Base description which applies to whole site

3.7 Artikel 19 Internationaal Beleid

IenW zet zich in het internationale domein in voor een klimaatbestendige en duurzame infrastructuur en leefomgeving. Met het agenderen van onderzoek en beleid, de ontwikkeling van internationale beleidsinstrumenten, de uitwisseling van kennis en expertise, het creëren van draagvlak en het versterken van marktkansen voor de Nederlandse IenW-sectoren, zet IenW gericht in op internationale samenwerking met overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de klimaatweerbaarheid, duurzaam waterbeheer, slimme en groene mobiliteit en circulaire economie in binnen- en buitenland te versterken.

Tabel 63 Samenvatting budgettaire gevolgen van beleid art. 19 per subthema (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

70.348

16.431

10.955

11.720

12.699

12.757

12.682

        

Uitgaven

73.422

12.018

11.377

11.349

12.088

12.146

12.071

        

Uitgaven onderverdeeld per subthema

       

2 Internationaal beleid coödinatie en samenwerking

73.422

12.018

11.377

11.349

12.088

12.146

12.071

        

Ontvangsten

1.868

1.335

0

0

0

0

0

Regisseren

De Minister van IenW bepaalt de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale transport- en milieubeleid. Meer specifiek is de Minister van IenW verantwoordelijk voor:

  • De uitvoering van de voor IenW relevante SDG's uit de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling.

  • De regie op de internationale aspecten van het IenW-beleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daartoe horen onder andere de Transport- en Milieuraad van de EU, de UNECE, de OESO, OESO-ITF en UN Environment.

  • Het opstellen en uitdragen van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema's.

  • De nationale en Europese beleidscoördinatie op het gebied van satellietnavigatie en de IenW-inzet op het gebruik van satellietdata en satellietnavigatie.

Het internationale IenW-beleid vindt niet alleen zijn grondslag in dit beleidsartikel. Specifieke rollen en verantwoordelijkheden van de Minister op de verschillende beleidsterreinen van IenW zijn bij de betreffende artikelen vermeld.

Stimuleren

De Minister van IenW ontplooit ook diverse activiteiten om de nationale doelen van de transities naar een circulaire economie, een klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving en duurzame mobiliteit te bereiken door verbinding met internationale activiteiten.

  • Het onderhouden van een netwerk met landen, EU-instellingen en mondiale organisaties, denktanks en non-gouvernementele organisaties. Dit netwerk is cruciaal om tijdig (nieuwe) internationale ontwikkelingen te signaleren die van invloed (kunnen) zijn op de IenW-terreinen en het ontwikkelen van een visie en strategie voor de internationale beleidsinzet.

  • Voor ondersteuning van beleidsontwikkeling neemt IenW deel aan diverse bilaterale en multilaterale overleggen (formeel en informeel) gericht op de totstandkoming van coalities met gelijkgezinde landen.

  • Gerichte financiële ondersteuning van het werk van (inter)nationale organisaties die zich inzetten voor de bevordering van internationale samenwerking en overdracht/uitwisseling van kennis.

  • Ten slotte zet IenW samen met andere staten en actoren in op het bevorderen van concrete internationale samenwerking en activiteiten in internationale multi-stakeholderpartnerschappen

(Doen) Uitvoeren

IenW heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het gaat hier om een aantal uitvoerende taken in het kader van de Europese programma’s Horizon Europe, Connecting Europe Facility (CEF), Trans European Transport Network (TENT), Interreg en LIFE.

Indicatoren en Kengetallen

De IenW-ambities kunnen door de hoge mate van verwevenheid met de internationale arena alleen maar effectief worden gerealiseerd in internationaal verband. Dit is niet alleen afhankelijk van de Nederlandse inzet, maar ook van de inbreng van partners en andere partijen. Het opnemen van kwantitatieve meetbare indicatoren gerelateerd aan het te realiseren doel is in dit verband zelden relevant of toepasselijk. Waar mogelijk zijn deze opgenomen bij de diverse beleidsartikelen.

Beleidswijzigingen

De belangrijkste wijzigingen op het terrein van internationaal beleid worden beschreven in de beleidsagenda. De internationale taken van IenW zijn bij verschillende dienstonderdelen belegd en worden op diverse beleidsartikelen gepresenteerd en verantwoord.

