Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 6 Ziekte en zwangerschap

De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van ziekte en stimuleert hen het werk te hervatten. De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van zwangerschap en bevalling en komt tegemoet bij verlofopname wegens geboorte van een kind, adoptie of opname van een pleegkind.

De overheid vindt dat mensen die ziek worden en waarbij de loonbetalingsverplichting bij ziekte voor de werkgever niet van toepassing is, ook verzekerd moeten zijn van een tijdelijk loonvervangend inkomen. Zij kunnen het verlies aan inkomen daarom voor een periode van twee jaar, gelijk aan de periode van de loonbetalingsverplichting, opvangen met een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Door middel van verzuimbegeleiding en re-integratie stimuleert de overheid deze (gewezen) werknemers om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan.

Ook tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof voorziet de overheid in een tijdelijk loonvervangend inkomen. Op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) komen zwangere werknemers en zelfstandigen in aanmerking voor een uitkering. Ook andere verlofvormen geven recht op een uitkering, namelijk: adoptie- en pleegzorgverlof en aanvullend geboorteverlof.

Mensen die lijden aan de ziekte maligne mesothelioom of asbestose door blootstelling aan asbest, kunnen van de overheid een tegemoetkoming of een voorschot op een schadevergoeding ontvangen op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS).

Slachtoffers van het organo psycho syndroom (OPS), ook wel «schildersziekte» genoemd, kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige financiële tegemoetkoming.

Werknemers in Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering op grond van de Ziekteverzekering (ZV).

De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;

  • de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;

  • de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV en de SVB;

  • de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Wet arbeid en zorg

Naar aanleiding van het IBO deeltijdwerk en tevens de Europese richtlijn (EU) 2019/1158 worden in 2021 voorbereidingen getroffen voor de uitvoering van de Wet betaald ouderschapsverlof die in augustus 2022 ingaat. Ook wordt de doelgroep van het geboorteverlof uitgebreid met partners uit de categorie niet-verzekerde werknemers. In genoemde wet is dit nader uitgewerkt. Naar verwachting wordt het wetgevingsproces in 2021 afgerond.

Onderzoeken no-riskpolis

Er lopen verschillende onderzoeken naar de no-riskpolis. Zo wordt onderzocht hoe de bekendheid van de no-riskpolis vergroot kan worden. Ook wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om de no-riskpolis eventueel uit te breiden naar een groep chronisch zieken die weliswaar een hoger risico op verzuim heeft, maar niet onder de no-riskpolis valt. De Tweede Kamer wordt voor de zomer 2021 geïnformeerd over de uitkomsten van deze onderzoeken (Kamerstukken II 2019/20, 29 544, nr. 1015).

Herijking en vereenvoudiging no-riskpolis

De raming van de ZW-uitgaven en respectievelijke uitname bij gemeenten voor de no-riskpolis wordt in 2021 herijkt op basis van realisaties 2019 en 2020 (Kamerstukken II 2016/17, 34 514, nr. 8). Daarnaast is in het kader van het Breed Offensief een wetsvoorstel voorbereid om onder andere administratieve knelpunten rondom de no-riskpolis weg te nemen. Dit wetsvoorstel is op 13 februari 2020 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2019/20, 34 352, nr. 192). Hiermee wordt geregeld dat gemeenten de loonkostensubsidie aan de werkgever niet meer hoeven stop te zetten bij ziekte en UWV de loonkostensubsidie bij ziekte niet langer hoeft uit te keren aan werkgevers. De middelen voor de no-riskpolis die hierop betrekking hebben, vloeien hiermee terug van de Ziektewet (UWV) naar gemeenten.

Tabel 62 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

7.895

10.555

12.612

11.203

9.392

8.787

8.629

        

Uitgaven

7.652

10.798

12.612

11.203

9.392

8.787

8.629

waarvan juridisch verplicht

  

100%

    
        

Inkomensoverdrachten

7.395

10.555

12.612

11.203

9.392

8.787

8.629

TAS

4.296

4.952

4.706

4.706

4.706

4.706

4.706

Ziekteverzekering (Caribisch Nederland)

3.099

3.303

3.406

3.497

3.586

3.681

3.723

OPS-voorzieningsfonds

0

2.300

4.500

3.000

1.100

400

200

Subsidies (regelingen)

257

243

0

0

0

0

0

Kanker en werken

257

243

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten:

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten TAS, OPS-voorzieningenfonds en uitkeringslasten ziekteverzekering Caribisch Nederland.

Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd

Tabel 63 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 6 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Uitgaven

3.060.903

3.170.200

3.378.667

3.600.311

3.948.852

4.062.085

4.171.969

        

Inkomensoverdrachten

3.060.903

3.170.200

3.332.003

3.497.050

3.767.521

3.802.627

3.825.283

ZW

1.725.947

1.814.906

1.848.386

1.844.111

1.849.702

1.848.946

1.847.133

WAZO

1.334.956

1.291.078

1.310.304

1.337.794

1.371.281

1.402.918

1.423.930

WAZO aanvullend geboorteverlof partners

0

64.216

173.313

179.145

186.538

190.763

194.220

Uitkeringslasten ouderschapsverlof

0

0

0

136.000

360.000

360.000

360.000

        

Nominaal

0

0

46.664

103.261

181.331

259.458

346.686

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten
Tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS)

Mensen die lijden aan de ziekte maligne mesothelioom of asbestose als gevolg van arbeidsgerelateerde blootstelling aan asbest kunnen een tegemoetkoming ontvangen op grond van de TAS. Indien zij de ziekte maligne mesothelioom of asbestose hebben gekregen door te werken met asbest (in dienst van een werkgever) of maligne mesothelioom hebben opgelopen via werkkleding van een huisgenoot, dan is de (voormalige) werkgever hiervoor aansprakelijk en kunnen zij een schadevergoeding bij de werkgever eisen. Dit kan echter lang duren. Tegelijkertijd is de levensverwachting van mensen met de ziekte maligne mesothelioom vaak erg kort. De TAS heeft tot doel asbestslachtoffers bij leven maatschappelijke erkenning te bieden in de vorm van een tegemoetkoming. Deze wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot op de schadevergoeding van de werkgever. Als de (voormalige) werkgever later alsnog een schadevergoeding betaalt, wordt het voorschot hiermee verrekend. Indien de werknemer geen schadevergoeding ontvangt, wordt het voorschot omgezet in een tegemoetkoming. De TAS wordt uitgevoerd door de SVB.

Wie komt er voor in aanmerking?

Mensen die ziek zijn geworden door het werken met asbest, krijgen een voorschot als:

  • Bij hen maligne mesothelioom of asbestose is vastgesteld;

  • Zij, of in het geval van maligne mesothelioom ook een huisgenoot, in loondienst bij een werkgever in Nederland werkten;

  • Zij, of in het geval van maligne mesothelioom ook een huisgenoot, op het werk zijn blootgesteld aan asbest;

  • Zij nog geen schadevergoeding hebben gekregen of een schadevergoeding hebben ontvangen die lager is dan € 21.269 (prijspeil 2020, dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd).

Hoe hoog is de TAS?

Zowel het voorschot als de tegemoetkoming is in 2020 € 21.269, waarop reeds van de werkgever ontvangen bedragen in mindering worden gebracht. Dit is een eenmalige uitkering. De hoogte van de TAS volgt de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitkeringslaten van de TAS worden vanaf 2021 geraamd op circa € 4,7 miljoen per jaar. De uitgaven vallen vanaf 2021 € 0,25 miljoen lager uit dan in 2020. Dit komt door een nabetaling in 2020 aan de SVB over 2019.

Beleidsrelevante kerncijfers

Vanaf 1 januari 2020 is het nabestaandenbegrip in de TAS uitgebreid, zodat dit aansluit bij het Burgerlijk Wetboek. Door deze uitbreiding wordt het aantal toekenningen in de komende jaren hoger ingeschat dan in 2019. Verder blijft het aantal TAS-aanvragen de komende jaren naar verwachting stabiel, ondanks dat het werken met asbest al in 1993 is verboden.

Tabel 64 Kerncijfers TAS
 

Realisatie 20191

Raming 2020

Raming 2021

Aantal toekenningen voorschot TAS (x 1.000 uitkeringen)

0,3

0,4

0,4

 

waarvan toekenning i.v.m. maligne mesothelioom

0,3

0,3

0,3

 

waarvan toekenning i.v.m. asbestose

<0,1

<0,1

<0,1

Aantal terugontvangen voorschotten TAS (x 1.000 uitkeringen)

0,1

0,2

0,2

Aantal toekenningen maligne mesothelioom bij leven ten opzichte van totaal aantal toekenningen (%)

86

2

2

1

SVB, jaarverslag.

2

Deze cijfers worden niet geraamd.

Ziekteverzekering (ZV) (Caribisch Nederland)

Werknemers in de private sector van Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering (ziekengeld) op grond van de Ziekteverzekering. De uitkering is gerelateerd aan het loon van de werknemer.

Budgettaire ontwikkelingen

Als gevolg van demografische ontwikkelingen stijgen de uitgaven voor de Ziekteverzekering in 2021 en latere jaren in lichte mate.

