Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

 

1981

2005

2010

2016

2017

2018

2019

2020

1. Absolute levensverwachting in jaren:1

        

- mannen

72,7

77,2

78,8

79,9

80,1

80,2

80,5

79,72

- vrouwen

79,3

81,6

82,7

83,1

83,3

83,3

83,6

83,12

         

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:3

        

- mannen

59,9

62,5

63,9

64,9

65,0

64,2

64,8

 

- vrouwen

62,4

61,8

63,0

63,3

63,8

62,7

63,2

 
1

De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2020 bedroeg 83,1 jaar. Dat is 3,4 jaar hoger dan die van mannen (79,7 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,8 jaar ouder geworden.

2

voorlopige cijfers

3

Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk: 1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid? 2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon? Mensen die deze vraag beantwoorden met 'goed' of 'zeer goed' worden gezond genoemd.

Een belangrijke beleidsopgave voor de minister is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

De minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren: van het maken van gezonde keuzes, van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie over gezonde keuzes, en van een gezonder aanbod van voeding.

Financieren: van (bevolkings-)onderzoeken/screeningen, van diverse nationale programma’s, projecten en organisaties die zich bezig houden met de bescherming en bevordering van de gezondheid van burgers en preventie van ziekten.

Regisseren: het opstellen van wettelijke kaders voor verschillende manieren om burgers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

HPV-vaccinatieAls gevolg van de uitbraak van het coronavirus is besloten om de start van de inhaalcampagne HPV- vaccinatie uit te stellen naar 2022. Van de hiervoor in 2021 begrote middelen is € 40 miljoen doorgeschoven naar latere jaren. Conform het advies van de Gezondheidsraad (Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 392) worden vanaf 2022 naast meisjes ook jongens gevaccineerd tegen HPV. Op dit moment worden de kinderen uitgenodigd in het jaar dat zij 13 jaar worden; dit wordt vanaf 2022 in het jaar dat zij 10 jaar worden. Alle kinderen tot 18 jaar die eerder de vaccinatie hebben gemist en/of niet de mogelijkheid hebben gehad om zich te laten vaccineren worden - verspreid over twee jaar - uitgenodigd om zich alsnog te laten vaccineren.

Prenataal huisbezoek15

In 2022 treedt het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ) in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang hulp en ondersteuning al tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak om een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert.

Nationaal Preventieakkoord

Het Nationaal Preventieakkoord heeft als doel om roken, overgewicht en overmatig alcoholgebruik onder de Nederlandse samenleving terug te dringen. In 2020 is de al dalende trend van het aantal rokende in Nederland doorgezet naar 20,2%. De ambitie is dat maximaal 5% van de volwassen Nederlanders nog rookt in 2040. Momenteel is ongeveer de helft van de Nederlanders te zwaar, dit percentage is over de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het akkoord wil dit percentage terugdringen naar onder de 40% in 2040. In 2020 dronk 6,9% van de Nederlanders overmatig, de ambitie is om dit terug te brengen naar 5%. In 2019, het eerste jaar, is het grootste deel van alle programma's in de voorbereidende of uitvoerende fase gebracht. Om een versnelling aan te brengen in het realiseren van de ambities uit het Nationaal Preventieakkoord is, in lijn met de sportakkoorden, besloten om ook voor de uitvoering van maatregelen uit lokale en regionale preventieakkoorden een bijdrage voor gemeenten beschikbaar te stellen. Om zodoende gemeenten te stimuleren om met de lokale partners afspraken te maken over de inzet op preventie en een gezonde leefstijl. Voorts heeft het RIVM op 6 april jl een inventarisatie opgeleverd naar aanvullende maatregelen om de ambities van 2040 alsnog te kunnen behalen. De voortgangsrapportage 2020 komt eind juni beschikbaar.

Voedselkeuzelogo

Voorafgaand aan de introductie van Nutri-Score in Nederland, moet de eerste wetenschappelijke evaluatie van het voedselkeuzelogo gereed zijn. Nadat de eerste uitkomsten van de wetenschappelijke evaluatie van het internationale wetenschappelijk comité gereed zijn, wordt er een besluit genomen over de introductie van Nutri-Score in Nederland. Het voornemen is dat Nutri-Score in de eerste helft van 2022 een wettelijk toegestaan logo wordt.

