Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.8 Artikel 20 Lucht en Geluid

Het bevorderen van een solide en gezonde leefomgeving door de luchtkwaliteit te verbeteren en door geluidhinder te voorkomen of te beperken.

Regisseren

Om een solide en gezonde leefomgeving te realiseren op het gebied van luchtkwaliteit en geluid, regisseert de Minister van IenW de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese luchtkwaliteits- en geluidbeleid. Meer specifiek is de Minister van IenW verantwoordelijk voor:

  • de coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van grenswaarden en plafonds voor emissies van luchtverontreinigende stoffen, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en (zo nodig) de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen, grenswaarden en plafonds hebben betrekking op verbetering van de luchtkwaliteit en op bronbeleid voor geluid- en industriële emissies.

  • de ondersteuning van gemeenten en provincies bij het toezicht op de naleving van algemene regels en bij de vergunningverlening ter vermindering van luchtemissies bij de industrie en bij een juiste toepassing van de geluidregelgeving.

  • de implementatie van de geluidregelgeving (wet SWUNG20) waarmee een optimale gezondheidsbescherming van burgers en flexibiliteit voor de beheerders van rijkswegen en hoofdspoorwegen wordt beoogd. SWUNG-2, fase 2 van de herziening van de geluidwetgeving, zal de aanpak van geluidhinder op gemeentelijk en provinciaal niveau versterken. Deze nieuwe geluidregels zijn ondergebracht in de Omgevingswet die in 2022 in werking treedt. Lagere overheden worden ondersteund bij de uitvoering van de geluidregels.

Stimuleren

Om de milieudoelen op het gebied van luchtkwaliteit en geluid te behalen, is het belangrijk deze op een proactieve wijze met maatschappelijke partners te delen. Daarom stimuleert de Minister van IenW:

  • het aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden en kennisorganisaties om het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het Schone Lucht Akkoord (SLA) en SWUNG (geluid) tot een succesvolle uitvoering te brengen;

  • een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om zo te komen tot een vermindering van gezondheidsrisico’s door luchtverontreiniging, via het Schone Lucht Akkoord. Hiermee werkt het kabinet – conform het advies van de Gezondheidsraad – toe naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2030.

  • medeoverheden tot uitvoering van maatregelpakketten in het NSL en het Schone Lucht Akkoord om daarmee de Europese normen voor luchtkwaliteit te halen en toe te werken naar de bovengenoemde advieswaarden.

Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

Indicatoren en Kengetallen

Jaarlijks ontvangt de Tweede Kamer een monitoringsrapportage over de voortgang van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De monitoring dient om de voortgang van de uitvoering van het NSL te volgen en biedt een basis om het programma waar nodig bij te sturen. De monitoring betreft de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de uitvoering van projecten en maatregelen. De elfde rapportage is op 21 december 2020 aan de Kamer verzonden (Kamerstukken II 2020–2021 30 175, nr. 355).

Tabel 57 Overzichtstabel sanering verkeerslawaai

Sanering Wet Geluidhinder

Aantal woningen

Lokale infrastructuur

A-lijst

Overig

Totaal

Totaal

77.355

335.800

413.155

Uitgevoerd 1980–1990 (schatting)

 

40.000

40.000

Uitgevoerd 1990–2020

63.714

91.093

154.807

planning 2021

200

2.500

2.700

Restant per einde 2021

13.441

202.207

215.648

verwacht 2022

200

2.500

2.700

Gepland restant per einde 2022

13.241

199.707

212.948

    
    

Sanering Wet Geluidhinder

Aantal woningen

Rijksinfrastructuur

Rijkswegen

Spoorwegen

Totaal

Opgave cf Bijlage 5 Bgm

775

5.330

6.105

gereed t/m 2020

680

3.550

4.230

planning 2021

 

625

625

Restant einde 2021

95

1.155

1.250

verwacht 2022

0

250

250

Gepland restant per einde 2022

95

905

1.000

Bron: Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV)

Toelichting

De eerste tabel betreft de sanering vanwege gemeentelijke en provinciale wegen, zoals die door gemeenten wordt uitgevoerd onder regime van de Wet geluidhinder. De A-lijst betreft hierin woningen met de hoogste geluidsbelastingen. In 2020 zijn de laatste projecten gestart die de komende jaren worden uitgevoerd. Als in 2022 ook de sanering onder regime van de Omgevingswet start, zullen naar verwachting de eerste woningen als gesaneerd worden aangemeld. Daar is op dit moment echter nog geen inschatting van te maken, zodat voor dit prestatiecijfer nog geen melding wordt gemaakt.

