Base description which applies to whole site

4.4 Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor

Om ervoor te zorgen dat reizigers veilig, betrouwbaar en betaalbaar kunnen reizen van A naar B ontwikkelt, beheert en stuurt IenW de benutting van de hoofdspoorweginfrastructuur aan en stelt zij decentrale overheden in staat het Openbaar Vervoer buiten de hoofdspoorweginfrastructuur hiertoe te ontwikkelen, te beheren en te benutten. Daarbij zorgt IenW tegelijkertijd dat verladers van goederen over het spoor de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie beschouwen.

IenW zet in op een hoofdspoorweginfrastructuur en Openbaar Vervoer dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland, aan het behalen van de milieunormen en de sociale functie van het Openbaar Vervoer. Om deze doelen, die ook beschreven staan in de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (Kamerstukken II 2013-2014, 29 984, nr. 474), te behalen werkt IenW samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

(Doen) Uitvoeren

De Minister is verantwoordelijk voor een robuust mobiliteitssysteem van sterke verbindingen, sterke modaliteiten, voorspelbare reistijden en goede bereikbaarheid (zie ook artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid). Voor het Openbaar Vervoer en Spoor betekent dit dat de Minister zorgt voor:

  • Een concessie voor het vervoer over het hoofdrailnet (NS) waarin het aanbod van het reizigersvervoer op het hoofdrailnet is vastgelegd.

  • De uitvoering van het beheer, onderhoud en vervanging van railinfrastructuur, verkeersleiding, capaciteitsmanagement en het oplossen van veiligheidsknelpunten door ProRail onder aansturing van IenW (via de beheerconcessie). Deze activiteiten zijn terug te vinden op het Infrastructuurfonds (artikel 13).

  • De besluitvorming over en uitvoering van investeringen in de hoofdspoorweginfrastructuur (incl. stations) in relatie tot gebiedsontwikkeling. Aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd. De middelen worden beschikbaar gesteld via het Infrastructuurfonds.

  • Een bijdrage aan de financiering (via het Provinciefonds of de BDU) van het gedecentraliseerde Openbaar Vervoer.

  • Een concessie voor de Waddenveren (met uitzondering van Texel).

  • De financiering (via het Infrastructuurfonds) van het programma Beter Benutten Decentraal Spoor.

  • Het vormgeven (in saneringsplannen) en uitvoeren van de aanpak van hoge geluidsbelastingen langs het hoofdrailnet door middel van het Meerjarenprogramma geluidsanering (MJPG).

  • Om onder meer de veiligheid verder te verhogen wordt het European Railway Traffic Management System (ERTMS) ingevoerd.

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het beleid inzake openbaar vervoer (per trein, bus, tram, metro, taxi en waddenveren), waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. IenW zorgt voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan via wet- en regelgeving, aansturing van ProRail en NS in het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations en afspraken met decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Uitvoering vindt plaats door middel van samenwerking in de gehele ov-keten en de gehele goederenketen. Het beleid stimuleert en faciliteert deze samenwerking.

Deze regierol wordt ingevuld door:

  • Regelgeving en afspraken over voorzieningen- en kwaliteitsniveaus bij infrastructuur in het kader van veiligheid, betrouwbaarheid, doorstroming en duurzaamheid.

  • Regelgeving en afspraken over concessieoverstijgende onderwerpen waar het voor de reiziger van belang is dat zaken uniform geregeld worden, ongeacht de vervoerder of concessie (zoals sociale veiligheid, toegankelijkheid, ov-chipkaart, taxivervoer en ov-data).

  • Regelgeving en afspraken over de benutting van de ov-infrastructuur en de ordening van de ov-markt. Hierbij worden de aanbevelingen van de parlementaire enquête Fyra betrokken.

  • Het stimuleren van de samenwerking in de gehele ov-keten en de spoorgoederenvervoerketen, door het organiseren van platforms en tafels.

  • De inzet van de Beleidsimpuls railveiligheid (Kamerstukken II 2015-2016, 29 893, nr. 204), waarin de prioriteiten in de veiligheidsaanpak voor de komende jaren zijn benoemd, zoals het Landelijke Verbeterprogramma Overwegen, het programma niet-actief beveiligde overwegen (nabo), het STS-verbeterprogramma (reductie stop tonend sein passages), suïcidepreventie en externe veiligheid langs het spoor en bij emplacementen.

Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

In november 2018 is de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 16: Openbaar Vervoer en Spoor afgerond. Conform De Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) is onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. In het kader van deze beleidsdoorlichting zijn de indicatoren op artikel 16 aangepast.

Tabel 24 Indicator: spoorveiligheid (naar risicodrager)

Indicator

2016

2017

2018

2019

20201

2021

Aantal STS-passages

100

105

137

142

95

n.n.b.

Waarvan gevaarpunt bereikt

39

36

26

34

20

n.n.b.

Aanrijding op overwegen2

37

34

35

46

28

n.n.b.

Aantal dodelijke slachtoffers bij aanrijdingen op overwegen

4

6

14

9

5

n.n.b.

Aantal spoorsuicides

221

215

194

194

198

n.n.b.

Totaal aantal treinkm’s

158 mln.

160 mln.

164 mln.

165 mln.

152 mln.

n.n.b.

1

De gerealiseerde cijfers in 2020 zijn gecorrigeerd t.o.v. de gepubliceerde cijfers in de Begroting 2021 om overeen te komen met het ILT Jaarverslag Spoorveiligheid 2020.

2

De gerealiseerde cijfers in 2016 t/m 2020 zijn gecorrigeerd t.o.v. de gepubliceerde cijfers in de Begroting 2021 om overeen te komen met het ILT Jaarverslag Spoorveiligheid 2020.

Toelichting

Hierboven staat een aantal indicatoren voor spoorveiligheid zoals deze worden gehanteerd in de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020-2025. Over de indicatoren wordt jaarlijks gerapporteerd op basis van het Jaarverslag Spoorveiligheid, opgesteld door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in functie als National Railway Safety Authority. Hierin worden de indicatoren in samenhang met de achterliggende veiligheidsrisico’s nader toegelicht.

Voor meer indicatoren op het thema spoorveiligheid geeft de website https://prestaties.prorail.nl/veiligheid/ van ProRail de laatste inzichten.

De ILT benoemt het Nederlandse spoor als één van de veiligste in Europa. Het aantal aanrijdingen op overwegen is in 2020 sterk gedaald. Ook het aantal dodelijke slachtoffers op overwegen nam af. Daaruit kan niet rechtsreeks geconcludeerd worden dat het spoor veiliger geworden is, omdat ook het aantal treinkilometers afnam vanwege de afgenomen vervoersvraag door de coronamaatregelen.

Het aantal stop­tonend seinpassages (STS) daalde duidelijk in 2020 ten opzichte van 2019 met 33%. Deze daling hangt samen met een afname van STS-­passages op rangeerterreinen. De in 2018 ingevoerde werkwijze om rangeerterreinen op afstand te leiden, lijkt zijn vruchten af te werpen. Uit een analyse van NS blijkt dat het nieuwe systeem ‘Oogst Remcurve Bewaking In Trein (ORBIT)’ ook invloed heeft op de daling van STS­-passages.

Het aantal suïcides op het spoor nam sinds 2015 af, maar is de afgelopen drie jaar ongeveer gelijk gebleven. Het aantal suïcides op het spoor daalde daarmee eerder en relatief meer dan het totale aantal suïcides in Nederland. Onder regie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt gewerkt aan een verdere afname van het aantal suïcides. Dit jaar wordt het programma Suïcidepreventie, afhandeling en nazorg op het spoor 2017–2021 afgerond. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat maatregelen zoals die uit het programma effectief zijn, en dat deze ertoe leiden dat in Nederland jaarlijks ongeveer 85 suïcides op het spoor worden voorkomen.

De gegevens over 2021 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het publiceren van dit jaarverslag. Een deel van deze informatie zal worden aangeboden bij de ontwerpbegroting 2023 en het jaarverslag 2022.

Tabel 25 Kengetal: Klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer

Indicator

2018

2019

2020

2021

Totaaloordeel

7,7

7,8

n.b.

n.n.b.

Veiligheid

8,1

8,2

n.b.

n.n.b.

Snelheid

7,4

7,6

n.b.

n.n.b.

Gemak

7,4

7,6

n.b.

n.n.b.

Comfort

7,9

8

n.b.

n.n.b.

Beleving

7,2

7,4

n.b.

n.n.b.

Personeelsmonitor1

7,0

n.b.

6,7

n.b.

1

De personeelsmonitor wordt eens in de twee jaar uitgevoerd.

