.134

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

95,3%

       
                   

1. Gezondheidsbeleid

112.102

128.565

433.821

405.714

348.803

356.380

332.981

                   
 

Subsidies

6.927

17.230

25.107

24.092

21.944

17.841

17.841

   

(Lokaal) gezondheidsbeleid

6.577

16.743

24.620

23.733

21.688

17.585

17.585

   

Overige

350

487

487

359

256

256

256

 

Opdrachten

1.730

2.226

2.080

2.288

2.372

2.371

2.372

   

(Lokaal) gezondheidsbeleid

1.730

2.226

2.080

2.288

2.372

2.371

2.372

 

Bijdragen aan agentschappen

103.373

109.096

108.907

108.792

107.785

107.782

107.784

   

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

83.474

87.351

90.474

91.038

90.302

90.300

90.302

   

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

19.429

21.388

17.846

16.954

16.683

16.682

16.682

   

Overige

470

357

587

800

800

800

800

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

38

0

297.590

270.412

196.572

208.256

184.853

   

ZonMw: programmering

0

0

297.590

270.412

196.572

208.256

184.853

   

Overige

38

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

34

13

137

130

20.130

20.130

20.131

   

Aanpak Gezondheidsachterstanden

34

0

0

0

20.000

20.000

20.001

   

Overige

0

13

137

130

130

130

130

                   

2. Ziektepreventie

460.874

533.342

439.164

437.141

437.457

439.502

446.630

                   
 

Subsidies

236.639

276.295

206.085

203.977

203.379

203.101

203.881

   

Ziektepreventie

7.691

40.725

9.069

8.421

6.776

6.776

6.776

   

Bevolkingsonderzoeken

   

147.196

145.030

143.578

142.583

142.833

   

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

211.943

217.224

         
   

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

17.005

18.346

         
   

Vaccinaties

   

49.820

50.526

53.025

53.742

54.272

   

Overige

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

394

4.546

10.355

10.587

10.588

11.132

11.133

   

Ziektepreventie

394

4.546

10.355

10.587

10.588

11.132

11.133

   

Overige

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

222.927

251.457

221.680

221.532

222.445

224.224

230.571

   

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

222.927

251.457

93.396

83.319

78.763

78.602

84.348

   

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

0

0

37.631

39.710

43.315

44.191

44.191

   

RIVM: Vaccinaties

0

0

89.640

98.490

100.354

101.418

102.019

   

Overige

0

0

1.013

13

13

13

13

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

914

1.044

1.044

1.045

1.045

1.045

1.045

   

Overige

914

1.044

1.044

1.045

1.045

1.045

1.045

                   

3. Gezondheidsbevordering

59.549

96.023

140.318

121.190

109.808

109.680

109.812

                   
 

Subsidies

42.550

72.258

116.037

97.929

88.468

88.611

88.511

   

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

9.968

21.761

19.114

11.951

8.053

8.052

8.053

   

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

17.644

23.822

23.857

16.727

13.640

13.639

13.568

   

Letselpreventie

4.297

4.306

4.301

4.301

4.344

4.485

4.344

   

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

5.111

4.754

         
   

Bevordering van seksuele gezondheid

4.133

16.402

67.788

64.084

61.284

61.288

61.416

   

Overige

1.397

1.213

977

866

1.147

1.147

1.130

                   
 

Opdrachten

3.365

9.721

9.029

7.464

5.264

5.264

5.265

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.518

3.295

         
   

Gezondheidsbevordering

   

9.029

7.464

5.264

5.264

5.265

   

Overige

847

6.426

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

0

74

1.242

1.230

660

493

483

   

Overige

0

74

1.242

1.230

660

493

483

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

100

114

747

747

747

747

   

Overige

0

100

114

747

747

747

747

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

13.634

13.870

13.896

13.820

14.669

14.565

14.806

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

13.634

13.870

13.896

13.820

14.669

14.565

14.806

   

Overige

0

0

0

0

0

0

0

                   

4. Ethiek

19.037

23.055

26.655

25.714

25.708

25.711

25.711

                   
 

