Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 21 Land- en tuinbouw

De Minister van LNV streeft naar een weerbaar, veerkrachtig en veilig functionerend land- en tuinbouw- en voedselsysteem, dat internationaal concurrerend is, met aandacht voor dierenwelzijn, waarbinnen zorgvuldig wordt omgegaan met natuurlijke hulpbronnen en waar opbrengsten en reststromen zo efficiënt en hoogwaardig mogelijk worden (her)benut.

De Minister is verantwoordelijk voor het zorgdragen voor een in ecologisch, maatschappelijk en economisch opzicht verantwoord functionerende land- en tuinbouw en voedselsector. Hiertoe stelt de Minister regels op en creëert zij voorwaarden die het mogelijk maken om vermijdbaar verbruik van grondstoffen terug te dringen en om de natuurlijke leefomgeving en de natuurlijke hulpbronnen (waaronder dierenwelzijn) te verbeteren.

De Minister (mede)verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Het versterken van de sociaaleconomische positie van de agrarische ondernemer als pijler onder een toekomstbestendige sector.

  • Het stimuleren van de waardering van voedsel en de productiewijze en herkomst ervan.

  • Het versterken van kringlopen in de land- en tuinbouw en het bevorderen van circulariteit.

  • Het stimuleren van verduurzaming van de (dierlijke) productie en de consumptie van duurzame dierlijke en plantaardige producten door middel van nieuwe vormen van ketensamenwerking en nieuwe marktstrategieën.

  • Het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming door agrarische ondernemers.

  • Het borgen en verbeteren van plant- en diergezondheid, dierenwelzijn, duurzaam bodembeheer en klimaatvriendelijk energiebeheer en -gebruik in de land- en tuinbouw.

  • Het stimuleren van groene economische groei en het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro- en voedselketens.

  • Het door de sterke internationale positie van Nederland in agro en food verduurzamen van het mondiale voedselsysteem.

  • Het stimuleren van een adequate en duurzame voedselvoorziening, voedselzekerheid en voedselkwaliteit op Europees en mondiaal niveau, evenals het bijdragen aan het Europese en internationale landbouwbeleid.

  • Het (mede)financieren van ontwikkelingen gericht op verdere verduurzaming van de land- en tuinbouw en veehouderij.

  • het borgen van diervoederveiligheid en tegelijkertijd bij te dragen aan (een verdere ) verduurzaming van diervoeders.

Regisseren

  • Het borgen van voedselveiligheid. Producenten en partijen uit de voedselketen zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten en productiewijze. De Minister van VWS is verantwoordelijk voor wetgeving voor voedselveiligheid, met uitzondering van wetgeving voor diervoederveiligheid, dierlijke bijproducten, diergeneesmiddelen en het keuren en slachten van dieren en het uitsnijden van vlees, hier is de Minister van LNV voor verantwoordelijk.

  • De coördinatie en het beheer van het Diergezondheidsfonds.

  • Het stellen van regelgeving op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, mest, gewasbescherming, plantveredeling, biologische landbouw en voedselveiligheid.

  • Het voeren van regie op de nationale inzet in EU-verband en op bi- en multilaterale samenwerkingen rond land- en tuinbouw en voedselkwaliteit.

Conform de Kamerbrief ‘Perspectieven voor agrarische ondernemers’ (Kamerstuk 30252, nr. 28) wordt gewerkt aan regelingen en instrumenten om perspectief te bieden aan agrarische ondernemers in de context van de integrale gebiedsgerichte aanpak. Zo kunnen zij voldoen aan nationale en internationale verplichtingen op het gebied van natuur, water, stikstof en klimaat. Hierop wordt ingegaan in de beleidsagenda.

LNV zet in op de verdere ontwikkeling van een veehouderij waarin de behoeften van dieren leidend zijn. Daartoe wordt in 2023 een convenant afgesloten en wordt wetgeving gemaakt. Meer informatie over ‘dierwaardige veehouderij’ komt terug onder ‘Dierenwelzijn’ in de beleidsagenda.

Eveneens is in de beleidsagenda ingegaan op het Nationaal Actieplan Versterking Zoönosenbeleid, dat in juli 2022 werd gepresenteerd [Kamerstuk 2022Z14416]. Het kabinet wil de kans op en de impact van een volgende pandemie als gevolg van een zoönotische ziektekiem verkleinen. In 2023 zullen de eerste acties, ter uitvoering van het actieplan, worden opgepakt.

De implementatie van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de derogatie zal leiden tot aan aanscherping van mestbeleid in 2023 en latere jaren.

Het nieuw geformuleerde voedselbeleid in 2022 gaat in op een duurzaam en gezond voedingspatroon, kopen van duurzaam geproduceerd voedsel en het tegengaan van voedselverspilling. Concrete doelstellingen zijn geformuleerd of herbevestigd en de inzet richt zich op halve-ring van de verspilling, verschuiving van consumptie van dierlijke naar plantaardige eiwitten, vermindering van de totale eiwitconsumptie, het transparant maken van de duurzaamheid van het voedselaanbod en het vergroten van het duurzaam voedselaanbod voor consumenten. Dit is kenbaar gemaakt in een brief aan de Tweede Kamer (kamerstuk 31532, nr. 271). De verdere aanpak wordt op onderdelen in 2022 uitgewerkt en de Kamer wordt hierover nader geïnformeerd.

Voor de biologische landbouw wordt in 2023 de uitvoering opgepakt van het nationaal actieplan biologische landbouw en consumptie dat naar verwachting in het najaar van 2022 aan de Tweede Kamer wordt gezonden.