Tabel 8 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

5.417.362

12.564.395

915.727

876.379

906.583

972.385

995.318

        

Uitgaven

2.508.610

11.602.220

3.159.740

1.554.340

1.068.862

1.020.785

995.318

waarvan juridisch verplicht

  

71,2%

    
        

1. Gezondheidsbeleid

405.933

553.801

487.694

451.365

402.718

358.799

347.624

Subsidies (regelingen)

23.194

26.792

24.078

15.113

15.113

15.110

15.109

(Lokaal) gezondheidsbeleid

22.538

26.418

23.812

14.847

14.847

14.844

14.843

Overige

656

374

266

266

266

266

266

Opdrachten

2.429

3.402

3.741

2.739

2.740

2.740

2.740

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.429

3.402

3.741

2.739

2.740

2.740

2.740

Bijdrage aan agentschappen

128.582

133.174

126.749

126.420

125.026

124.624

124.366

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

94.964

107.276

104.953

104.515

104.521

104.498

104.500

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

33.618

25.414

21.039

21.134

19.735

19.356

19.096

Overige

0

484

757

771

770

770

770

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

251.728

382.385

321.959

275.925

238.834

195.327

184.409

ZonMw: programmering

251.728

382.385

321.959

275.925

238.834

195.327

184.409

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

8.048

11.167

31.168

21.005

20.998

21.000

Aanpak Gezondheidsachterstanden

0

8.048

11.031

31.032

20.869

20.862

20.864

Overige

0

0

136

136

136

136

136

        

2. Ziektepreventie

1.935.975

10.880.408

2.512.444

946.794

511.279

508.428

494.743

Subsidies (regelingen)

312.752

825.851

394.006

230.316

231.144

226.545

227.373

Ziektepreventie

104.770

600.610

175.354

13.051

13.154

7.984

7.810

Bevolkingsonderzoeken

146.184

154.342

163.330

161.193

161.364

161.761

162.486

Vaccinaties

61.798

70.899

55.322

56.072

56.626

56.800

57.077

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.113.067

7.887.755

1.542.918

424.945

22.038

22.383

20.386

Ziektepreventie

1.113.067

7.887.755

1.542.918

424.945

22.038

22.383

20.386

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

328.201

526.497

359.830

291.505

258.069

259.473

246.957

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

206.843

352.308

179.044

110.054

100.520

100.493

100.493

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

39.661

41.619

45.411

46.329

46.329

46.855

47.557

RIVM: Vaccinaties

81.697

132.557

135.362

135.109

111.207

112.112

98.894

Overige

0

13

13

13

13

13

13

Bijdrage aan medeoverheden

181.955

1.633.055

215.690

28

28

27

27

Overige

181.955

1.633.055

215.690

28

28

27

27

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

7.000

0

0

0

0

0

Overige

0

7.000

0

0

0

0

0

(Schade)vergoedingen

0

250

0

0

0

0

0

Overige

0

250

0

0

0

0

0

        

3. Gezondheidsbevordering

136.571

136.308

127.343

125.519

124.290

123.282

122.675

Subsidies (regelingen)

115.431

109.347

105.755

102.524

101.004

100.003

99.390

Preventie van schadelijk middelengebruik

22.007

18.898

17.808

15.471

15.244

14.726

14.725

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

31.352

25.309

19.269

18.961

18.863

18.282

17.437

Letselpreventie

4.729

4.760

4.532

4.679

4.533

4.532

4.532

Bevordering van seksuele gezondheid

56.350

59.477

62.953

62.220

61.189

61.288

61.521

Overige

993

903

1.193

1.193

1.175

1.175

1.175

Opdrachten

6.920

8.891

4.347

5.406

5.405

5.404

5.407

Gezondheidsbevordering

6.920

8.891

4.347

5.406

5.405

5.404

5.407

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

174

2.984

1.330

1.155

1.145

1.145

1.145

Overige

174

2.984

1.330

1.155

1.145

1.145

1.145

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

137

147

780

780

780

780

Overige

0

137

147

780

780

780

780

Bijdrage aan medeoverheden

14.046

14.949

15.764

15.654

15.956

15.950

15.953

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.046

14.949

15.764

15.654

15.956

15.950

15.953

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

4. Ethiek

30.131

31.703

32.259

30.662

30.575

30.276

30.276

Subsidies (regelingen)

