Base description which applies to whole site

3.3.2 Niet-beleidsartikel 98 Aparaatsuitgaven Kerndepartement

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met uitzondering van de agentschappen Inspectie Leefomgeving en Transport, Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut en Rijkswaterstaat. Het omvat de verplichtingen en uitgaven voor ambtelijk personeel, inhuur externen en materieel voor het kerndepartement.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid artikel 98 Algemeen departement (bedragen x €1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

 

Verplichtingen

325.007

339.812

371.490

281.510

329.738

293.059

36.679

1

Uitgaven

326.186

328.743

334.417

298.856

317.541

299.115

18.426

 

98.01 Personele uitgaven

218.813

226.918

228.170

220.973

236.880

223.422

13.458

2

- waarvan eigen personeel

197.627

196.323

198.489

193.030

204.931

193.622

11.309

 

- waarvan externe inhuur

12.071

20.962

21.853

20.999

25.722

21.241

4.481

 

- waarvan overige personele uitgaven

9.115

9.633

7.828

6.944

6.227

8.559

‒ 2.332

 

98.02 Materiele uitgaven

107.373

101.825

106.247

77.883

80.661

75.693

4.968

3

- waarvan ICT

25.542

21.454

21.817

20.308

21.495

20.383

1.112

 

- waarvan bijdrage aan SSO's

60.839

60.872

66.555

48.798

50.308

34.527

15.781

 

- waarvan overige materiële uitgaven

20.992

19.499

17.875

8.777

8.858

20.783

‒ 11.925

 

Ontvangsten

37.258

19.323

18.224

14.667

21.274

5.430

15.844

4

Onderstaand wordt op het niveau van verplichtingen en financieel instrument een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De hogere verplichtingen worden o.a. verklaard doordat er meerjarige verplichtingen in 2019 zijn aangegaan waarvan de kasuitgaven in latere jaren plaatsvinden. Het betreft o.a de verlenging met 2 jaar van het contract voor 2 jaar voor het beheer en onderhoud van het bedrijfsvoeringssysteem SAP (€ 12,3 miljoen). Daarnaast worden de hogere verplichtingen verklaard door de de hogere uitgaven die hierna nader worden toegelicht.

  • 2. De hogere uitgaven op Personele uitgaven wordt veroorzaakt door het volgende.

    • Hogere uitgaven Eigen personeel zijn deels het gevolg van het uitkeren van de loon- en prijsbijstelling tranche 2019 (€ 4,2). Daarnaast betreft het overwegend extra onderzoeksopdrachten voor het PBL, (€ 1,4), extra capaciteit t.b.v. investeringsimpuls in het Aanlegprogramma (€1,5), t.b.v. de projectenpool en programmering wegen (€1,5), extra inzet (€1,0) ten behoeve van de Vrachtwagenheffing. Tevens is extra capaciteit gekomen voor beleidsterrein Luchtvaart t.b.v. de dossiers hinderbeperking, regionale luchthaven, implementatie OVV, aanbevelingen veiligheid Schiphol, elektrisch vliegen en het programma aanpak vliegtuiggeluid (€1,7). Tot slot zijn er meer bedrijfsvoeringsuitgaven gedaan voor interne leveranties aan agentschappen (€ 1,2), deze worden echter gecompenseerd met de invulling van de taakgestelde onderuitputting (- € 1,2).

    • De extra uitgaven voor inhuur externen betreft voornamelijk inzet voor de ondersteuning en realisatie van de Global Commission On Adaption (GCA €1,5) waarvoor bijdragen zijn ontvangen vanuit Canada, UK en Denemarken, de vrachtwagenheffing (€1,3) en de externe capaciteit voor Schiphol en Lelystad, de Luchtruimherziening en het opstellen van de Luchtvaartnota (€1,7) .

    • De uitgaven voor overige personele kosten waren lager dan begroot. Dit komt omdat door de verzekeringsmaatschappijen lagere kosten voor post-actieven in rekening zijn gebracht bij IenW dan voorzien (€ 2, 3 miljoen).

  • 6. De hogere uitgaven op Materiële uitgaven wordt veroorzaakt door het volgende.

    • De per saldo hogere uitgaven voor ICT worden met name verklaard door de bijdrage van Buitenlandse Zaken beheer en onderhoudskosten bedrijfsvoeringssysteem SAP (€ 1,6) en hogere uitgaven voor ICT-dienstverlening ten behoeve van Agentschappen (€ 2,3). Daarnaast is er een bijdrage aan BZK t.b.v. de Generale Digitale Infrastructuur (GDI) (- € 0,9), Hiertegenover staan lagere uitgaven als gevolg van vertraging bij herhuisvesting waardoor bijbehorende ICT uitgaven in 2020 worden gedaan (-€ 0,4). Ook was een herschikking noodzakelijk, als gevolg van interne dienstverlening naar Rijksbrede SSO’s (- € 1,3). Tot slot zijn er diverse kleinere mutaties van circa ‒ € 0,2 miljoen.