Toelichting

De ov-klantenbarometer is het klanttevredenheidsonderzoek voor het openbaar vervoer. De ov-klantenbarometer is in 2019 geheel vernieuwd ten opzichte van de eerdere edities. Omdat de meetmethodiek is aangepast, zijn er geen vergelijkbare gegevens van voor 2018 bekend.

De onderwerpen zijn clusters, waarin de volgende zaken zijn meegenomen:

  • Veiligheid: veiligheid rit, algemeen, halte/station;

  • Snelheid: frequentie, overstaptijd, reissnelheid, punctualiteit;

  • Gemak: gebruiksgemak ov-kaart, vervoersbewijs kopen, info halte, informatie rit, info vertragingen;

  • Comfort: klimaat, instappen, zitplaats, overlast, rijstijl;

  • Beleving: inrichting, netheid, klantvriendelijkheid, geluid;

  • Personeelsmonitor: sociale veiligheid medewerkers. De personeelsmonitor wordt tweejaarlijks onderzocht en gepubliceerd.

In verband met de coronacrisis is het enquêteren voor de OV-Klantenbarometer 2020 op 12 maart 2020 stilgelegd. Dit in verband met de veiligheid van reizigers en enquêteurs en de oproep van de overheid om het openbaar vervoer alleen voor noodzakelijke reizen te gebruiken. Daarmee zijn er voor 2020 geen statistisch representatieve cijfers beschikbaar op het niveau van de afzonderlijke onderzoeksgebieden.

De gegevens over 2021 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het publiceren van dit jaarverslag. Een deel van deze informatie zal worden aangeboden bij de ontwerpbegroting 2023 en het jaarverslag 2022.

Tabel 26 Indicator: Punctualiteit en goederenvervoer

Indicator

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Treinpunctualiteit reizigersverkeer

89,40%

90,50%

91,50%

91,90%

93,50%

93,50%

Treinpunctualiteit goederenvervoer

73,70%

74,70%

69,30%

69,70%

70,10%

66,30%

Impactvolle storingen op de infrastructuur

n.b.

628

542

435

361

406

Vervoerd ladinggewicht per spoor (in miljoen ton)1

42,62

41,19

41,58

42,65

40,02

n.n.b.

Aantal ov-chipkaart transacties

2,5 mld.

2,5 mld.

2,7 mld.

2,8 mld.

1,47 mld.

n.n.b.

Aantal instappers regionale treinen2

48,9 mln.

52,1 mln.

51,7 mln.

50,9 mln.

27,2 mln.

n.n.b.

Aantal instappers NS3

1,24 mln.

1,26 mln.

1,28 mln.

1,34 mln.

0,59 mln.

0,62 mln.

1

Op basis van de meest actuele rapportages zijn de gegevens in onderstaande tabel geactualiseerd (voor het jaar 2019 en 2020).

2

Totaal aantal instappers regionale treinen over het gehele jaar.

3

Gemiddelde aantal instappers per werkdag. Doordat de overzichten van NS in- en uitstappers weergeven zijn de aantallen bij de indicator ‘Aantal instappers NS’ abusievelijk structureel te hoog gerapporteerd. Dit is nu gecorrigeerd.

Toelichting

Bovenstaande cijfers geven inzicht in de punctualiteit van het spoorsysteem, het aantal impactvolle storingen en de aantallen goederen en reizigers die over het spoor vervoerd worden.

Voor meer indicatoren op het thema punctualiteit geeft de website https://prestaties.prorail.nl/ van ProRail de laatste inzichten.

Een deel van de gegevens over 2021 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het publiceren van dit jaarverslag. Een deel van deze informatie zal worden aangeboden bij de ontwerpbegroting 2023 en het jaarverslag 2022.

De Coronapandemie heeft ook dit jaar impact gehad op onderdelen van het beleid en de begroting van dit beleidsartikel. Desondanks waren het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten grotendeels volgens verwachting en zoals vermeld in de begroting 2021.

Het kabinet heeft maatregelen genomen om het openbaar vervoer ook in 2021 als vitale sector voor reizigers beschikbaar te houden gedurende de Coronapandemie. De beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV) waartoe het kabinet heeft besloten maakt het mogelijk dat het OV-aanbod aan de reizigers voldoet aan de doelstellingen van bereikbaarheid, veiligheid en opschaalbaarheid. Alle aanvragen BVOV 2021 zijn beschikt en voorschotten uitgekeerd.

