Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.3 Artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Met het artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit (Kamerstukken II 2016-2017, 34 550 A, nr. 5).

Het artikel bevat alle (plan)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII en de SVIR <<vlot, veilig en leefbaar>>. De planflexibele budgetten zijn de budgetten welke naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om de projectbudgetten gedurende de verkenningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten bijeen te plaatsen in één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd en worden na besluitvorming, zoals een voorkeursbeslissing, ingezet bij de betreffende modaliteit. Het gaat om algemene reserveringen, de investeringsruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. De budgetten op artikel 20 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de infrastructuuragenda.

In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze – indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is zo vastgelegd in de MIRT-werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.

Zodra er bestuurlijke afspraken worden gemaakt bijvoorbeeld door vaststelling van een voorkeursbeslissing worden de budgetten gemuteerd naar het betreffende productartikel.

Tabel 57 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

 

162.592

231.300

98.642

109.952

81.574

233.781

Uitgaven

 

159.218

234.674

98.642

109.952

81.574

233.781

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

  

0%

    

20.01 Verkenningen

 

11.212

1.695

0

29.989

76.574

183.576

20.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

 

0

0

10.394

0

0

0

20.03 Reserveringen

 

148.006

232.979

88.248

79.914

5.000

5.000

20.03.01 Programma's

 

36.500

25.574

14.000

13.934

  

20.03.02 Overige reserveringen

 

111.506

207.405

74.248

65.980

5.000

5.000

20.04 Generieke investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

20.05 Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 

0

0

0

49

0

45.205

20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet

 

0

0

0

0

0

45.205

20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen

 

0

0

0

49

0

0

20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegen

 

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

 

0

0

0

17.500

30.000

0

20.09 Ontvangsten

 

0

0

0

17.500

30.000

0

Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2021 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 58 Artikel 20 Verkenningen, reserverinen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
  

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Uitgaven

159.218

234.674

98.642

109.952

81.574

233.781

348.020

322.581

20.01

Verkenningen

 

11.212

1.695

0

29.989

76.574

183.576

260.662

222.843

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

 

0

0

10.394

0

0

0

0

0

20.03

Reserveringen

 

148.006

232.979

88.248

79.914

5.000

5.000

55.000

55.000

20.04

Generieke investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

20.05

Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 

0

0

0

49

0

45.205

32.358

44.738

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Ontvangsten

0

0

0

17.500

30.000

0

0

0

20.09

Ontvangsten

 

0

0

0

17.500

30.000

0

0

0

Vervolg (bedragen x € 1.000)
  

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Uitgaven

519.341

479.911

729.929

1.629.489

1.545.285

1.473.054

1.504.338

9.469.789

20.01

Verkenningen

 

289.394

205.218

0

0

0

0

0

1.281.163

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

 

0

0

0

0

0

0

0

10.394

20.03

Reserveringen

 

156.400

252.500

105.000

105.000

124.000

106.700

106.050

1.624.797

20.04

Generieke investeringsruimte

 

0

0

623.833

1.474.296

1.420.996

1.366.150

1.397.080

6.282.355

20.05

Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 

73.547

22.193

1.096

50.193

289

204

1.208

271.080

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

47.500

20.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

47.500

20.01 Verkenningen

Motivering

In dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze – indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de SVIR.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • A50 Bankhoef-Paalgraven: Voor deze opgave is een verkenning gestart;

  • Korte termijnmaatregelen A2 Den Bosch-Deil: De middelen zijn ten behoeve van de realisatie van de infrastructurele maatregelen overgeboekt naar artikel 12 Hoofdwegennet.;

  • Overige mutaties zijn prijsbijstellingen naar prijspeil 2020.

