Base description which applies to whole site

4.1 Artikel 11 Financiering staatsschuld

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Financiering staatsschuld (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

Ontwerpbegroting 2023 (1)

Mutaties via NvW, ISB, moties en amendementen (2)

Vastgestelde begroting 2023 (3)=(1)+(2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4)

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

 

Verplichtingen

36.166

0

36.166

808

36.973

1.924

2.597

7.870

5.339

          

Uitgaven

36.166

0

36.166

808

36.973

1.924

2.597

7.870

5.339

          

Opdrachten

17

0

17

5

21

4

4

4

4

Overige kosten

17

0

17

5

21

4

4

4

4

          

Rente

4.544

0

4.544

804

5.348

1.919

2.592

3.855

5.333

Rente vaste schuld

4.133

0

4.133

220

4.353

929

1.845

3.159

4.612

Rente vlottende schuld

411

0

411

565

976

990

747

696

721

Rente derivaten lang

0

0

0

19

19

0

0

0

0

          

Leningen

31.605

0

31.605

‒ 1

31.604

1

1

4.011

2

Aflossing vaste schuld

31.605

0

31.605

‒ 1

31.604

1

1

4.011

2

          

Ontvangsten

58.126

0

58.126

‒ 6.193

51.933

‒ 1.775

5.936

24.740

16.461

          

Rente

268

0

268

‒ 238

30

‒ 210

‒ 164

‒ 149

‒ 122

Rente vlottende schuld

30

0

30

0

30

0

0

0

0

Rente derivaten lang

238

0

238

‒ 238

0

‒ 210

‒ 164

‒ 149

‒ 122

          

Leningen

57.858

0

57.858

‒ 5.955

51.903

‒ 1.565

6.100

24.889

16.583

Uitgifte vaste schuld

57.858

0

57.858

‒ 7.857

50.001

‒ 1.565

6.100

24.889

16.583

Mutatie vlottende schuld

0

0

0

1.902

1.902

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Rente

Rente vaste schuld

De rentelasten vaste schuld vallen naar verwachting hoger uit. Bij de uitgifte van nieuwe schuld worden de rentetarieven vastgelegd tegen het dan geldende rentetarief. Daarnaast is er gerekend met hogere rentepercentages zoals die door het CPB zijn geraamd in de CEP. Hierdoor ontstaat een structurele tegenvaller van € 0,2 mld. in 2023 oplopend tot € 4,6 mld. in 2027.

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld valt hoger uit als gevolg van wijzigingen in de omvang van de kortlopende schuld en de hoogte van de korte rente. De korte rente is door het CPB hoger geraamd in de CEP dan de rente waarmee in de ontwerpbegroting 2023 rekening is gehouden. Hierdoor ontstaat een structurele tegenvaller van € 0,6 mld. in 2023 oplopend tot € 0,7 mld. in 2027.

Rente derivaten lang

De rentelasten op de langlopende derivaten zijn naar verwachting € 19 mln. hoger in 2023 als gevolg van de gestegen korte rente.

Leningen

De aflossing vaste schuld neemt in 2026 met € 4 mld. toe als gevolg van de uitgifte van leningen met een aflosdatum in 2026.

Ontvangsten

Rente

Er worden minder rentebaten op derivaten verwacht dan eerder geraamd. De rente op derivaten worden berekend op basis van de rentepercentages zoals die door het CPB zijn geraamd. Door de hogere rentepercentages in de CEP vallen de verwachte rentebaten lager uit. Hierdoor ontstaat een structurele tegenvaller.

Leningen

Uitgifte vaste schuld

De raming voor de uitgifte van de vaste schuld is voor het lopende jaar met € 7,9 mld. naar beneden bijgesteld als gevolg van het financieringsplan 2023. Het financieringsplan geeft een beschrijving van de geschatte omvang en de totstandkoming van de financieringsbehoefte van de Nederlandse Staat voor 2023 en een overzicht van de manier waarop het Agentschap van plan is deze in te vullen. De raming voor 2025 en verder is hoger dan eerder geraamd bij de ontwerpbegroting 2023, als gevolg van de gewijzigde kassaldi tot en met 2027.

Mutatie vlottende schuld

De vlottende schuld stijgt in 2023 met € 1,9 mld. Dit is het gevolg van een hogere financieringsbehoefte doordat de raming van het kastekort voor het lopende begrotingsjaar is toegenomen. Schommelingen in de financieringsbehoefte in een lopend begrotingsjaar worden zo veel mogelijk opgevangen op de geldmarkt.

Licence