Base description which applies to whole site

4.5 Artikel 17 Luchtvaart

Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse luchtvaartsector en het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam luchtvaartbestel voor goederen, passagiers en omwonenden.

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van de kaders en voor het binnen deze kaders (doen) realiseren van de gewenste ontwikkeling van de Nederlandse luchtvaart. De rol «regisseren» heeft betrekking op de volgende taken:

  • Voor een veilig en duurzaam gebruik van netwerken stelt de Minister normen en handhaaft deze. Daarbij valt te denken aan de wetgeving voor het Nieuw Normen- en Handhavingstelsel Schiphol om geluidshinder te beperken. Om de concurrentiekracht van de luchtvaart te versterken streeft de Minister internationaal naar een gelijk speelveld. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van de International Civil Aviation Organization (ICAO) en een gerichte bijdrage in de totstandkoming van Europese regelgeving inclusief een actieve rol in agentschappen als de European Aviation Safety Agency (EASA).

  • Voor het in stand houden en versterken van het luchtvaartnetwerk van verbindingen van Nederland met de rest van de wereld zijn internationale overeenkomsten cruciaal (multilateraal en bilateraal). De Minister sluit hiertoe overeenkomsten met de vanuit de Nederlandse luchtvaartpolitiek gezien belangrijke landen.

  • Daarnaast wordt mede vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomgeving de innovatie en de transitie naar een duurzame luchtvaart bevorderd.

  • IenW zorgt voor de regelgeving op het gebied van marktordening, passagiersrechten, veiligheid, milieu en security. Veel van deze regelgeving komt in internationaal of Europees kader tot stand. In deze kaders levert Nederland een actieve bijdrage gericht op de Nederlandse belangen.

  • De Minister richt zich nationaal en internationaal op het veiligstellen en verbeteren van de inrichting, het beheer en het gebruik van het luchtruim en op de verbetering van de prestaties van Luchtverkeersleiding Nederland en het Maastricht Upper Area Control Centre, een intensievere samenwerking tussen civiele en militaire luchtverkeersleidingsorganisaties (co-locatie) en een betere samenwerking van internationale luchtverkeersleidingsorganisaties binnen het Functional Airspace Block Europe Central (FABEC).

  • De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor duurzaamheid en voor een permanente verbetering van de veiligheid middels introductie van veiligheidsmanagement en toezicht gebaseerd op risico’s en veiligheidsprestatie.

  • De Minister richt zich op het veilig stellen van voldoende nationale luchthavencapaciteit en geeft invulling aan de wettelijke taken en verplichtingen ten aanzien van inrichting en gebruik van luchthavens en de omgeving.

  • Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpartijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.

  • Tevens draagt de Minister zorg voor een actieve inzet van Nederland in internationale gremia waar discussies worden gevoerd en besluiten worden genomen die van invloed zijn op het Nederlandse (mainport)beleid, zoals in de Europese Raad van Transportministers.

  • Het behalen van de doelstelling hangt af van de betrokkenheid van en samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven. Daarnaast spelen het innovatieve vermogen van en technologische ontwikkelingen in de luchtvaartsector, de internationale ontwikkelingen en ontwikkelingen in internationale organisaties (EU, Eurocontrol, EASA, ICAO, e.a.) een rol alsmede economische ontwikkelingen in Nederland.

Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

Tabel 32 1Indicator: Creëren van luchthavencapaciteit Schiphol
 

Basiswaarde

    

Realisatie

Plafond

 

2009

2017

2018

2019

2020

2021

 

Gerealiseerde vliegtuigbewegingen t.o.v plafond 500.000

395.800

495.000

497.400

497.100

272.771

239.130

500.000

 

79%

99%

99%

99%

55%

48%

100%

Bron realisatie: Schiphol, verkeer en vervoer cijfers. Bron streefwaarde: Kamerstukken II 2014-2015, 34 098, nrs 1-3)

1

Opgemerkt wordt dat hierbij de aantallen per gebruiksjaar (1 november tot en met 31 oktober) moeten worden bepaald, en niet per kalenderjaar, omdat het plafond betrekking heeft op een gebruiksjaar. Deze afwijking in jaren is het gevolg van mondiale afspraken over de zomer- en winterdienstregeling van luchtvaartmaatschappijen. De capaciteit over het (1 november 2019 tot en met 31 oktober 2020) is bepaald op 272.771 vliegtuigbewegingen. De capaciteit over het (1 november 2020 tot en met 31 oktober 2021) is bepaald op 239.130 vliegtuigbewegingen.

Toelichting

Voor de luchthaven Schiphol is in 2015 is het plafond voor vliegtuigbewegingen verlaagd naar 500.000 per jaar. Het Rijk had daarnaast de verantwoordelijkheid voor het creëren van capaciteit op de luchthavens Eindhoven en Lelystad.

Er is gewerkt aan het wettelijk verankeren van het Nieuwe Normen- en Handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol (NNHS). Dit is van belang voor de indicator over luchthavencapaciteit, omdat het aantal toegestane vliegtuigbewegingen een afgeleide is van deze regelgeving. De wet waarin dit stelsel is opgenomen, is op 30 maart 2016 gepubliceerd in het Staatsblad, maar nog niet formeel in werking getreden. Totdat het in voorbereiding zijnde LVB in werking is getreden, is het nieuwe stelsel formeel nog niet van kracht. Deze wijziging van het LVB voor de verankering van het NNHS is in 2020 in procedure gebracht.