De tweede tabel heeft betrekking op de sanering rijksinfrastructuur zoals die op grond van overgangsrecht (Bijlage 5 bij het Besluit geluidhinder milieubeheer) nog onder regime van de Wet geluidhinder wordt afgerond en die wordt bekostigd vanuit het Mobiliteitsfonds. Deze sanering kent een ander normenkader dan de sanering vanwege rijksinfrastructuur die momenteel door RWS en ProRail wordt uitgevoerd onder de Wet milieubeheer. Deze sanering is opgenomen onder beleidsartikel 14. Voor de resterende 95 woningen langs Rijkswegen is nu gepland dat deze in 2023 worden gesaneerd. Voor het grootste deel van de 1780 nog te saneren woningen vanwege Spoorwegen is gepland dat deze na 2022 worden gesaneerd.

Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen in kton/jr.

Elk jaar worden nieuwe inzichten door de Emissie Registratie verwerkt in de cijfers. Dat kan betekenen dat ook cijfers voor gerealiseerde jaren nog enigszins worden aangepast. Zie ook de toelichting.

Tabel 58 Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen12

Emissies

NEC-Richtlijn

Realisatie

Herziene NEC-richtlijn

Raming op basis van voorgenomen beleid

Herziene NEC-richtlijn

Raming op basis van voorgenomen beleid

kton/jr

2010-2019

2019

2020 ‒ 2029

2020

2030 en verder

2030

SO2

50

23

48

26 [22 ‒ 28]

32

25 [17 ‒ 28]

NOx

260

230

205

191 [180 ‒ 198]

145

132 [117 ‒ 151]

NMVOS

185

238

182

150 [146 ‒ 154]

169

147 [138 ‒ 157]

NH3

128

123

134

126 [122 ‒ 130]

122

120 [110 ‒ 123]

PM2,5

15

15

12, 3 [11,7 ‒ 12,9]

13,1

10,8 [10,2 ‒ 11,7]

1

De cijfers voor de gerealiseerde jaren zijn afkomstig van de Emissieregistratie (), en daarmee in lijn met de NEC- definities die gelden voor realisatiejaren t/m 2019. De cijfers voor de 2020 en 2030 plafonds, en de 2020 en 2030 raming zijn afkomstig uit de KEV2020 (, en daarmee in lijn met de NEC-definities voor prognoses.

2

Deemissietotalen voor NOx en NMVOS (vluchtige organische stoffen, exclusief methaan) zijn conformde Richtlijn 2016/2284 exclusief de emissiesuit de agrarische bronnen mestbewerking en landbouwgronden

Toelichting

Voor de periode tot en met 2019 werkt de NEC-richtlijn met nationale emissieplafonds voor zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige koolwaterstoffen exclusief methaan (NMVOS) en ammoniak (NH3). Voor fijn stof (PM2,5) geldt tot 2020 geen emissieplafond. Uit de tabel blijkt dat met uitzondering van NMVOS de uitstoot in 2019 onder de overeenkomstige emissieplafonds lag. Toch is er ook in het geval van NMVOS geen sprake van overschrijding van de norm, omdat in het uitstootcijfer ook bronnen zijn meegerekend die in het verleden - bij het vaststellen van de NEC-richtlijn in 1999 -niet bekend waren. Het gaat met name om de emissiebronnen ¨kuilvoer´ en ¨mestverwerking¨ plus nog een aantal kleinere bronnen, die in totaal 54 kton emitteerden. De NEC-richtlijn voorziet erin dat deze hoeveelheid met toestemming van de Commissie van de totale uitstoot mag worden afgetrokken voordat deze wordt vergeleken met het nationale emissieplafond.