In 2023 en verder worden middelen aan de LNV begroting toegevoegd voor CO2-levering aan de glastuinbouw. De betreffende € 23 mln. beoogt uitbreiding van bestaande CO2-leidingnetwerken bij tuinbouwclusters en de realisatie van een CO2 vloeistofmaker inclusief minigrid. Daarnaast wordt €11 mln. van de ODE-compensatiemiddelen (kamerstuk 30196, nr. 755) ingezet voor warmteprojecten in de glastuinbouw. Deze middelen zijn bedoeld om de aanleg van warmte-infrastructuur te stimuleren.

De afspraken uit het coalitieakkoord met betrekking tot de klimaattransitie in de glastuinbouw worden met de sector uitgewerkt. Het pakket om toe te werken naar de ambitie van een klimaatneutrale tuinbouw in 2040 is op 22 april 2022 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstuk 32 627, nr. 39). In het najaar van 2022 zal naar verwachting het Convenant Energietransitie Glastuinbouw met de sector worden ondertekend. Daarin zijn ook afspraken gemaakt over het nieuwe individuele sectorsysteem die het huidige CO2-sectorsysteem zal gaan vervangen.

Budgettaire gevolgen van beleid Artikel 21 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

489.627

786.105

708.466

746.320

340.171

293.192

249.063

waarvan garantie verplichtingen

47.421

124.627

124.627

124.627

124.627

124.627

120.000

waarvan overige verplichtingen

442.206

661.478

583.839

621.693

215.544

168.565

129.063

        

Uitgaven

561.423

618.966

585.884

623.445

286.580

205.341

148.116

waarvan juridisch verplicht

  

72%

    
        

Subsidies (regelingen)

       

Sociaal economische positie boeren

148.253

109.769

33.847

10.451

7.809

7.938

7.938

Duurzame veehouderij

240.662

147.691

154.655

412.018

139.398

40.498

28.321

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

90.334

72.248

77.028

55.093

56.398

46.647

36.650

Mestbeleid

1.710

44.945

60.407

12.603

11.885

42.430

7.344

Diergezondheid en dierenwelzijn

3.976

4.828

4.392

4.367

4.367

4.793

4.873

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

940

1.596

1.541

1.616

1.616

1.616

1.616

Integraal voedselbeleid

4.822

6.013

7.963

7.948

7.948

4.448

4.448

Leningen

       

Lening Pilot Investeringsfonds Duurzame Landbouw

9.000

0

0

0

0

0

0

Garanties

       

Bijdrage borgstellingsreserve

5.756

42.627

3.627

3.627

3.627

3.627

3.627

Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit

1.103

1.805

1.805

1.805

1.805

1.805

1.805

Opdrachten

       

Sociaal economische positie boeren

430

1.510

2.562

2.918

3.898

3.928

4.128

Diergezondheid en dierenwelzijn

8.007

10.351

14.785

11.767

11.282

10.846

10.876

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

3.111

3.653

3.483

3.408

3.358

3.358

3.358

Integraal voedselbeleid

5.559

2.854

3.531

3.168

3.176

3.299

3.299

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

3.577

3.016

1.336

1.336

1.336

1.336

1.336

Centrale Commissie Dierproeven

0

116

2.341

2.341

2.341

2.341

2.341

Medebewind/voormalige productschappen

647

687

687

687

687

687

687

Raad voor de Plantenrassen

1.019

1.414

1.414

1.414

1.414

1.414

1.414

Keuringsdiensten

10.140

6.952

1.959

1.459

615

615

615

Bijdrage aan medeoverheden

       

Specifieke uitkeringen

0

133.451

185.281

62.179

380

475

200

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       

FAO en overige contributies

10.850

11.686

11.486

11.486

11.486

11.486

11.486

Storting/onttrekking begrotingsreserve

       

Storting begrotingsreserve landbouw

2.082

0

0

0

0

0

0

Storting begrotingsreserve apurement

1.282

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

       

Diergezondheidsfonds

8.163

11.754

11.754

11.754

11.754

11.754

11.754

        

Ontvangsten

81.413

79.170

32.580

30.280

29.080

29.080

29.080

        

Ontvangsten

       

Sociaal economische positie boeren

1.078

245

245

245

245

245

245

Agroketens

26.766

513

513

513

513

513

513

Agrarische innovatie en overig

394

0

0

0

0

0

0

Mestbeleid

7.852

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

Garanties

1.827

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Weerbare planten en teeltsystemen

902

0

0

0

0

0

0

Diergezondheid en dierenwelzijn

12.516

12.000

11.600

11.600

11.600

11.600

11.600

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

2.738

51.413

5.413

5.413

5.413

5.413

5.413

Onttrekkingen begrotingsreserves

25.180

3.690

3.500

1.200

0

0

0

ZBO's/RWT's

2.160

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

Budgetflexibiliteit

Het budget voor 2023 is voor circa € 422 mln. (72%) juridisch verplicht en voor ca. € 76 mln. (28%) bestuurlijk gebonden. Daarnaast is er nog € 88 mln. beleidsmatig gereserveerd. Dit komt door de verplichtingen die rusten op de onderdelen van dit artikel. Zo is er onder subsidies voor o.a. duurzame veehouderij en van de bijdrage aan medeoverheden een groot deel van het budget juridisch verplicht vanwege specifieke uitkeringen. De bestuurlijk gebonden uitgaven hebben hoofdzakelijk betrekking op subsidieuitgaven op de post Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen.