In januari 2021 heeft de Tweede Kamer de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Publiekrechtelijke omvorming ProRail ingepland. Deze heeft echter geen doorgang gevonden, omdat het wetsvoorstel na het aftreden van het kabinet controversieel is verklaard. Voor zover mogelijk zijn ProRail en IenW zich in de demissionaire periode blijven voorbereiden op een zorgvuldige implementatie.

Voor de toekomstige ontwikkeling van het openbaar vervoer werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met decentrale overheden en de OV-sector aan de uitwerking van het Toekomstbeeld OV. Begin 2021 is de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV gepresenteerd (Bijlage bij Kamerstuk II, 2020/21, 23645, nr. 746). Vervolgens zijn stappen gezet in de verdere doorvertaling van deze agenda.

Verder zijn de hoofdlijnen van het integrale besluit voor de marktordening op het spoor na 2024 nader uitgewerkt en uitgevoerd. Ook is het beleidsvoornemen aan de Tweede Kamer gestuurd tot concessieverlening voor de hoofdrailnetconcessie (Kamerstukken II 2020/21, 29984, nr. 930). De marktverkenning naar de mogelijkheden voor internationale verbindingen in open toegang is in 2021 afgerond (Kamerstukken II, 2021/22, 29984, nr. 955) en zal betrokken worden bij de verdere besluitvorming over dat programma van eisen voor de nieuwe hoofdrailnetconcessie.

Ook is in dit 'Europees Jaar van het Spoor’ volop aandacht geweest voor de rol van spoorvervoer bij de klimaatdoelstellingen. Op 29 maart 2021 presenteerde Staatssecretaris Van Veldhoven bij de start van het Europees jaar van het spoor in Lissabon de eerste conclusies van het platform International Rail Passengers transport. Van 1 september tot en met 7 oktober reed de Connecting Europe Express door Europa om gesprekken te faciliteren tussen Europese Commissie, spoorsector en bredere groep bij spoor betrokken stakeholders. In oktober deed de Connecting Europe Express ook Nederland aan en waren er bijeenkomsten over internationaal personenvervoer en spoorgoederenvervoer. Op 30 oktober vertrok de Rail to the Cop trein vanuit Amsterdam naar de klimaattop in Glasgow. Hierbij was onder andere de Nederlandse ambassadeur Year of Rail aanwezig.

Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid art.16 Openbaar Vervoer en Spoor (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde Begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

‒ 7.372

4.801

30.714

1.250.288

1.476.750

29.606

1.447.144

1

         

Uitgaven

18.804

15.728

31.659

1.000.175

1.226.262

28.309

1.197.953

 
         

1 OV en Spoor

18.804

15.728

31.659

33.413

107.423

28.309

79.114

 

Opdrachten

4.462

4.397

5.953

4.524

5.295

5.426

‒ 131

 

- OV & Stations

1.374

1.213

1.781

1.535

1.632

1.426

206

 

- Overige Opdrachten

3.088

3.184

4.172

2.989

3.663

4.000

‒ 337

 

Subsidies

11.053

7.975

21.951

17.922

23.881

19.483

4.398

2

- Maatregelen Spoorgoederenvervoer

0

0

14.521

14.329

18.469

15.161

3.308

 

- NS IC Dordrecht-Brabant

1.380

2.000

760

1.440

1.460

0

1.460

 

- GSM-R

3.572

0

0

0

0

0

0

 

- Bodemsanering NS percelen

0

0

0

0

0

0

0

 

- Overige Subsidies

6.101

5.975

6.670

2.153

3.952

4.322

‒ 370

 

Bijdragen aan agentschappen

912

936

964

921

899

869

30

 

- Waarvan bijdrage aan KNMI

44

45

45

46

47

46

1

 

- Waarvan bijdrage aan RWS

868

891

919

832

823

823

0

 

- Waarvan bijdrage RVO OVS ERTMS

0

0

0

43

29

0

29

 

Bijdragen aan medeoverheden

2.297

2.349

2.719

9.973

77.275

2.429

74.846

3

- CLU Betuweroute en HSL

2.297

2.349

2.719

2.485

2.450

2.429

21

 

- Bijdrage medeoverheden OVS

0

0

0

7.488

74.735

0

74.735

 

