Base description which applies to whole site

4.1 Artikel 11 Integraal Waterbeleid

Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst.

(Doen) uitvoeren

Vanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt bijgedragen aan het Deltafonds (zie extracomptabele verwijzingen). Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1), zoetwatervoorziening (artikel 2), beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en waterkwaliteit (artikel 7) bekostigd. De rol (doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit, waterkwantiteit en internationaal:

  • Waterveiligheid. Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en de rivieren volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn conform herziene basiskustlijn 2018 en handhaving kustfundament.

  • Waterveiligheid en Zoetwatervoorziening. Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen.

  • Waterveiligheid en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van aanlegprojecten, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken (alle waterveiligheid), het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren en de Programmatische Aanpak Grote Wateren (beiden waterkwaliteit).

  • Waterveiligheid, Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van beheer, onderhoud en vervanging.

  • Internationaal. Kennisuitwisseling met buitenlandse partijen op het gebied van waterveiligheid, waterzekerheid en ‘governance’ ter bevordering van de Nederlandse positie en verdienvermogen in het buitenland. Het betreft bilaterale en multilaterale samenwerking en richt zich vooral op klimaatadaptatie en water. De samenwerking is beschreven in de Nederlandse Internationale Waterambitie (NIWA) en is ondertekend door de Ministeries van IenW, BZ, LNV en EZK. Deze beleidsnotitie is in 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden en is gericht op het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties per 2030.

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het Deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de gerelateerde wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoordelijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid. De rol «regisseren» heeft in dit artikel betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, waterkwantiteit, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en innovatie, exportbevordering en internationale samenwerking (m.b.t. de Noordzee).

  • Waterveiligheid. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van waterveiligheidsbeleid gericht op alle primaire waterkeringen in Nederland. Tevens het zorgdragen voor de waterveiligheid van de regionale waterkeringen in het beheer van het Rijk.

  • Het zorgen voor wettelijke kaders en instrumentarium voor het beoordelen en ontwerpen van primaire waterkeringen. Ontwikkelen van kaders voor het toetsen op veiligheid van de regionale waterkeringen in het beheer van het Rijk. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–20214.

  • Waterkwantiteit en Zoetwatervoorziening. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid in een aanpak gericht op de gebieden met grote Rijkswateren. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen verdeling van water en het daartoe zo te beheren hoofdwatersysteem dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–2021. Hierbij worden maatregelpakketten geregisseerd voor waterbeschikbaarheid op de korte en lange termijn in het Deltaprogramma Zoetwater. Het betreft maatregelen voor het robuuster maken van het watersysteem (nationaal en regionaal) en om de gevolgen van langdurige droogte en lage rivierafvoeren ten gevolge van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken.

  • Waterkwaliteit. Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren in de Rijkswateren van de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems. De uitvoering gericht op het behalen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden conform de voorschriften zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (KRW), om in drie planperiodes uiterlijk in 2027 aan de Europese verplichtingen te voldoen.

  • Nederlands deel van de Noordzee. Het gaat hier om het ontwikkelen van beleid en het nemen van maatregelen voor het bereiken van een gezonde zee met een duurzaam gebruik in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit gebeurt in samenwerking en samenhang met de andere Noordzeelanden, conform de vereisten zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de Richtlijn voor Maritieme Ruimtelijke Planning (MSP). De coördinerende verantwoordelijkheid voor de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en Richtlijn voor Maritieme Ruimtelijke Planning (MSP) ligt bij de Minister van IenW, tezamen met de Ministers van LNV, EZK en BZK voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot hun verantwoordelijkheid behoren.

  • Innovatie en exportbevordering. Het ontwikkelen van beleid, onder andere ten behoeve van de Topsector Water, gericht op het ontwikkelen van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (de gouden driehoek) om de internationale concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. Hierbij wordt een sterke thuismarkt (kennis en innovatie) gekoppeld aan een concurrerend Nederland in het buitenland. Voor dit laatste gaat het daarbij onder meer om het ontvangen van buitenlandse delegaties en het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies. Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden bovenstrooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems. Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

  • Conform de Waterschapswet stelt de Minister de vergoeding vast die de waterschappen verschuldigd zijn voor het organiseren van de waterschapsverkiezingen door de gemeenten. De vergoedingen worden jaarlijks rechtstreeks door BZK ontvangen en in het Gemeentefonds opgenomen.

Hoogwaterbescherming

Hieronder is de beleidsmatige indicator voor hoogwaterbescherming opgenomen. In productartikelen 1, 2 en 3 van het Deltafonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.

Ongeveer 60% van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt 70% van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II 2015–2016, 34 436, nr. 3).

Doel van het waterveiligheidsbeleid is:

  • Iedereen in Nederland die achter een dijk woont, krijgt ten minste een basis beschermingsniveau van 1/100.000 per jaar. Dat wil zeggen dat de kans voor een individu om te overlijden als gevolg een overstroming niet groter mag zijn dan 0,001% per jaar.

  • Daarnaast wordt extra bescherming geboden op plaatsen waar kans is op:

    • grote groepen slachtoffers;

    • en/of grote economische schade;

    • en/of ernstige schade door uitval van vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang.

Als basis voor het bereiken van de doelen van het waterveiligheidsbeleid geldt sinds 1 januari 2017 een nieuwe normering voor de primaire waterkeringen. In 2050 moeten al deze keringen aan de wettelijke normen voldoen. Primaire keringen die niet aan norm voldoen worden versterkt via het HWBP.

In 2021 zijn twee nieuwe indicatoren voor de bescherming tegen overstroming in de begroting opgenomen (zie figuur 3 en 4). Deze nieuwe indicatoren sluiten beter aan bij het doel van het waterveiligheidsbeleid.

Figuur 3 Ontwikkeling in het halen van het basisbeschermingsniveau t.o.v de referentiesituatie

Bron: RWS

Figuur 4 Ontwikkeling in het afnemen van het economisch risico t.o.v. de referentiesituatie

Bron: RWS

Toelichting

Het waterveiligheidsbeleid heeft als doel om het risico van overstromingen naar het aanvaard risiconiveau te krijgen in 2050. Dit betekent een basisbeschermingsniveau voor iedereen in 2050 en een economisch risico waarbij de kosten en baten tegen elkaar opwegen.