Subsidies

17.383

20.244

24.374

23.858

23.852

23.855

23.855

   

Abortusklinieken

15.675

17.468

17.482

17.486

17.480

17.483

17.483

   

Medische Ethiek

1.708

2.776

6.892

6.372

6.372

6.372

6.372

                   
 

Opdrachten

41

1.302

772

347

347

347

347

   

Medische Ethiek

41

1.302

772

347

347

347

347

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

1.613

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

   

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.613

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

1.509

                   

Ontvangsten

35.248

11.903

13.903

13.903

13.903

13.903

13.903

   

Overige

35.248

11.903

13.903

13.903

13.903

13.903

13.903

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2020 van € 371,6 miljoen is 93% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2020 aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de beleidsregels subsidiëring regionale centra prenatale screening én de Subsidieregelingen publieke gezondheid, NIPT, Kunstmatige inseminatie donorkinderen en Abortusklinieken.

Opdrachten

Van het budget voor 2020 van € 22,2 miljoen is 81% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2019 zijn aangegaan voor 2020.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2020 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2020 van € 333,3 miljoen voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Dit betreft de financiering van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg via ZonMw en de Afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2020 van € 297,7 miljoen is voor 94% juridisch verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake de Tijdelijke Regeling Publieke Gezondheid. Het budget voor 2020 van € 15,1 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

E. Toelichting op de instrumenten

1. Gezondheidsbeleid

Subsidies

(lokaal) gezondheidsbeleid

De naam van deze post is gewijzigd in de begroting 2020. Ten opzichte van de begroting 2019 zijn hierin de uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie en bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg samengevoegd.

In 2020 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid die begin 2020 verschijnt. De landelijke nota gezondheidsbeleid die vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) iedere vier jaar wordt opgesteld12 beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en is richtinggevend voor het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten. Om dit te bereiken worden de volgende uitgaven gedaan:

  • Nationaal Programma Preventie (€ 3 miljoen)

    Het Nationaal Programma Preventie (NPP) wordt tot 2021 voortgezet (TK 32 793, nr. 245). Via het programmabureau «Alles is gezondheid» worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland en aansluiten bij de gestelde doelen in het NPP. Maatschappelijke organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het resultaat. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van deze initiatieven te vergroten.

  • Preventiecoalities (€ 2 miljoen)

    Dit betreft het faciliteren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars door middel van bijdragen in de kosten van de procescoördinatie. Hiermee ondersteunen we effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze risicogroepen te verbeteren.

  • Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg (€ 4,6 miljoen)

    Deze post is binnen artikel 1 verplaatst. In de begroting 2019 was deze ondergebracht onder het instrument subsidies van artikelonderdeel Gezondheidsbevordering. De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Vanuit de Stichting Pharos en platform 31 wordt kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen samengebracht en gedeeld (TK 32 793, nr. 267).

  • Kansrijke start (€ 4,4 miljoen)

    Met het programma Kansrijke Start willen we ervoor zorgen dat kinderen die stevige basis tijdens die cruciale eerste 1.000 dagen van het leven geboden krijgen. Dat doen we door voorlichting te geven aan risicogroepen over zwangerschap en passende begeleiding tijdens de zwangerschap. Daarvoor moeten de professionals in de geboortezorg, de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg goed met elkaar samenwerken (TK 32 279, nr. 124).

  • Veenkoloniën (€ 1,3 miljoen)

    Het amendement Wolbert (TK 34 000, nr. 43) vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisaties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak. Het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners.

  • Depressiepreventie (€ 0,6 miljoen)

    VWS financiert de uitvoering van een meerjarenprogramma zodat er meer aandacht is voor depressiepreventie (TK 32 93, nr. 259). In het meerjarenprogramma wordt toegewerkt naar een sluitende keten van «nuldelijn» (wat kunnen mensen zelf doen) tot «tweedelijn» (wat kunnen professionals doen) bij de zes hoogrisicogroepen: jongeren, jonge vrouwen, huisartsenpatiënten, werknemers in stressvolle beroepen, chronisch zieken en mantelzorgers.