27.054

28.492

28.563

28.030

27.931

27.632

27.632

Abortusklinieken

18.271

18.135

18.133

18.135

18.137

18.141

18.141

Medische Ethiek

8.783

10.357

10.430

9.895

9.794

9.491

9.491

Opdrachten

500

691

456

356

356

356

356

Medische Ethiek

500

691

456

356

356

356

356

Bijdrage aan agentschappen

2.577

2.520

3.240

2.276

2.288

2.288

2.288

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

2.577

2.520

3.240

2.276

2.288

2.288

2.288

        

Ontvangsten

36.024

74.603

40.803

23.903

23.903

23.903

23.903

Overige

36.024

74.603

40.803

23.903

23.903

23.903

23.903

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Het beschikbare budget voor 2022 van € 552,4 miljoen is 92,6% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht. Het betreft de financiering van de aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de beleidsregels subsidiëring regionale centra prenatale screening én de Subsidieregelingen publieke gezondheid, PrEP, NIPT, Kunstmatige inseminatie donorkinderen, Opschaling IC bedden en Abortusklinieken.

OpdrachtenHet budget voor 2022 van € 1.551,5 miljoen is 51,2% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht. Van dit budget is € 665,0 miljoen bestemd voor de bestrijding van COVID-19.

Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2022 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject en bestuurlijke afspraken is het budget 2022 van € 491,1 miljoen voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sDit betreft de financiering van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg via ZonMw en de Afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2022 van € 322,1 miljoen is voor 100,0% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB), de financiering van lokale en regionale preventieakkoorden en de vergoeding van de coördinatietaken van de GGD-GHOR én van de meerkosten van de GGD'en en Veiligheidsregio's voor COVID-19 . Het budget voor 2022 van € 242,6 miljoen is voor 53,2% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht.

1. Gezondheidsbeleid

Subsidies

(Lokaal) gezondheidsbeleid

In 2022 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 (Kamerstukken II 2019/20, 32793, nr. 481). De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid die vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) iedere vier jaar wordt opgesteld beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en is richtinggevend voor het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten. In totaal is hiervoor in 2022 € 23,8 miljoen beschikbaar. Om dit te bereiken worden onder andere de volgende uitgaven gedaan:

Alles is gezondheid ....

Het programma Alles is Gezondheid stimuleert samenwerking tussen bedrijfsleven, burgerinitiatieven, maatschappelijke organisaties en politiek. Deze partijen werken met elkaar samen vanuit hun eigen invalshoek, maar pogen hetzelfde doel te bereiken, namelijk de samenleving vitaler maken. Via het programmabureau worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland en aansluiten bij de gestelde doelen in het Nationaal Programma Preventie. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van initiatieven te vergroten. Er wordt ingezet op het activeren en borgen van domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden en het aanjagen en ondersteunen van wijken en regio’s. Zij werken daarbij vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid, dat een belangrijke plek heeft gekregen binnen het programma. Het institute for Positive Health (iPH) is samengegaan met Alles is Gezondheid en het toepassen en doorontwikkelen van het gedachtegoed gaat onder die noemer verder. Hier is 3,1 miljoen voor beschikbaar.

Preventiecoalities

Dit betreft het faciliteren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars door middel van bijdragen in de kosten van de procescoördinatie. Hiermee ondersteunen we effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze risicogroepen te verbeteren. Hier is € 2,2 miljoen voor beschikbaar.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk om de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden te verbeteren. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Vanuit de Stichting Pharos en platform 31 wordt kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen samengebracht en gedeeld (Kamerstukken II 2016/17, 32793, nr. 267). Hier gaat in 2022 € 5,0 miljoen naartoe.

Kansrijke start

Met het programma Kansrijke Start willen we ervoor zorgen dat kinderen een stevige basis krijgen tijdens de cruciale eerste 1.000 dagen van het leven. Dat doen we door voorlichting en passende begeleiding te geven aan risicogroepen tijdens de zwangerschap. Daarvoor moeten de professionals in de geboortezorg, de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg goed met elkaar samenwerken (Kamerstukken II 2017/18, 32279, nr. 124). Het actieprogramma zet vanaf het begin in op het bouwen en versterken van lokale coalities en doet dat op twee manieren: via een financiële impuls en via een stimuleringsprogramma voor gemeenten. Op dit moment werken 275 gemeenten mee aan het bouwen en versterken van een lokale coalitie Kansrijke Start. Hier is € 6,0 miljoen op het instrument subsidies beschikbaar (én € 1,0 miljoen op het instrument opdrachten).