Geschatte budgetflexibiliteit
 

2023

juridisch verplicht

72%

bestuurlijk gebonden

13%

beleidsmatig gereserveerd

15%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Subsidies

Sociaal economische positie boeren

Het subsidiebudget voor ‘Sociaal economische positie boeren’ is voor 2023 € 33,8 mln. Hiervan is € 5,9 mln. beschikbaar voor landbouwers in de open teelten als gedeeltelijke tegemoetkoming op de premie die zij betalen voor de Brede Weersverzekering. De Brede Weersverzekering verzekert landbouwers tegen schade aan gewassen door extreme en ongunstige weersomstandigheden, zoals storm, hagel, regenval of droogte. De Brede Weerverzekering zal ook in de GLB-periode 2023-2027, met EU-middelen, beschikbaar blijven en valt in een verlaagd btw-tarief. Verder is in 2023 € 3 mln. beschikbaar voor de flankerende maatregelen in het kader van de Wet verbod pelsdierhouderij. De middelen zijn bestemd voor de sloop- en ombouwregeling. In de begrotingsreserve landbouw is er € 13,6 mln. beschikbaar voor de sloop- en ombouwregeling en de overige onderdelen van het flankerend beleid voor de pelsdierhouderij. Voor de subsidievaststelling van ingediende aanvragen voor de regeling Ongedekte vaste kosten land- en tuinbouw (OVK) is € 22 mln. in 2023 beschikbaar gesteld. Aangezien de OVK opvolgend is aan de regeling tegemoetkoming vaste lasten (TVL) zijn de gestelde indieningstermijnen voor een subsidievaststelling naar achter geschoven en is de regeling daarop aangepast waardoor de afwikkeling in het uitvoeringsjaar 2023 wordt uitgevoerd. De resterende middelen worden onder meer ingezet voor een subsidie ten behoeve van het opzetten van een Kenniscentrum voor bedrijfsopvolging in de tuinbouw en agrarische sectoren. In nauw overleg met het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en andere betrokken partijen wordt uitwerking gegeven aan een businessplan.

Duurzame veehouderij

In 2023 wordt € 154,7 mln. gereserveerd voor ondersteuning gericht op de verdere verduurzaming van de veehouderij en het verminderen van stikstofdepositie met het beëindigen van veehouderijbedrijven. Het gereserveerde bedrag zal onder andere worden ingezet voor:

  • Voor de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) is in totaal € 172 mln. gereserveerd voor de periode 2020-2030. In 2023 is er circa € 29 mln. beschikbaar. Het doel van de Sbv is het ontwikkelen en toepassen van integrale, brongerichte technieken en managementmaatregelen in zowel bestaande als in nieuwe stalsystemen, gericht op de reductie van broeikasgas- en stalemissies, waaronder ammoniak, methaan, lachgas en fijnstof. Dit draagt zowel bij aan de gezondheid en het welzijn van mens en dier als aan de realisatie van klimaat- en milieudoelen.

  • In 2023 wordt de uitvoering van de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Srv) afgerond. Hiervoor is in 2023 € 7,3 mln. gereserveerd. Met de Srv ontvangen deelnemende varkenshouders een subsidie voor het beëindigen van hun bedrijf(slocatie). De Srv is gericht op de reductie van geuroverlast en draagt daarnaast ook bij aan reductie van andere emissies, waaronder stikstof en broeikasgassen.

  • Er is in 2023 circa € 2 mln. beschikbaar voor het stimuleren van emissiearm veevoer. Uit onderzoek is gebleken dat het eiwitgehalte in veevoer verlaagd kan worden zonder dat dit leidt tot gezondheidsrisico’s voor de dieren of productieverlies. Onbekendheid met de mogelijkheden en ook vrees voor productieverlies weerhoudt vele boeren ervan de stap naar een lagere eiwitinput te zetten. Agrariërs zullen echter zelf de stap moeten zetten naar eiwitarmer veevoer. Dit wordt gestimuleerd door ervaringen van individuele agrariërs of ervaringen door middel van lerende netwerken intensief te delen, waar gewenst met behulp van bedrijfsadviseurs (programma Innovatie op het boerenerf – zie hiervoor artikel 23). De verlaging van de eiwitinput vergt voortdurende begeleiding van praktijkonderzoek, waarbij ook diergezondheid en dierenwelzijn veel aandacht zullen krijgen om het vertrouwen te geven dat de verlaging zonder risico’s kan worden ingezet.

  • Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord landbouw en landgebruik (Kamerstuk 32 813, nr. 342) is € 7,5 mln. begroot. Dit budget is beschikbaar voor het terugdringen van broeikasgasemissies in de veehouderij. Een deel van deze middelen, €4 mln., zullen worden ingezet voor een aantal gerichte activiteiten zoals de integrale aanpak van methaan en ammoniak via het dier- en voerspoor. De aanpak is gericht op een efficiënte inzet van middelen voor kennisontwikkeling, kennistoepassing en kennisverspreiding, gevolgd door implementatie en monitoring. Een centrale rol hierbij is weggelegd voor onderzoek op een netwerk van praktijkbedrijven en de verspreiding van resultaten via demonstratiebedrijven. Ook wordt € 3 mln. ingezet voor het uitvoeren van onderzoek, pilots en demo’s gericht op emissiereductie vanuit stallen en mestopslagen. Tot slot is in 2023 € 0,5 mln. begroot voor extra uren weidegang. Weidegang is een belangrijke maatschappelijke wens die breed gedragen wordt in de samenleving. De inzet op het vergroten van het aantal uren weidegang draagt hier aan bij en levert daarnaast een bijdrage aan de reductie van ammoniakemissie.

  • In 2023 is er € 1 mln. gereserveerd voor diverse subsidies voor projecten intensieve veehouderij. Daarnaast is separaat budget gereserveerd van € 0,5 mln. ten behoeve van de subsidie voor zeldzame huisdierrassen (melkvee).