Tabel 59 Projectoverzicht behorende bij 20.01: Verkenningen (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Projecten Noordwest-Nederland

   

A9 Rottepolderplein

31

31

2020

Amsterdam Zuid 5e en 6e spoor

168

165

nnb

OV en Wonen Utrecht

152

150

nnb

Projecten Zuidwest-Nederland

   

A15 Papendrecht-Gorinchem

342

337

2021

Projecten Zuid-Nederland

   

A2 Den Bosch-Deil

464

462

2020

A58 Breda-Tilburg

55

54

2021

Projecten Oost-Nederland

   

A50 Bankhoef-Paalgraven

69

 

nnb

Totaal verkenningsprogramma

1.281

1.199

 

Begroting (IF 20.01)

1.281

1.199

 

20.02 Maatregelen doelmatig gebruik Infrastructuur

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor planflexibele korte termijn mobiliteitsmaatregelen. Met het programma Beter Benutten is de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan door met kleine en/of slimme maatregelen mobiliteitsvraagstukken aan te pakken. De gereserveerde middelen op dit artikel zijn nog niet specifiek toegewezen aan decentrale overheden of specifieke uitvoeringsmaatregelen. Daarmee zijn deze budgetten ook nog planflexibel.

Producten

Er zijn nog geen middelen gereserveerd voor aanvullende mobiliteitsmaatregelen na het lopende programma Beter Benutten. Om de toekomstige bereikbaarheidsopgaven aan te pakken is naast aanleg van infrastructuur ook noodzakelijk om in te zetten op innovatie en benutting. Op dit artikelonderdeel kunnen specifiek voor deze onderdelen middelen worden gereserveerd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Korte termijn aanpak files: Bij het BO MIRT najaar 2017 is aangekondigd € 100 miljoen te reserveren voor de korte termijn aanpak files. Met de Kamerbrief van 17 maart 2018 (Kamerstukken II 2017-2018, 31 305, nr. 240) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de eerste tranche van de inzet van de korte termijn aanpak. Ook is de Tweede Kamer middels Kamerstukken II 2018-2019, 31 305, nr. 270 geïnformeerd over de tweede tranche. Een groot gedeelte van het budget is inmiddels in uitvoering gegeven.

De resterende € 10 miljoen is bestemd voor maatregelen op het gebied van Minder Hinder en aanvullende projecten op het gebied van ‘infra klaar voor de toekomst’. Naar verwachting wordt de concrete invulling hiervan gedurende 2020 bekend. 

Tabel 60 Projectoverzicht behorende bij 20.02: Korte termijn maatregelen (bedragen x € 1 miljoen.)

Projectoverzicht behorende bij 20.02: Korte termijn maatregelen (bedragen x € 1 miljoen.)

   
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Projecten Nationaal

   

Korte termijn aanpak files

10

10

nvt

Totaal korte termijn maatregelen

10

10

 

Begroting (IF 20.02)

10

10

 

20.03 Reserveringen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s. In deze gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt, bijvoorbeeld met een verkenning of ander soortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelonderdeel op artikel 20.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Klimaatneutrale netwerken: Teneinde invulling te geven aan de ambitie om te komen tot Klimaatneutrale netwerken heeft IenW voor het komende jaar in totaal € 50 miljoen gereserveerd. De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van de CO2-footprint. Op het Infrastructuurfonds wordt € 37,5 miljoen gereserveerd en op het Deltafonds € 12,5 miljoen. De dekking is gevonden op de vrije investeringsruimte van de verschillende modaliteiten.;

  • Bij de reserveringen ERTMS en Caribisch Nederland is het extrapolatiejaar 2034 aan het budget toegevoegd;

  • Kustwacht SAR/ETV : De reserveringen voor de SAR en ETV zijn overgeheveld naar artikel 15 Hoofdvaarwegennet;

  • Abusievelijk is in de tabel bij de 1e suppletoire begroting 2020 de ophoging van € 7 miljoen toegevoegd aan Stedelijk Openbaar Vervoer Utrecht in plaats van Stedelijk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam. Dit wordt in deze begroting gecorrigeerd;