Tabel 65 Kerncijfers Ziekteverzekering Caribisch Nederland
 

Realisatie 20191

Raming 2020

Raming 2021

Volume Ziekteverzekering CN (x 1.000 uitbetaalde ziektedagen)

66

67

69

1

RCN-unit SZW.

OPS-fonds

De OPS problematiek is het gevolg van blootstellingen aan vluchtige oplosmiddelen in het werk die hoger waren dan volgens de destijds geldende wettelijke voorschriften waren toegestaan. De regeling is in maart 2020 in werking getreden. Bij de opzet van de regeling is zoveel mogelijk aangesloten bij regelingen voor asbestslachtoffers. De regeling wordt uitgevoerd door de SVB.

Wie komt er voor in aanmerking?

De tijdelijke en eenmalige regeling voor een financiële tegemoetkoming aan OPS-slachtoffers is toegankelijk voor personen die aan drie voorwaarden voldoen:

  • Het slachtoffer kan aantonen dat hij aan de criteria van de regeling voldoet. Indien hij beschikt over een officiële diagnose Chronische Toxische Encephalopathie (CTE) van een van de Solvent Teams aan de universiteiten van Amsterdam en Twente is dat het geval. Slachtoffers die bij inwerkingtreding van de regeling nog niet beschikken over zo’n diagnose kunnen deze tot een half jaar na de inwerkingtreding van de regeling alsnog aanvragen bij het Solvent Team van de universiteit van Amsterdam. De diagnose levert een bevestiging van zowel de gezondheidsschade als van het feit dat deze arbeidsgerelateerd is;

  • Het slachtoffer heeft geen enkele vorm van een financiële tegemoetkoming gehad voor de schade als gevolg van zijn OPS aandoening, of een bedrag dat lager is dan het normbedrag voor de financiële tegemoetkoming;

  • Er moet sprake zijn van een blootstelling die in Nederland in loondienst heeft plaatsgevonden.

Hoe hoog is de tegemoetkoming?

Zowel het voorschot als de tegemoetkoming is gelijk aan de tegemoetkoming bij de TAS (in 2020 bedraagt deze € 21.269). Dit is een eenmalige uitkering.

Budgettaire ontwikkelingen

In de raming wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 540 personen recht zullen hebben op een tegemoetkoming. Op grond hiervan wordt aangenomen dat er in totaliteit € 11,5 miljoen aan tegemoetkomingen uitgekeerd zal worden, verspreid over de jaren 2020-2025.

Ziektewet (ZW)

De ZW geeft zieke werknemers het recht op een uitkering als zij geen werkgever meer hebben die in geval van ziekte loon moet doorbetalen. De ZW bevat minimumnormen voor re-integratie. De ZW geldt ook voor een beperkte groep werknemers die wel in dienst zijn van een werkgever, namelijk werknemers die tijdelijk ongeschikt zijn voor het verrichten van hun werk wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap en orgaandonatie en werknemers met een zogenaamde no-riskpolis. De werkgever mag de ZW-uitkering dan verrekenen met het loon dat hij moet doorbetalen. De ZW wordt uitgevoerd door UWV of door werkgevers zelf wanneer zij ervoor gekozen hebben om eigenrisicodrager te zijn voor de ZW-uitkeringslasten.

Wie komt er voor in aanmerking?

In aanmerking voor een ZW-uitkering komen:

  • Uitzendkrachten (zonder vast contract met het uitzendbureau);

  • Oproepkrachten (afhankelijk van het soort oproepcontract);

  • Personen met een arbeidscontract dat afloopt tijdens de ziekte;

  • Personen die een WW-uitkering ontvangen en langer dan dertien weken ziek zijn;

  • Vrouwen die ziek worden als gevolg van zwangerschap of bevalling. Wanneer vrouwen in loondienst werken hebben zij tijdens hun zwangerschapsverlof recht op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg. Als deze vrouwen door de zwangerschap vóór of na de bevalling ziek worden, ontvangen zij een ZW-uitkering;

  • Orgaandonoren die door hun donatie tijdelijk niet kunnen werken;

  • Personen met een no-riskpolis die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en die binnen vijf jaar nadat ze in dienst zijn gekomen van een werkgever ziek worden;

  • Ondernemers en directeuren-grootaandeelhouders kunnen alleen een beroep doen op de ZW als zij hiervoor een vrijwillige verzekering hebben.

Hoe hoog is de ZW-uitkering?