  • In 2023 wordt de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) opengesteld. De regeling biedt veehouders een subsidie om hun veehouderijlocatie of bedrijf op vrijwillige basis te beëindigen. Doel van de regeling is om een blijvende reductie van stikstofdepositie op stikstofgevoelige en overbelaste Natura 2000-gebieden in Nederland te realiseren. Naar verwachting worden de aanvragen in 2023 ingediend en beoordeeld. Veehouders weten dan ook in 2023 of ze mee mogen doen aan de regeling. Voor de regeling is in 2023 circa € 104 mln. beschikbaar (inclusief uitvoeringskosten).

Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen

In 2023 is € 77,0 mln. aan subsidiebudget beschikbaar ten behoeve glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen. Van dit bedrag is € 73 mln. bestemd voor subsidies op het op het terrein van energiebesparing en duurzame energie in de glastuinbouw. Het programma Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw stimuleert. Dit programma ondersteunt de opschaling en vroege marktintroductie van integrale innovatieve teelt- en kas(techniek) concepten en gebiedsgerichte energie-innovaties in de glastuinbouw passend bij een klimaatneutrale toekomst. Het gaat hierbij in specifiek om:

  • Energie-efficiëntieglastuinbouw (EG): voor deze regeling is in 2023 circa € 36 mln. beschikbaar. voor investeringen in energiebesparende maatregelen en aansluitingen op regionale warmte- en CO2-netten.

  • Markintroducties energie-innovaties (MEI): voor deze regeling is een subsidiebudget van € 6 mln. beschikbaar met als doel investeringen in de vroege marktintroductie van energie-innovaties in de glastuinbouw.

  • Innovatieagenda energie (€ 31 mln.): het programma Kas als Energiebron is het innovatie- en actieprogramma dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw stimuleert. Dit programma ondersteunt kennis- en innovatie-ontwikkeling, proof of principle-onderzoek en demonstraties voor verbreden en verdiepen van «Het nieuwe Telen» en klimaatneutrale(re) teelsystemen en kassystemen. Via een kennisuitwisselingsprogramma wordt uitrol gestimuleerd (bijvoorbeeld met kennisbijeenkomsten en communicatie via www.kasalsenergiebron.nl). Tevens worden vanuit innovatieagenda energie CO2 leverings- en warmteprojecten gefinancierd.

  • Nationaal Programma Landbouwbodems (NLP) (€ 3,0 mln. in 2023): het doel van het NLP is dat in 2030 alle Nederlandse landbouwbodems (ongeveer 1,8 miljoen hectare) duurzaam worden beheerd en daarmee jaarlijks extra 0,5 Mton CO2-eq in (minerale) landbouwbodems wordt vastgelegd door koolstofvastlegging (CO2 uitstoot reductie) (Kamerstuk 30 015, nr. 58). Het programma kent een focus van bestedingen voor de eerste paar jaar, gericht op een flinke opschaling van wetenschappelijk onderzoek, praktijkpilots en een stevige impuls aan kennisverspreiding. In 2023 worden werkzaamheden voortgezet voor onder andere een eenduidige kennisoverdracht op het boerenerf over nieuw ontwikkelde en bewezen maatregelen voor duurzaam bodembeheer en koolstofvastlegging. Verder vindt in 2023 opdrachtverstrekking plaats voor de voortzetting van de kennisontwikkeling van maatregelen voor duurzaam bodembeheer en koolstofvastlegging, handelingsperspectieven rondom deze maatregelen en een verdere verdiepingsslag rondom afwenteling binnen het onderzoeksprogramma Slim Landgebruik.

  • Plantgezondheid (€ 0,6 mln.): een hoogwaardige kwaliteit van plantaardige producten en een hoog plantgezondheidsniveau zijn voor de Nederlandse plantaardige sector van groot belang. Een belangrijk speerpunt is het voorkomen van de in- en uitsleep van plantenziekten in Nederland. Ook in 2023 blijft Nederland in zich inzetten op het bevorderen van de zaaizaadvoorziening in ontwikkelingslanden via het publiek-private programma SeedNL en zet Nederland onder andere in op het wegnemen van fytosanitaire handelsbelemmeringen.

  • In 2023 wordt verder uitvoering gegeven aan het programma dat bijdraagt aan de doelen van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 518). Het gaat hierbij om kennisontwikkeling en –verspreiding via onderzoek en gebiedsgerichte pilotprojecten zodat telers gestimuleerd worden om weerbare plant en teeltsystemen en geïntegreerde gewasbescherming toe te passen en emissies naar het milieu verder te reduceren.

Mestbeleid

In 2023 is er voor mestbeleid € 60,4 mln. aan subsidiebudget gereserveerd. Dit is in hoofdlijnen bedoeld voor:

  • In 2023 zal naar verwachting de subsidieregeling kunstmestvervanging en mestverwerking zijn opengesteld voor € 6 mln. Het betreft een subsidieregeling voor de verwerkingsinstallaties die mest tot stikstof mestproducten verwerken en daarmee stikstof kunstmest vervangen. De nieuwe meststof heeft voordelen voor het reduceren van de emissie van broeikasgassen en stikstof.

  • Ten behoeve van de regeling waterbassins mest is in 2023 een budget van circa 35 mln. gereserveerd. Omdat experimenten (voorafgaand aan openstelling van een eventuele subsidieregeling) hebben uitgewezen dat het stikstofreductiedoelbereik beperkt is, is onzeker of daadwerkelijk een subsidieregeling opengesteld zal worden. Een deel van beschikbare middelen uit 2022 is om deze reden reeds doorgeschoven naar een later jaar.