Op 2 maart 2021 is de zienswijzeprocedure ten aanzien van Ontwerpwijziging LVB Schiphol gestart. In 2021 is geen verdere voortgang geboekt in de wijziging van het LVB vanwege controversieel verklaren van de parlementaire behandeling van het LVB toen het Kabinet demissionair werd en het nog verkrijgen van een vergunning voor Schiphol op grond van de Wet natuurbescherming. Zonder die vergunning, waarvoor het ministerie van LNV het bevoegd gezag is, kan het LVB niet door het ministerie van IenW worden gewijzigd.

Tabel 33 Indicator: Creëren extra luchthavencapaciteit Eindhoven en Lelystad
 

Basiswaarde 2009

Gerealiseerd t/m 2017

Gerealiseerd t/m 2018

Gerealiseerd t/m 2019

Gerealiseerd t/m 2020

Gerealiseerd t/m 2021

Streefwaarde 2021

Luchthaven capaciteit Eindhoven

0

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Luchthaven capaciteit Lelystad

0

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

Bron Eindhoven: Luchthavenbesluit Eindhoven 2014 (Kamerstukken II 2013–2014, 31 936, nr. 187) Vergunning burgermedegebruik exploitant militaire luchthaven Eindhoven ten behoeve van Eindhoven Airport N.V. (gebruiksjaren 2016 tot en met 2019) (Stcrt., 47829, nr. 28) Bron Lelystad: Luchthavenbesluit Lelystad (Staatsblad 2015 nr. 130)

Toelichting

In 2021 was als gevolg van de coronapandemie het aantal vliegtuigbewegingen vanaf de verschillende luchthavens significant lager dan de beschikbare capaciteit.

De ontwikkeling van Eindhoven en Lelystad (met in totaal 70.000 extra vliegtuigbewegingen op jaarbasis) moet ervoor zorgen dat Schiphol meer ruimte overhoudt voor mainportverkeer en de concurrentiepositie van Schiphol wordt versterkt, In 2021 gold net als in 2020 een stand-still van het aantal vliegtuigbewegingen op maximaal 41.500. Dit aantal is in de medegebruiksvergunning vastgelegd die namens de staatssecretaris van Defensie in overeenstemming met de minister van Infrastructuur en Waterstaat eind 2019 aan Eindhoven Airport werd afgegeven (Stcrt. 2019, 71975 en Kamerstukken II 2019-2020, 31 936, nr. 713). Ook zijn de geplande vluchten na 23:00 uur vanaf 25 oktober 2020 niet meer toegestaan. Deze zogenoemde stand-still is het gevolg van het advies van de heer Pieter van Geel ‘Opnieuw verbonden’ over de toekomst van Eindhoven Airport.

In 2021 is door de ministeries van IenW en Defensie verder gewerkt aan de implementatie van het nieuwe sturingsmodel voor geluid. De vermindering van de berekende, civiele geluidbelasting door Eindhoven Airport in 2026 staat daarbij centraal zodat er minder hinder is in de omgeving door vliegtuiggeluid. Over de stapsgewijze uitwerking van het sturingsmodel is de Tweede Kamer geïnformeerd met de brieven van 8 maart 2021, 16 juni 2021, 3 november 2021 en 17 december 2021 (Kamerstukken II 2020/2021, 31 936, nrs. 845 en 857, Kamerstukken II 2021/2022, 31 936, nr. 892 en nr. 898).

In januari 2021 heeft de Tweede Kamer het wijzigingsbesluit Lelystad Airport controversieel verklaard. Het ministerie van LNV heeft op 16 februari 2021 de ontwerpvergunning op grond van de Wet Natuurbescherming gepubliceerd (DGNVLG/ 20307842). Op diezelfde datum heeft het ministerie van IenW een brief gestuurd over de passende beoordeling inclusief de stikstofberekeningen en het effect op de Natura 2000-gebieden voor 10.000 en 45.000 vliegtuigbewegingen groot handelsverkeer aangevuld met klein verkeer. Tevens is in die brief gemeld dat de Verkeersverdelingsregel (VVR, regeling en besluit) wordt gepubliceerd in het Staatsblad (Kamerstukken II, 2020-2021,31936 nr. 839). In december 2021 is de Tweede Kamer geïnformeerd over spoor 1 van het programma Luchtruimherziening naar aanleiding van de motie Bontebal (Kamerstukken II, 2020-2021,31936 nr. 895).

Tabel 34 Indicator: Positie in de ranglijst o.b.v. aeronautical kosten (luchthavengelden, ATC-heffingen, overheidsheffingen) van hoog (positie 1) tot laag (positie 10)

Ranglijst kostenniveau (van hoog naar laag)

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Streefwaarde 2017 e.v.

