Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.3 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

56.127

47.074

8.256

48.397

1.606

1.606

9.336

Uitgaven

154.962

103.812

84.083

90.007

33.232

34.351

40.962

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

  

98%

    

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

103.974

73.296

84.082

42.531

33.232

34.351

40.962

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

0

3.710

1.606

1.606

1.606

1.606

9.336

14.01.03 Realisatieprogr. Reg/lok

103.974

69.586

82.476

40.925

31.626

32.745

31.626

14.02 Regionale Mob. Fondsen

0

0

0

0

0

0

0

14.03 RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

50.988

30.516

1

47.476

0

0

0

14.03.01 RSP-ZZL: RB projecten

1.254

25.408

1

0

0

0

0

14.03.02 RSP-ZZL: mob. Fondsen

49.734

0

0

47.476

0

0

0

14.03.03 RSP-ZZL: REP

0

5.108

0

0

0

0

0

Ontvangsten

3.778

46

     

14.09 Ontvangsten

3.778

46

     

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2021 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2021. Omschrijving van de samenhang in het beleid Budgetflexibiliteit.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2034 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepings-bijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2034.

Tabel 31 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)
  

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

103.812

84.083

90.007

33.232

34.351

40.962

41.543

16.729

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

73.296

84.082

42.531

33.232

34.351

40.962

41.543

16.729

14.02

Regionale Mob. Fondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

 

30.516

1

47.476

0

0

0

0

0

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Ontvangsten

46

0

0

0

0

0

0

0

14.09

Ontvangsten

 

46

0

0

0

0

0

0

0

Vervolg (bedragen x € 1.000)
  

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2020-2034

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

12.491

0

0

0

0

0

0

457.210

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

12.491

0

0

0

0

0

0

379.217

14.02

Regionale Mob. Fondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

 

0

0

0

0

0

0

0

77.993

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

46

14.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

46

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente ‘s-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting HXII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.

Producten

Algemeen

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage aan de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Tabel 32 Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Overige projecten en reserveringen

50

49

 

nvt

Projecten in voorbereiding

    

Overige projecten in voorbereiding

    

Gesignaleerde risico's

    

Totaal programma planuitwerking en verkenning

50

49

  

Begroting (IF 14.01.02)

50

49

  

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

De beschikbare middelen betreffen een reservering voor de extra onderhoudskosten door areaalgroei bij het project HOV-NET Zuid-Holland.

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Tabel 33 Projectoverzicht behorende bij 14.01.03: Realisatieprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

Projecten Noordwest-Nederland

            

Amstelveenlijn

81

80

38

16

 

27

    

2020/ 2022

 

Utrecht, tram naar de Uithof

113

112

82

0

31

0

0

  

0

2019

 

Projecten Zuidwest-Nederland

            

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)

213

211

57

0

6

14

32

33

32

40

divers

 

Rotterdamsebaan

286

285

187

53

46

0

0

   

regio

 

Afrondingen

            

Totaal

693

687

365

70

82

41

32

33

32

40

  

Begroting (IF 14.01.03)

  

104

70

82

41

32

33

32

   

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • Bereikbaarheidsoffensief Randstad;

  • Amendement Dijsselbloem;

  • Amendement Van der Staaij;

  • Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);

  • Amendement Van Hijum;

  • Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;

  • Sluiskiltunnel

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen begroot n.a.v. het convenant Regio Specifiek Pakket Zuiderzeelijn tussenRijk-Regio (Kamerstukken II 2007-2008, 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland. De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2008-2009, 31 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01.

In 2009 is het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP opgericht voor Noord-Nederland (zie Regionale Mobiliteit in tabel). Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020. Enkele projecten lopen langer door dan 2020, zoals ook eerder is gemeld in de voortgangsrapportages van het Regio specifiek pakket Zuiderzeelijn.

Binnen het Ruimtelijk-economisch Programma (REP) wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel (€ 150 miljoen) en een regionaal deel (€ 250 miljoen). Het rijksdeel valt onder regie van het ministerie van EZK. Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, daarna is in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, is opgenomen op de begroting Infrastructuurfonds; zie 14.03.03. Deze bijdrage wordt in jaartranches overgeboekt via het provinciefonds naar de regio. Van de oorspronkelijke € 150 miljoen vanuit het Rijk is nog € 50 miljoen niet uitgekeerd. Dat zal naar verwachting de komende jaren plaatsvinden. Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het regionale deel van het REP.

Tabel 34 Projectoverzicht behorende bij 14.03: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

later

huidig

vorig

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten

72

71

46

25

        

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten

588

587

541

0

 

47

      

14.03.03 Ruimtelijke economisch programma

5

5

 

5

        

Afrekening voorschotten

4

4

4

         

Begroting (IF 14.03)

669

667

591

30

 

47

      

LMCA Spoor: sporendriehoek (IF 13.03.01)

140

139

64

27

28

14

7

     

Totale rijksbijdrage Noord-Nederland

809

806

655

57

28

61

7

     
Licence