Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.4 Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, ISB, moties en amendementen (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1)+(2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

 

Verplichtingen

‒ 2.082.075

0

‒ 2.082.075

‒ 1.098.425

‒ 3.180.500

938.351

‒ 908.432

13.960

976.531

waarvan betalingsverplichtingen

35.162

0

35.162

8.854

44.016

938.351

‒ 908.432

13.960

976.531

Rentecompensatie ESM

0

0

0

15.000

15.000

15.000

15.000

14.000

11.000

AIIB

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Wereldbank

0

0

0

‒ 6063

‒ 6.063

923.392

‒ 923.392

0

965.571

Teruggave winsten SMP/ANFA

33.300

0

33.300

0

33.300

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.779

0

1.779

 

1.779

0

0

0

0

Overige betalingsverplichtingen

83

0

83

‒ 83

0

‒ 41

‒ 40

‒ 40

‒ 40

          

waarvan garantieververplichtingen

‒ 2.117.237

0

‒ 2.117.237

‒ 1.107.279

‒ 3.224.516

0

0

0

0

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Garantie aan DNB inzake IMF

‒ 2.050.187

0

‒ 2.050.187

‒ 1.169.717

‒ 3.219.904

0

0

0

0

EFSM

0

0

0

0

0

0

0

0

0

AIIB

0

0

0

6.618

6.618

0

0

0

0

EIB

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Wereldbank

0

0

0

48.820

48.820

    

ESM

‒ 67.050

0

‒ 67.050

7.000

‒ 60.050

0

0

0

0

SURE

0

0

0

0

0

0

0

0

0

EIB

0

0

0

0

0

0

0

0

0

     

0

    

Uitgaven

79.362

0

79.362

34.315

113.677

55.353

37.221

29.159

21.945

waarvan juridisch verplicht

    

99,2%

    
          

Garanties

0

0

0

19.398

19.398

42.976

24.596

16.344

10.985

EIB pan-Europees garantiefonds

0

0

0

19.398

19.398

42.976

24.596

16.344

10.985

          

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

44.283

0

44.283

14.917

59.200

12.377

12.625

12.815

10.960

Bijdrage kiesgroepkantoor IMF

83

0

83

‒ 83

0

‒ 41

‒ 40

‒ 40

‒ 40

Wereldbank

44.200

0

44.200

0

44.200

‒ 2.582

‒ 2.335

‒ 1.145

0

Rentecompensatie ESM

0

0

0

15.000

15.000

15.000

15.000

14.000

11.000

          

Leningen

33.300

0

33.300

0

33.300

0

0

0

0

Teruggave winsten

33.300

0

33.300

0

33.300

0

0

0

0

          

Opdrachten

1.779

0

1.779

0

1.779

0

0

0

0

Technische assistentie

1.779

0

1.779

0

1.779

0

0

0

0

          

Ontvangsten

136.298

0

136.298

‒ 9.422

126.876

‒ 4.619

‒ 7.978

‒ 7.817

‒ 21.590

          

Garanties

7.750

0

7.750

‒ 7.750

0

0

0

0

0

ESM

7.750

0

7.750

‒ 7.750

0

0

0

0

0

          

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.180

0

2.180

0

2.180

‒ 5

‒ 71

‒ 5

‒ 4

Ontvangsten IFI's

2.180

0

2.180

0

2.180

‒ 5

‒ 71

‒ 5

‒ 4

          

Leningen

126.368

0

126.368

‒ 1.672

124.696

‒ 4.614

‒ 7.907

‒ 7.812

‒ 21.586

Aflossing lening Griekenland

124.696

0

124.696

0

124.696

0

0

0

0

Renteontvangsten lening Griekenland

1.672

0

1.672

‒ 1.672

0

‒ 4.614

‒ 7.907

‒ 7.812

‒ 21.586

Toelichting

Verplichtingen

Garanties

De garantie aan DNB inzake IMF wordt bijgesteld met circa ‒ € 1,2 mld. De garantie wordt aangepast aan de hand van de laatste wisselkoersstand van de euro ten opzichte van de Special Drawing Right (SDR) van het IMF. Ook de garantie van de AIIB en de Wereldbank worden bijgesteld aan de hand van de meest recente wisselkoers van de euro ten opzichte van de dollar. Deze garanties wordt bijgesteld met respectievelijk € 6,6 mln. en € 48,8 mln.