London Heathrow (LHR)

1

1

1

1

1

 

Parijs (CDG)

4

4

4

5

6

 

Frankfurt (FRA)

2

2

2

2

2

 

Gatwick

3

5

5

3

3

 

Schiphol

10

10

10

9

7

< LHR, FRA, CDG

Zürich

5

6

6

6

5

 

München

6

3

3

4

4

 

Brussel

8

7

7

8

9

 

Madrid

7

8

8

10

8

 

Bron: SEO Benchmark Luchthavengelden en Overheidsheffingen van verschillende jaren (2015 t/m. 2019).

Toelichting

Het is belangrijk dat de kosten voor luchtvaartmaatschappijen op Schiphol concurrerend zijn ten opzichte van andere luchthavens. Een concurrerend kostenniveau draagt immers bij aan het in stand houden van het netwerk van luchtverbindingen van en naar Nederland. Om een beeld te krijgen van het relatieve kostenniveau van Schiphol vindt jaarlijks een vergelijking plaats van de luchthavengelden, de Air Traffic Control (ATC)-heffingen en de overheidsheffingen op Schiphol en een aantal concurrerende luchthavens. In deze benchmark wordt berekend wat op de verschillende luchthavens voor een identiek pakket vluchten, dat representatief is voor Schiphol, aan deze kosten betaald zou moeten worden. In de benchmark wordt Schiphol overigens met meer luchthavens vergeleken dan in bovenstaande indicator is opgenomen. De resultaten van de laatste benchmark laten zien dat twee van de luchthavens in bovenstaande tabel in 2021 een lager prijsniveau hebben dan Schiphol, zes luchthavens hebben een hoger prijsniveau. Op Schiphol is het prijsniveau in 2021 relatief sterk gestegen (+16,6 procent). Dit komt door de stijging van de luchthavengelden (met name de passenger service charge) en de introductie van de vliegbelasting in Nederland.

Tabel 35 Kengetal: Totale Volume van de Geluidbelasting (TVG) rond Schiphol

Periode

2017

2018

2019

2020

2021

Grenswaarde TVG

Gedurende het gehele etmaal (Lden)

62,81

62,57

62,53

60,23

n.n.b.

63.46 dB(A)

Gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur (Lnight)

52,25

51,68

51,72

49,39

n.n.b.

54.44 dB(A)

Bron: Staat van Schiphol 2020 (ILT, 2021) Bron grenswaarde: Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (2004 ).

Toelichting

In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol zijn voor de luchthaven grenzen gesteld aan het totale volume van de geluidbelasting (TVG) dat het vliegverkeer in een jaar mag produceren. In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol is vastgelegd dat het totale volume van de geluidbelasting afkomstig van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar overdag (de Lden) niet meer dan 63,46 dB(A) en voor de nacht (de Lnight) niet meer dan 54,44 dB(A) mag bedragen. Bij dreigende overschrijding wordt door de ILT handhavend opgetreden.

Voor de jaarlijkse totale risicogewicht score (TRG-score) voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit wordt verwezen naar de Staat van Schiphol 2020 (ILT, 2021). 

De gegevens over 2021 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2023.

Tabel 36 Kengetal: Aantal passagiersbestemmingen waarnaar (> 2 x per jaar) met voornamelijk geregelde vluchten wordt gevlogen per luchthaven

Luchthaven

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Amsterdam

262

266

272

277

271

265

Frankfurt

290

309

322

319

295

285

London Heathrow

186

203

210

220

249

219

Parijs Charles de Gaulle

290

294

316

330

294

264

Brussel

193

200

204

203

191

181

Bron:Amsterdam Airport Schiphol (AAS), op basis van AGPdat

Toelichting

In deze tabel is het aantal passagiersbestemmingen per luchthaven opgenomen waarvoor geldt dat deze meer dan twee keer per jaar worden aangevlogen. Onder invloed van COVID-19 is het aantal bestemmingen ten opzichte van 2019 op alle luchthavens afgenomen. Opvallend is wel dat het aantal bestemmingen van Londen Heathrow stabiel is gebleven. Op Frankfurt, Parijs Charles de Gaulle en Brussel daalt het aantal bestemmingen ten opzichte van 2019 sterker dan op Schiphol.

Tabel 37 Kengetal: Aantal vliegtuigbewegingen, passagiers en vrachttonnage per luchthaven
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Vliegbewegingen (x 1.000)

      

Amsterdam

479

497

499

497

227

267

Frankfurt

453

465

501

503

204

252

London Heathrow

473

474

476

476

201

190

Parijs Charles de Gaulle

473

476

481

498

212

250

Brussel

207

221

218

218

83

104

Passagiers (in miljoenen)

      

Amsterdam

64

68

71

72

21

25

Frankfurt

61

64

69

70

19

25

London Heathrow

76

78

80

81

22

19

Parijs Charles de Gaulle

66

69

72

76

22

26

Brussel

22

25

26

26

7

9

Vracht (x 1.000 ton)

      

Amsterdam

1.662

1.731

1.716

1.570

1.442

1.667

Frankfurt

2.029

2.109

2.087

2.005

1.857

2.229

London Heathrow

1.541

1.698

1.685

1.587

1.141

1.397

Parijs Charles de Gaulle

1.953

2.011

1.987

1.903

1.618

1.958

Brussel

464

513

532

489

506

660

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS/ACI)

Toelichting

Bovenstaande kengetallen geven het verkeer (vliegtuigbewegingen) en vervoer (passagiers en vracht) op Schiphol weer in vergelijking met andere grote Noordwest-Europese luchthavens. Op alle luchthavens zijn de aantallen vliegtuigbewegingen en passagiers ten opzichte van 2019 als gevolg van COVID-19 sterk gedaald. Het effect van de pandemie op het vrachtvervoer is veel minder sterk. In 2021 ligt de hoeveelheid vervoerde vracht alweer boven het niveau van 2019. Londen Heathrow vormt hierop een uitzondering. Opvallend is het relatief sterke herstel van Brussel.

Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties

De jaarlijkse Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties van SEO Economisch Onderzoek geeft een beeld van de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit op Schiphol ten opzichte van de belangrijkste concurrerende luchthavens. Daarnaast wordt in de monitor het netwerk van Air France KLM vanaf Schiphol vergeleken met dat vanaf Parijs Charles de Gaulle. Zo wordt de naleving van de staatsgaranties gevolgd die in het kader van de fusie van KLM met Air France zijn afgesproken. De monitor richt zich op de kwaliteit van de directe verbindingen vanaf luchthavens («directe connectiviteit»), de verbindingen vanaf luchthavens met een overstap onderweg («indirecte connectiviteit») en de huboperatie op luchthavens («hubconnectiviteit»).

Uit de Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties 2021 blijkt dat de luchtvaartsector in 2021 voorzichtig herstelt van de coronacrisis. In september 2021 ligt de directe connectiviteit van Schiphol echter nog altijd 35% lager dan in 2019. Vergeleken met de concurrerende luchthavens behoudt Schiphol zijn netwerkkwaliteit relatief goed. Net als in 2020 slaagt Schiphol er relatief goed in de hubconnectiviteit te handhaven. KLM blijft op Schiphol het hubnetwerk zo goed mogelijk in stand houden. Dit faciliteert een relatief snel herstel van het Schipholnetwerk.

Na een sterke dip in 2020 zijn de netwerken van Air France KLM op zowel Schiphol als Parijs Charles de Gaulle aan het herstellen. Op beide hubluchthavens is in 2021 nog altijd sprake van een gelijkmatige ontwikkeling. Over de langere termijn ontwikkelt het Air France KLM netwerk zich beter op Schiphol dan op Parijs Charles de Gaulle. Ook tijdens de coronacrisis is het aandeel van Schiphol in de totale Air France KLM connectiviteit toegenomen. Alleen op vrachtgebied ontwikkelt Air France KLM zich op Parijs Charles de Gaulle de laatste jaren beter dan op Schiphol, mede door het uitfaseren van een aantal vrachttoestellen van Martinair en de combi’s van KLM.

Tabel 38 Kengetal: Gemiddelde vertraging per vlucht toe te rekenen aan Air Traffic Management (in minuten)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Taakstelling vanaf 2000 met herijking voor 2002-2006

0,5

0,5

0,5

0,5

0,9

0,9

Gerealiseerd

0,91

0,94

1,83

1,67

0,36

n.n.b.

Bron: Performance Review Body, Performance Monitoring Dashboard 2020

Toelichting

Het Rijk heeft geen directe invloed op het aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim. Dit kengetal is een internationaal gemiddelde en wordt bepaald door operationele factoren, zoals capaciteitsplanning, human resource management, weersomstandigheden en stakingen. Dit kengetal geeft bij gebruikelijke verkeersvolumes wel een beeld van de efficiëntie van het luchtvaartbestel.

De gegevens over 2021 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2023.

Tabel 39 Kengetal: Gemiddelde ATFM-vertraging per vlucht
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Grenswaarde

      

Gemiddelde ATFM-vertraging (en route en airport) per vlucht in minuten per vlucht gerealiseerd

2

2

2

2

2

n.n.b.

Gerealiseerd

      

Gemiddelde ATFM-vertraging (en route en airport) per vlucht in minuten per vlucht gerealiseerd

      

Gerealiseerd

      

Gemiddelde ATFM-vertraging (airport) per vlucht in minuten per aankomende vlucht volgens de PRB methode

2

3,22

2,19

3,88

1,3

n.n.b.

Bron: Performance Review Body: Performance Monitoring Dashboard 2020

Toelichting

Dit kengetal heeft betrekking op de gemiddelde vertraging op Nederlandse luchthavens. Het merendeel van de vertragingen treedt op in de terminalfase van een vlucht en wordt veroorzaakt door weersomstandigheden (storm, mist, sneeuw) die een direct negatief effect hebben op de afhandeling van de starts en landingen in de vluchtfase beneden een hoogte van een kilometer.

LVNL hanteert met ingang van 2015 dezelfde systematiek als de Performance Review Body om vertragingen te meten. Verder heeft LVNL in 2015 de vertragingswaarden vanaf 2010 herberekend volgens de PRB-systematiek om de effecten van de wijziging van de meetsystematiek transparant weer te geven. Er is uitsluitend sprake van een technische wijziging in de meetsystematiek zonder een beleidsmatige impact.

De gegevens over 2021 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het opstellen van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2023.