De keringen voldoen nog niet allemaal aan die nieuwe norm. Er is berekend hoe groot het economische risico is en hoeveel mensen wonen in een gebied waar het basisbeschermingsniveau nog niet wordt gehaald op het moment dat het nieuwe beleid (2014) is vastgelegd. Dit is de referentiesituatie genoemd en de waarden zijn op 100% gesteld. Ten opzichte van deze referentie wordt de ontwikkeling van het overstromingsrisico in de tijd afgezet. Doordat keringen versterkt gaan worden, zal het aantal mensen waarvoor het basisbeschermingsniveau nog niet is gehaald en het economisch risico de komende 30 jaar afnemen tot het niveau dat volgens het beleid in 2050 bereikt moet zijn.

Het (actuele) risico in 2021 is gebaseerd op de gerealiseerde versterking t/m 2020 in het HWBP; tot en met 2020 is ca. 23km dijk versterkt. De afname van het risico tot 2026 is gebaseerd op de realisatieprognose van dijkversterkingen t/m 2025, zoals is opgenomen in het HWBP. Aangezien er tot 2021 nog maar weinig keringen in het HWBP zijn versterkt, is het economisch risico met circa 1% afgenomen t.o.v. de referentiesituatie. Op basis van de verwachte realisatie van versterkingen t/m 2025 zal het economische dan met ca. 9% t.o.v. de uopdaste referentiesituatie zijn afgenomen. Het aantal mensen dat woont in een gebied waar het basisbeschermingsniveau nog niet is bereikt, is in 2026 naar verwachting 5% lager.

De indicator laat een minder positief beeld in de ontwikkeling van het risico zien dan die in de begroting van 2021. Vorige jaar werd verwacht dat het economisch risico tot 2025 met ca. 30% zou zijn verminderd. Dit verschil wordt veroorzaakt door vertraagde oplevering van geplande maatregelen, in onder andere de Betuwe. Als die gerealiseerd zijn, leidt dat tot een grote daling van het risico. Deze maatregelen worden naar verwachting pas in 2026 opgeleverd en vallen nu buiten de tijdshorizon van de indicator.

In 2050 moeten alle keringen aan de nieuwe normen voldoen. Dan moet overal aan het basisbeschermingsniveau zijn voldaan en is het economisch risico afgenomen tot het aanvaard economisch risiconiveau. In de indicator wordt daarom ook het jaar 2050 geprojecteerd.

Waterkwaliteit (schoon (drink)water)

Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren en een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems. Uitvoering richt zich op het uiterlijk in 2027 voldoen aan de voorschriften van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De coördinerende verantwoordelijkheid voor de KRW ligt bij de Minister van IenW, tezamen met de Minister van LNV voor zover de Nitraat Actie Richtlijn betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoort.

Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden bovenstrooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems. Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

Over de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems, en het bereiken van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden, wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd via De Staat van Ons Water. Het PBL rapporteert op verzoek van de Minister van IenW in het Compendium voor de Leefomgeving jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over de waterkwaliteit. In de motie Schonis heeft de Kamer verzocht om indicatoren te testen waarmee een beter beeld van de voortgang van onder meer waterkwaliteit kan worden gegeven (Kamerstukken II, 2019-2020, 35 300 XII, nr. 11). Zie hiervoor de indicatoren die een beeld geven van de maatregelen die in Nederland worden genomen in de jaarlijkse rapportage «De Staat van Ons Water» (Kamerstukken 2018-2019, 27625 nr. 470).

Integraal Waterbeleid

In De Staat van Ons Water wordt vanaf 2016 jaarlijks integraal door de partners van het Bestuursakkoord Water (BAW) gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van het waterbeleid in het voorgaande jaar. De Stuurgroep Water heeft in december 2018 besloten dat vanaf 2019 De Staat van Ons Water uitsluitend zal worden gericht op de Tweede Kamer als doelgroep. Communicatie naar de burger zal plaatsvinden via de website www.onswater.nl en www.noordzeeloket.nl., waar meer uitgebreide informatie over De Staat van Ons Water is te vinden.

Impulsregeling Klimaatadaptatie:

Eind 2020 is de Impulsregeling klimaatadaptatie afgerond, deze is per 1 januari 2021 in werking getreden. Via deze regeling kunnen gemeenten, provincies en waterschappen een bijdrage van het Rijk krijgen voor de uitvoering van maatregelen tegen wateroverlast, droogte of ter beperking van gevolgen van overstromingen. In 2021 zijn de eerste 13 aanvragen voor de Impulsregeling ruimtelijke klimaatadaptatie afgehandeld.

Beoordeling primaire keringen

Waterschappen en Rijkswaterstaat hebben in 2021 hard gewerkt aan de beoordeling van de primaire keringen in relatie tot de nieuwe waterveiligheidsnormen. Eind 2021 is 55% van de beoordelingen geheel afgerond, 18% is ingediend bij de ILT voor een afrondende conformiteitstoets en 27% is nog in uitvoering en/of moet nog worden ingediend. In afstemming met beheerders wordt gestuurd op tijdige afronding van de overige beoordelingen medio 2022 conform huidige planning en landelijke rapportage in 2023 aan de Tweede Kamer. Daar waar nodig zijn waterkeringen versterkt via het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Integraal Riviermanagement en Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater

In het programma Integraal Riviermanagement is in 2021 in samenwerking met betrokken overheden verder gewerkt aan het ontwikkelen van beleid voor de omgang met de rivieren tot 2050. Het hoogwater en de wateroverlast in Limburg afgelopen zomer hebben nogmaals duidelijk aangetoond dat gedegen waterveiligheidsbeleid, met oog voor verschillende opgaven noodzakelijk is. Naar aanleiding van het hoogwater en de wateroverlast is in oktober 2021 een beleidstafel ingesteld. De beleidstafel evalueert en beziet wat de gebeurtenissen betekenen voor het beleid.

Nationaal Groeifonds:

Met indiending van de twee proposities ‘NL2120 - Het groene verdienvermogen van Nederland’ en ‘Groeiplan Watertechnologie’ is de voorstelontwikkelingsfase voor deze proposities door veldpartijen en IenW met goed resultaat afgerond.