  • Compensatiepakket Zeeland: Met de brief van 26 juni 2020 (Kamerstukken 2019-2020, 33358 nr. 28) bent u door de minister van BZK geinformeerd over het besluit om de marinierskazerne niet in Vlissingen te bouwen en anderzijds het besluit voor een compensatiepakket met een cumulatieve omvang van ca. € 650 miljoen in de periode van 2020 tot en met 2030. Onderdeel van het compensatiepakket zijn ook verschillende maatregelen op het gebied van OV en spoor. Een van deze maatregelen binnen de bestuursovereenkomst is de introductie van een versnelde intercitydienst Vlissingen-Rotterdam. Via een zogenoemde additionele dienst wordt deze versnelde intercity, die naar verwachting vanaf eind 2021 kan worden gereden, in aanvulling op de HRN-concessie ingekocht bij NS. Op basis van een toets van het voorziene exploitatietekort wordt een separate subsidie aan NS verstrekt om deze kosten af te dekken. De wijze waarop de intercity-dienst na 2025 financieel wordt vormgegeven is onderwerp van de uitwerking van de nieuwe HRN-concessie. Verder komt voor Smart Mobility € 5 miljoen beschikbaar om daarmee een boost te geven aan de ambitie van Zeeland ‘Living Lab’ te worden en € 15 miljoen voor de eerste stap in de adaptieve ontwikkelstrategie voor Rail Gent Terneuzen. Een deel van de bedragen is nog gereserveerd op de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën. In aanvulling van het compensatiepakket Zeeland wordt een reservering getroffen voor het aanpassen van de afrit 33 A58 met rotonde Nishoek (€ 6,3 miljoen).

Tabel 61 Projectoverzicht behorende bij 20.03: Reserveringen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Gebiedsprogramma's

   

Projecten Noordwest-Nederland

   

Gebiedsprogramma Amsterdam

170

170

nnb

Stedelijk Openbaar Vervoer Utrecht

23

29

nnb

Projecten Zuidwest-Nederland

   

Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag

200

200

nnb

Stedelijk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam

57

50

nnb

Reserveringen

   

Beheer en onderhoud Caribisch Nederland

81

52

nvt

ERTMS

400

300

nvt

Kustwacht SAR/ETV

0

138

nvt

Slimme en duurzame mobiliteit

73

73

nvt

Schone Lucht Akkoord

46

46

nvt

BioLNG

5

5

nvt

Strategisch Plan Verkeersveiligheid

500

500

nvt

Klimaatneutrale netwerken

38

 

nvt

Pakket Zeeland

33

 

nvt

Afrondingen

 

‒ 1

 

Overige reserveringen

   

Totaal reserveringen

1625

1562

 

Begroting (IF 20.03)

1625

1562

 

20.04 Generieke investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2034 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreservering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.

Deze generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de SVIR, toekomstbeelden en de NMCA. Deze investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidig kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.

Dit kabinet heeft het voornemen om het Infrastructuurfonds om te vormen tot een Mobiliteitsfonds. Kern van dit fonds is dat niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal staat. Tot 2030 zijn de financiële middelen verdeeld tussen de traditionele modaliteiten: wegen, spoorwegen en water. Middelen vanaf 2030 zijn gereserveerd voor het Mobiliteitsfonds en zullen op basis van een nieuw afweegproces en spelregels worden verdeeld.

De in de begroting 2020 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 bedroeg € 5.442 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2021 nu € 6.282 miljoen tot en met 2034.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2034 na aftrek van de doorlopende verplichtingen 2034 (€ 1.382 miljoen);

  • De bestaande budgetten zijn op prijspeil 2020 gebracht, het resterende overschot is toegevoegd aan de generieke investeringsruimte (€ 40 miljoen);

  • In december 2019 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bekend gemaakt tien jaar lang € 50 miljoen per jaar voor de impuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) te hebben vrijgemaakt binnen de begroting. In totaal is € 500 miljoen hiervoor onttrokken uit de generieke investeringsruimte en overgeboekt naar artikelonderdeel 20.03 Reserveringen. Deze mutatie is reeds verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2020 (Voorjaarsnota 2020);

  • Om de tegenvallers op het programma beheer en onderhoud, de extra werkzaamheden voor instandhouding van het Hoofdvaarwegennet en de capaciteit van RWS op artikel 15 Hoofdvaarwegennet te bekostigen, wordt er € 92 miljoen toegevoegd vanuit de generieke investeringsruimte. Zie voor nadere toelichting artikelonderdeel 20.05 van de investeringsruimte vaarwegen (IF 20.05.03).