Eind 2020 is de Luchtvaartnota 2020-2050 vastgesteld, waarin een samenhangende borging van de publieke belangen veiligheid, verbondenheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid centraal staat. Begin 2021 is de Luchtvaartnota, evenals een aantal andere grote besluitvormingstrajecten op luchtvaartgebied, controversieel verklaard door de Tweede Kamer vanwege het aftreden van het kabinet Rutte III. In combinatie met de voortdurende corona pandemie, met blijvend forse impact voor luchtvaartsector, zijn activiteiten niet of anders dan voorgenomen in de begroting uitgevoerd.

Duurzame Luchtvaart

In 2021 is gewerkt aan de voorbereiding van en onderhandeling over het pakket klimaatmaatregelen dat de Europese Commissie heeft gepresenteerd onder de noemer van ‘Fit for 55’. Voor duurzame luchtvaart is op nationaal niveau een effectenstudie voorbereid en gestart voor een CO2-plafond voor luchtvaart. Tevens is met sectorpartijen en kennisinstellingen via de Duurzame Luchtvaarttafel gewerkt aan innovatie voor de transitie van de luchtvaart en de versterking van de kansen van Nederlands bedrijfsleven.

LVB Schiphol

Ondanks de coronacrisis is het onverminderd belangrijk dat het voor Schiphol maximaal toegestane aantal vliegtuigbewegingen en het nieuwe normen- en handhavingsstelsel wettelijk wordt verankerd in het Luchthavenverkeersbesluit (LVB). In 2021 is geen voortgang geboekt in de wijziging van het LVB vanwege controversieel verklaren van de parlementaire behandeling van het LVB toen het kabinet demissionair werd. Daarnaast is er vertraging in het traject van de natuurvergunning, die wordt veroorzaakt door complexe vraagstukken, waaronder de emissie en depositie van stikstof. Vooruitlopend op het LVB en in het verlengde van de Luchtvaartnota is in december 2021 een versnelde programmatische aanpak voor geluidshinder en stikstofdepositie aangekondigd (Taskforce Schiphol).

Lelystad Airport

De ontwerpwijziging van het Luchthavenbesluit voor Lelystad Airport is in voorjaar 2021 echter controversieel verklaard en is gedurende 2021 niet behandeld in de Tweede Kamer. Bij een integrale oplossing, die zekerheid en perspectief biedt voor zowel de hubfunctie van Schiphol als de omgeving van de luchthaven Schiphol, zal het kabinet hierover in 2022 besluiten en hierbij de opening van vliegveld Lelystad betrekken en hierbij ook de laagvliegroutes in ogenschouw nemen.

Regionale Luchthavens

De inzet voor regionale luchthavens is: meer samenwerking tussen luchthavens, betere inbedding van de luchthavens in de regio en het versterken van de governance en participatie. In 2021 is hier verder invulling aan gegeven. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden met de regionale luchthavens en Schiphol over de samenwerking. Er zijn door de luchthavens mogelijkheden voor verdere samenwerking in beeld gebracht; deze worden in 2022 verder uitgewerkt en geïmplementeerd.

Tabel 40 Budgettaire gevolgen van beleid art.17 Luchtvaart (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde Begroting

Verschil

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

 

Verplichtingen

12.483

20.877

37.066

167.781

188.754

24.515

164.239

1

         

Uitgaven

14.982

21.913

28.695

33.366

26.662

27.081

‒ 419

 
         

1 Luchtvaart

14.982

21.913

28.695

33.366

26.662

27.081

‒ 419

 

Opdrachten

7.187

12.458

12.223

11.672

9.925

12.302

‒ 2.377

2

Opdrachten GIS

1.766

2.436

909

50

965

1.178

‒ 213

 

- Caribisch Nederland

0

0

1.397

1.364

940

457

483

 

- Overige Opdrachten

5.421

10.022

9.917

10.258

8.020

10.667

‒ 2.647

 

Subsidies

6.365

3.214

3.953

3.080

3.417

6.723

‒ 3.306

3

- Subsidies klimaatbeleid

0

0

0

0

0

3.300

‒ 3.300

 

- Leefbaarheidsfonds

0

0

1.000

400

400

407

‒ 7

 

-Subsidie tarieven Bonaire

647

805

649

691

425

425

0

 

- Subsidie omploegen graan

1.773

1.510

1.441

1.361

1.444

1.835

‒ 391

 

- Overige Subsidies

3.945

899

863

628

1.148

756

392

 

Bijdragen aan agentschappen

108

4.244

4.649

6.809

6.443

6.477

‒ 34

 

- Waarvan bijdrage aan RWS (Caribisch Nederland)

0

4.082

4.422

6.411

5.806

6.003

‒ 197

 

- Waarvan bijdrage aan RWS

88

148

213

336

518

460

58

 

- Waarvan bijdrage aan KNMI

20

14

14

14

14

14

0

 

- Waarvan bijdrage aan RVO

0

0

0

48

105

0

105

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

779

6.356

9.552

0

0

0

 

- Bijdrage Caribisch Nederland

0

779

6.356

9.049

0

0

0

 

- Overige bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

503

0

0

0

 

Bijdragen aan internationale organisaties

1.247

1.141

1.255

1.058

1.563

1.479

84

 

- Waarvan bijdrage International Civil Aviation Organization

1.119

1.014

1.120

938

1.454

1.311

143

 