Nationaal Water Programma

In 2021 is het Ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027 gepubliceerd en ter inzage gelegd van 22 maart 2021 tot en met 21 september 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35325, nr. 2). Het PlanMER is in deze periode getoetst door de Commissie m.e.r. In 2022 wordt het Nationaal Water Programma vastgesteld.

Wadden

Ruim 50 partijen hebben de instemmingsverklaring van de Agenda voor het Waddengebied 2050 ondertekend (Kamerstukken II 2020/21, 29684, nr.210). Het Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BO Waddengebied) heeft in december 2021 ingestemd met het concept Uitvoeringsprogramma (Kamerstukken II 2020/21, 29684, nr. 221). Daarnaast is er gewerkt aan een methodiek voor een impactanalyse van het Uitvoeringsprogramma (Kamerstukken II, 2020/21, 29684, nr.217). De governance van het Waddengebied (Bestuurlijk Overleg, Omgevingsberaad en Beheerautoriteit Waddenzee) is (en wordt) doorontwikkeld. Het Omgevingsberaad heeft zijn secretariaat versterkt en ten aanzien van de Beheerautoriteit wordt er gewerkt aan een aangescherpte opdracht (Kamerstukken II 2020/21, 29684, nr. 221).

OSPAR

In oktober 2021 hebben de partijen van OSPAR-verdrag ter bescherming van het mariene milieu van de noordoost Atlantische Oceaan, waaronder Nederland, de North East Atlantic Environment Strategy (NEAES) tot en met 2030 vastgesteld (North-East Atlantic Environment Strategy 2030 | OSPAR Commission). Besluiten in OSPAR over de uitwerking van de NEAES zullen de komende jaren waar nodig doorwerken in het bijstellen of aanvullen van (de implementatie van) het beleid van het Programma Noordzee en de implementatie van de KRM als onderdeel daarvan.

Programma Noordzee

In maart 2021 is het ontwerp Programma Noordzee 2022-2027, inclusief het programma van maatregelen Mariene Strategie, als onderdeel van het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022-2027 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020/21, 35325, nr. 2) en vervolgens 6 maanden ter inzage gelegd. Het Programma Noordzee 2022-2027 integreert verplichtingen uit diverse richtlijnen en geeft nadere invulling aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Noordzeeakkoord dat de ministers van IenW, LNV en EZK in juni 2020 hebben gesloten met de meest betrokken stakeholderpartijen legt hieronder de bestuurlijke basis. In november is bovendien het aanvullend ontwerp Programma Noordzee aan de Tweede kamer aangeboden. Dit aanvullend ontwerp geeft invulling aan de ruimtelijke ordening op de Noordzee inclusief de aanwijzing van windenergiegebieden noodzakelijk voor het behalen van de reductiedoelstelling voor 2030 van de EU (Kamerstukken II 2020/21, 35325, nr. 4) Dit aanvullend ontwerp heeft tot 21 december ter inzage gelegen.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid art.11 Integraal Waterbeleid (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

89.248

36.485

41.220

30.283

30.650

43.517

‒ 12.867

1

         

Uitgaven

50.701

44.251

48.421

49.982

45.678

62.065

‒ 16.387

 
         

1 Algemeen waterbeleid

38.330

33.035

37.546

39.450

34.836

40.382

‒ 5.546

 

Opdrachten

8.624

5.022

3.648

2.232

2.625

5.787

‒ 3.162

2

Opdrachten CORA (HGIS)

0

244

992

212

272

609

‒ 337

 

Overige Opdrachten

8.624

4.778

2.656

2.020

2.353

5.178

‒ 2.825

 

Subsidies

9.545

12.700

14.329

14.677

11.445

15.133

‒ 3.688

3

Incidentele Subsidie WKB

200

1.180

1.567

1.286

16

66

‒ 50

 

Blue Deal (HGIS)

0

700

1.200

2.900

1.090

1.400

‒ 310

 

Partners voor Water (HGIS)

9.251

10.760

11.476

10.297

10.213

13.602

‒ 3.389

 

Overige Subsidies

94

60

86

194

126

65

61

 

Bijdragen aan agentschappen

19.374

15.263

15.978

15.343

16.160

14.751

1.409

 

Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

18.874

14.541

14.707

14.731

14.534

14.365

169

 

Waarvan bijdrage aan agentschap KNMI

500

722

1271

612

1.626

386

1.240

 

Bijdragen aan medeoverheden

787

50

3591

6.568

4.506

4711

‒ 205

 

Bijdragen medeoverheden WKB

0

0

0

0

4.506

4711

‒ 205

 

Bijdragen aan internationale organisaties

0

0

0

630

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

0

0

100

0

100

 
         

2 Waterveiligheid

3.057

2.584

3.019

2.704

2.905

3.348

‒ 443

 

Opdrachten

3.057

2.584

3.019

2.704

2.905

3.348

‒ 443

 

RWS waterveiligheid

2.792

2.250

2.546

1.989

2.395

2.456

‒ 61

 

Overige opdrachten

265

334

473

715

510

892

‒ 382

 
         

3 Grote oppervlaktewateren

2.390

2.303

1.211

1.473

1.296

1.665

‒ 369

 

Opdrachten

2.390

2.303

1.211

1.273

1.196

1.665

‒ 469

 

RWS Waterdossier WOM

2.084

363

67

107

106

220

‒ 114

 

RWS - ZW - Delta

0

1.205

1.025

1.052

934

1.050

‒ 116

 

Overige opdrachten

306

735

119

114

156

395

‒ 239

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

200

100

0

100

 
         

4 Waterkwaliteit

6.924

6.329

6.645

6.355

6.641

16.170

‒ 9.529

 

Opdrachten

3.638

3.997

3.659

3.692

3.963

14.025

‒ 10.062

4

Noordzee akkoord

0

0

0

0

294

9.962

‒ 9.668

 

RWS WKK opdrachten

2.951

2.949

2.873

3.069

2.852

2.861

‒ 9

 

Overige opdrachten

687

1.048

786

623

817

1.202

‒ 385

 

Subsidies

436

436

400

400

400

400

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

350

325

500

500

0

0

0

 

Bijdrage aan internationale organisaties

2.500

1.571

2.086

1.763

2.278

1.745

533

 

WKK contributies

393

503

689

837

531

455

76

 

WKK mondiaal

1.097

552

678

396

1.063

640

423

 

Overige bijdrage (inter)nat.org

1.010

516

719

530

684

650

34

 
         

Ontvangsten

1.226

580

12.050

258

408

0

408

 

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De lagere realisatie van de verplichtingen van € 12,9 miljoen hangt met name samen met de lagere realisatie op de uitgaven. Het verschil van € 3,5 miljoen ten opzichte van de uitgaven wordt voornamelijk veroorzaakt door in het verleden aangegane en nog lopende meerjarenverplichtingen voor de HGIS-programma's: Partners voor Water, Blue Deal en Claim Operationalisering Resultaatgerichte Aanpak .