Tabel 62 20.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 20.04 Generieke investeringsruimte(bedragen x € 1.000)
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

0

0

623.833

1.474.296

1.420.996

1.366.150

1.397.080

6.282.355

Totaal

0

0

623.833

1.474.296

1.420.996

1.366.150

1.397.080

6.282.355

20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

Motivering

Op dit artikelonderdeel is investeringsruimte per modaliteit gereserveerd die beschikbaar is voor sectorspecifieke opgaven en risico’s.

Producten

Hieronder is per modaliteit een toelichting opgenomen. Tot en met Ontwerpbegroting 2018 waren deze investeringsruimten weergegeven bij de modaliteitsartikelen op het Infrastructuurfonds. Voor de conversie naar artikel 20 is gekozen om de mutaties die bij deze begroting hebben plaatsgevonden toe te lichten bij de voormalige artikelen en daarna de budgetten over te hevelen naar artikel 20.

20.05.01 Wegen

Op dit artikelonderdeel wordt de beschikbare investeringsruimte voor de modaliteit wegen tot en met 2034 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De stand van de beschikbare investeringsruimte opgenomen in begroting 2020 tot en met 2033 bedroeg € 1.628 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2020 bedraagt deze ruimte in de begroting 2021 nu € 217 miljoen tot en met 2034.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Overboeking reserveringen lange termijn instandhouding (- € 319 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;

  • Extra werkzaamheden instandhouding (- € 20 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt – naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding – aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;

  • Klimaatneutrale netwerken (- € 27,5 miljoen): Het kabinet heeft als onderdeel van het Klimaatakkoord zich verbonden om klimaatneutraal en circulair te werken bij rijksinfraprojecten. Hiertoe wordt € 50 miljoen vrijgemaakt. Op basis van de CO2-footprint (55%) bedraagt de bijdrage vanuit hoofdwegennet € 27,5 miljoen;

  • Aanvulling Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) (- € 81 miljoen): Op het Meerjarenprogramma Geluidsanering wordt in totaal € 162 miljoen toegevoegd. De budgetspanning wordt verlaagd middels een toevoeging vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en vanuit de investeringsruimte spoorwegen ;

  • A50 Bankhoef-Paalgraven (- € 69 miljoen): In het BO MIRT is voor de A50 een samenhangende aanpak afgesproken. Rijk en regio hebben afgesproken dat er een MIRT-verkenning wordt gestart waarbij een wegverbreding naar 2x3 tussen Ewijk Bankhoef en Paalgraven als alternatief wordt meegenomen. Hiervoor wordt een bedrag van € 69 miljoen gereserveerd als rijksbijdrage voor het uit te werken project;

  • A4 Haaglanden-N14 (- € 145 miljoen): Aan het projectbudget is ten behoeve van de vervanging/aanpassing van de spoorviaducten bij Rijswijk en Leidschendam-Voorburg € 145 miljoen vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet toegevoegd;

  • SWUNG (- € 25,5 miljoen) : De kosten van het naleven van de geluidsplafonds zijn geactualiseerd. Voor de periode 2020-2021 wordt een budget verhoging voorgesteld bestemd voor de uitvoering van de motie snelheidsverhoging A2 Amsterdam-Utrecht (zijn nu voorgefinancierd uit SLA budget). Geluidsmaatregelen aan de Coenbrug (€ 0,3 miljoen) en de actualisatie nalevingskosten;

  • Intelligente wegkantsystemen (IWKS) ‒ € 243 miljoen: Ten behoeve van het vervangen van de Intelligente wegkantsystemen voor de periode 2020-2027 wordt € 243 miljoen onttrokken aan de investeringsruimte hoofdwegennet;

  • BenO aflopende DBFM-contracten Wijkertunnel (€ 27,3 miljoen) en tunnel De Noord (€ 44 miljoen): In 2023 en 2027 komen Tunnel de Noord en de Wijkertunnel in eigendom van RWS. Tot nu toe werden de onderhoudskosten hiervan betaald door de eigenaar van de tunnels (ING). Met ingang van de overgang zal de bekostiging plaats moeten vinden vanuit het BenO-budget dat aan RWS ter beschikking wordt gesteld. Dat zal dus hiervoor moeten worden opgehoogd. Het gaat dan om € 4 miljoen met ingang van 2023 voor Tunnel de Noord en € 3,9 miljoen met ingang van 2027 voor de Wijkertunnel;