- Waarvan overige bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

128

127

135

120

109

168

‒ 59

 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

75

77

259

1.195

1.540

100

1.440

4

Leningen

0

0

0

0

3.774

0

3.774

5

         

Ontvangsten

1.237

1.611

1.631

1.086

2.104

1.280

824

 

NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoirebegroting, incidentele suppletoire begroting(en) en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB(s) die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

Tabel 41 Uitsplitsing Verplichtingen art.17 Luchtvaart (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

12.483

20.877

37.066

167.781

188.754

24.515

164.239

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

140.700

166.400

0

166.400

Waarvan overige verplichtingen

12.483

20.877

37.066

27.081

22.354

24.515

‒ 2.161

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De hogere verplichtingenrealisatie betreft met name de garantstelling door IenW voor de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) voor de verhoging van het rekening courant krediet met € 110 miljoen. Daarnaast heeft IenW zich garant gesteld voor een tweetal leningen (€ 10,2 miljoen en € 7,7 miljoen) voor noodzakelijke investeringen in de infrastructuur waarmee efficiëntere capaciteitsbenutting wordt geborgd. Tenslotte heeft garantstelling plaatsgevonden voor leningen in nieuwe en innovatieve technologie (€ 38,5 miljoen).

  • De lagere realisatie van € 2,4 miljoen wordt veroorzaakt door diverse overschotten op het opdrachtenbudget (- € 2,4 miljoen), overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (- € 0,4 miljoen), overboekingen naar andere artikelen, met name aritkel 98 (- € 0,7 miljoen), desaldering van ontvangsten (€ 0,3 miljoen) en ten slotte diverse mutaties met een totale waarde van € 0,8 miljoen.

  • De lagere realisatie van € 3,3 miljoen wordt veroorzaakt door:

    - een overboeking voor het actieprogramma Hybride Electrisch vliegen (- € 1 miljoen).

    - een overboeking voor de eenmalige ophoging van de hypothecaire lening aan Winair in het najaar van 2021 (- € 1,5 miljoen).

    - en diverse kleinere overboekingen van in totaal ‒ € 0,8 miljoen.

  • De hogere realisatie van € 1,5 miljoen betreft:

    - Realisatie van fase II van de registraties voor de onbemande luchtvaart door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (€ 0,9 miljoen).

    - Een aanvullende bijdrage aan LVNL voor het programma open overheid (€ 0,3 miljoen) en voor het opstellen van een conceptuele basisarchitectuur voor de invulling van D-AIM (Drones Aeronautical Information Management) (€ 0,3 miljoen).

  • In 2021 is een hypothecaire lening aan Winair verstrekt om de luchtzijdige bereikbaarheid van Saba en Sint Eustatius op de korte termijn te garanderen (€ 3,7 miljoen).

1 Luchtvaart

Opdrachten

Opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS)

Doel van het project Geluidsisolatie Schiphol fase 3 (GIS-3) is het verminderen van geluidshinder voor omwonenden van Schiphol door middel van geluidsisolatie. De uitgaven die in 2021 zijn gedaan voor Schiphol hadden betrekking op aankopen in de geluidssloopzones en klachtenafhandeling. De uitgaven voor geluidsisolatie (GIS) zijn in eerdere jaren gedaan, het Geluidsisolatieprogramma fase 3 (GIS-3) is in 2012 afgerond, hiervoor zijn dus geen middelen meer beschikbaar

Opdrachten Caribisch Nederland

Het betreft de aanschaf van apparatuur en installaties ter bevordering van het veilig gebruik van de luchthavens en ter verbetering van de bedrijfsvoering. Tevens betreft het de financiering van diverse onderzoeken (Search and Rescue en elektrisch vliegen), opleidingen, workshops en de jaarlijks terugkerende kosten voor instandhouding van de luchtvaartpublicaties.

Overige opdrachten

1. Programma Schiphol

De ontwikkelingen op het luchtvaartdossier vragen om een integrale benadering voor de beleidsvorming over Schiphol. Omdat hiervoor een stevige extra inzet nodig is, is besloten een programma Schiphol (zogenaamde tijdelijke Taskforce) in te richten waarin een integrale aanpak wordt ontwikkeld voor de luchthaven. Een belangrijk aspect hiervan is het verankeren van politiek-bestuurlijke en juridische afspraken in regelgeving, hierbij gaat het in elk geval om het vaststellen van een LVB. In wetgeving en politiek bestuurlijke afspraken is opgenomen dat de ontwikkeling van Schiphol en de regionale luchthavens via juridische besluiten vastgelegd moet worden. Het opdrachtenbudget Schiphol is in 2021 hoofdzakelijk besteed aan de thema’s Veiligheid en Milieu en omgeving.

2. Normen- en handhavingsstelsel

De ontwikkeling van Schiphol vindt plaats binnen kaders van het regeerakkoord en de Kamerbrief van 5 juli 2019 over de Ontwikkeling Schiphol (Kamerstukken II, 2018-2019, 31 936, nr. 646). Het budget is besteed aan opdrachten ten behoeve van de implementatie van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel voor Schiphol en aanpassing van de wet- en regelgeving, zoals de Wet luchtvaart, het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) en het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB).

