Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.6 Artikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

De kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd door de beschikbaarheid van voldoende personeel van voldoende kwaliteit voor alle onderwijsdeelnemers.

De Minister is verantwoordelijk voor een onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele leerlingen/studenten en bij de behoefte van de maatschappij. De leraar en de schoolleider zijn daarbij cruciaal.

Financieren

De Minister draagt bij aan het lerarenbeleid op scholen door het (mee)financieren van (mogelijkheden tot) professionalisering. Dit gebeurt via aanvullende bekostiging en subsidies.

Stimuleren

De Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van directe stimuleringsmaatregelen ten behoeve van de ontwikkeling van de kwaliteit en professionaliteit van docenten en het bijdragen aan een aantrekkelijk beroep. Dit door middel van de versterking van de leraar (Kamerstukken II 2018/19, 27923, nr. 345), naar een aantrekkelijke onderwijsarbeidsmarkt (Kamerstukken II 2018/19, 27923, nr. 369), de aanpak van het lerarentekort (Kamerstukken II 2019/20, 27923, nr. 381 en Kamerstukken II 2019/20, 27923, nr. 382) en het op basis daarvan met belanghebbenden afgesloten convenant.

Regisseren

De Minister draagt verantwoordelijkheid voor het borgen van de onderwijskwaliteit van scholen. Om deze verantwoordelijkheid waar te maken wordt een bijdrage geleverd aan het zorgen voor voldoende docenten van voldoende kwaliteit. Dit gebeurt door wetten en regels uit te vaardigen voor goed bestuur, door een dialoog te voeren met en toezicht te houden op belanghebbenden, en zo nodig actief regie te voeren.

Indicatoren/kengetallen

De indicatoren/kengetallen voor het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid worden beschreven in het beleidsverslag en op OCW in Cijfers.

De belangrijkste wijzigingen op het gebied van leraren worden toegelicht in de beleidsagenda.

Via Samen Opleiden werken lerarenopleidingen en scholen intensief samen om leraren op te leiden. Deze opleidingsvorm bereidt leraren beter voor op de praktijk en vergroot de aantrekkelijkheid van de opleiding. Het is de ambitie om in 2025 Samen Opleiden de norm te laten zijn. Om dit te bereiken, worden de komende jaren nieuwe plaatsen voor aspirant-opleidingsscholen gecreëerd.

Tabel 46 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

178.784

171.966

163.803

170.723

167.926

170.735

170.735

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overig

178.784

171.966

163.803

170.723

167.926

170.735

170.735

Totale uitgaven

172.073

171.966

163.803

170.723

167.926

170.735

170.735

waarvan juridisch verplicht (%)

  

55,5%

    
        

Bekostiging

29.242

41.052

43.848

48.362

40.847

43.847

43.847

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

29.242

41.052

43.848

48.362

40.847

43.847

43.847

Subsidies (regelingen)

136.960

124.678

113.338

115.673

120.273

120.023

120.023

Lerarenbeurs

77.559

49.560

46.819

46.219

50.819

53.319

53.319

Zij-instroom

42.540

53.146

46.846

46.346

46.346

43.596

43.596

Wet Beroep leraar en Lerarenregister

738

2.945

2.945

2.945

2.945

2.945

2.945

Aanpak lerarentekort

0

17.800

15.000

19.000

19.000

19.000

19.000

Overige subsidies

16.123

1.227

1.728

1.163

1.163

1.163

1.163

Opdrachten

2.289

3.219

3.565

3.610

3.715

3.715

3.715

Bijdragen aan agentschappen

3.582

3.017

3.052

3.078

3.091

3.150

3.150

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.582

3.017

3.052

3.078

3.091

3.150

3.150

Ontvangsten

8.307

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

Budgetflexibiliteit

Van het totale budget voor artikel 9 is in 2021 55,5 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2021 is 100 procent juridisch verplicht op grond van een gepubliceerde bekostigingsregeling en bestemd voor betalingen aan samenwerkingsverbanden. De bekostigingsregeling loopt per schooljaar.

SubsidiesVan het beschikbare budget voor 2021 is 37 procent juridisch verplicht, waarvan het grootste deel van het juridisch verplichte budget voor de lerarenbeurs bestemd is. Verder betreft dit subsidies die worden verstrekt op grond van gepubliceerde subsidieregelingen en individuele subsidies die voorafgaand aan het jaar worden verleend.

OpdrachtenVan het beschikbare budget voor 2021 is 53 procent juridisch verplicht op grond van in 2020 of eerder gesloten overeenkomsten voor onderzoek en communicatie. Dit betreft divers onderzoek in het kader van de arbeids-markt. Het resterende deel is niet-juridisch verplicht budget bestemd om beleidsprioriteiten van het kabinet op het terrein van leraren (professiona-lisering onderwijspersoneel en aansluiting onderwijs op behoefte arbeidsmarkt) verder te ondersteunen.

Bijdrage aan agentschappenHet budget voor 2021 is 100 procent juridisch verplicht op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de uitvoeringsorganisatie Dienst Uitvoering Onderwijs voor dat jaar.

Bekostiging

Aanvullende bekostiging

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

Om de samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen op het gebied van opleiden en professionaliseren te verbeteren zijn er opleidingsscholen (samenwerkingsverbanden van één of meer lerarenopleidingen met één of meer scholen voor primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), middenbaar beroepsonderwijs (mbo)) erkend. Zij ontvangen jaarlijks bekostiging om gezamenlijk leraren op de werkplek op te leiden.

Subsidies

Lerarenbeurs

Voor 2021 is € 46,8 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling lerarenbeurs. Deze subsidie – voor zowel studiekosten als studieverlof – kan worden aangevraagd door leraren in het po, vo, mbo en hoger beroepsonderwijs (hbo) voor het volgen van een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding.

Zij-instroom

Onder dit budget vallen vier verschillende subsidieregelingen:

  • de regeling zij-instroom: voor 2021 is € 39,7 miljoen beschikbaar voor een subsidie voor de opleiding en begeleiding van zij-instromers in het po, vo en mbo via het traject zij-instroom in het beroep;

  • de regeling korte scholingstrajecten vo: een (toekomstig) leraar in het vo heeft de mogelijkheid om de juiste bevoegdheid te behalen om les te mogen geven in het vo;

  • de regeling MBO-instructeursbeurs: de subsidie – voor zowel studiekosten als studieverlof – kan worden aangevraagd door instructeurs in het mbo voor het volgen van een associate degree of een bacheloropleiding;

  • de regeling Onderwijsassistenten: de subsidieregeling heeft als doel om het lerarentekort te verminderen door te bevorderen dat meer onderwijsassistenten de opleiding tot leraar gaan doen.

Regionale aanpak personeelstekort

Voor 2021 is € 15,0 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling regionale aanpak personeelstekort. Deze subsidieregeling kan worden gebruikt om partijen in de regio te ondersteunen om het lerarentekort in het po, vo en mbo gezamenlijk aan te pakken.

Wet Beroep Leraar en lerarenregister

Voor 2021 is € 2,9 miljoen beschikbaar voor het versterken van het beroep leraar. Dit budget wordt ingezet voor onder meer Leraar24, de ondersteuning van beroepsgroepvorming, de implementatie van het professioneel statuut van de leraar en een monitor op de Wet Beroep Leraar.

Opdrachten

Ter ondersteuning, monitoring en evaluatie van het beleid wordt expertise ingehuurd op het terrein van communicatie, onderzoek en het maken van ramingen.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informa-tievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Licence