In december 2016 zijn de nieuwe doelstellingen voor luchtverontreinigende stoffen vastgelegd in een herziening van de NEC-richtlijn (EU) 2016/2284). In de tabel zijn de reductiepercentages uit de richtlijn omgerekend naar vrachten in 2020 en 2030, waarbij de emissietotalen van het basisjaar 2005 zijn bepaald conform de NEC-definities die gelden voor de herziene richtlijn. Zowel de nieuwe doelstellingen als de ramingen voor 2020 en 2030 zijn overgenomen uit de Emissieramingen Luchtverontreinigende stoffen, dat in april 2020 is uitgebracht door het PBL. Dit geldt ook voor de emissiecijfers voor 2020, want de officiële emissiecijfers worden in februari 2022 gepubliceerd. De getallen tussen de haakjes geven de bandbreedte aan. Uit de tabel blijkt dat de Nederlandse uitstoot van de vijf NEC-stoffen voor alle jaren vanaf 2020 op basis van de huidige inzichten beneden de nationale emissieplafonds zal liggen. Hierop is een kleine uitzondering: in 2030 ligt voor NH3 de raming met voorgenomen beleid in het slechtste geval 1 kiloton boven het doel. Als gevolg van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering zullen de ammoniakemissies richting 2030 verder dalen. Dit alles bevestigt het beeld dat Nederland tot en met 2030 blijft voldoen aan de emissiereductieverplichtingen van de NEC-richtlijn. Dit laat onverlet dat het kabinet volop blijft inzetten op een verdere emissiereductie om gezondheidsschade en de aantasting van de natuur verder terug te dringen. Een belangrijk instrument hierbij is het Schone Lucht Akkoord.

Het doel van het NSL is te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide en loopt tot de invoering van de Omgevingswet. Momenteel resteren in enkele gebieden met intensieve veehouderij (fijnstof) en in een binnenstedelijk gebied (stikstofdioxide) nog overschrijdingen, waaraan wordt gewerkt. De EU-normen zijn maximale toegestane waarden. Ook waar aan de normen wordt voldaan, is verdere verbetering van de luchtkwaliteit van belang om gezondheidswinst te realiseren. Daarom werkt het kabinet samen met medeoverheden aan de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord aan de hand van de uitvoeringsagenda 2021-2023. Het Schone Lucht Akkoord is gericht op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. Hiermee werkt het kabinet – conform het advies van de Gezondheidsraad (Bijlage bij Kamerstukken II 2017-2018 30 175, nr. 292) – toe naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2030. Het Rijk stelt evenals in 2021 ook in 2022 financiële middelen beschikbaar om decentrale overheden te ondersteunen bij de uitvoering van maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord. Het Ministerie van IenW heeft in totaal € 50 miljoen op het Mobiliteitsfonds (artikel 20.03) gereserveerd voor de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord voor de periode 2020-2023.

De Eerste Kamer heeft op 18 februari 2020 ingestemd met de aanvullingswet geluid waarmee geluidregels ondergebracht worden in de Omgevingswet. De verdere uitwerking in onderliggende regelgeving heeft plaatsgevonden, waarna het nieuwe stelsel in juli 2022 in werking zal gaan treden. Voorafgaand aan de besluitvorming over de aanvullingswet in de Eerste Kamer heeft intensieve afstemming met de koepels plaatsgevonden, gericht op beperking van de uitvoeringslasten van de toekomstige geluidregels. De afspraken die hierbij gemaakt zijn worden verwerkt in de definitieve teksten van het aanvullingsbesluit en de aanvullingsregeling geluid. Waar het geluidsanering betreft, is het van belang dat de saneringsoperatie verder wordt afgerond. Ook wordt de operatie onder de Omgevingswet gewijzigd waarbij verbreding plaatsvindt naar situaties met hoge geluidbelastingen die onder de Wet geluidhinder zijn ontstaan en wordt de efficiëntie van de uitvoering vergroot. Tot slot zijn met betrekking tot het bezien van mogelijkheden van het versterken van geluidbeleid op basis van het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) (Motie Schonis: Kamerstuk 35 000 A, nr. 60) verdere beleidswijzigingen verkend (Kamerstukken II 2019-2020, 29 383, nr. 343). De inzet is om dit de komende jaren te vertalen in concrete maatregelen en in specifieke wijzigingen van de regelgeving. Qua regelgeving gaat het om de doorvertaling in de geluidregels van de nieuwe inzichten ten aanzien van het verband tussen de blootstelling aan geluid en de kans op effecten zoals ernstige hinder en slaapverstoring bij bepaalde blootstelling aan geluid (dosis-effect relaties).