Veenkoloniën

Het amendement Wolbert (Kamerstukken II 2014/15, 34000, nr. 43) vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisaties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak. Het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners. Hier is € 1,1 miljoen voor beschikbaar.

Lifelines

Het doel van Lifelines is om mensen in de toekomst gezonder oud te laten worden. Dit proberen ze te bereiken door van een grote groep deelnemers allerlei gegevens en lichaamsmaterialen zoals urine, bloed en haar te verzamelen en dit beschikbaar te stellen aan onderzoekers. Hiervoor is € 3,0 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen

Gezondheidsbescherming algemeen

De voortgang van de aanpak om voedselinfecties te voorkomen, wordt door het RIVM gemonitord via de vaststelling van zogenoemde DALYs (disability adjusted life year). In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties, veroorzaakt door de verschillende pathogenen, zich ontwikkelt.

Tabel 9 Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2012-2020
         

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1

         
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Campylobacter

1.917

1.869

1.691

1.501

1.291

1.345

1.387

1.268

STEC O157

61

61

61

61

61

61

61

60

L. monocytogenes

68

191

165

310

191

181

126

145

Salmonella

670

649

643

757

675

617

600

393

B. cereus toxine

28

28

28

28

29

29

29

29

C. perfringens toxine

176

177

177

177

178

179

180

180

S. aureus toxine

194

193

192

192

192

193

193

190

Hepatitis-A virus

7

6

5

5

6

8

8

6

Hepatitis-E virus

3

3

3

3

70

71

63

54

Norovirus

286

285

301

375

269

324

308

141

Rotavirus

186

78

165

88

143

154

145

51

C. parvum

11

11

19

22

14

19

15

4

G. lamblia

29

29

29

29

29

28

29

7

T. gondii

1.068

1.088

1.063

1.062

1.062

1.064

1.042

1.061

Totaal

4.705

4.668

4.542

4.609

4.209

4.270

4.186

3.587

1

De getallen over 2012 t/m 2015 zijn enigszins afwijkend van de getallen die in eerdere begrotingen zijn gerapporteerd dit vanwege: a) nieuwere incidentie schattingen voor hepatitis-E virus, Cryptosporidium spp. and Giaria spp.; en b) noodzakelijke modelaanpassingen (zoals m.n. het gebruik van nieuwe “disability weights” afkomstig uit een recente Europeese studie waarbij : >30,000 mensen waren betrokken (Bron: Haagsma et al. 2015; Popul Health Metr.)). Meer details zijn te vinden in Mangen et al., 2017 RIVM Letter Report 2017-0097 (http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0097.pdf). Deze noodzakelijke modelaanpassingen hebben er toe geleid dat de ranking veranderd is ten opzichte van vroegere berekeningen.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De minister voor Medische Zorg en Sport (MZS) is opdrachtgever van het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de VWS domeinen. De NVWA heeft als toezichthouder een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van wettelijke normen. Ook hebben zij toezichtstaken voor de handhaving van de Drank- en Horecawet en de Tabaks- en rookwarenwet. Voor deze taken is in 2022 in totaal € 105 miljoen beschikbaar.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt voorts samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg. De Staat van Volksgezondheid en Zorg bevat kerncijfers voor het zorgbeleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het ministerie van VWS. De kerncijfer, zoals opgenomen in de Staat, vormen een belangrijke basis voor de VWS-monitor. Verder voert het RIVM opdrachten uit op terrein van sport, geneesmiddelen en medische technologie en risicoschatting en -beoordeling voor beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2022 € 21,0 miljoen beschikbaar. De verwachting is dat al deze taken worden uitgevoerd naast de extra werkzaamheden door corona.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ZonMw: Uitvoeren van projecten en onderzoek

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben:

Tabel 10 Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2021-2025 (Bedragen x € 1 mln.)
 