  • De lagere realisatie op de overige opdrachten van € 3,2 miljoen betreft met name de overheveling van € 1,7 miljoen aan BZK voor de bijdrage in 2021 aan het Serviceteam Rijk voor de digitalisering van de regelgeving onder de Omgevingswet. Departementen dragen naar gebruik bij aan de kosten voor het Serviceteam Rijk. Daarnaast heeft financiering van € 1,2 miljoen plaatsgevonden voor de capaciteit van Bodem Ondergrond en Wadden (BOW) en Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en overige diverse bijstellingen van € 0,3 miljoen.

  • De lagere realisatie op de subsidies van € 3,7 miljoen betreft met name het programma HGIS Partners voor Water dat ten einde loopt. De activiteiten zijn door COVID vertraagd. De inzet in de deltalanden evenals subsidies zijn achtergebleven door reisbeperkingen. In 2022 wordt het programma verlengd met 1 jaar om tot afronding te komen.

  • De lagere realisatie van € 10,3 miljoen heeft met name betrekking op het Noordzee Akkoord. De maatregelen voor het onderdeel medegebruik en doorvaart windparken op de Noordzee werd ondergebracht van de Rijksbegroting HXII artikel 11 naar het Infrastructuurfonds ten behoeve van een vlot en veilig scheepvaartverkeer. Daarnaast was er sprake van vertraging in het uitvoeringsprogramma naar toekomstige jaren binnen het programma.

1 Algemeen waterbeleid

Opdrachten

De Staat van Ons Water

Jaarlijks worden er uitgaven gedaan voor de voortgangsrapportage «De Staat van Ons Water», waarin over de uitvoering van het waterbeleid in het voorafgaande kalender jaar wordt gerapporteerd. De Tweede Kamer heeft het rapport over 2020 in ontvangst mogen nemen op 26 mei 2021. Zie Kamerstuk 27625, nr. 538, vergaderjaar 2020-2021.

Stroomgebiedbeheerplannen KRW

De toestand, doelen en maatregelen worden iedere 6 jaar vastgelegd en aan de Europese Commissie gerapporteerd middels stroomgebiedbeheerplannen onder de Kaderrichtlijn Water. De derde stroomgebiedbeheerplannen voor Rijn, Maas, Schelde en Eems voor de periode 2021-2027 worden maart 2022 vastgesteld. De uitvoering van de derde tranche maatregelen in het hoofdwatersysteem loopt via artikel 7 van het Deltafonds.

Topsector Water en Maritiem

Het Human Capital programma van de Topsector Water en Maritiem richt zich op het vinden, opleiden en vasthouden van gekwalificeerd personeel voor de watersector. Om dit te bewerkstelligen worden er op verschillende manieren activiteiten en kennismakingen georganiseerd tussen studenten en het werkveld. Onder meer door het studiebeurzenprogramma, dat dit jaar met 15 studenten is uitgebreid. Het Stroomversnellers netwerk is gegroeid van 300 naar 400 studenten en jong professionals. Daarnaast zijn er diverse activiteiten georganiseerd om studenten en professionals bij elkaar te brengen en kennis te delen, onder andere op het thema droogte.

Ten behoeve van het verbeteren van de organisatie van kennis en innovatie in de watersector is in 2021 een verkenning uitgevoerd1. De aanbevelingen uit deze verkenning worden meegenomen in de vervolgstappen om tot een verbeterde inrichting van kennis en innovatie in het water- en bodemdomein te komen.

Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat

Er is een bijdrage geleverd aan het Nationaal Kennisprogramma voor Water en Klimaat. In 2021 is de website aangepast conform besluit digitale toegankelijkheid overheid www.waterenklimaat.nl. Voor het stimuleren van innovatie heeft IenW onder meer een bijdrage geleverd aan nadere analyses voor de ontwikkeling van projectvoorstellen die in aanmerking kunnen komen voor financiering in het kader van het Horizon Europe Programme.

Nationaal Groeifonds

Samen met veldpartijen is aan de ontwikkeling van drie proposities voor het Nationaal Groeifonds gewerkt. Twee van de drie proposities zijn in oktober 2021 voor de tweede ronde bij het Nationaal Groeifonds ingediend, namelijk de proposities ‘NL2120 - Het groene verdienvermogen van Nederland’ en ‘Groeiplan Watertechnologie’. De proposities dragen bij aan de IenW doelstellingen met betrekking tot waterveiligheid, waterbeheer en de waterketen. Voor deze twee proposities zijn een aantal opdrachten verstrekt onder andere voor een Maatschappelijke Kosten en Baten- en BBP-effectanalyse en advisering over staatssteunaspecten. 

Watereducatie

In 2021 zijn uitgaven gedaan voor watereducatie om het waterbewustzijn bij jongeren te stimuleren. Dit gebeurt in samenwerking met de Unie van Waterschappen en onderwijspartijen.

Helpdesk Water

Aan de Helpdesk Water, onderdeel van RWS, wordt jaarlijks een bijdrage geleverd. In 2021 zijn voorbereidingen getroffen om de Helpdesk Water te integreren in het Informatiepunt Omgevingswet. Afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Helpdesk Water niet meer worden bijgehouden. De actuele informatie is dan te vinden via de website van het Informatiepunt Omgevingswet.

OLO

Voor de uitvoering van het bestaande Omgevingsloket Online (OLO) wordt een jaarlijkse bijdrage geleverd ten behoeve van water- en omgevingsvergunningen.

Aanpassingen en moderniseringen van de zuiveringsheffing, de verontreinigingsheffing en de watersysteemheffing

Samen met de Unie van Waterschappen is onderzoek verricht naar aanpassingen en moderniseringen van de zuiveringsheffing, de verontreinigingsheffing en de watersysteemheffing.