  • Tevens staat hier circa € 19 mln. aan financiële middelen ten behoeve van projecten en monitoring mestbeleid in 2023. Het gaat hoofdzakelijk om middelen die verbonden zijn aan de uitvoering van het 7e Actieprogramma. Op grond van de Nitraatrichtlijn heeft Nederland in december 2021 het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn 2022-2025 bij de Europese Commissie ingediend (Kamerstuk 33037, nr. 431). Het budget is bestemd voor de uitvoering, monitoring en handhaving van het mestbeleid om aan de Europese verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Met het nationale mestbeleid wordt invulling gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de Nitraatrichtlijn (91/676/EEG). Ook wordt er een bijdrage geleverd aan de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG). Het doel van het mestbeleid is het verbeteren van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater door het bevorderen van een effectief en efficiënt gebruik van meststoffen in de landbouw. Het 7e actieprogramma dient als basis voor gesprekken over een nieuwe derogatie vanaf 2022.

Een deel van middelen in het kader van 7e Actieprogramma is nog niet aan artikel 21 toegevoegd. Maar het reeds aanwezige budget op de LNV begroting zal worden gebruikt voor de uitvoering van de Versterkte Handhavingsstrategie. Van daaruit zal worden gewerkt aan de invoering van het realtime Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (rVDM): digitale verantwoording van mesttransporten. Daarnaast zullen met de middelen de contouren voor het toekomstige mestbeleid nader worden uitgewerkt.

Diergezondheid en dierenwelzijn

Om het dierenwelzijn van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren te bevorderen wordt er € 4,4 mln. ingezet. Onder dit bedrag valt onder andere de inzet van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (€ 2,9 mln.) en het bevorderen van gezonde en sociale hond (€ 0,4 mln.). In het kader van de bevordering van het welzijn van landbouwhuisdieren (€ 1 mln.) worden bijdragen geleverd voor het vertrouwensloket welzijn landbouwhuisdieren en het bevorderen van de brandveiligheid van stallen.

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

In 2023 is € 1,6 mln. beschikbaar gesteld voor bilaterale en multilaterale samenwerking op het gebied van duurzame economische- en landbouwontwikkeling en veerkrachtige voedselsystemen, mondiale voedselzekerheid en (internationale) partnerschappen.

Integraal Voedselbeleid

Het budget in 2023 van circa € 8 mln. is bestemd voor beleid voor duurzaam voedsel en reststromen. Het beleid voor duurzaam voedsel richt zich op het verminderen van voedselverspilling, het stimuleren van een duurzaam (en gezond) eetpatroon en het makkelijker maken voor consumenten om een bewuste en geïnformeerde keuze te maken voor duurzaam geproduceerd voedsel. Een belangrijk speerpunt blijft het verlagen van voedselverspilling bij de consument. Een bijdrage aan het Voedingscentrum vormt in het kader van het bovenstaande een substantieel onderdeel van de geraamde uitgaven. Verder is het hoogwaardig verwerken van reststromen uit de voedselketen voor nieuwe voedsel- of diervoederproducten een belangrijk speerpunt. In het Klimaatakkoord is de afspraak opgenomen om voedselverspilling bij de consument, inclusief de voedselverliezen in de keten, in Nederland in 2030 te halveren ten opzichte van 2015.

Garanties

Bijdrage borgstellingsreserve

LNV verleent via de borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) steun aan agrariërs in de primaire sector (land- en tuinbouw). Dit middels het gedeeltelijk borg staan voor leningen die banken en/of andere financiers verstrekken aan agrariërs. Hierdoor wordt de financiering mogelijk gemaakt van investeringen die in de markt niet vanzelfsprekend tot stand komen. In 2023 is de geraamde LNV bijdrage aan de begrotingsreserve voor de borgstellingsfaciliteit € 3,6 mln.

Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit

Bij verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit worden uitgaven op afgegeven borgstellingen zichtbaar. Deze uitgaven doen zich voor als een agrariër, gebruikmakend van de borgstellingsregeling, failliet gaat. Hiervoor is op de LNV-begroting € 1,8 mln. geraamd. Meer informatie over risicoregelingen en garanties is te vinden in de paragraaf 2.6 Overzicht risicoregelingen.

Opdrachten

Sociaal economische positie boeren

Voor het versterken van de sociaal economische positie van de boer is € 2,6 mln. beschikbaar. Een groot deel van dit budget is bestemd voor de financiering van de activiteiten rondom het versterken van de positie van de boer in de keten . In 2023 is € 0,75 mln. beschikbaar voor weerbaarheid van LNV-sectoren. Dit is met name gericht op beleid, waaronder verplichtingen volgend uit een eventuele vitaalaanwijzing, transpositie van Europese richtlijn op cybersecurity, en mogelijk andere trajecten raken aan (strategische) weerbaarheid. Tussen 2024 en 2026 is voor dit thema jaarlijks € 1 mln. en vanaf 2027 € 1,2 mln. structureel beschikbaar. Met het resterende deel van het budget worden o.a. activiteiten gefinancierd die bijdragen aan het verbeteren van het verdienvermogen van de boer en de versterking van de relatie boer-burger.

Diergezondheid en dierenwelzijn

Om diergezondheid en dierenwelzijn te borgen en verbeteren is er in 2023 voor verschillende activiteiten € 14,7 mln. gereserveerd. Dit bedrag wordt ingezet voor:

  • Bijdragen aan diverse onderzoeksprojecten in het kader van preventie van insleep van vogelgriep, alsmede bijdragen aan onderzoek naar een effectief vaccin tegen vogelgriep (€ 1 mln.).