    • De hogere bijdrage SSO's betreft voor een deel uitgaven voor ICT- en facilitaire dienstverlening ten behoeve van baten-lastendiensten van IenW waarvan de vergoeding hiervoor van de baten-lastendiensten niet meer in 2019 is ontvangen en deze uitgaven (€ 2,0) ten laste van artikel 98 moeten worden verantwoord. Daarnaast was een herschikking noodzakelijk, als gevolg van interne dienstverlening, van ICT en materiële kosten naar Rijksbrede SSO’s (€ 5,7), was er sprake van een tariefsverhoging van SSC ICT en waren er extra uitgaven die samenhangen met het creëren van extra werkplekken (samen € 3,2) en zijn er, ten behoeve van agentschappen (€ 2,4) en derden, meer uitgaven voor facilitaire dienstverlening waar extra ontvangsten tegenover staan. Tot slot zijn er diverse kleinere mutaties van circa € 2,4 miljoen.

    • De lagere reguliere materiële uitgaven zijn voornamelijk het gevolg van een overboeking van budget naar de agentschappen RWS, KNMI en ILT ter compensatie van gemaakte kosten in het kader van de Participatiewet (€ 4,5). Tevens was een herschikking noodzakelijk als gevolg van interne dienstverlening van materiële uitgaven naar Rijksbrede SSO’s (€ 4,4) en was er sprake van overlopende kosten voor bedrijfsvoering (€ 1,9). Tot slot hebben er overboekingen plaats gevonden t.b.v. het Rijksprogramma Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI), bijdrage ter versterking van de HR ICT Rijksdienst, Categoriemanagement, de de Rijksbrede kunstvoorziening en het Cyberonderzoek Encryptie (€ 1,1).

  • 10. De hogere ontvangsten zijn onder andere het gevolg van externe ontvangsten voor onderzoeksopdrachten bij het Planbureau voor de leefomgeving (€ 2,1 miljoen), een bijdrage van RWS voor de exploitatie van het Standaard Platform (€ 1,3 miljoen), een bijdrage van Buitenlandse Zaken in de beheer en onderhoudskosten SAP (€ 2,1 miljoen) en een bijdrage vanuit Canada, UK en Denemarken voor de realisatie van het programma Global Commission on Adaption (€ 1,5 miljoen). Daarnaast betreft het de ontvangsten van agentschappen voor uitgaven bedrijfsvoering als gevolg van interne leveranties binnen apparaat (€ 6,0 miljoen) en ontvangst ten behoeve van derden gedane facilitaire uitgaven (€ 2,4 miljoen). Tot slot verklaren diverse hogere en lagere ontvangsten het resterend saldo (+ € 0,4 miljoen).

98.01 Personele uitgaven

Dit betreft de verantwoording van alle uitgaven van het eigen personeel, de externe inhuur en postactieven voor het kerndepartement.

98.02 Materiële uitgaven

Dit betreft de verantwoording van de materiele uitgaven van het kerndepartement waarvoor geldt dat deze betrekking hebben op uitgaven die bedoeld zijn voor activiteiten ter ondersteuning van het primaire proces. Hieronder valt ook de bijdragen aan Shared Service Organisaties (o.a. P-Direkt, FM-Haaglanden en het Rijksvastgoedbedrijf) en ICT uitgaven voor onderhoud en licenties.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (x € 1.000)
   

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

326.186

328.743

334.417

298.856

317.541

299.115

18.426

Kerndepartement

326.186

328.743

334.417

298.856

317.541

299.115

18.426

Totaal apparaatskosten batenlastendiensten

1.200.851

1.200.686

1.246.112

1.291.899

1.377.691

1.262.831

114.860

ILT

141.572

148.136

152.664

152.109

153.196

144.861

8.335

KNMI

50.376

54.581

55.816

57.113

62.218

57.969

4.250

RWS

1.001.818

991.288

1.031.132

1.082.677

1.162.277

1.060.001

102.276

NEa1

7.085

6.681

6.500

Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT's2

652.991

599.814

656.031

604.127

5.127

542.227

n.n.b.

ProRail

483.000

426.000

472.000

599.000

n.n.b.

537.000

n.n.b.

Kadaster3

165.000

169.000

179.000

StAB

4.991

4.814

5.031

5.127

5.127

5.227

‒ 100

1

Bij de herverkaveling naar aanleiding van Rutte III is de Nea in 2018 overgeheveld naar EZK (TK 2017–2018, 34 775 XII, nr. 62).

2

De realisatiecijfers over het jaar 2019 waren bij het opstellen van het jaarverslag niet volledig beschikbaar om op te nemen in bovenstaande tabel.

3

Bij de herverkaveling naar aanleiding van Rutte III is het Kadaster in 2018 overgeheveld naar BZK (TK 2017–2018, 34 775 XII, nr. 63).

IenW is verantwoordelijk voor drie agentschappen: de Inspectie Leefomgeving en Transport, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, en Rijkswaterstaat. De apparaatskosten en ontvangsten worden verder uitgesplitst en toegelicht in de agentschapsparagrafen.

IenW verstrekt bijdragen aan twee begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: ProRail, en StAB. In bijlage 1 bij dit jaarverslag treft u meer informatie over de bijdragen van IenW aan RWT's en ZBO's.

De apparaatskosten van de Staf van de Deltacommissaris worden in lijn met de Waterwet op het Deltafonds begroot en verantwoord (zie artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het Jaarverslag van het Deltafonds).

Licence