Klimaatadaptatie

Er zijn middelen ingezet voor het programma Klimaatadaptatie voor het bevorderen van een transitie naar meer klimaatbestendig handelen door personen en organisaties. Daartoe zijn uitgaven voorzien voor de implementatie van de Nationale Adaptatie Strategie (NAS). De middelen voor de uitvoering van de NAS op dit artikel en die voor het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie op het Deltafonds zijn complementair aan elkaar. IenW heeft de coördinatie over het Nederlandse klimaatadaptatiebeleid, maar doet dit in nauwe samenwerking met de andere betrokken departementen, decentrale overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen. In 2020 en 2021 zijn stresstesten en risicodialogen met de regio’s uitgevoerd, gevolgd door het opstellen van de Uitvoeringsagenda (2021). De stresstesten identificeren kwetsbare deelsystemen en objecten per (klimaat)dreiging: droogte en hitte, wateroverlast en waterveiligheid. Met de regio’s zijn deze dreigingen inhoudelijk besproken om zicht te krijgen op de maatregelen die nu al worden genomen, welke maatregelen zijn geprogrammeerd en wat er nog zou moeten gebeuren. De uitkomsten zijn in de Uitvoeringsagenda opgenomen (en volgt hiermee de 6-jaarlijkse Delta Programma Ruimtelijke Adaptatie-cyclus).

Mondiaal waterbeleid

Via het multilaterale spoor was Nederland actief betrokken in het organiseren van een VN-conferenties en actief met de voorbereidingen van de VN Water Conferentie in 2023. De inzet richt zich op het aanjagen van de uitvoeringsagenda voor waterveiligheid en waterzekerheid in de wereld. IenW heeft nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken en UN-WATER aan de voorbereidingen. De werkzaamheden van de Watergezant zijn voortgezet om zichtbaarheid van Nederland te stimuleren en samenwerking te stimuleren. Verlenging van de aanstelling van de watergezant wordt voorgelegd aan het nieuwe kabinet. De beschikbare HGIS-middelen zijn ingezet om zijn werkzaamheden te ondersteunen evenals in een aantal activiteiten te voorzien, waaronder Water as Leverage 2.0. Verder werd in 2021 vanuit Nederland bijgedragen aan het vergroten van klimaatweerbaarheid in de wereld via het Global Centre on Adaptation (GCA) gericht op versnellen, opschalen en oplossingen voor de financiering. Hiervoor werd onder andere in 2021 het secretariaat van de Deltacoalitie gesteund.

Verkennende meting MarkerWadden

Dit jaar is bijgedragen aan een verkennende meting naar broeikasgasemissies uit organisch materiaal bij de aanleg van de laatste eilanden in het project MarkerWadden. De meting bij MarkerWadden I is de eerste in een geplande reeks van metingen bij baggerprojecten. Het betreft een gezamenlijk initiatief van partijen vanuit de Topsector Water en Maritiem.

Subsidies

Partners voor Water

Ook in 2021 werd uitvoering gegeven aan de in 2016 gestarte subsidieregeling van het programma Partners voor Water (PvW) 2016–2021. Dit betreft het centrale uitvoeringsprogramma van de (interdepartementale) Nederlandse Internationale Water Ambitie (NIWA). Het programma werd aangestuurd vanuit het Interdepartementale Water Cluster, waarin de vier Ministeries BZ, EZK, LNV en IenW samenwerken. Voor de uitvoering van het programma PvW 2016–2021 werd mandaat verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het budget werd onderverdeeld in een deel voor lange termijn samenwerking met zeven Deltalanden, een subsidiedeel ten behoeve van marktbetrokkenheid en een deel voor samenwerking met kansrijke nieuwe landen en Holland promotie. Ondanks dat het gehele budget verplicht is, is door de covid-situatie in de wereld is het programma iets vertraagd met een uitloop van een half jaar. Verder is in 2021 het vervolgprogramma Partners voor Water 5 (looptijd 2022-2027) uitgewerkt en gaat per 1 januari 2022 van start. 

Blue Deal

Het Blue Deal programma betreft een internationaal programma van 21 waterschappen die wordt aangestuurd door de Unie van Waterschappen. De Ministeries van Buitenlandse Zaken en IenW zijn gezamenlijk subsidieverstrekker. In 2018 is de subsidieregeling van start gegaan van de Blue Deal (2018-2021). Het programma was in 2021 succesvol maar heeft enige vertraging opgelopen door de mondiale Covid maatregelen (beperkt reizen en geen grote conferenties) en zal daarom worden verlengd met een half jaar (medio 2022). De eerste fase kende 16 partnerschappen in 14 landen en is een mix van bestaande en nieuwe partnerschappen. In de tweede fase wordt dit verder uitgebouwd.. De Blue Deal is een programma tot en met 2030 met één duidelijk doel: 20 miljoen mensen in 40 stroomgebieden wereldwijd helpen aan schoon, voldoende en veilig water. De focus ligt op het bieden van hulp, maar ook op het creëren van kansen voor het bedrijfsleven en leren van andere landen om het eigen werk in Nederland te blijven verbeteren.

WAVE2020

Het programma WAVE 2020 dat zich richt op het ontwikkelen van (boven)regionale strategieën met handelingsperspectieven en het ontwikkelen van een landelijk plan voor de beheersing van watercrises is afgelopen jaar vertraagd. Het programma is afgerond in 2021. Veiligheidsregio’s komen in Q1-2022 met een voorstel voor een structurele aanpak voor de voortzetting van voorbereiding op watercrises en overstromingen.

Omgevingsberaad Waddengebied

Ook in 2021 werd er een jaarlijkse bijdrage van € 69.000 verstrekt aan de provincie Friesland ten behoeve van het Omgevingsberaad Waddengebied. Het Omgevingsberaad Waddengebied is het adviesorgaan voor het Waddenbeleid en het platform waar gestructureerde discussies over het Waddengebied worden geïnitieerd en informatie over het Waddengebied wordt uitgewisseld door Waddenvertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.

Herziening van het belastingstelsel waterschappen

In zowel 2020 als in 2021 is een subsidie van € 49.000,- verstrekt aan de Unie van Waterschappen voor de onderzoeken naar een mogelijke herziening van het belastingstelsel waterschappen.