2022

2023

2024

2025

2026

      

Totaal ZonMw

322,0

275,9

238,8

195,3

184,8

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere programma's Preventie, Infectieziektebestrijding, Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap, Pluripotent stamcelonderzoek en COVID-19 Onderzoek

69,6

56,9

48,3

34,5

30,8

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere programma's Doelmatigheidsonderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Citrienfonds, Mensen met verward gedrag, Zwangerschap en geboorte, Expertisefunctie Zintuigelijk Gehandicapten, Translationeel Onderzoek, Personalized medicine, Oncode, Kwaliteitsrichtlijnen wijkverpleging, Kwaliteitsgelden, Topspecialistische Zorg en Onderzoek, Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg, Paramedische zorg en Onderzoeksprogramma GGz

122,5

150,0

129,6

110,5

108,9

Artikel 3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg: onder andere programma's Palliantie, Memorabel, Academische werkplaatsen ter versterking kennisinfrastructuur langdurige zorg, Langdurige Zorg en ondersteuning, Academische werkplaatsen Verstandelijke beperking, Gewoon bijzonder, Specifieke doelgroepen én Zingeving en Geestelijke verzorging

40,8

31,7

30,6

28,1

28,4

Artikel 4 Zorgbreed beleid: Maatschappelijke diensttijd, Juiste zorg op de juiste plek, Zorgevaluatie en gepast gebruik, Actieonderzoek innovatieve zorg én Voor elkaar!

69,0

21,4

13,4

9,6

7,6

Artikel 5 Jeugd: onder andere programma's Wat werkt voor de jeugd, Geweld hoort nergens thuis en Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd

4,7

4,7

5,8

3,6

3,7

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere programma's Kennis- en innovatieagenda sport, Topteam sport, Sportimpuls, Sportinnovator en het Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen

7,4

1,4

0,6

0,4

0,5

Andere ministeries: onder andere programma's Meer Kennis met Minder Dieren (LNV), Verbetering kwaliteit poortwachtersproces (SZW), Vakkundig aan het Werk (SZW) en Verbetering re-integratie 2e spoor (SZW)

7,9

9,8

10,4

8,8

4,9

Bijdragen aan medeoverheden

Aanpak gezondheidsachterstanden

Vanuit deze bijdrage wordt in de financiering van het programma Gezond in de Stad (GIDS) (Kamerstukken II 2016/17, 32793, nr. 267) voorzien. GIDS heeft als doel om gemeenten te bewegen hun taken zo in te vullen dat zij lokale gezondheidsverschillen kunnen terugdringen. Het programma is verlengd tot en met 2022. Het beschikbare budget voor 2022 is € 20 miljoen en is inmiddels overgeheveld naar het gemeentefonds om via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar te worden gesteld.

Voor 2022 is € 1,7 miljoen overgeheveld naar het Gemeentefonds voor de financiering van gemeenten die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen, als onderdeel van het programma Kansrijke start.

Daarnaast is € 5,3 miljoen overgeheveld naar het Gemeentefonds voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’.

Om een versnelling aan te brengen in het realiseren van de ambities uit het Nationaal Preventieakkoord is, in lijn met de sportakkoorden, besloten om ook voor de uitvoering van maatregelen uit lokale en regionale preventieakkoorden een bijdrage voor gemeenten beschikbaar te stellen. Om zodoende gemeenten te stimuleren om met de lokale partners afspraken te maken over de inzet op preventie en een gezonde leefstijl (€ 10 miljoen).

2. Ziektepreventie
Tabel 11 Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2005

2010

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

95,0%

94,8%

93,1%

91,2%

90,2%

90,2%

90,8%1

Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

76,9%

68,9%

50,1%

53,5%

49,9%

51,3%

52,6%

n.n.b.2

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

80,7%

77,6%

77,3%

76,8%

76,6%

75,7%

n.n.b.3

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

64,3%

64,4%

60,3%

56,9%

57,6%.

56,0%

n.n.b.4

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

73,0%

73,0%

72,7%

72,7%

71,5%

n.n.b.5

Percentage deelname aan hielprik

99,6%

99,7%

99,3%

99,2%

99,2%

99,1%

99,3%

n.n.b.6

Percentage deelname aan NIPT

39,2%

43,9%

46,5%

n.n.b.7

1

Voor het verslagjaar 2021 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2019) is dit percentage 91,3%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2018 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.

2

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

3

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.

4

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen.

5

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker.

6

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

7

Deelname NIPT vanaf april 2017. Dit kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de NIPT ter bepaling van een eventuele verhoogde kans op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. Hierbij moet in acht worden genomen dat de beschermingsgraad in de praktijk hoger ligt bijvoorbeeld voor het Rijksvaccinatieprogramma dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Subsidies

Ziektepreventie

De minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 9,1 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

  • een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden (o.a. teken, invasieve exotische muggen) aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.