Tabel 64 Budgettaire gevolgen van beleid art. 19 (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

70.348

16.431

10.955

11.720

12.699

12.757

12.682

        

Uitgaven

73.422

12.018

11.377

11.349

12.088

12.146

12.071

        

2 Internationaal beleid coördinatie en samenwerking

73.422

12.018

11.377

11.349

12.088

12.146

12.071

Opdrachten

6.733

4.823

4.613

5.035

7.419

7.476

7.401

Uitvoering Intereg

437

1.162

543

480

220

220

220

Uitvoering HGIS

2.011

843

1.408

2.200

2.200

2.200

2.200

Uitvoering niet-HGIS

3.802

1.229

814

1.238

1.040

1.043

1.008

Overige opdrachten

483

1.589

1.848

1.117

3.959

4.013

3.973

Subsidies

301

1.909

1.692

1.692

247

248

248

Interreg

35

1.819

1.622

1.622

247

248

248

Overige subsidies

266

90

70

70

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

59.698

2.464

2.278

2.278

2.278

2.278

2.278

Waarvan bijdrage aan RIVM

46.275

0

0

0

0

0

0

Waarvan bijdrage aan RWS

401

422

398

398

398

398

398

Waarvan bijdrage aan RVO

13.022

1.912

1.880

1.880

1.880

1.880

1.880

Overige bijdragen aan agentschappen

0

130

0

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

4.740

2.422

2.394

2.344

2.144

2.144

2.144

Waarvan bijdragen HGIS

4.010

2.222

2.194

2.144

2.144

2.144

2.144

Budgetflexibiliteit

Onderstaand is in lijn met de voorschriften uit de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften een kwalitatieve toelichting voor de juridisch verplichte uitgaven opgenomen. Zie voor een nadere toelichting de ‘wijzigingen RBV 2022’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

Tabel 65 Budgetflexibiliteit
 

2023

juridisch verplicht

85%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

10%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

5%

Toelichting

Van het totale budget voor artikel 19 is voor 2023 85% juridisch verplicht.

Opdrachten

Van het opdrachtenbudget is circa 74% juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen voor onder meer de exploitatie kosten van het Galileo Reference Center te Noordwijk en het Galileo Sensor Station op Bonaire. Ook de opdrachten inzakede door de Europese secretariaten te leveren technische bijstand in het kader van de Interreg V en VI programma's zijn juridisch verplicht. Dit geldt eveneens voor de opdracht aan het Nederlands Space Office voor de dienstverlening in het kader van het programma ruimtevaart.

Subsidies

Het subsidiebudget is op grond van de subsidieregelingen Interreg en incidentele toekenningen 100% juridisch verplicht. Voor het volledige subsidieoverzicht wordt verwezen naar bijlage 5 in deze begroting. De subsidies hebben een tijdshorizon.

Bijdragen aan agentschappen

De uitgaven voor de agentschapsbijdragen RWS en RVO zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter. De bijdrage aan RWS heeft onder andere betrekking op capaciteitsinzet voor de uitvoering van de Antarcticaregelgeving. De bijdrage aan de RVO zijn bestemd voor de uitvoering van de subsidieregelingen Interreg V en Interreg VI en de capaciteitsinzet voor de uitvoering van enkele Europese programma's.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan internationale organisaties is voor 79% juridisch verplicht. Het betreft hier uitgaven op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken. 

Bekostiging

De middelen zijn 100% juridisch verplicht en betreffen de laatste 20% van de bekostiging van Stichting Global Center on Adaptation over 2022. De eindafrekening vindt plaats in 2023.

2 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

Opdrachten Uitvoering HGIS

Het ministerie van IenW draagt op het gebied van ruimtevaart bij aan de exploitatiekosten van het Galileo Reference Center (GRC). Ook worden de middelen aangewend voor activiteiten in het kader van internationale diplomatie, waaronder het uitvoeren van missies voor het bedrijfsleven en het ondersteunen en faciliteren van delegaties en internationale bijeenkomsten.