Green Deal Aquathermie

In het najaar van 2021 heeft Deltares de bouw van een nieuwe Geocentrifuge afgerond, die onder meer gebruikt wordt voor onderzoek aan dijken, kustbescherming, offshore, aardbevingen en natte en droge infrastructuur. De subsidie van in totaal € 3,1 miljoen is in 2017 afgegeven en is gelijkmatig verdeeld over de jaren 2018, 2019 en 2020. De oplevering was vertraagd, vanwege het tijdelijk sluiten van landsgrenzen in het voorjaar 2020 vanwege Covid-19, waardoor specifieke onderdelen niet op tijd konden worden geleverd. De subsidievaststelling voor de bouw van een nieuwe Geocentrifuge aan Deltares zal in de eerste helft van 2022 plaatsvinden.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsadvisering, vertegenwoordiging in internationale werkgroepen, opstelling van rapportages en evaluaties en begeleiding van opdrachten aan de markt en aan Deltares. Hiervoor is een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren onder andere de bijdragen aan de uitwerking van de MIRT-onderzoeken waterveiligheid, zeespiegelstijging, integraal riviermanagement (IRM), zoetwatervoorziening en waterkwaliteit.

Het KNMI heeft in opdracht van het ministerie van IenW gewerkt aan diverse onderzoeken en analyses die betrekking hebben op Kennisontwikkeling Windklimaat, de afvoerstatistiek rivieren, klimaatadaptatie, transnationale samenwerking Rijn en Maas en ook zeespiegelstijging. De uitkomsten hiervan worden benut voor beleidsadvisering en- ontwikkeling, onder andere op het gebied van de ontwikkeling van het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium (BOI) van de primaire waterkeringen, kennisprogramma zeespiegelstijging en internationaal overleg.

Bijdrage aan medeoverheden

Restopgave Vooroeverbestortingen

Ten behoeve van het project Restopgave Vooroeverbestortingen is in 2021 de 3e en laatste betaling voldaan aan het Waterschap Scheldestromen. In totaal is een bedrag van € 10,6 miljoen betaald in de jaren 2019-2021 voor de aanpak van tien locaties waar de vooroevers moeten worden versterkt.

Tweede tranche uitvoeringspilots Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

Daarnaast zijn in 2020 zijn vijf projecten geselecteerd voor de tweede tranche uitvoeringspilots in het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. In totaal wordt € 4,7 miljoen beschikbaar gesteld aan de betreffende gemeenten en provincie door middel van een specifieke uitkering, waarvan € 1,8 miljoen in 2021 is betaald.

2 Waterveiligheid

Opdrachten

Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR)

Conform de verplichtingen van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) is in 2021 het in 2020 in ontwerp vastgestelde Overstromingsrisicobeheerplan 2022-2027, in de inspraak gekomen en in december 2021 vastgesteld. Dit als onderdeel van het Nationale Water Programma 2022-2027 en in afstemming met de internationale delen van de overstromingsrisicobeheerplannen voor de vier stroomgebieden Rijn, Schelde, Maas en Eems, alsmede in afstemming met de stroomgebiedsbeheerplannen (Kaderrichtlijn Water). Met de rapportage aan de Europese Commissie in maart 2022 eindigt de tweede zesjaarlijkse cyclus van de ROR.

Beoordelen van de primaire waterkeringen

In 2021 is verder gewerkt aan het beoordelen van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe normen. Voor deze beoordeling zijn diverse opdrachten verstrekt ter ondersteuning van de waterkeringbeheerders. Daarnaast zijn opdrachten verstrekt om kennis ten aanzien van waterveiligheid te ontwikkelen en vast te leggen.

Kennisontwikkeling kust

Ook zijn opdrachten verstrekt voor verdere kennisontwikkeling ten aanzien van de kust, onder andere over (de gevolgen van) zeespiegelstijging en de kustontwikkeling. Hierbij wordt samenwerking gezocht binnen het kader van Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK).

Kennis- en modelontwikkeling rivieren

Voor verdere kennisontwikkeling met betrekking tot rivieren zijn in 2021 opdrachten verstrekt. Deze opdrachten hadden betrekking op effecten van klimaatverandering en op de afvoerverdeling. Daarnaast is in 2021 kennisontwikkeling ondersteund met betrekking tot het voorbereiden van de maatregelpakketten op grond van een nulalternatief voor Integraal Riviermanagement en de bijdragen aan diverse MIRT-projecten in het rivierengebied voor zowel de Rijn, als de Maas.

3 Grote oppervlaktewateren

Opdrachten

Ecologische verbetering van de Eems-Dollard

In 2021 is invulling gegeven aan de toekomstvisies 2050 voor het Waddengebied en voor de Eems-Dollard, alsmede aan de pilot Waddenslib. De beheerautoriteit Wadden heeft gewerkt aan een verdere ontwikkeling van het integraal beheerplan voor de Waddenzee.

Rijk en regio werken sinds 2015 structureel samen aan ecologische verbetering van de Eems-Dollard, door samenhangende inzet van middelen, maatregelen en onderzoeken op basis van een meerjarig adaptief programma. De ambitie is dat de Eems-Dollard in 2050 voldoet aan het ecologisch streefbeeld dat is geformuleerd. Hier wordt stapsgewijs, ook in 2021, naar toegewerkt door adaptief in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten.

Trilaterale samenwerking Waddenzee

De drie landen die grenzen aan de Waddenzee, Nederland, Duitsland en Denemarken, vormen samen de Trilaterale samenwerkingslanden. In 2021 is regelmatig overlegd over het vormen of aanpassen van het beschermingsbeleid van werelderfgoed Waddenzee.

Ontwikkelperspectief van de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta

Regio, stakeholders en Rijk hebben in 2021 eerste stappen gezet voor de invulling van hun ambitie voor Zuidwestelijke Delta om in 2050 de eerste delta te zijn die is voorbereid op de uitdagingen van klimaatverandering en duurzaamheid. Dat gebeurt onder meer door de handelingsperspectieven van de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta te verbinden met de prioritaire opgaven van de Omgevingsagenda Zuidwest. Voor de Zandsuppletie Galgeplaat Oosterschelde is samen met de regio en Natuurmonumenten een samenwerkingsovereenkomst opgesteld, inclusief een plan van aanpak. Voor het Volkerak-Zoommeer is een stoffenbalans opgesteld en voor het Veerse Meer een stoffen- en waterbalans en een watersysteemanalyse. Samen met het Vlaams Gewest en de stakeholders (Schelderaad) is voor de uitvoering van de Scheldeverdragen verder gewerkt aan de Agenda voor de Toekomst voor het Schelde-estuarium: het Onderzoeksprogramma 2019-2023 en de langtermijnperspectieven voor een klimaatbestendig veilig, economisch vitaal en ecologisch veerkrachtig estuarium. 