  • Lifelines (€ 4 miljoen)

    Lifelines wil zoveel mogelijk wetenschappelijk onderzoek naar gezonder oud worden mogelijk maken door het gebruik van via Lifelines beschikbare data en samples voor beleid en onderzoek op het terrein van gezonder oud worden, te maximaliseren.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van MZS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van wettelijke normen. Hiervoor is in 2020 € 90,4 miljoen beschikbaar. Dit is inclusief de middelen uit het regeerakkoord voor capaciteit NVWA. Van deze regeerakkoordmiddelen is 2/3 beschikbaar voor LNV en 1/3 voor VWS.

De extra middelen worden ingezet voor meer capaciteit voor het toezicht op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De intensivering bij de NVWA vindt onder andere plaats door te investeren in digitaal toezicht, het versterken van de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en door een pilot te starten met cameratoezicht in slachthuizen.

Ook wordt het toezicht op productveiligheid vanaf 2020 versterkt. Dit is in 2020 met name gericht op attracties en speeltoestellen.

De voortgang van de aanpak om voedselinfecties te voorkomen, wordt door het RIVM gemonitord via de vaststelling van zogenoemde DALYs (disability adjusted life year). In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties, veroorzaakt door de verschillende pathogenen, zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland; gegevens 2018 (Source: R. Pijnacker et al. 2019. RIVM Letter Report 2019-xxxx)

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren1

(DALY=Disability Adjusted Life Year)

 

20132

20142

20152

2016

2017

2018

Toxoplasma gondii

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Campylobacter spp.

1.900

1.900

1.700

1.500

1.300

1.300

Salmonella spp.

670

650

640

760

680

620

S. aureus toxine

190

190

190

190

190

190

C. perfringens toxine

180

180

180

180

180

180

Norovirus

290

280

300

380

270

320

Rotavirus

190

78

170

88

140

150

B. cereus toxine

28

28

28

28

29

29

Listeria monocytogenes

68

190

170

310

190

180

STEC O157

61

61

61

61

61

61

Giardia spp.

29

29

29

29

29

28

Hepatitis-A virus

7

6

5

5

6

8

Cryptosporidium spp.

11

11

19

22

14

19

Hepatitis-E virus

30

73

100

100

70

71

Totaal

4.700

4.700

4.600

4.700

4.200

4.300

1

De hier gepresenteerde getallen zijn schattingen en worden daarom als ronde getallen weergegeven. De getallen zijn gebaseerd op het aantal jaarlijks gerapporteerde gevallen en de daarmee gepaarde ziektelast gecorrigeerd voor: i) de dekkingsgraad (indien van toepassing); ii) onderdiagnose en onderrapportage; en iii) het feit dat niet elke zieke medische zorg nodig heeft.

2

Door de noodzakelijke modelaanpassingen in 2017 en nieuwere incidentie schattingen voor hepatitis-E virus, Cryptosporidium spp. en Giardia spp. wijken de getallen over 2012 t/m 2015 af van de getallen die eerder zijn gerapporteerd.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt voorts samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staatvenz.nl). De Staat van Volksgezondheid en Zorg bevat kerncijfers voor het zorgbeleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het Ministerie van VWS. De VWS-monitor is hier een uitsnede van. Verder voert het RIVM de opdrachten uit op terrein van Sport, Geneesmiddelen en Medische Technologie en Risicoschatting en -beoordeling voor Beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2020 € 17,8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw: Uitvoeren van projecten en onderzoek

Deze post is verplaatst binnen de begroting. In de begroting 2019 was deze ondergebracht onder artikel 4.3.3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling.