De ZW-uitkering bedraagt meestal 70% van het loon dat de betrokkene gemiddeld per dag verdiende in het jaar voordat hij ziek werd. De hoogte van het dagloon is per 1 juli 2020 gemaximeerd op € 222,78 bruto per dag. Hierdoor bedraagt de uitkering maximaal € 3.391,83 bruto per maand inclusief vakantiegeld. De uitkering duurt maximaal twee jaar. Er zijn enkele uitzonderingen. Orgaandonoren en werkneemsters die arbeidsongeschikt zijn als gevolg van de zwangerschap of bevalling hebben recht op een ZW-uitkering van 100% van het dagloon, wat neerkomt op een uitkering van maximaal € 4.845,47 bruto per maand inclusief vakantiegeld. Op verzoek van de werkgever kan UWV de ZW-uitkering van personen die onder de no-riskpolis vallen het eerste jaar op 100% van het dagloon vaststellen.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitkeringslasten ZW nemen in 2021 met circa € 33 miljoen toe ten opzichte van 2020, omdat het aantal ZW-uitkeringen toeneemt. Dat komt vooral doordat er door de coronacrisis meer werklozen zijn die een beroep zullen doen op de ZW. Er wordt vanuit gegaan dat de stijging van het aantal zieke werklozen doorzet tot en met 2023, omdat de economie tijd nodig heeft om te herstellen. Deze toename wordt voor een deel afgezwakt, omdat verwacht wordt dat het aantal flexkrachten dat een beroep doet op de ZW in dezelfde periode juist afneemt. Ondanks de toename van het aantal ZW-uitkeringen, blijven de ZW-uitgaven vanaf 2021 relatief stabiel. Door de aanpak van administratieve knelpunten in het kader van het Breed Offensief vloeit vanaf 2022 een deel van de middelen voor de no-riskpolis van de ZW terug naar gemeenten. Een deel van het bedrag dat UWV bij ziekte uitkeert aan de werkgever verloopt vanaf 2022 via gemeenten.

Beleidsrelevante kerncijfers

Naar verwachting neemt het aantal uitkeringsjaren met circa 1.800 toe in 2021. Deze stijging komt vooral doordat het aantal zieke werklozen toeneemt en doordat meer personen vanuit de Banenafspraak of Beschut Werk met een no-riskpolis een beroep zullen doen op de ZW.

Tabel 66 Kerncijfers ZW
 

Realisatie 20191

Raming 2020

Raming 2021

Volume ZW (x 1.000 uitkeringen, gemiddelde)

98

101

103

Instroom ZW (x 1.000 uitkeringen)

298

2

2

Uitstroom ZW (x 1.000 uitkeringen)

335

2

2

1

UWV, jaarverslag.

2

In- en uitstroom worden niet geraamd.

Handhaving

De kengetallen op het gebied van handhaving vertonen een stabiel beeld ten opzichte van voorgaande jaren. Sinds 2019 worden door middel van een extern onderzoek de misbruikrisico’s van regelingen die UWV uitvoert in kaart gebracht.

Tabel 67 Kerncijfers ZW (fraude en handhaving)
  

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Preventie1

Gepercipieerde detectiekans (%)

80

77

77

Kennis van de verplichtingen (%)

95

93

93

  

Ontstaansjaar vordering

  

2017

2018

2019

Terugvordering2

Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2019 (%)

58

41

20

1

Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».

Wet arbeid en zorg (WAZO)

De WAZO bundelt een aantal wettelijke verlofvormen, zoals het zwangerschaps- en bevallingsverlof, kraamverlof, aanvullend geboorteverlof, adoptie- en pleegzorgverlof, ouderschapsverlof en kort- en langdurend zorgverlof. Soms bestaat er recht op (gedeeltelijke) loondoorbetaling of op een uitkering (zwangerschaps- en bevallingsuitkering, adoptie- en pleegzorguitkering). Deze uitkeringen op grond van de WAZO worden uitgevoerd door UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

In aanmerking voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering komen:

  • Vrouwelijke werknemers;

  • Andere vrouwelijke verzekerden voor de ZW (onder andere thuiswerksters en vrouwen die een ZW-, WW- of loongerelateerde WGA-uitkering ontvangen);

  • Vrouwelijke vrijwillig verzekerden voor de ZW;

  • Vrouwen van wie de vermoedelijke bevallingsdatum binnen 10 weken na het einde van de verplichte ZW-verzekering ligt, evenals vrouwen die later uitgerekend zijn, maar die toch binnen 10 weken na het einde van de verplichte verzekering bevallen.