  • Bijdragen aan het sectorspecifieke beleid voor de reductie van het gebruik van antibiotica (Kamerstuk 29 683, nr. 256), met een focus op hooggebruik en het verbeteren van diergezondheid in het algemeen (€ 0,8 mln.).

  • Early warning, monitoring en bewaking van dierziekten en zoönosen via bijdragen mede namens het ministerie van VWS aan het Dutch Wildlife Health Centre (€ 0,7 mln.) en aan de faculteit Diergeneeskunde (gezelschapsdieren) (€ 0,2 mln.). Daarnaast wordt er geld gereserveerd voor monitoring en onderzoek van het Westnijlvirus (€ 0,3 mln.).

  • De uitvoeringskosten voor de identificatie en registratie (I&R) van dieren worden grotendeels gefinancierd vanuit heffingen retributies die aan de sector worden opgelegd. Tarieven hiertoe zijn in regelgeving vastgelegd. De implementatie van de Europese Diergezondheidsverordening (Animal Health Regulation) brengt nieuwe verplichtingen voor houders met zich mee en zorgt voor extra kosten. Tevens zijn de bestaande I&R-tarieven in regelgeving niet langer kostendekkend. De financiering van de identificatie en registratie van dieren wordt in 2022 onderzocht en er zullen nieuwe tarieven worden vastgesteld om kostendekkendheid te kunnen realiseren. Tot die tijd zal LNV meer bijdragen in deze opdracht (€ 3,7 mln).

  • Bijdrage aan het CIBG voor nieuwbouw van een wettelijk register voor diergeneeskundigen. Daarnaast bijdrage voor beheer en uitvoering van het bestaande systeem in afwachting van het nieuw te bouwen systeem (€ 1,8 mln.).

  • Daarnaast wordt bijgedragen aan de financiering van voorzieningen voor de crisisparaatheid zoals bijdragen aan de deskundigengroep dierziekten, de permanente welzijnscommissie dierziekten en budget voor crisisoefeningen (€ 0,1 mln.). Ook zijn middelen beschikbaar gesteld voor diverse opdrachten in het kader van veterinaire markttoegang (€ 0,2 mln.).

  • Regie van het programma Transitie Proefdiervrije Innovatie (€ 0,5 mln.).

  • Voor overige projecten in het kader van dierproeven en alternatieven is € 0,5 mln. gereserveerd.

  • Voor het in beslag of in bewaring nemen van dieren om redenen van dierenwelzijn is een bijdrage van € 4,3 mln. beschikbaar.

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

Het budget van € 3,5 mln. is bestemd voor onder andere het Programma Internationale Agroketens (PIA) en internationale agrarische samenwerking. De middelen voor PIA (€ 2,6 mln.) worden ingezet voor het versterken van de internationale positie van de Nederlandse agro- en foodsector. De middelen zijn bestemd voor de financiering van diverse kleinschalige projecten wereldwijd, maar ook voor projecten in Nederland zoals voor inkomende handels- en overheidsmissies en voor de website agroberichtenbuitenland.nl. Het Landbouwradennetwerk vervult hierbij een belangrijke rol. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar voor bilaterale en multilaterale samenwerking op het gebied van duurzame economische- en landbouwontwikkeling en veerkrachtige voedselsystemen, mondiale voedselzekerheid en (internationale) partnerschappen (€ 1,8 mln.). Verder zijn middelen gereserveerd voor het steunpunt voor de regeling Schoolfruit en voor de totstandkoming van het Nationaal Strategisch Plan (NSP) dat voor de nieuwe periode van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt opgesteld (€ 1 mln.).

Integraal Voedselbeleid

In 2023 is er voor voedselveiligheid (als onderdeel van integraal voedselbeleid) een bedrag van € 3,5 mln. geraamd. De borging van voedselveiligheid richt zich op de primaire productiefase van de voedselketen. Daarbij moet in de eerste plaats worden gedacht aan de veiligheid van diervoeders, het verwerken van dierlijke reststromen en het borgen van voedselveiligheid in de schakels van de vleessector tot en met de slacht. Samen met het tegengaan van voedselfraude draagt dit bij aan het verkleinen van de risico’s voor de volksgezondheid, het versterken van het vertrouwen van de consument in voedsel en het versterken van de (internationale) positie van de agrofoodketen. Vanuit dit budget wordt tevens een bijdrage (gedaan aan de coördinatie van Codex comités, specifiek voor het jaarlijkse Codex Alimentarius comité voor contaminanten in voedsel , waarvan Nederland organisator en permanent voorzitter is. Nederland draagt daarmee ook bij aan het mondiale systeem van veilig voedsel. Daarnaast is budget gereserveerd voor beleidsadvisering door het Bureau Diergeneesmiddelen met betrekking tot het diergeneesmiddelenbeleid en de uitvoering van de Europese verordening diergeneesmiddelen die op 28 januari 2022 van toepassing is geworden.

Bijdrage ZBO/RWT

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Op de LNV-begroting is in 2023 € 1,3 mln. gereserveerd voor de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). De ministeries van LNV, IenW, SZW en VWS geven opdracht aan het Ctgb voor het geven van beleidsadviezen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur. In totaal bedraagt de bijdrage aan Ctgb € 2,5 mln. via budgetoverboekingen van de genoemde ministeries.