  • het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.

  • subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

  • financiering van Lareb, het Nederlandse meld- en kenniscentrum voor bijwerkingen van geneesmiddelen, waaronder vaccins.

COVID-19

Op basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg zijn middelen beschikbaar voor de opschaling naar 1.350 IC-bedden, de flexibele opschaling naar 1.700 IC-bedden en de daarmee corresponderende uitbreiding van het aantal klinische bedden. Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.

Voor de nazorg van COVID-19 patiënten is door Q-support - met de ervaringen voor de Q-koortspatiënt als basis - een C-support (€ 3,9 miljoen) ingericht.

Bevolkingsonderzoeken

Onder dit instrument vallen: (1) het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker, (2) het financieren van de Regionale centra prenatale screening, (3) het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT) en (4) het financieren van de 13-weken echo. In totaal gaat het hierbij om € 163,3 miljoen.

Vaccinaties

Met het Nationaal Programma Grieppreventie worden kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermd tegen (de ernstige gevolgen van) griep. Tevens worden 60-plussers vanaf 2020 gevaccineerd tegen pneunomokokken (Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 331) om hen te beschermen. In totaal gaat het hierbij om € 55,3 miljoen.

Opdrachten

Ziektepreventie

Voor de Pandemische paraatheid volksgezondheid is € 6,0 miljoen beschikbaar. Dit betreft de opstartkosten voor de (herstel)opgaven en transitie naar de onvermijdelijke versterking van pandemische paraatheid. Zwaartepunt ligt bij Governance stelsel publieke gezondheid (aansturing GGD’en/landelijke functionaliteit voor operationele aansturing crisis), voorkomen zoönosen en ICT.

Verder is € 15,7 miljoen gereserveerd voor vaccinonderzoek door Intravacc. Daarnaast is € 2,4 miljoen beschikbaar voor onder andere de voorbereiding van de uitbreiding van vaccinaties en preventieve medicatie.

COVID-19

Het kasbudget voor de aankoop van vaccins (€ 425 miljoen) is geactualiseerd. Daarin zijn de aanvullende afspraken verwerkt zoals die zijn gemaakt via de Europese Unie met producenten van vaccins en waarover uw Kamer is geïnformeerd (Kamerstukken II, 2020/2021, 25 295 nr. 1179 en 25 295 nr. 1183). Deze afspraken sluiten aan bij de vaccinatiebehoefte. Voor het afsluiten van contracten voor bijvoorbeeld PCR tests, of het doen aanschaffen van zelftesten of professionele antigeen testkits is € 743 miljoen beschikbaar. Daarnaast buigt de Gezondheidsraad zich momenteel over de vraag of een boosterprik nodig is, of dit dan 1 of 2 prikken dienen te zijn en voor welk deel van de bevolking dit wordt geadviseerd. Anticiperend op het maximale scenario (gehele bevolking tweemaal herprikken), is € 134 miljoen gereserveerd. Verder is voor ontwikkeling van Covid emerging vaccins door Intravacc € 14 miljoen beschikbaar. De overige uitgaven bedragen € 15 miljoen.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten. Daarbij is specifiek aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie.

  • het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen.

  • het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om het ministerie van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders.

  • de Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten.

  • het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma ‘Structurele versterking Gezondeschool.nl’ uit.

In het totaal gaat het hierbij om € 91,3 miljoen.

COVID-19

Dit betreft middelen voor de uitvoering van het rioolsurveillance-programma (€ 15 miljoen), het vaccinatieprogramma (€ 55 miljoen) en het COVID-19 programma (onderzoek, monitoring, advisering en coördinatie € 15 miljoen) door het RIVM.

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

Betreft de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) en de neonatale hielprikscreening. In totaal gaat het hierbij om € 45,4 miljoen.

RIVM: Vaccinaties

Het RIVM draagt onder andere door de aanschaf van vaccins en medicatie voor een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, de HPV-vaccinatie, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie en de Maternale kinkhoestvaccinatie. In totaal gaat het hierbij om € 95,4 miljoen. Daarnaast is voor de inhaalcampagne HPV in 2022 € 40,0 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

COVID-19

Voor de coördinatietaken van de GGD-GHOR voor het Klantcontactcenter, het bron en contact onderzoek, coronIT en de digitale randvoorwaarden is € 195 miljoen beschikbaar. Verder is voor de vergoeding van de meerkosten in 2022 van de GGD'en € 201 miljoen en voor de Veiligheidsregio's € 15 miljoen gereserveerd.

