Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.2 Apparaat Kerndepartement

Tabel 30 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, ISB, moties en amendementen (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1)+(2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

 

Verplichtingen

404.477

1.272

405.749

32.492

438.241

22.222

24.265

24.249

21.061

          

Uitgaven

404.477

1.272

405.749

32.582

438.331

22.222

24.265

24.249

21.061

          

Personele uitgaven

         

waarvan eigen personeel

317.054

‒ 595

316.459

20.931

337.390

19.034

22.059

22.259

19.814

waarvan externe inhuur

5.658

795

6.453

4.489

10.942

2.039

763

763

763

waarvan overige personele uitgaven

2.870

0

2.870

0

2.870

0

0

0

0

Materiële uitgaven

         

waarvan overige materiële uitgaven

16.937

0

16.937

3.397

20.334

538

585

585

585

waarvan ICT

15.018

0

15.018

3.479

18.497

884

1.132

916

173

waarvan bijdrage aan SSO's

46.940

1.072

48.012

286

48.298

‒ 273

‒ 274

‒ 274

‒ 274

          

Ontvangsten

58.761

0

58.761

14.511

73.272

17.489

19.706

19.706

19.706

          

Ontvangsten

         

Algemeen

58.761

0

58.761

14.511

73.272

17.489

19.706

19.706

19.706

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 32,6 miljoen bij de uitgaven en € 32,5 miljoen bij de verplichtingen. Bij de ontvangsten tellen de mutaties op tot € 14,5 miljoen. Onderstaand worden de mutaties toegelicht.

Personele uitgaven / materiële uitgaven

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting (€ 5,4 miljoen).

  • Er zijn twintig overboekingen, onder andere met andere departementen verwerkt op de diverse onderdelen (€ 4,9 miljoen). De grootste overboeking is de bijdrage aan de ICT-kosten van het Financieel Diensten Centrum van de vier deelnemende ministeries naast SZW (totaal € 2,8 miljoen).

  • Voor overlopende posten uit 2020 is via de eindejaarsmarge € 1,8 miljoen toegevoegd aan de begroting van 2021.

  • Het in 2020 ongebruikte deel van het transitiebudget Rijksschoonmaak organisatie (RSO) van € 4,0 miljoen wordt via de eindejaarsmarge aan de begroting 2021 toegevoegd.

  • Per 2021 werkt de RSO volgens een gestandaardiseerde dienstverlening die leidt tot een hogere kostprijs (uitgaven). Dit is verwerkt in de tarieven waardoor de ontvangsten meestijgen met uitgaven (€ 14,5 miljoen), zie ontvangstennummer 1.

  • Om beter aan te sluiten bij het kasritme zijn er twee kasschuiven verwerkt: een kasschuif op het budget van trainees van 2021 naar 2022 (€ 0,1 miljoen) en een kasschuif voor de opsporingsomgeving van de Inspectie over de periode 2021-2026 (€ 0,8 miljoen).

  • Er is sprake van een budgettair neutrale herschikking binnen de SZW-begroting van premiegefinancierd (artikel 11 Uitvoering) naar begrotingsgefinancierd (€ 0,2 miljoen) ten behoeve van activiteiten op het terrein van handhaving.

  • Voor de programma's stroomlijning ketenbeslag derden en vereenvoudiging beslagvrije voet is in totaal voor apparaat € 1,0 miljoen aan middelen beschikbaar gekomen.

  • Er is € 0,1 miljoen aan middelen toegevoegd van 2021 ten behoeve van een attaché in Geneve.

Verplichtingen Apparaat kerndepartement

Bij externe inhuur is er een mutatie met alleen een kasbedrag omdat de bijbehorende verplichting al in 2020 is geboekt. Hierdoor zijn de verplichtingenmutaties in totaal € 0,1 miljoen lager dan de uitgavenmutaties ad € 32,6 miljoen.

Ontvangsten

  • Per 2021 werkt de RSO volgens een gestandaardiseerde dienstverlening die leidt tot een hogere kostprijs. Dit is verwerkt in de tarieven waardoor de ontvangsten meestijgen met de uitgaven (€ 14,5 miljoen), zie uitgavennummer 5.

Licence