3. OVV-follow-up

In 2021 is een verder vervolg gegeven aan de implementatie van de aanbevelingen van het de OVV (Onderzoeksraad voor Veiligheid) rapport uit 2017 conform de aanpak zoals beschreven in de brief van het ministerie aan de OVV van 11 oktober 2017 (Bijlage bij Kamerstukken II 2017-2018, 29 665, nr. 242) en daarop volgende voortgangsrapportages. Met deze aanpak versterkt het ministerie de rol als eindverantwoordelijke voor de veiligheid. In 2021 is een tweede evaluatie van de opvolging van de aanbevelingen gestart. De resultaten van deze evaluatie zorgen voor een duidelijk beeld van de stappen, die sinds het verschijnen van de eerste evaluatie gezet zijn door het ministerie en de sector en zullen aangeven waar eventuele verbeterpunten liggen.

4. Lelystad

Lelystad Airport moet fungeren als overloopluchthaven voor Schiphol, zodat op Schiphol meer ruimte vrijkomt voor mainportgebonden verkeer. Omdat voor de openstelling van Lelystad Airport voor groot commercieel handelsverkeer een stevige extra inzet nodig is, is besloten een project Lelystad Airport in te richten. Belangrijke stappen waarvoor extra inzet nodig is zijn bijvoorbeeld het wijzigen van het Luchthavenbesluit, onderzoeken voor stikstof, het organiseren van een monitoringsprogramma, het publiceren van de Verkeersverdelingsregel (VVR) en de slots (Kamerstukken II 2017-2018, 31 936, nr. 462). Daarnaast is de luchtverkeersleiding ingeregeld. Als gevolg van de Corona crisis is besloten om de opening van Lelystad Airport met een jaar uit te stellen.De ontwerpwijziging van het Luchthavenbesluit voor Lelystad Airport is in voorjaar 2021 controversieel verklaard en is gedurende 2021 niet behandeld in de Tweede Kamer.

5. Nadere uitwerking luchtruimvisie en civiel-militaire samenwerking

Het Nederlandse luchtruim en het luchtverkeersleidingsconcept is sinds tientallen jaren stapsgewijs doorontwikkeld. Het doel van de luchtruimherziening is te komen tot een integrale, toekomstbestendige inrichting en beheer van het luchtruim, gebaseerd op een gewogen belangenafweging, in samenwerking met internationale partners en in voortdurende dialoog met belanghebbenden. De Ontwerp-Voorkeursbeslissing voor de herziening van het luchtruim inclusief het Plan-MER en de Passende Beoordeling op Hoofdlijnen zijn naar de Tweede Kamer gestuurd8. De Ontwerp-Voorkeursbeslissing heeft zes weken lang ter inzage gelegen. Op basis van de daarop ingediende zienswijzen is er een reactienota in voorbereiding. Naar aanleiding van het advies van de Commissie voor de m.e.r. heeft het programma een aanvulling op de planMER laten uitvoeren. Anders dan verwacht is de definitieve voorkeursbeslissing niet in 2021 gepubliceerd. De Tweede Kamer wordt in het eerste halve jaar van 2022 nader geïnformeerd. Meer informatie over de voortgang van de luchtruimherziening is de vinden in de voortgangsrapportage van de Luchtruimherziening, zoals die in december 2021 aan de Tweede Kamer is aangeboden.

6. Omgevingsmanagement

Een transparante en zorgvuldige besluitvorming voor luchtvaart is van groot belang. De Luchtvaartnota, de problemen rondom Schiphol op het gebied van stikstof en geluid, de aanpak voor de herziening van het luchtruim, de ontwikkelingen met betrekking tot onbemande luchtvaart en Lelystad en de regionale luchthavens vragen om een om een gerichte en transparante aanpak op het gebied van het omgevings- en besluitvormingsmanagement. Daar zijn de middelen op ingezet in 2021. De gereserveerde middelen zijn ingezet voor o.a. het organiseren van (brede) stakeholderbijeenkomsten. Ook zijn middelen ingezet voor de verwerking van zienswijzen en afhandeling van burgerbrieven.

7. State Safety Programme (SSP)

In 2021 is uitvoering gegeven aan het Nederlands Luchtvaartveiligheidsprogramma 2020-2024 (NLVP). In het kader van het NLVP voert IenW activiteiten uit om de veiligheid van de luchtvaart in stand te houden en verder te verbeteren. In 2021 is onder andere de eerste editie van de Systeemmonitor luchtvaartveiligheid aangeboden aan de Kamer (Kamerstukken II, vergaderjaar 2020–2021, 29 665, nr. 412), is een methodiek ontwikkeld voor de uitvoering van een periodieke nationale veiligheidsanalyse en zijn in het kader van de veiligheidspromotie (online) netwerkdagen voor de commerciële, kleine en onbemande luchtvaart georganiseerd.

8. Verminderen risico op vogelaanvaringen

Eind 2020 is een nieuw convenant voor het reduceren van risico op vogelaanvaringen Schiphol vastgesteld voor de periode 2020-2024. Basis voor het afgesproken beleid in dit derde convenant, is een evaluatie van het vorige convenant. Uit de evaluatie kwam naar voren dat de huidige genomen maatregelen om het risico van aanvaringen met vogels en met name ganzen te verminderen, effectief zijn en met enige aanpassing of aanvulling zouden moeten worden gecontinueerd. Om die reden wordt het sinds 2012 toegepaste viersporenbeleid, voortgezet. De vier sporen in dit beleid zijn de volgende:

  • Het technisch spoor: de inzet van en onderzoek naar technische middelen om vogels te detecteren en/of te verjagen.