4 Waterkwaliteit

Opdrachten

Kaderrichtlijn Water

Met de Delta-aanpak Waterkwaliteit is de afgelopen jaren een impuls gegeven aan de realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water en nieuwe opgaven, zoals medicijnresten en opkomende stoffen in water. In 2021 is de impuls afgerond, dit heeft geleid tot bestuurlijke afspraken voor de komende jaren om de waterkwaliteit verder te verbeteren (Kamerstuk 27625-532). De ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 voor de Kaderrichtlijn Water hebben ter inzage gelegen als bijlage bij het Nationaal Waterprogramma. Er is een Ex ante analyse waterkwaliteit uitgevoerd, in samenhang met de MER van het 7e Nitraat Actieprogramma. De analyse geeft inzicht in de huidige toestand van de waterkwaliteit en het verwachte doelbereik in 2027, op basis van de meest recente informatie en plannen. In de Kamerbrief hierover (Kamerstuk 27625-555) is tevens ingegaan op de juridische risico’s bij het niet voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water in 2027.

Drinkwater

De beleidsnota drinkwater 2021-2026 is op 23 april naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 27625-530). Hoofddoel is voldoende drinkwater van goede kwaliteit, voor iedereen in Europees en Caribisch Nederland, en voor nu en in de toekomst. De Implementatie EU drinkwaterrichtlijn (Implementatieplan, startnota) is conform de planning gerealiseerd. De uitvoering van de implementatie van de herziene Drinkwaterrichtlijn is gestart, samen met de partners onder regie van IenW. Voor de problemen bij een aantal drinkwaterbedrijven met de financiering van noodzakelijke investeringen is voor de komende 2-3 jaar een oplossing gerealiseerd. Door een hogere vermogenskostenvoet (WACC) die in november 2021 is vastgesteld is er meer ruimte voor de drinkwaterbedrijven om hun tarieven voor 2022 vast te stellen. Voor de langere termijn streven we naar een duurzaam financieel kader.

Chemische stoffen PFAS

Voor de zomer is de Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 28089-190) over de blootstelling van mensen aan PFAS via voedsel, drinkwater en consumentenproducten. Aanleiding was de opinie van de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) over PFAS uit september 2020.De tussenliggende tijd is gebruikt om op basis van de binnengekomen reacties het handelingskader op onderdelen te verduidelijken. De algemene methodiek voor niet-genormeerde stoffen in de bodem is in de steigers gezet. Er is een shortlist met stoffen opgesteld, waarmee in 2022 een monitoringspilot kan worden uitgevoerd. Er ligt een eerste aanzet voor een wegwijzer opkomende stoffen bodem, die begin 2022 voor advies met de koepels van medeoverheden gedeeld kan worden.

Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM)

De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) kent, net als de KRW, een zesjarige plancyclus. In 2021 is verder invulling gegeven aan de verdere ontwikkeling van indicatoren en parameters om milieutoestand te kunnen monitoren en de goede milieutoestand te bepalen: ter uitwerking van de geactualiseerde Mariene Strategie deel 1 en 2 uit respectievelijk 2018 en 2020. In 2021 is het programma van maatregelen (Mariene Strategie deel 3) geactualiseerd als bijlage bij het ontwerp Programma Noordzee 2022-2027 (onderdeel van het Nationaal Waterprogramma 2022-2027). In oktober 2021 hebben de Verdragspartijen van OSPAR, waaronder Nederland, North East Atlantic Environment Strategy (NEAES) 2030 vastgesteld. Besluiten in OSPAR over de uitwerking van de NEAES zullen de komende jaren waar nodig doorwerken in het bijstellen of aanvullen van (de implementatie) het beleid van het Programma Noordzee en de implementatie van de KRM als onderdeel daarvan. Voorts is samen met het Ministerie van LNV een partnerschapscontract met de Europese Commissie opgesteld over het nieuwe Europese Maritieme, Visserij en Aquacultuur Fonds 2021-2027 (EMVAF, opvolger van EFMZV).

De opdrachtverlening heeft betrekking op de KRW, Delta-Aanpak Waterkwaliteit, glastuinbouw, emissieregistratie en op Noordzee- en Internationaal waterbeleid.

Noordzeeakkoord

In februari 2021 is het Noordzeeakkoord (NZA) aangenomen in de Tweede Kamer. Het instellingsbesluit voor het Noordzeeoverleg waarin het Rijk op consensus gericht overleg voert over de uitvoering van het NZA werd 30 juni in de Staatscourant gepubliceerd. Het kabinet stelde voor de uitvoering van het Noordzeeakkoord een transitiebedrag van € 200 miljoen euro tot en met 2030 beschikbaar, bedoeld voor sanering en verduurzaming van de visserij, voor het kennisprogramma monitoring, onderzoek natuurherstel en soortenbescherming (MONS), voor de veilige doorvaart binnen de aan te leggen windparken en voor extra handhaving door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In 2021 was hiervan € 500.000 beschikbaar voor fase 1 van MONS. Op dit budget heeft echter onderuitputting plaatsgevonden. Om een snellere uitbesteding en daarmee tijdige afronding van de no regret projecten te realiseren zijn deze gemaximeerd op € 33.000 euro, in totaal € 375.000 euro, dus € 125.000 euro minder dan het beschikbare budget MONS 2021. Hiervan kon uiteindelijk slechts € 294.000 euro (incl BTW) tijdig worden gefactureerd. Alternatieve bestedingen konden niet meer worden uitgevoerd.

De overige uitgaven van het Noordzeeakkoord worden begroot en verantwoord op andere departementale begrotingen. Door middel van een extracomptabele tabel op de begroting van IenW als coördinerend departement worden de totaal uitgaven voor het Noordzeeakkoord inzichtelijk gemaakt. Dit totaaloverzicht is te vinden in de extracomptabele tabel 12.