Centrale Commissie Dierproeven

Voor de bijdrage aan de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) is € 2,3 mln. gereserveerd. RVO ondersteunt de CCD bij haar werkzaamheden en ontvangt daarvoor een bijdrage voor zover dit niet via leges in rekening kan worden gebracht bij aanvragers van een projectvergunning. De CCD verstrekt op grond van de Wet op de dierproeven vergunningen voor het mogen uitvoeren van dierproeven. Daarnaast behandelt het wijzigingsaanvragen en registreert de CCD meldingen. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen dierproeven worden uitgevoerd, tenzij er goede redenen voor zijn en dat er geen mogelijkheden bestaan om de gevraagde resultaten te behalen zonder proefdieren. In 2023 wordt uitvoering gegeven aan de aanbevelingen uit het in 2022 uitgevoerde onderzoek naar het stelsel proefdieronderzoek. Activiteiten zullen met name gericht zijn op het efficiënter inrichten van het proefdierenstelsel, waarbij ook expliciet aandacht is voor de positionering en taken van de CCD en andere ketenpartners in het stelsel.

Medebewind/voormalig productschappen

In 2014 zijn publieke taken van de Publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO’s) overgaan naar de centrale overheid. Het geraamde budget (€ 0,7 mln.) is onder meer bestemd voor reorganisatie- en afvloeiingskosten van voormalig medebewindspersoneel bij de PBO’s.

Raad voor de plantenrassen

Aan de Raad voor plantenrassen wordt in 2023 € 1,4 mln. ter beschikking gesteld om uitvoering te geven aan diverse wettelijke verplichtingen aanvullend op de eigen wettelijke taken. Dit betreft onder meer het inrichten en uitgeven van een Rassenlijst Bomen en het opzetten van toetsproeven in de bosbouw en methodiekontwikkeling voor het uitvoeren van proeven aan plantenrassen. 

Keuringsdiensten

Dit betreft de LNV-bijdrage van € 1,9 aan diverse privaatrechtelijke zelfstandige bestuursorganen. Het gaat dan met name om (tijdelijke) niet-retribueerbare kosten. Het Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) ontvangt bijvoorbeeld een vergoeding voor kosten die zij maken om zich voor te bereiden op nieuwe regelgeving van het Verenigd Koninkrijk als gevolg van Brexit.

Bijdrage aan medeoverheden

Specifieke uitkeringen

Voor 2023 is € 185,3 mln. gereserveerd t.b.v. de tweede tranche van de Maatregel gerichte aankoop (MGA-2). Deze regeling richt zich op het vrijwillig beëindigen van piekbelasters nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden via het (gedeeltelijk) aankopen van veehouderijlocaties. Provincies worden gevraagd om als gebiedsregisseur de middelen in te zetten die het Rijk via een specifieke uitkering beschikbaar stelt. Ondernemers ontvangen een marktconforme vergoeding voor de waarde van de opstallen en/of de (erf)grond inclusief het laten vervallen van productierechten op basis van een onafhankelijke taxatie.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

FAO en overige contributies

Ten behoeve van de jaarlijkse contributies voor internationale organisaties is er in 2023 € 11,5 mln. gereserveerd. De grootste contributie die hieruit bekostigd wordt, is die aan de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) (€ 5,8 mln.). Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor kleinere contributies aan verschillende internationale organisaties, zoals het United Nations Environment Programme (UNEP) (€ 0,4 mln.).

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Diergezondheidsfonds

Dit betreft de LNV-bijdrage van € 11,8 mln. aan de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF) voor bewaking en monitoring en voor voorzieningen in geval van een dierziekte-uitbraak (zoals vaccins, destructiecapaciteit en bestrijdingsmaterialen). Daarnaast is de bijdrage aan de Autoriteit diergeneesmiddelen inbegrepen. Meer informatie over het DGF vindt u in het begrotingshoofdstuk van het DGF. 

Ontvangsten

Mestbeleid

De ontvangsten betreffen de boete-inkomsten voor de handhaving van het mestbeleid en de bijdrage van bedrijven die gebruik maken van de derogatie. De kosten in het kader van de derogatie betreffen de kosten van het derogatiemeetnet binnen het Landelijk Meetnet Mestbeleid (LMM) en de kosten die verbonden zijn aan het verlenen van een vergunning voor derogatie.

Garanties

De ontvangsten betreffen inkomsten uit door agrariërs betaalde provisies voor de door LNV afgegeven garantstellingen aan banken. Voor 2023 worden de ontvangsten geraamd op € 1,8 mln.

Diergezondheid en dierenwelzijn

Deze geraamde ontvangsten van € 11,6 mln. hebben voor het grootste gedeelte (€ 5,2 mln.) betrekking op ontvangsten uit heffingen en retributies voor identificatie en registratie van dieren. Daarnaast zijn er ontvangsten geraamd voor boete-inkomsten op grond van de Wet dieren (€ 5,6 mln.). Ook is er een bedrag geraamd voor ontvangsten van de Centrale Commissie Dierproeven voor de behandeling van vergunningaanvragen en wijzigingen (€ 0,5 mln.). Verder zijn er ontvangsten op grond van de regeling In beslag genomen goederen (€ 0,3 mln.).

Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking

De ontvangsten van € 5,4 mln. betreffen voornamelijk ontvangsten van vervallen waarborgsommen bij in- en uitvoercertificaten. RVO verstrekt deze in- en uitvoercertificaten op basis van de Gemeenschappelijke Marktordening. 

Onttrekkingen begrotingsreserves

Zie hiervoor de toelichting op de begrotingsreserves.

ZBO's/RWT's

Dit betreft een geraamde ontvangst van € 2,3 mln. uit door de Grondkamers geïnde leges. De Grondkamers hebben als doel om goede pachtverhoudingen te bevorderen tussen verpachters en pachters van landbouwgrond. Dit doen zij door nieuwe, gewijzigde of ontbonden pachtovereenkomsten van landbouwgrond te toetsen aan wet- en regelgeving. Hiervoor vragen de Grondkamers een lege voor de uitvoeringskosten.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve Landbouw

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Landbouw (bedragen x € 1 mln.)
 

