Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.3 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) van de begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 53 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

36

5.742

0

0

0

0

0

Uitgaven

39

5.644

0

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

  

0%

    

18.06 Externe veiligheid

39

5.644

0

0

0

0

0

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

18.08.01 Apparaatskosten RWS

0

0

0

0

0

0

0

18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

18.08.03 Afroming eigen vermogen Rijkswaterstaat

0

0

0

0

0

0

0

18.12 Nader toe te wijzen beheer, onderhoud en vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.12.01 Beheer en onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

18.12.02 Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

196.549

74.526

0

0

0

0

0

18.09 Ontvangsten

1.043

25.945

0

0

0

0

0

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

195.506

48.581

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 54 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
  

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

5.644

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

5.644

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen beheer, onderhoud en vervanging

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Ontvangsten

74.526

0

0

0

0

0

0

0

18.09

Ontvangsten

 

25.945

0

0

0

0

0

0

0

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

 

48.581

0

0

0

0

0

0

0

Vervolg (bedragen x € 1.000)
  

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

0

0

10.706

345.458

345.457

393.907

393.907

1.495.079

18.06

Externe veiligheid

 

0

0

0

0

0

0

0

5.644

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen beheer, onderhoud en vervanging

   

10.706

345.458

345.457

393.907

393.907

1.489.435

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

 

0

0

74.526

18.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

25.945

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

 

0

0

0

0

0

0

0

48.581

18.06 Externe Veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS) (Kamerstukken II 2005–2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma «aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet.

18.08 Netwerkgebonden kosten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2018 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen zijn toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. De middelen worden in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

Budgettaire wijziging

Het surplus aan eigen vermogen dat de afgelopen jaren is afgeroomd (totaal € 39,3 miljoen euro) is overgeboekt naar HXII (artikel 99) en wordt ingezet voor IenW-brede apparaatsproblematiek.

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn noodzakelijke middelen opgenomen voor Vervanging en Renovatie vanaf 2030. Deze middelen worden nog niet toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Op een later moment worden deze middelen toegewezen aan het artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds. Toewijzing van deze middelen zal geschieden op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk (inclusief Deltafonds). In de instandhoudingsbijlage wordt nader ingegaan op de vervangingsopgave.

Het budget voor Vervanging en Renovatie is op het niveau van 2030 doorgetrokken, maar wordt voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging en nog niet toebedeeld aan de modaliteiten (exclusief Spoor). Voor Spoor zijn de middelen die gereserveerd zijn bij de begroting 2020 reeds toegevoegd aan artikelonderdeel 13.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging Spoor.

Budgettaire wijziging

De middelen zijn geëxtrapoleerd naar 2034.

18.09 Ontvangsten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2019 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen zijn toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. De middelen zijn in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

Licence