Subsidies

International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC)

IenW verstrekte in 2021 subsidie aan het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) en gaf daarmee invulling aan de ambitie die is vastgelegd in het IGRAC verdrag, de overeenkomst tussen UNESCO en het Koninkrijk der Nederlanden. Medio 2016 hebben UNESCO en het Koninkrijk der Nederlanden het IGRAC verdrag opgesteld voor de jaren 2016–2022, die beantwoordt aan de toenemende grondwaterproblematiek in de wereld, met name in het stedelijk gebied. Het United Nations-karakter van de taken van IGRAC bepaalt dat IGRAC (een UNESCO-categorie 2 instelling) alleen kan werken op basis van overheidsfinanciering.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Internationale riviercommissies

Voor een benedenstrooms land als Nederland is internationale samenwerking in de stroomgebieden voor Rijn, Maas, Schelde en Eems cruciaal. Voor Rijn, Maas en Schelde is er een juridische basis op basis van verdragen voor de samenwerking in de internationale riviercommissies. Voor het Eemsstroomgebied hebben ministers onderling afspraken gemaakt voor de internationale afstemming en coördinatie voor de EU richtlijnen Kaderrichtlijn water (KRW) en de Richtlijn overstromingsrisico's (ROR). In alle commissies stond 2021 in het teken van de internationale plannen voor de KRW en ROR. In alle commissies is het overstromingsrisicobeheerplan op basis van de ROR is december 2021 gereed gekomen. Het stroomgebiedbeheerplan voor de KRW zal 22 maart 2022 gereed zijn. Dit zal in zonder de bijdrage van Wallonië zijn waar grote vertraging is met het plan vanwege de extreme wateroverlast van juli 2021. In alle riviercommissies is teruggeblikt op de overstromingen van 2021. In de ICBR is het werkprogramma, inclusief mandaten voor de werk- en expertgroepen voor de komende 6 jaar op basis van de resultaten van de Rijnministersconferentie 2020 zo goed als gereed. Daarnaast zijn er diverse rapporten gepubliceerd https://www.iksr.org/nl/publieksvoorlichting/documenten/archief/rapporten. In de Internationale Maascommissie (IMC) is het plan van aanpak extreem laag water gepubliceerd en wordt nagedacht over vervolgaanpak. Het IMC-droogtebericht is aangepast voor verzending aan een groter publiek en publicatie op de website. In de Internationale Scheldecommissie staat de PFAS- problematiek op de agenda en is afgesproken in 2022 een brede internationale workshop te houden met aansluiting van de relevante werkgroepen uit IMC en ICBR.

Oslo-Parijs (OSPAR)-verdrag

Nederland heeft in 2021 de jaarlijkse contributie betaald voor de uitvoering van het Oslo-Parijs (OSPAR)-verdrag, waarmee wordt ingezet op internationale samenwerking en afstemming over vraagstukken op het gebied van mariene milieu, ecologie en biodiversiteit in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, inclusief de Noordzee, mede in relatie tot uitvoering van de KRM.

Memoranda of Understanding

Ook in 2021 heeft Nederland gewerkt aan het internationale profiel van Nederland als centrum voor watervraagstukken. Dit is verwoord in de Nederlandse Internationale Waterambitie van het kabinet. Het streven van Nederland als Centre of Excellence werd gedeeltelijk ingevuld door middel van memoranda of Understanding (MOU) met twee internationale UNESCO-watercentra, namelijk ondersteuning capacity building door IHE-Delft en grondwater monitoring en assessment door IGRAC te Delftm (IGRAC-verdrag). Water speelde een verbindende rol in de in VN-kader afgesproken Sustainable Development Goals (SDG’s).

Valuing Water Initiatief

In 2021 is het Valuing Water Initiatief verder geconsolideerd om de aanbevelingen van het High Level Panel on Water in praktijk te brengen en via de multilaterale conferenties een podium te bieden. Zo werden ook bijdragen geleverd aan onder andere de Deltacoalitie Water en Diplomatie en aan de Verenigde Naties (VN), The Intergovernmental Hydrological Programma van de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO IHP), de High Level Panel on Water (HLPW), aan de United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) voor grensoverschrijdend waterbeheer, Wereldbank, Water Global Practice WGP, aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) inzake waterbeheer en aan Habitat for Humanity voor schoon drinkwater (HABITAT).

Tabel 7 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 1 Investeren in waterveiligheid van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoodfstuk XII aan artikel 1 Investeren in waterveiligheid van het Deltafonds

254.264

 

Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in waterveiligheid

174.597

 

Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in waterveiligheid

428.861

Waarvan

  

01.01

Grote projecten waterveiligheid

38.164

01.02

Overige aanlegprojecten waterveiligheid

381.903

01.03

Studiekosten

8.794

Tabel 8 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

35.082

 

Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

91

 

Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

35.173

Waarvan

  

02.02

Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening

33.224

02.03

Studiekosten

1.949

Tabel 9 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

229.411

 

Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

 
 

Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

229.411

Waarvan

  

03.01

Watermanagement

7.809

03.02

Beheer onderhoud en vervanging

221.602

Tabel 10 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 4 Experimenteren cf. art III Deltawet van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofstuk XII aan artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet van het Deltafonds

50.883

 

Andere ontvangsten van artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

 
 

Totale uitgaven op artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

50.883

Waarvan

  

04.01

Experimenteerprojecten

0

04.02

GIV/PPS

50.883

Tabel 11 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 7 Investeren in Waterkwaliteit van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

43.982

 

Andere ontvangsten van artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

729

 

Totale uitgaven op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

44.711

Waarvan

  

07.01

Real. progr. Kaderrichtlijn water

29.061

07.02

Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit

7.832

07.03

Studiekosten waterkwaliteit

7.818

Tabel 12 Extracomptabel overzicht Rijksbijdrage Noordzeeakkoord (bedragen x € 1.000)
 

2021

Visserij: sanering, LNV

921

Visserij: innovatie LNV

0

Onderzoek, monitoring en natuurherstel, IenW

294

Onderzoek, monitoring en natuurherstel: WOZEP vanaf 2024, EZK

0

Versterking toezicht NVWA, LNV

0

Veilige doorvaart windparken

0

Totaal:

1.215

1

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/31/verkenning-naar-de-organisatie-van-kennis-en-innovatie-in-de-watersector

Licence