Base description which applies to whole site

4.13 Artikel 25 Brede Doeluitkering

Het realiseren van maatwerkoplossingen voor verkeers- en vervoersvraag-stukken door de twee krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personen-vervoer 2000 aangewezen openbare lichamen die verkeer- en vervoer-staken verrichten (vervoerregio’s). Dit betreffen thans de Vervoerregio Amsterdam en het samenwerkingsverband van gemeenten in de zuidelijke Randstad, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

De Minister is systeemverantwoordelijk voor de bijdrage aan de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU), die het mogelijk maakt dat er in de gebieden waar de vervoerregio’s actief zijn maatwerkoplossingen kunnen worden geboden voor verkeers- en vervoervraagstukken. Dit artikel hangt samen met artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid en artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor waarin het bredere beleidsveld wordt geschetst.

De samenwerkingsverbanden Vervoerregio Amsterdam en Metropool-regio Rotterdam Den Haag zijn verantwoordelijk voor de beleidsinhoude-lijke beslissingen over hun verkeer- en vervoeraangelegenheden.

Tabel 66 Budgettaire gevolgen van beleid art.25 Brede Doeluitkering (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

926.383

951.141

952.739

970.239

988.863

932.531

56.332

1

         

Uitgaven

930.277

929.574

955.610

953.451

967.127

932.532

34.595

 

1 Brede doeluitkering

930.277

929.574

955.610

953.451

967.127

932.532

34.595

2

         

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De hogere realisatie op het verplichtingenbudget wordt voornamelijk veroorzaakt door de bij eerste en tweede suppletoire begroting en in de decemberbrief gemelde ophogingen. Hieronder worden ze kort nogmaals benoemd:

    • Een ophoging van het verplichtingenbudget door de wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 waardoor het concessieverlenerschap ten aanzien van het grondgebied van de gemeente Weesp overgaat van de provincie Noord-Holland op het openbaar lichaam Vervoerregio Amsterdam (VRA) (€ 1,2 miljoen);

    • Een ophoging van het verplichtingenbudget vanwege de uitkering van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 20,5 miljoen);

    • De realisatie van de verplichtingen voor 2021 is € 34,7 miljoen hoger dan begroot.

  • De hogere realisatie op het kasbudget wordt voornamelijk veroorzaakt door de bij eerste en tweede suppletoire begroting gemelde ophogingen. Specifiek gaat het om overboekingen vanuit het (destijds) Infrastructuurfonds ten behoeve van:

    • De Korte Termijn Aanpak (KTA) Mobiliteit en Verstedelijkingsprojecten (MoVe) (€4,2 miljoen);

    • Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) ten behoeve van veiliger, doelmatiger en duurzamer gebruik van verkeersinfrastructuur, fietssnelroutes en bijdrage Digitalisering Overheden (totaal €4,9 miljoen);

    • Corridor Amsterdam-Hoorn voor scope-uitbreiding van de Aanpak Verkeersdruk Ambacht-N516-Thorbeckeweg (AVANT) en spitsmijders (totaal € 3,0 miljoen);

    • Verder is er € 2,0 miljoen overgeboekt vanuit artikel 14 voor de werkgeversaanpak tweede tranche verduurzaming personenvervoer en is het budget opgehoogd door de uitkering van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 20,5 miljoen).

Uitgaven

Conform de wet BDU wordt jaarlijks voorafgaand aan het uitkeringsjaar de brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoersbeleid geheel als verplichting vastgelegd.

Ontvangsten

Jaarlijks wordt een beschikking verstrekt voor de BDU aan de stadsregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Deze beschikking wordt berekend op basis van de in de Wet BDU Verkeer en Vervoer opgenomen methodiek.De stadsregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn vrij in de afweging aan welke verkeer- en vervoertaken zij de BDU-middelen besteden. Zij bepalen dat aan de hand van de doelen die zij willen bereiken op hun verkeer- en vervoersterrein. Daarbij hebben zij veel ruimte voor een eigen invulling, rekening houdend met de specifieke kenmerken van hun regio.

Licence