Base description which applies to whole site

3.2 Artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement

Toelichting

Verplichtingen

De lagere verplichtingen hangen samen met onderstaande toelichtingen op de uitgaven. Het verschil betreft voornamelijk door afboeking van een afrondingsreeks die, als gevolg van het niet geheel uitkeren van de loon- en prijsindexatie 2021, ter dekking van apparaatsproblematiek resteert en in 2022 niet tot realisatie zijn gekomen. Daarnaast betreft het het deel verplichtingen van de uitgekeerde EJM waarvoor, a.g.v. overlopende verplichtingen uit 2021, enkel kasuitgaven noodzakelijk waren (€ 28 miljoen). Daarnaast betreft het reeds in 2022 aangegane verplichtingen waarvan de kasuitgaven pas in 2023 of later plaatsvingen (-/- 14 miljoen)

Personele uitgaven

Lagere uitgaven eigen personeel zijn het gevolg van :

  • diverse mee-en tegenvallers (€ 0,6 miljoen);

  • niet of niet tijdige vervulling van vacatureruimt en vertraagde facturering voor ingedetacheerde medewerkers (€ 6,5 miljoen).;

  • lagere reiskosten, o.a. als gevolg van het hybride werken (€ 0,2 miljoen) ;

  • minder interne dienstverleningsovereenkomsten afgesloten dan verwacht (€ 1,1 miljoen zie ook de ontvangsten).;

  • er is minder uitgegeven voor corporate opleidingen (€ 1,3 miljoen);

  • er zijn minder uitgaven in rekening gebracht door BZ voor IenW attachees in het buitenland (€ 0,1 miljoen).

De lagere extern inhuur wordt veroorzaakt door:

  • opgetreden vertragingen bij het aangaan van inhuurcontracten en vertaagde facturering door opdrachtnemers waardoor betalingen pas in 2023 zullen plaatsvinden (11,3 miljjoen);

  • diverse mee-en tegenvallers (€ 0,5 miljoen).

Lagere uitgaven voor postactieven zijn veroorzaakt doordat:

  • verzekeringsmaatschappijen minder kosten in rekening hebben gebracht, dan zij aanvankelijk hadden voorzien, voor aanspraken van oud-werknemers (€ 0,8 miljoen).

Materiele uitgaven

Lagere uitgaven voor ICT zijn met name veroorzaakt door:

  • vertraging van de vernieuwing van het bedrijfsvoeringssysteem SAP wwardoor uitgaven pas in 2023 worden gedaan (€ 1,1 miljoen);

  • diverse mee-en tegenvallers (€ 0,1 miljoen).

Bijdragen aan Rijksbrede SSO's zijn het gevolg van:

  • vertraagde facturering waardoor uitgaven pas in 2023 plaatsvinden (€ 0,4 miljoen);

  • diverse mee- en tegenvallers (€ 0,1 miljjoen).

Lagere overige materiele uitgaven heeft diverse oorzaken teweten:

  • diverse vertragingen in de facturering (1,5 miljoen);

  • lagere uitgaven HGIS-attachees (€ 0,1 miljoen);

  • uitstel van het Nationaal Klimaat Platform waar al een bijdrage van EZK was ontvangen (€ 0,3 miljoen)

  • vertaging in de opdrachtverstrekking door de Commissie OFL a.g.v. o.a de Stikstofcrisis (€ 0,3 miljoen);

  • a.g.v. een heraanbesteing van de Haagse inkoopsamenwerking lopen kosten door naar 2023 (€ 0,3 miljoen);

  • vertraging in de ontvangsten voor EU-projecten waardoor uitgaven doorlopen naar 2023 (PBL € 0,5 miljoen);

  • diverse mee-en tegenvallers (€ 1,5 miljoen).

Ontvangsten

Hogere ontvangsten zijn het gevolg van:

  • door ANVS in rekening gebrachte kosten voor externe advisering voor het vergunningentraject Pallas (€ 2,8 miljoen);

  • vertraging ontvangsten voor EU-projecten (PBL -/- € 0,4 miljoen);

  • minder interne dienstverlening (-/- € 1 miljoen);

  • overlopende ontvangsten uit 2021 (€ 1,5 miljoen)

  • met ILT verrekende creditnota voor facilitaire dienstverlening in 2021 (-/- € 0,9 miljoen);

  • ontvangsten op uit-detacheringen (€ 0,6 miljoen);

  • diverse mee- en tegenvallers (€ 0,2 miljoen).

Licence