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Bevordering van de seksuele gezondheid

In 2022 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de beleidsbrief seksuele gezondheid (Kamerstukken II 2018/19, 32 239, nr. 8). Het gaat hierbij om de voortzetting van het zevenpuntenplan onbedoelde zwangerschappen (Kamerstukken II 2017/18, 32279, nr. 123). Thema’s die in dit plan worden benoemd zijn: preventie op scholen, keuzehulpgesprekken, campagnes, kennisontwikkeling en specifiek beleid op hoogrisicogroepen.

Om de seksuele gezondheid te bevorderen worden verder subsidies verstrekt aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. Dit betreft onder andere FIOM, Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting hiv-monitoring en de hiv-vereniging Nederland. Tevens wordt soa-onderzoek, aanvullende seksuele gezondheidszorg en het aanbieden van hiv-remmers, Pre Expositie Profylaxe (PrEP) aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM), gefinancierd.

In totaal gaat het hierbij om € 63,0 miljoen.

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

In 2022 worden diverse subsidies verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik. In het kader van het Nationaal Preventieakkoord zijn maatregelen afgesproken voor een rookvrije generatie en het tegengaan van problematisch alcoholgebruik. Hiervoor is € 17,8 miljoen beschikbaar.

Een van de organisaties die uit deze middelen wordt gesubsidieerd is het Trimbos-instituut. Trimbos zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabak (NET) en de infolijnen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht krijgt ook in 2022 extra aandacht via het Nationaal Preventieakkoord. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij effectieve en bestaande programmalijnen.

Er worden diverse subsidies verstrekt onder andere:

  • subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in de juiste informatie over gezonde en veilige voeding voor burgers en professionals.

  • subsidie aan de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) om in gemeenten een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

  • de brede programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Hierin worden in nauwe samenwerking met de ministeries van OCW, LNV en SZW de kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum.

In totaal gaat het om € 19,3 miljoen.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is in 2022 € 4,5 miljoen beschikbaar voor onder andere een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie. Zij doen dit door middel van het ontwikkelen van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Opdrachten

Gezondheidsbevordering

Er worden in 2022 diverse opdrachten verstrekt in het kader van gezondheidsbevordering voor de volgende thema’s: de medicatie voor de medische heroïnebehandeling, de preventie van alcohol, drugs en tabak, letselpreventie en gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht.

Hier is € 4,3 miljoen voor beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

Er wordt een financiële bijdrage van circa € 15,8 miljoen verstrekt aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon, medicinale heroïne wordt verstrekt.

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken plaats via een subsidieregeling. Tevens vallen hieronder de kosten voor de uitvoering van de Subsidieregeling Opleidingskosten Abortusartsen.

In totaal gaat het hierbij om € 18,1 miljoen.

Medische Ethiek

Voor de uitvoering van de subsidieregeling Kunstmatige inseminatie met donorsemen (KID) is € 8,5 miljoen beschikbaar en voor de overige subsidieactiviteiten € 1,9 miljoen.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. In totaal gaat het hierbij om € 3,2 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De CCMO is een bij wet (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Embryowet) ingestelde commissie en deze waarborgt de bescherming van proefpersonen betrokken bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, via toetsing aan de daarvoor vastgestelde wettelijke bepalingen en met inachtneming van de voortgang van de medische wetenschap. Vanwege de implementatie van EU-verordening 536/2014 voor klinisch geneesmiddelenonderzoek krijgt de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven SCP en raden.

Overige

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven kerndepartement.

Ontvangsten

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2022 geraamd op € 5,3 miljoen. Verder worden ontvangsten geraamd als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten (€ 18,6 miljoen).

COVID-19 De overheid financiert de aankoop van anti-lichamen en veklury. De overheid draagt het financiële risico in het geval dat de behandelingen uiteindelijk in de praktijk niet ingezet wordt door artsen. Als het wel wordt ingezet dan zijn de kosten voor de zorgverzekeraars. Hiervoor worden € 16,9 miljoen ontvangsten geraamd in 2022.

15

Onder voorbehoud van goedkeuring door Senaat

Licence