Opdrachten Uitvoering niet HGIS

Voor het benutten van de innovatiecapaciteit van data afkomstig van satellietinstrumenten is een pilotprogramma opgezet samen met het Netherlands Space Office (NSO) waarin onderzoeksvragen worden uitgewerkt en diverse ruimtevaartprojecten worden uitgevoerd. Binnen de beleidsverantwoordelijkheid voor de Europese programma’s voor satellietnavigatie (Galileo en EGNOS) wordt samengewerkt met kennis- en uitvoeringsorganisaties aan de ontwikkeling van de Europese infrastructuur en op het toekomstige beheer van de overheidsdienst van Galileo. IenW maakt ook gebruik van de diensten van NSO ter ondersteuning van deze beleidsverantwoordelijkheid.

Hiernaast zijn middelen gereserveerd voor de exploitatiekosten (gebruiksvergoeding) van het Galileo Sensor Station op Bonaire ten behoeve van het wereldwijde satelliet navigatiesysteem Galileo.

Daarnaast zijn middelen gereserveerd voor de technische bijstand in het kader van het Interreg VI programma.

Subsidies

De middelen zijn bestemd voor de subsidieverlening in het kader van het programma Interreg.

Interreg VI is een Europese subsidieregeling waarin partijen uit meerdere landen samenwerken op het terrein van energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en regionale gebiedsontwikkeling. Met de beschikbare middelen wordt de Nederlandse bijdrage voor de kosten van de internationale uitvoering en de uitvoering in Nederland gefinancierd. Hiermee wordt de deelname van Nederlandse organisaties aan de transnationale en interregionale programma’s van Interreg bevorderd. Via de projectstimuleringsregeling Interreg VI worden subsidies verstrekt in de voorbereiding en indiening van Interreg-projectvoorstellen. Het gaat hierbij om de programma periode 2021-2027.

Daarnaast zijn er middelen gereserveerd ter afronding van Interreg V (programma periode 2014- 2020). De laatste projecten binnen dit programma worden uiterlijk in 2023 afgerond.

Bijdrage aan agentschappen

RVO

IenW heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (uitvoering van subsidieregelingen en ander beleidsondersteunende werkzaamheden). De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de subsidieregelingen Interreg V en Interreg VI en de capaciteitsinzet voor de uitvoering van Europese programma's zoals LIFE, CEF/ TEN-T en Horizon.

RWS

Dit betreft de bijdrage voor capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van de Antarctica regelgeving en ondersteunende activiteiten in het kader van economische diplomatie en overige Europese programma's zoals Horizon.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het ministerie van IenW kent op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken financiële bijdragen toe aan (inter)nationale organisaties. Dat is nodig om de kosten te dekken van de doorlopende ontwikkeling van het desbetreffende verdrag of de organisatie. In onderstaande tabel zijn de (verwachte) bijdragen en contributies vanuit dit artikel voor 2023 vermeld.

Tabel 66 Bijdragen (inter)nationale organisaties (bedragen x € 1.000)

United Nations Environment Programme (UNEP)

615

UNECE CLRTAP-verdrag (grensoverschrijdende luchtverontreiniging)

75

UNECE CLRTAP Coordination Centre for Effects

78

UNECE PRTR-verdrag (emissieregisters)

20

Verdrag van Rotterdam (melding vooraf export chemicaliën)

46

Verdrag van Stockholm (persistente organische stoffen)

75

Verdrag van Bazel (overbrenging gevaarlijk afval)

70

OESO Programme on Chemical Accidents (voorkomen en bestrijden van gevolgen van chemische ongelukken)

35

Cartagenaprotocol (verdrag over veiligheid van grensoverschrijdend vervoer van levende ggo's)

45

UNECE Aarhus-verdrag (toegang tot informatie, besluitvorming en rechter)

50

UNECE Helsinki-verdrag (bescherming tegen industriële ongevallen)

30

Verdrag van Minamata (Uitfasering kwik)

50

China Council (adviesraad voor duurzame ontwikkeling)

100

Global Center On Adaptation (opzetten kennis- en dataplatform klimaatadaptatie)

320

Control of Chemicals (OESO) (veiligheid van chemische producten)

20

International Transport Forum (ontwikkelingen op vervoersgebied)

164

International Resource Panel (informatie over gebruik natuurlijke hulpbronnen)

100

Totaal

1.893

De resterende middelen worden ingezet voor het verstrekken van incidentele en vrijwillige bijdragen aan (inter)nationale organisaties voor activiteiten die het internationaal milieubeleid van het ministerie van IenW ondersteunen.

Licence