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben:

Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2020–2024 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal ZonMw

297,6

270,4

196,6

208,3

184,9

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere programma's Preventie, Antibioticaresistentie, Infectieziektebestrijding, Jeugdgezondheidszorg, Onbedoelde zwangerschappen en kwetsbaar (jong) ouderschap

29,6

32,6

31,2

30,1

29,2

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere programma's Doelmatigheidsonderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Topzorg, Citrienfonds, Mensen met verward gedrag, Gender en gezondheid, Zwangerschap en geboorte, Expertisefunctie Zintuigelijk Gehandicapten, Translationeel Onderzoek, Personalized medicine, Oncode, Kwaliteitsrichtlijnen wijkverpleging, Kwaliteitsgelden en onderzoeksprogramma GGz

156,3

141,0

114,5

143,7

121,7

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning: onder andere programma's Palliantie, meer dan Zorg, Memorabel, Academische werkplaatsen ter versterking kennisinfrastructuur langdurige zorg en langdurige zorg en ondersteuning en academische werkplaatsen verstandelijke beperking

33,0

33,4

24,8

23,3

23,5

Artikel 4 Zorgbreed beleid: Maatschappelijke diensttijd, Juiste zorg op de juiste plek en Voor elkaar!

65,6

53,2

18,4

6,6

4,4

Artikel 5 Jeugd: onder andere programma's Wat werkt voor de jeugd en Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd

4,3

3,3

3,7

4,0

5,6

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere programma's, Kennis- en innovatieagenda sport, Topteam sport, Sportimpuls en het Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen

8,9

7,0

4,0

0,5

0,6

Bijdragen aan medeoverheden

Aanpak gezondheidsachterstanden

De naam van deze post is gewijzigd van lokaal verbinden naar aanpak gezondheidsachterstanden ten opzichte van de begroting 2019.

Vanuit deze bijdrage wordt in de financiering van het programma «Gezond in de Stad (GIDS)» (TK 32 793, nr. 267) voorzien. Het beschikbare budget van jaarlijks € 20 miljoen is voor de periode 2018 tot en met 2021 overgeheveld naar het gemeentefonds en wordt via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar gesteld. Voor de periode 2019–2021 is het budget verhoogd met jaarlijks € 3 miljoen voor financiering van gemeenten die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen, als onderdeel van het programma Kansrijke start.

2. Ziektepreventie

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2005

2010

2015

2016

2017

2018

2019

1. Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

95,0%

94,8%

93,1%

91,2%

90,2%

90,2%

2. Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

76,9%

68,9%

50,1%

53,5%

49,9%

n.n.b.

 

3. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

80,7%

77,6%

77,3%

n.n.b.

n.n.b.

 

4. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

64,3%

64,4%

60,3%

56,9%

n.n.b.

 

5. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

73,0%

73,0%

72,7%

n.n.b.

 

6. Percentage deelname aan hielprik

99,6%

99,7%

99,3%

99,2%

99,2%

n.n.b.

 

7. Percentage deelname aan NIPT

39,2%

n.n.b.

 

Bron:

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het verslagjaar 2019 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2018) is dit percentage 90,2%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2015 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar. Zie ook de brief Verder met vaccineren van 19 november 2018 (TK 32 793, nr. 338 ) voor actielijnen om de vaccinatiebereidheid te vergroten.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza. Zie ook de brief Maatregelen griep van 10 oktober griep (TK 32 793, nr. 332 ) en Verder met vaccineren van 19 november 2018 (TK 32 793, nr. 338 ).

3. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.

4. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30–60 jarige vrouwen.

5. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker.

6. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

7. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Deelname NIPT vanaf april 2017. Dit kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de NIPT ter bepaling van een eventuele verhoogde kans op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.

In de tabel zijn de meest actuele kengetallen uit de staat van Volksgezondheid en Zorg opgenomen. Deze worden jaarlijks geactualiseerd.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. Hierbij moet in acht worden genomen dat de beschermingsgraad in de praktijk hoger ligt dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 9,1 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

  • Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden. De ontwikkeling en bevordering van een integrale bestrijding van vectoren van infectieziekten (o.a. teken, invasieve exotische muggen).

  • Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • Subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.

  • Subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • Het in internationaal verband initiëren en implementeren van doelgerichte acties om antibioticaresistentie te voorkomen en te verminderen.

  • Financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

Bevolkingsonderzoeken

In de begroting 2020 worden alle subsidies voor bevolkingsonderzoeken samengevoegd. In de begroting 2019 was dit nog niet het geval. Onder deze post vallen: (1) het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker (€ 125,4 miljoen), (2) het financieren van de Regionale centra prenatale screening (€ 4,2 miljoen) en (3) het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT) (€ 15,4 miljoen).

Vaccinaties

Met het budget wordt het Nationaal Programma Grieppreventie gefinancierd. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep. Tevens worden 60-plussers vanaf 2020 gevaccineerd tegen pneumokokken (TK 32 793, nr. 331) om hen te beschermen. Ook worden rotavirusvaccinatie aangeboden aan kinderen die te vroeg zijn geboren, een laag geboortegewicht hebben of een andere medische indicatie (TK 32 793, nr. 389). In totaal gaat het hierbij om € 49,8 miljoen.

Opdrachten

Ziektepreventie

De naam van deze post is gewijzigd. In de begroting 2019 was er nog sprake van (vaccin) onderzoek en overig. Beide hebben tot doel ziektepreventie te bevorderen, daarom is er nu gekozen om beide samen te voegen onder dezelfde naam.

Er is in totaal € 7,4 miljoen gereserveerd voor vaccinonderzoek (circa € 5,8 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (circa € 1,7 miljoen). Voorts is € 2,9 miljoen beschikbaar voor onder andere de (voorbereiding van de) uitbreiding van vaccinaties en preventieve medicatie.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

In de begroting 2019 was er sprake van één post met betrekking tot de bijdrage aan het RIVM. Om het inzicht in de activiteiten te vergroten zijn deze uitgesplitst in deze begroting.

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten. Daarbij is specifiek aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie.

  • Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen.

  • Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om het Ministerie van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders.

  • De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten.

  • Het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma «Structurele versterking Gezondeschool.nl» uit.

In totaal gaat het hierbij om € 95,6 miljoen.

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

Betreft de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) en de neonatale hielprikscreening. In totaal gaat het hierbij om € 37,6 miljoen.

RIVM: Vaccinaties

Het RIVM draagt onder andere door de aanschaf van vaccins en medicatie zorg voor een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma inclusief de uitbreiding met Meningokokken ACWY-vaccinatie, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie en de Maternale kinkhoestvaccinatie. In totaal gaat het hierbij om € 89,6 miljoen.

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

Organisaties zoals het Trimbos-instituut ontvangen instellings- en projectsubsidies voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Het Trimbos-instituut zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabak (NET) en ondersteuning van de Taskforce Rookvrije Start. Voor 2020 gaat het om projectsubsidies van circa € 3,4 miljoen en bij de instellingssubsidies gaat het in totaal om circa € 6,7 miljoen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht krijgt in 2020 extra aandacht via het Nationaal Preventieakkoord. Hierbij sluiten wij zo veel mogelijk aan bij effectieve en bestaande programmalijnen. Dit zijn onder andere:

  • Subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in de juiste informatie over gezonde en veilige voeding voor burgers en professionals.

  • Subsidie aan de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) (TK 34 080 A, nr. 1) om in gemeenten een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht in minimaal 75 (JOGG-) gemeenten in 2020. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Vanuit Care for Obesity wordt ingezet op de doorontwikkeling en implementatie van het landelijk model voor een sluitende ketenaanpak op obesitas voor kinderen.

  • De brede programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Hierin worden in nauwe samenwerking met de Ministeries van OCW, LNV en SZW de kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum. Specifiek op het domein van voeding is een intensieve samenwerking met het programma Jong Leren Eten van het Ministerie van LNV.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 4,2 miljoen beschikbaar voor onder andere een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie. Zij doen dit door middel van het ontwikkelen van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Bevordering van de seksuele gezondheid

Een deel van deze middelen (€ 51,5 miljoen) was in de begroting 2019 ondergebracht bij RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid.