  • Capaciteit RWS (- € 243 miljoen): Jaarlijks herijkt RWS de capaciteitsbehoefte aan de hand van de meerjarige productieopgave. Hieruit volgt dit jaar een toenemende capaciteitsbehoefte als gevolg van een groei van de productieopgave, met name voor instandhouding van de infrastructuur. Daarom wordt de capaciteit van RWS verder opgebouwd. De middelen hiervoor worden vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet toegevoegd aan de budgetten voor netwerkgebonden kosten (12.06 en 15.06; totaal € 351,7 miljoen);

  • Compenserende maatregelen Zeeland (- € 11,3 miljoen): Voor het afgelasten van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen, wordt Zeeland gecompenseerd met € 650 miljoen aan rijksinvesteringen in de provincie. Besloten is dat IenW ten behoeve van het maatregelenpakket Zeeland € 33 miljoen reserveert. Vanuit de investerinsgruimte hoofdwegennet wordt € 11,3 miljoen gereserveerd;

  • Charm (- € 29,6 miljoen): Voor de vervanging van verouderde verkeersmanagementsystemen wordt voor de periode 2020-2023 extra budget toegekend;

  • Cybersecurity (- € 17,4 miljoen): De beveiliging van de primaire processen, door middel van de door RWS voorgestelde maatregelen is nodig om het cyberrisico te verlagen naar een acceptabel niveau voor RWS. Voor deze maatregelen om de organisatie te verstevigen en daarmee de prestaties op de netwerken die in beheer zijn van RWS preventief te wapenen tegen een toenemende dreiging en waar nodig aanvallen te detecteren en te verhelpen is € 17,4 miljoen overgeboekt naar RWS en € 9,5 miljoen gereserveerd;

  • Mee- en tegenvallers aanleg en onderhoudsprogramma (€ 91 miljoen): Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het hoofdwegennet;

  • Topsector Logistiek (- € 15,4 miljoen): Overboeking naar hoofdstuk XII ten behoeve van het uitvoeren van het programma Topsector Logistiek.

Tabel 63 20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

45.205

32.275

44.545

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

45.205

32.275

44.545

(vervolg) 20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

73.354

74.545

0

0

0

0

0

269.924

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

0

‒ 52.649

0

0

0

0

0

‒ 52.649

Totaal

73.354

21.896

0

0

0

0

0

217.275

20.05.02 Spoorwegen

Op dit artikelonderdeel wordt de beschikbare investeringsruimte voor de modaliteit spoorwegen tot en met 2034 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan, en ook geen verkenningen gestart. Deze ruimte is ook beschikbaar voor risico’s.

De stand van de beschikbare investeringsruimte opgenomen in de begroting 2020 tot en met 2033 bedroeg € 1.759 miljoen. Door de hieronder vermelde (belangrijkste) budgettaire aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2020, bedraagt deze ruimte in de begroting 2021 € 54 miljoen:

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Overboeking reserveringen lange termijn instandhouding (- € 1.076 miljoen): Op het artikelonderdeleel beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbare budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;

  • Extra werkzaamheden instandhouding (- € 340 miljoen): Op het artikelonderdeel beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt – naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding – aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;

  • De dekking voor de beschikbaarheidvergoeding OV komt uit de investeringsruimte spoorwegen (- € 167 miljoen). De beschikbaarheidsvergoeding is bij incidentele suppletoire begroting 2020 overgeboekt naar hoofdstuk XII vanuit artikel 13. De dekking voor deze overboeking vindt plaats vanuit de investeringsruimte spoorwegen, aangezien de concessieopbrengsten hier jaarlijks binnenkomen;

  • Aanvulling Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) (- € 81 miljoen): Op het Meerjarenprogramma Geluidsanering wordt in totaal € 162 miljoen toegevoegd. De budgetspanning wordt verlaagd middels een toevoeging vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en vanuit de investeringsruimte spoorwegen;