Bijdragen aan internationale organisaties

80

71

72

73

73

102

‒ 29

 
         

2 Maatregelenpakket OVS

0

0

0

966.762

1.118.839

0

1.118.839

 

Beschikbaarheidsvergoeding OV-sector

0

0

0

966.762

1.118.839

0

1.118.839

4

- Subsidies

0

0

0

966.762

1.118.839

0

1.118.839

 
         

Ontvangsten

3.497

375

249

597

885

0

885

 

NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoirebegroting, incidentele suppletoire begroting(en) en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB(s) die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De hogere realisatie op het verplichtingenbudget (€ 1.477,1 miljoen) wordt veroorzaakt door de verstrekking van de beschikbaarheidsvergoeding OV 2021 (€ 1.361,9 miljoen), het verstrekken van verschillende specifieke uitkeringen (€ 79,1 miljoen) waarvoor kasuitgaven ook in latere jaren gepland staan, de subsidie aan NS voor het exploitatietekort op de nachttrein Amsterdam – Wenen/Innsbruck voor de periode 2021 ‒ 2023 (€6,7 miljoen), de terugboeking naar het MF conform middelenafspraak met Financiën van de middelen voor de subsidieregeling derde spoor Duitsland (- € 2,9 miljoen), de ophoging van de verplichting voor de subsidie aan NS voor het exploitatietekort op de intercity verbinding Dordrecht Eindhoven (€ 1,5 miljoen) en het ophogen van de verplichting voor de tijdelijke subsidieregeling stimulering modal shift van weg naar spoor (€ 0,4 miljoen). Het resterende saldo van € 0,4 miljoen is het gevolg van meerdere kleine interne herschikkingen.

  • De hogere realisatie op het instrument Subsidies (€ 4,4 miljoen) wordt veroorzaakt door de ophoging en uitkering van het budget voor de subsidie aan NS voor de nachttrein Amsterdam – Wenen/Innsbruck (€ 2,2 miljoen), de terugboeking naar het MF conform middelenafspraak met Financiën van de middelen voor de subsidieregeling derde spoor Duitsland (- € 2,9 miljoen), de ophoging en uitkering van het budget voor de subsidie aan NS voor het exploitatietekort op de intercity verbinding Dordrecht Eindhoven (€ 1,5 miljoen), de hogere realisatie op de tijdelijke subsidieregeling stimulering spoorgoederenvervoer als gevolg van het ophogen van het subsidieplafond (€ 3,3 miljoen) en het ophogen en uitkeren van het budget voor de tijdelijke subsidieregeling stimulering modal shift van weg naar spoor (€ 0,4 miljoen).

  • De oorzaak van de hogere realisatie op het financiële instrument bijdragen aan medeoverheden (€ 74,8 miljoen) wordt veroorzaakt door de verstrekking van specifieke uitkeringen, uitgekeerd aan de provincie Groningen voor de rijksbijdrage Wunderline (€ 4,4 miljoen), aan de gemeente Almere (€ 0,8 miljoen) voor de fietsbereikbaarheid van het station Almere Centrum, de provincie Limburg ten behoeve van Heerlen-Landgraaf (€ 11,7 miljoen), aan de provincie Brabant ten behoeve van HOV Eindhoven (€ 10,7 miljoen), spooraansluiting Rail Terminal Gelderland te Valburg (€ 12,0 miljoen), de gemeente Nijmegen Heyendaal conform de BO MIRT afspraak (€ 6,5 miljoen), de provincie Utrecht ten behoeve van de fietsbrug over de A12 (€ 5,3 miljoen), provincie Overijssel ten behoeve van het traject Zwolle Enschede (€ 0,4 miljoen) en diverse specifieke uitkeringen aan provincies (€ 22,8 miljoen), welke in 2021 terug gestort waren omdat ze niet meer voldeden aan de voorwaarden van een decentrale uitkering. Het resterende saldo (€ 0,3 miljoen) betreft de uitgaven van het Schadeschap HSL-Zuid/A16/A4.

  • Dit betreft de realisatie van de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de verstrekking van de Beschikbaarheidsvergoeding voor het Openbaar Vervoer (BVOV).