In 2020 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de beleidsbrief seksuele gezondheid (TK 32 239, nr. 8). Het gaat hierbij om de voortzetting van het zevenpuntenplan onbedoelde zwangerschappen (TK 32 279, nr. 123). Thema’s die in dit plan onder andere worden benoemd zijn: preventie op scholen, keuzehulpgesprekken, campagnes, kennisontwikkeling en specifiek beleid op hoogrisicogroepen.

Om de seksuele gezondheid te bevorderen worden subsidies verstrekt aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. Dit betreft onder andere FIOM, Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting hiv-monitoring en de hiv-vereniging Nederland.

Tevens wordt soa-onderzoek, aanvullende seksuele gezondheidszorg, het aanbieden van hiv-remmers, Pre Expositie Profylaxe (PrEP) aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM), gefinancierd. In totaal gaat het hierbij om € 67,8 miljoen.

Opdrachten

Gezondheidsbevordering

Zowel heroïnebehandeling op medisch voorschrift als communicatie over de verhoging van de leeftijdsgrenzen voor alcohol en tabak worden in de begroting 2020 samengevoegd tot de post gezondheidsbevordering.

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehandeling zijn € 2,7 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 13,4 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt.

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27,0

24,5

24,7

25,7

26,3

24,1

23,1

 

Rokers laatste maand, 12–16 jaar2

   

16,9

     

10,6

     

Alcoholgebruik laatste maand, 12–16 jaar2

   

37,8

     

25,5

     

Cannabisgebruik laatste jaar, 12–16 jaar2

   

6,0

     

9,7

     

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o.3

6,8

       

7,6

6,7

6,6

7,2

 

Overgewicht 18 jaar e.o. 4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

49,2

48,7

50,2

Overgewicht 4–18 jaar4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

13,6

13,5

11,7

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen i.v.m. ernstig letsel door privéongevallen en sportblessures (x 1.000)5

225

225

222

231

213

210

218

218

228

238

Bronnen:

1: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2: Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009–2010 en 2013–2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5: Letsel Informatie Systeem 2009–2018, VeiligheidNL. Op basis van onderzoek van VeiligheidNL (Stam en Blatter, 2018) zal vanaf dit jaar «het aantal SEH-behandelingen i.v.m. ernstig letsel door privéongevallen en sportblessures» als letselindicator worden gehanteerd: door veranderingen in het spoedzorgbeleid en daarmee gepaard gaande verschuivingen van lichte letselbehandelingen van de tweede- naar de eerstelijn, is het verloop in de tijd van het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel een betere indicator voor de trend in het aantal letselgevallen. Het is aannemelijk dat ernstig letsel altijd op de SEH-afdeling behandeld wordt en dat beleid gericht op verbetering van efficiëntie van de spoedzorg geen invloed heeft op het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel. Ernstig letsel is gedefinieerd als letsel met een letselernst uitgedrukt in een MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2 (Stam en Blatter, Letsels 2017, kerncijfers LIS, VeiligheidNL rapport 716, 2018/ zie ook Staat van Volksgezondheid en Zorg, RIVM).

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg vindt de financiering van de abortusklinieken plaats via een subsidieregeling. In totaal gaat het hierbij om € 17,5 miljoen.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. In totaal gaat het hierbij om € 1,5 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

CCMO is een bij wet (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Embryowet) ingestelde commissie en waarborgt de bescherming van proefpersonen betrokken bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, via toetsing aan de daarvoor vastgestelde wettelijke bepalingen en met inachtneming van de voortgang van de medische wetenschap. Vanwege de implementatie van EU-verordening 536/2014 voor klinisch geneesmiddelenonderzoek krijgt de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven SCP en raden.

Overige

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven kerndepartement.

Ontvangsten

Overige

De posten bestuurlijke boetes en overig uit de begroting 2019 worden in de begroting 2020 vermeld onder ontvangsten artikel 1.

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2020 geraamd op € 5,4 miljoen. Verder worden ontvangsten geraamde als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten (€ 8,5 miljoen).

12

Wet publieke gezondheid, art. 13, lid 1

Licence