  • Programma overwegenaanpak (- € 25 miljoen): aan het programma overwegenaanpak worden middelen toegevoegd om de Regeerakkoordambitie te verwezenlijken;

  • Compenserende maatregelen Zeeland (- € 21,8 miljoen): Voor het afgelasten van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen, wordt Zeeland gecompenseerd met € 650 miljoen aan rijksinvesteringen in de provincie. Besloten is dat IenW ten behoeve van het maatregelenpakket Zeeland € 33 miljoen reserveert. Vanuit de investerinsgruimte spoorwegen wordt € 21,8 miljoen gereserveerd;

  • Topsector logistiek: Overboeking naar hoofdstuk XII ten behoeve van het uitvoeren van het programma Topsector Logistiek (- € 11,9 miljoen);

  • Klimaatneutrale Infrastructuur (- € 7,5 miljoen): vanuit de investeringsruimte spoor worden middelen vrijgemaakt ter stimulering van klimaatneutrale infrastructuurprojecten;

  • Toevoeging extrapolatie ontvangsten HSL-heffing en concessie HRN voor het jaar 2034 (€ 233 miljoen).

Tabel 64 20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

49

0

0

83

193

Totaal

0

0

0

49

0

0

83

193

(vervolg) 20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

193

297

1.096

50.193

289

204

1.208

53.805

Totaal

193

297

1.096

50.193

289

204

1.208

53.805

20.05.03 Vaarwegen

Op dit artikelonderdeel wordt de beschikbare investeringsruimte voor de modaliteit vaarwegen tot en met 2034 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan, en ook geen verkenningen gestart. Deze ruimte is ook beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2020 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 bedroeg € 40 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2020, resteert er geen investeringsruimte vaarwegen in de begroting 2021 tot en met 2034.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De toevoeging van het positieve saldo van meevallers op de projecten op het hoofdvaarwegennet aan de investeringsruimte (€ 13,5 miljoen). Hieronder vallen een meevaller en vrijval reservering op het project Wielingen van € 0,6 miljoen, een meevaller op het project vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis) van € 5,8 miljoen, ontvangsten VBS-tarief voor het walradarsysteem van € 4,9 miljoen, en de vrijval reservering garantie Twentekanalen van € 2 miljoen. De ontvangsten van het VBS-tarief worden toegevoegd aan de reservering Walradarsystemen;

  • Extra werkzaamheden instandhouding (- € 20 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Uit de uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom wordt – naast de overboeking van de reserveringen lange termijn instandhouding – aanvullend budget toegevoegd aan de artikelonderdelen voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen deze middelen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;

  • Overboeking reservering lange termijn instandhouding (- € 72 miljoen): Op de artikelonderdelen beheer en onderhoud (artikelonderdeel 12.02 en 15.02) en beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ligt de budgetbehoefte hoger dan het beschikbaar budget voor de jaren 2022 t/m 2025. Daarom zijn afgelopen jaren reserveringen getroffen op artikelonderdeel 20.05. Uit een uitvoeringstoets door ProRail en RWS blijkt dat er in de periode 2022-2025 extra werkzaamheden maakbaar zijn. Daarom worden de reserveringen nu ingezet en toegevoegd aan de budgetten voor instandhouding. Na afronding van de lopende validaties op de budgetbehoefte voor instandhouding zullen de reserveringen in het gewenste ritme worden gezet en waar nodig aanvullende maatregelen worden genomen;

  • Capaciteit RWS (- € 109 miljoen):  Jaarlijks herijkt RWS de capaciteitsbehoefte aan de hand van de meerjarige productieopgave. Hieruit volgt dit jaar een toenemende capaciteitsbehoefte als gevolg van een groei van de productieopgave, met name voor instandhouding van de infrastructuur. Daarom wordt de capaciteit van RWS verder opgebouwd. De middelen hiervoor worden vanuit de investeringsruimte hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet toegevoegd aan de budgetten voor netwerkgebonden kosten (12.06 en 15.06; totaal € 351,7 miljoen);

  • Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud van het hoofdwegen- en hoofdvaarwegennet, zogenoemde Service Level Agreement (SLA) (- € 11 miljoen). Voor het hoofdvaarwegennet betreft dit dekking van kosten die RWS heeft gemaakt voor het opruimen van olie en het schoonmaken van vogels door de olielekkage van de BOW Jubail in de haven van Rotterdam (- € 5 miljoen), het realiseren van een tijdelijke oplossing voor de Paddepoelsterbrug (- € 1,5 miljoen) en bekostiging van het instrument Functionele Inspecties en Testen (FIT), zijnde een toestandsinspectie van het dynamische deel van een installatie (aandrijving, bewegingswerk, bediening en besturing) waarbij specifiek wordt gemaakt wat en hoe er geïnspecteerd en getest dient te worden (- € 4,5 miljoen);

  • Cyber security: de beveiliging van de primaire processen, door middel van de door RWS voorgestelde maatregelen, is nodig om het cyberrisico te verlagen naar een acceptabel niveau voor RWS. Voor deze maatregelen om de organisatie te verstevigen en daarmee de prestaties op de netwerken die in beheer zijn van RWS preventief te wapenen tegen een toenemende dreiging en waar nodig aanvallen te detecteren en te verhelpen is € 5 miljoen overgeboekt naar artikel 15 en € 10 miljoen gereserveerd;

  • Er is € 8,8 miljoen overgeboekt naar de reservering Kustwacht voor Search-and-Rescue (SAR) helikopters om de reservering te laten aansluiten bij de geraamde kosten;

  • Middels een incidentele subsidie van € 5,4 miljoen zal worden bijgedragen aan de aanschaf van batterijcontainers Modular Energy Concepts (MEC’s), met als doel een versnelling te bewerkstelligen van de transitie naar een volledig elektrische binnenvaart. De uitvoering van het projectplan zal worden uitgevoerd door bedrijf Zero Emission Services (ZES). Ten behoeve van deze subsidie wordt € 5,4 miljoen overgeboekt naar artikel 18 van de begroting Hoofdstuk XII.;

  • Bijdrage voor de optimalisatie van de binnenvaarinfrastructuur (bovengemiddeld knooppunt Tilburg) in het kader van het project ‘Wilhelminakanaal fase 1,5’. Dit betreft trimodale ontwikkeling ten behoeve van het bereiken van een modal shift op de corridor naar Rotterdam en Venlo. Deze ontwikkeling kan bespoedigd worden door een rijksbijdrage van € 4,8 miljoen aan noodzakelijke maatregelen om de binnenvaartinfrastructuur daarvoor op het juiste niveau te brengen. Dit bedrag wordt overgeboekt naar artikel 18 van de begroting Hoofdstuk XII;

  • Voor het oplossen van de spanning op prijsbijstelling bij DBFM-contracten wordt € 8,8 miljoen overgeboekt naar artikel 15.04. De afgelopen jaren was de werkelijke toegekende prijsbijstelling op de projecten 3e kolk Beatrixsluis, Capaciteitsuitbreiding Eefde en Keersluis Limmel lager dan waarmee met de budgettaire inpassing van de DBFM-projecten rekening is gehouden. Hierdoor sloten de projectkosten tot einde looptijd niet meer volledig aan bij het beschikbare budget. Door de ontstane vertraging bij het project Zeetoegang IJmond, wordt langer prijsbijstelling ontvangen, dan waarmee ten tijde van de inpassing rekening is gehouden. Hiermee is de budgetspanning omgeslagen in een overschot. Dit wordt met deze mutatie gecorrigeerd;

  • Om de aanvullende kosten voor de verlenging van het baggercontract Eemsgeul financieel te dekken wordt een risicoreservering getroffen van € 11,2 miljoen;

  • Om de tegenvallers op het programma beheer en onderhoud, de extra werkzaamheden voor instandhouding van het Hoofdvaarwegennet en de capaciteit van RWS op artikel 15 Hoofdvaarwegennet te bekostigen, wordt er € 92 miljoen toegevoegd vanuit de generieke investeringsruimte;

  • Er wordt € 189,9 miljoen toegevoegd aan de investeringsruimte vaarwegen vanuit de loon- en prijsbijstelling 2020.

Tabel 65 20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

Licence