1 OV en Spoor

Opdrachten

Dit betreffen voornamelijk contracten voor de implementatie van de OV-chipkaart, monitoring sociale veiligheid, het stimuleren van het beschikbaar stellen van (actuele) brongegevens voor reisinformatiediensten in het kader van het project Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV), de beheer- en vervoerconcessie, de uitbesteding van SWUNG1-taken, het onderzoek naar verbetermogelijkheden voor het rekenmodel trillingen spoorwegen, het onderzoek naar verplaatsingen in Nederland (OVIN) en aanpassingen in de spoorwegwetgeving. Ook wordt bijgedragen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en aan uitgaven voor onderzoek naar de marktordening van het openbaar vervoer. Daarnaast maakt de jaarlijkse vergoeding aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderdeel uit van deze middelen, wat een vergoeding is voor haar werk op het gebied van spoor zoals de Vervoerkamer. De Vervoerkamer reguleert de relatie tussen de beheerders en de gebruikers van het spoor.

Subsidies

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is een bedrag van € 18,5 miljoen gerealiseerd op de tijdelijke subsidieregeling stimulering spoorgoederenvervoer. Doel van deze tijdelijke subsidieregeling is het verbeteren van de positie van goederenvervoerders door het transport van goederen over het spoor goedkoper te maken door de spoorgoederenvervoerders een gedeeltelijke compensatie van de gebruiksvergoeding te verlenen. Deze subsidies worden verstrekt aan de goederenvervoerders.

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is een bedrag van € 2,2 miljoen gerealiseerd door de subsidie aan de NS voor het exploiteren van de nachttrein Amsterdam - Wenen/Insbruck.

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is een bedrag van € 1,5 miljoen gerealiseerd door de subsidie aan de NS voor het exploiteren van de intercity tussen Dordrecht en Eindhoven.

Bijdrage aan agentschappen

Rijkswaterstaat (RWS) heeft in 2021 in opdracht van IenW werkzaamheden in het kader van beleidsondersteuning en advies (BOA) uitgevoerd. Door middel van de agentschapsbijdrage is hiervoor capaciteit bij RWS gereserveerd.

Bijdrage medeoverheden

Dit betreft een jaarlijkse bijdrage voor de Complete Lijn Uitschakeling (waarbij bijvoorbeeld bij een incident een tracé als geheel wordt uitgeschakeld) en de inzet van de 25kV Spanningstester (CLU+) op de Betuweroute en HSL in het kader van de daartoe gesloten overeenkomst met de betrokken Veiligheidsregio’s.

Daarnaast werden er in 2021 verschillende specifieke uitkeringen verstrekt. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar hetgeen beschreven staat bijonder F. financiele toelichting.

Bijdragen aan internationale organisaties

Dit betreft een bijdrage aan de Organisation pour les Transports Internationaux Ferroviaires (OTIF). Deze internationale organisatie richt zich vooral op het creëren van een uniform rechtssysteem voor het vervoer van passagiers en vracht per rails.

2 Maatregelenpakket OVS

Beschikbaarheidsvergoeding OV-sector

Dit betreffen de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de verstrekking van de Beschikbaarheidsvergoeding voor het Openbaar Vervoer.

Tabel 28 Extracomptabele verwijzing naar artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds

2.156.464

 

Andere ontvangsten van artikel 13 Spoorwegen

 
 

Totale uitgaven op artikel 13 Spoorwegen

2.156.464

Waarvan

  

13.02

Beheer onderhoud en vervanging

1.595.770

13.03

Aanleg

370.296

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

190.398

13.07

Rente en aflossing

0

13.08

Investeringsruimte

0

Tabel 29 Extracomptabele verwijzing naar artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur van het Infrastructuurfonds

77.532

 

Andere ontvangsten van artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

 
 

Totale uitgaven op artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

77.532

Waarvan

  

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

77.532

14.02

Regionale Mob. Fondsen

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

0

Tabel 30 Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid en 17.10 PHS van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)
 
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer van het Infrastructuurfonds

289.079

 

Andere ontvangsten van artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

 
 

Totale uitgaven op artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

289.079

Waarvan

  

17.02

Betuweroute

0

17.03

Hogesnelheidstrein-Zuid

179

17.07

ERTMS

84.040

17.10

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

204.860

Tabel 31 Extracomptabele verwijzing naar artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)
   
  

2021

 

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikelonderdeel20.05 Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 
 

Andere ontvangsten van artikelonderdeel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 
 

Totale uitgaven op artikelonderdeel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 

Waarvan

  

20.05.02

Investeringsruimte Spoorwegen

0

Licence