Stand per 1/1/2022

Verwachte toevoegingen 2022

Verwachte onttrekkingen 2022

Verwachte stand per 1/1/2023

Verwachte toevoegingen 2023

Verwachte onttrekkingen 2023

Verwachte stand per 31/12/2023

Begrotingsreserve Landbouw

19,5

0

1

18,5

0

0,8

17,7

De Begrotingsreserve Landbouw is bestemd voor omvangrijke uitgaven op het gebied van landbouwbeleid waarvoor het lastig is om een kasritme vast te stellen. Het grootste deel van de middelen is bestemd voor het flankerend beleid pelsdierhouderij (circa € 13 mln.). De hoogte van de onttrekking in 2023 voor de pelsdierhouderij zal afhangen van het gebruik van de subsidieregeling sloop- en ombouwkosten. De verplichtingen ten aanzien van sloopsubsidies zijn in 2021 aangegaan, maar uitbetaling ervan kan later plaatsvinden. Voor deze regeling zijn ook middelen beschikbaar op de LNV-begroting uit de Regeerakkoordenvelop Warme sanering (zie subsidies - sociaal economische positie boeren). Het restant van de begrotingsreserve is bestemd voor verplichtingen die zijn aangegaan voor de VAMIL-compensatieregeling en projecten die bijdragen aan een duurzame cacaoconsumptie en -productie. De middelen voor de bijdragen aan duurzame cacaoconsumptie en -productie zijn ontvangen van de Vereffeningsorganisatie PBO's en zijn afkomstig van het cacaobufferstock-fonds dat beheerd werd door het voormalig Productschap Akkerbouw.

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit (bedragen x € 1 mln.)
 

Stand per 1/1/2022

Verwachte toevoegingen 2022

Verwachte onttrekkingen 2022

Verwachte stand per 1/1/2023

Verwachte toevoegingen 2023

Verwachte onttrekkingen 2023

Verwachte stand per 31/12/2023

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

84,8

40,5

4

121,3

0

0

121,3

De begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit is bedoeld om de verliesdeclaraties te betalen. Deze verliesdeclaraties (als gevolg van faillissement) kunnen te zijner tijd voortkomen uit afgegeven garantstellingen op verstrekte kredieten waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw en visserij worden gefaciliteerd. Om een garantstelling te krijgen, moet door de ondernemer een provisie worden betaald. Deze provisie inkomsten plus een jaarlijkse bijdrage vanuit de LNV begroting (zie budgettaire tabel, onder garanties en dan «bijdrage Borgstellingsreserve») worden in deze reserve afgestort. Deze begrotingsreserve is gelinkt aan de Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) en de modules die hieronder vallen. Zo is staan hier ook middelen gereserveerd om verliesdeclaraties te kunnen betalen die voortkomen uit verstrekte coronakredieten (BL-C). En ook het Vermogens Versterkend Krediet (VVK) is grotendeels een module onder de Borgstellingsfaciliteit (BL-VVK). Meer informatie over risicoregelingen en garanties is te vinden in de begrotingsparagraaf 2.6 Overzicht risicoregelingen.

Begrotingsreserve Apurement

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Apurement (bedragen x € 1 mln.)
 

Stand per 1/1/2022

Verwachte toevoegingen 2022

Verwachte onttrekkingen 2022

Verwachte stand per 1/1/2023

Verwachte toevoegingen 2023

Verwachte onttrekkingen 2023

Verwachte stand per 31/12/2023

Begrotingsreserve Apurement

74,4

1,0

4,7

70,7

1,0

6,7

65,0

De begrotingsreserve Apurement heeft betrekking op correcties van de Europese Commissie (EC) vanwege een niet EU-conforme uitvoering van EU-subsidieregelingen. LNV monitort het verloop van correctievoorstellen en -besluiten en bepaalt of de omvang van deze reserve proportioneel is in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Pas op het moment van de ontvangen uitspraak van de EC is er sprake van een juridische verplichting.

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Risicovoorziening jonge boeren / VVK
 

Stand per 1/1/2022

Verwachte toevoegingen 2022

Verwachte onttrekkingen 2022

Verwachte stand per 1/1/2023

Verwachte toevoegingen 2023

Verwachte onttrekkingen 2023

Verwachte stand per 31/12/2023

Risicovoorziening Jonge Boeren

46,0

0

39,0

7,0

0

3,6

3,4

De begrotingsreserve Risicovoorziening VVK heeft betrekking op de in het kabinet Rutte III beschikbaar gestelde middelen voor opleidings- en coachingstrajecten voor jonge boeren. In het jaar 2023 worden een tweetal onttrekkingen geraamd. Ten eerste wordt een bedrag van € 3.5 mln. voor het verstrekken van een subsidie voor het opzetten van een Kenniscentrum voor bedrijfsopvolging in de tuinbouw en agrarische sectoren (zie sociaal economische positie van boeren). De middelen voor de tweede onttrekking zijn bestemd voor nationale cofinanciering van de nieuwe GLB/NSP interventie ‘Samenwerken aan generatievernieuwing’.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel Art.21 Fiscale regelingen 2021-2023, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1
 

2021

2022

2023

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

808

767

788

OVB Vrijstelling cultuurgrond

184

191

258

EB Verlaagd tarief glastuinbouw

154

153

142

Verlaagd btw-tarief Sierteelt

276

283

290

ASB Vrijstelling Brede Weersverzekering

6

6

6

1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

Licence