Tabel 59 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art. 20 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

31.647

36.451

25.492

30.514

31.177

38.198

38.342

        

Uitgaven

34.056

31.962

28.188

30.514

31.177

38.198

38.342

Waarvan juridisch verplicht

  

99%

    
        

1 Gezonde lucht en tegengaan geluidshinder

34.056

31.962

28.188

30.514

31.177

38.198

38.342

Opdrachten

4.799

7.747

3.324

3.483

3.483

3.493

3.501

Waarvan uitvoering geluid- en luchtsanering

4.514

7.136

3.324

3.483

3.483

3.493

3.501

Overige opdrachten

285

611

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

2.111

2.501

1.646

1.657

1.657

1.647

1.647

Waarvan bijdrage aan KNMI

0

10

10

10

10

0

0

Waarvan bijdrage aan RWS

2.111

2.491

1.636

1.647

1.647

1.647

1.647

Bijdrage aan medeoverheden

26.794

21.258

22.757

24.911

25.574

32.595

32.730

Programma NSL en SLA

0

5.000

0

0

0

0

0

Uitvoering geluidsanering

26.794

16.258

22.757

24.911

25.574

32.595

32.730

Bekostiging

352

456

461

463

463

463

464

        

Ontvangsten

1.891

1.000

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

1 Gezonde lucht en tegengaan geluidshinder

De bijdragen aan medeoverheden in het kader van de wettelijke taken inzake de sanering van het wegverkeerslawaai zijn juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht door lopende opdrachten inzake de uitvoering van de subsidieregeling sanering verkeerslawaai.

De middelen op het financieel instrument bekostiging zijn eveneens juridisch verplicht en worden aangewend voor (onderzoeks-)opdrachten aan TNO op de beleidsterreinen lucht en geluid.

Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor (onderzoeks)opdrachten op bovengenoemde beleidsterreinen.

1 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

Opdrachten

Het Ministerie van IenW verstrekt uitvoerings- en onderzoeksopdrachten in het kader van geluidhinder en luchtkwaliteit. Ten aanzien van het beleidsterrein geluidhinder gaat het met name om de opdrachtverlening aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV), dat namens het Ministerie van IenW zorg draagt voor de uitvoering van de geluidsanering voor gemeentelijke en provinciale infrastructuur.

Ten aanzien van het beleidsterrein Luchtkwaliteit gaat het met name om een opdracht aan de Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) voor de normontwikkelingen inzake emissiemetingen, geurmetingen, werkplek- en buitenluchtmetingen en sensoren luchtkwaliteit.

Bijdrage aan agentschappen

RWS

Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van diverse werkzaamheden ten behoeve van het programma lucht en geluid. Het gaat hierbij onder meer om de algemene ondersteuning en het voeren van het secretariaat, de monitoring van de voortgang en doelbereik in het kader van de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord en vraagstukken in relatie tot het programma geluid.

Bijdrage aan medeoverheden

Hierbij gaat het om de bijdragen aan provincies en gemeenten voor het uitvoeren van saneringsmaatregelen met betrekking tot geluidhinder door het verkeer. Dit in het kader van de subsidieregeling Sanering Verkeerslawaai.

Bekostiging

Jaarlijks bekostigt het Ministerie van IenW een deel van het milieuonderzoeksprogramma van TNO.

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is een bedrag van € 0,365 miljoen aan subsidieverplichtingen voor het jaar 2022 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van een subsidie voor het Milieuonderzoeksprogramma aan TNO. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening(en) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Over de invulling van dit programma worden afspraken gemaakt met TNO, mede om te borgen dat het onderzoek en de resultaten dienstbaar zijn aan de beleidsontwikkeling en -onderbouwing door IenW.

20

SWUNG: Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid

Licence