De mutatie voor het ESM kapitaal betreft een correctieboeking. Vorig jaar is deze in verband met het beëindigen van de kortingsperiode van Malta, Slowakije en Estland met € 7 mln. teveel omlaaggeschaald. Dat wordt nu gecorigeerd.

Uitgaven en betalingsverplichtingen

Garanties

Het verwachte verlies in 2021 onder de garantie voor het EIB pan-Europees garantiefonds (EGF) is bijgesteld aan de hand van de laatste ramingen van de EIB, voor 2021 bedragen de verwachte verliezen € 19,4 mln. De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de Coronacrisis op te vangen. Het totale Nederlandse aandeel in de verliezen is verwerkt in de begroting.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

In november 2020 zijn de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd over een wijziging in de afspraken tussen de Staat en De Nederlandsche Bank (DNB) over de winst die DNB maakt op het deposito dat het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) bij DNB aanhoudt.17Als een gevolg hiervan is de meerjarenraming voor deze rentecompensatie bijgewerkt en bedraagt de verwachte compensatie in 2021 € 15 mln. De door het ESM afgedragen depositorente wordt ontvangen op artikel 3 (Financieringsactiviteiten publiek-private sector) van de Financiënbegroting als onderdeel van de DNB-winstafdracht en vervolgens budgetneutraal via artikel 4 (Internationale financiële betrekkingen) doorgegeven aan het ESM.

Ontvangsten

Garanties

Omdat in 2021 de kortingsperiode van Slowakije afloopt en de omvang van het kapitaal van Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) gelijkt blijft, krijgen de lidstaten, waaronder Nederland, een deel van hun ingelegde kapitaal terug. De teruggave aan Nederland was begroot voor 2021, maar omdat ESM het bedrag reeds eind 2020 heeft terugbetaald, dalen de ontvangsten in 2021 met € 7,8 mln.

Leningen

De verwachte renteopbrengesten voor Nederland voor de jaren 2021 en 2022 zijn neerwaarts bijgesteld naar nul. Onder het eerste leningenprogramma aan Griekenland uit 2010 heeft Nederland bilaterale leningen verstrekt (via de Greek Loan Facility; GLF). In totaal heeft Nederland voor € 3,2 mld. aan leningen verstrekt. Griekenland betaalt hier per kwartaal rente over. De rente die Griekenland betaalt is de 3-maands Euribor-rente plus een opslag van 50 basispunten. Op dit moment bedraagt de 3-maand Euribor-rente minder dan ‒ 0,5%. Ook met de opslag van 50 basispunten is de rente negatief. Griekenland zal daardoor naar verwachting de komende tijd geen rente hoeven te betalen. Griekenland zal ook geen rente ontvangen, aangezien de minimale rente 0% is. Daarnaast geldt voor de GLF dat een lidstaat dat op het moment van de uitgifte van een tranche hogere financieringskosten heeft betaald dan dat Griekenland op een dergelijke tranche zou betalen, voor dit verschil gecompenseerd kan worden door de overige lidstaten. Om deze reden blijven de renteontvangsten in 2023, ondanks een hogere verwachtte Euribor rente dan ‒ 0,5%, in dat jaar nul. Vanaf 2024 zal Nederland weer rente ontvangen. Griekenland is deze bilaterale leningen vanaf 2020 gaan aflossen.

17

Kamerstukken II 2020/21, 32013 nr. 241

Licence