In aanmerking voor adoptie- en pleegzorgverlof komt de werknemer die een kind heeft geadopteerd dan wel als pleegkind in zijn gezin heeft opgenomen. Er is een afzonderlijke uitkeringsregeling voor zwangere zelfstandigen, de regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ). Vrouwelijke zelfstandigen, directeuren-grootaandeelhouders, meewerkende echtgenoten en beroepsbeoefenaars op arbeidsovereenkomst (hulpen in de huishouding voor minder dan vier dagen per week) hebben gedurende ten minste 16 weken recht op een uitkering. Zie ook beleidsartikel 12.

Hoe hoog is de WAZO?

De zwangerschaps- en bevallingsuitkering en de adoptie- en pleegzorguitkering bedraagt 100% van het laatstverdiende loon, tot een maximum van 100% van het maximumdagloon. Dit is per 1 juli 2020 gelijk aan € 4.845,47 bruto per maand inclusief vakantiegeld. De hoogte van de uitkering voor zelfstandigen is maximaal het wettelijk minimumloon (per 1 juli 2020 € 1.680,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld).

Budgettaire ontwikkelingen

Als gevolg van een verwachte lichte toename van het aantal geboorten stijgen de uitgaven voor zwangerschaps- en bevallingsverlof in 2021 en latere jaren.

Beleidsrelevante kerncijfers

De verwachte lichte stijging van het aantal toekenningen in de WAZO is zichtbaar in onderstaande tabel. Er is geraamd dat in 2021 het aantal toegekende uitkeringen met naar schatting 3.000 zal toenemen.

Tabel 68 Kerncijfers WAZO
 

Realisatie 20191

Raming 2020

Raming 2021

Totaal aantal toekenningen zwangerschaps- en bevallingsverlofuitkering (x 1.000 uitkeringen)

142

143

146

Aantal toekenningen werknemers (x 1.000 uitkeringen)

130

131

134

Aantal toekenningen zelfstandigen (x 1.000 uitkeringen)

11,5

12,2

12,4

1

SZW, berekening.

WAZO aanvullend geboorteverlof partners

Het aanvullend geboorteverlof is per 1 juli 2020 ingevoerd. Het verlof duurt maximaal 5 weken. Het verlof dient binnen 6 maanden na de geboorte te worden opgenomen. Ook deze regeling wordt door UWV uitgevoerd.

Wie komt er voor in aanmerking?

In aanmerking voor een aanvullend geboorteverlof uitkering komt de werknemer die echtgenoot of geregistreerde partner van de moeder van het kind is, de persoon met wie de moeder ongehuwd samenwoont of degene die het kind erkent.

Hoe hoog is de uitkering?

De hoogte van de uitkering voor aanvullend geboorteverlof bedraagt 70% van het laatstverdiende loon, tot een maximum van 70% van het maximumdagloon.

Budgettaire ontwikkelingen

In 2021 zijn de uitkeringslasten voor het aanvullend geboorteverlof hoger dan in 2020. Dat verschil wordt verklaard doordat het aanvullend geboorteverlof in 2020 per 1 juli is ingegaan en uitkeringslasten achteraf worden betaald. De uitgaven stijgen na 2021 bovendien licht als gevolg van een verwachte lichte toename van het aantal geboorten.

Beleidsrelevante kerncijfers

Naar verwachting gaan ongeveer 96.000 partners per jaar verlof opnemen in 2021.

Tabel 69 Kerncijfers Aanvullend geboorteverlof
 

Raming 2020

Raming 2021

Totaal aantal toekenningen aanvullend geboorteverlof (x 1.000 uitkeringen)

36

96

Duur van de uitkering (in weken)

3,5

3,5

WAZO betaald ouderschapsverlof

Vanaf 2 augustus 2022 wordt een uitkering verstrekt aan werknemers bij opname van ouderschapsverlof. De uitkeringsduur is maximaal 9 weken. De uitkering wordt alleen verstrekt indien het verlof in het eerste levensjaar van het kind wordt opgenomen.

Wie komt er voor in aanmerking?

Rechthebbend is de werknemer die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot het kind dan wel die op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van het kind als eigen kind op zich heeft genomen.

Hoe hoog is de uitkering?

De uitkering bedraagt 50% van het dagloon, met als maximum 50% van het maximum dagloon.

Budgettaire ontwikkelingen

De regeling start op 2 augustus 2022. Doordat de regeling pas gaandeweg 2022 ingaat en doordat het verlof achteraf wordt uitbetaald zijn de uitgaven in 2022 incidenteel lager dan in de daarop volgende jaren.

Beleidsrelevante kerncijfers

Naar verwachting gaan ongeveer 194.000 ouders per jaar voor gemiddeld ruim 30 dagen betaald ouderschapsverlof opnemen.

Licence