  • Het ruimtelijk spoor: het voorkomen van nieuwe vogelaantrekkende bestemmingen rondom de luchthaven.

  • Het foerageer spoor: het beperken van het voedselaanbod voor vogels op en rondom de luchthaven.

  • Het populatie spoor: het beperken van de populatie en het aantal aanwezige overzomerende ganzen rondom Schiphol.

9. KDC

Er vindt opdrachtverlening plaats aan de Stichting Knowledge & Development Center (KDC) die kennis levert om innovatieve oplossingen te vinden voor de duurzame ontwikkeling van de Mainport Schiphol. In 2021 zijn opdrachten aangegaan voor het KDC. Ook zijn door het KDC enkele onderzoeksrapporten opgeleverd; een deel loopt nog door in 2022.

10. Programma programmatische aanpak vliegtuiggeluid/meten en rekenen

In 2021 is gewerkt aan de uitwerking van de aanbevelingenen gebaseerd op de verkenning naar de mogelijkheden om, rekening houdend met belevingsaspecten, verbeteringen door te voeren bij het meten en berekenen van vliegtuiggeluid.. Zo is de nationale meetstrategie opgesteld en gepubliceerd en is de website www.vliegtuiggeluid.nl opengesteld. Verder is gestart met de ontwikkeling van de nationale database vliegtuiggeluid en is voornoemde nationale meetstrategie regionaal uitgewerkt.

11. Onderzoeken Luchtvaartnota

De Luchtvaartnota is controversieel verklaard toen het kabinet demissionair werd. In afstemming met de Tweede Kamer is doorgewerkt aan de voorbereiding van een aantal door het nieuwe kabinet te nemen besluiten. Tevens is de Werkwijzer Luchtvaart-MKBA’s opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, vergaderjaar 2020–2021, 31 936, nr. 869).

12. Cybersecurity

Het vergroten van de cyberweerbaarheid bij luchtvaartorganisaties is een continu aandachtspunt. De primaire verantwoordelijkheid voor het zorgdragen de continuïteit en weerbaarheid van netwerk- en informatiesystemen ligt bij de organisaties zelf. Het ministerie van IenW draagt vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid hieraan bij via algemene kaders en initieert projecten/trajecten om de cyberweerbaarheid te verhogen. In 2021 zijn beheerdoelen en beheermaatregelen vastgesteld voor de invulling van de zorgplicht waaraan de aanbieders van essentiële diensten (AED’s) moeten voldoen. Daarnaast is de samenwerking tussen private en publieke partijen binnen het besturingsmodel Beveiliging en Publieke Veiligheid Schiphol (BPVS) rondom cybersecurity verder versterkt.

13. Opdrachten elektrisch vliegen

Omdat veel innovaties op het gebied van hybride elektrisch vliegen nog niet klaar zijn voor de markt, is een financiële impuls vanuit de overheid van groot belang. De overheid kan de ontwikkeling op het gebied van hybride elektrisch vliegen stimuleren door middel van het verlenen van (onderzoeks)opdrachten en subsidies.

In 2021 zijn meerdere opdrachten uitgevoerd met als doel om innovatie voor duurzame luchtvaart te stimuleren. Naast een start met de Innovatiestrategie is tevens een verkenning gestart naar ‘Advanced Air Mobility’. Beide opdrachten worden naar verwachting in 2022 afgerond.

Verder is gewerkt aan communicatie en kennisdeling via een webinar over het Actieprogramma Hybride Elektrisch Vliegen en een podcast over elektrisch vliegen.

14. Opdrachten versterking omgevingskwaliteit regionale luchthavens

Voor de regionale luchthavens Eindhoven Airport, Rotterdam The Hague Airport, Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport worden de komende jaren nieuwe gebruiksvergunningen vastgesteld en moet worden gekomen tot afspraken over de ontwikkeling van die luchthavens. Leidend daarbij zijn de uitgangspunten uit de nieuwe Luchtvaartnota.

In 2021 is verder gewerkt aan de processen op weg naar Luchthavenbesluiten voor de regionale luchthavens. Concreet is door het Rijk een bijdrage geleverd voor de inrichting van de overlegstructuur rond Eindhoven Airport en is een bijdrage geleverd aan het leefbaarheidsfonds voor Eindhoven Airport. Daarnaast zijn onderzoeken uitgevoerd, gericht op de implementatie van een nieuw geluidmodel voor regionale luchthavens (Doc29) en zijn specifieke onderzoeken verricht in het kader van de processen op weg naar de Luchthavenbesluiten voor de regionale luchthavens. Tenslotte is een overlegstructuur opgezet met en tussen alle luchthavens om de samenwerking te versterken.

15. Onbemande luchtvaart (drones )

Er is een actieprogramma om te zorgen dat de economische kansen voor bedrijven wordt vergroot en meer maatschappelijke toepassingen gerealiseerd. Drones brengen ook risico’s met zich mee. De acties zorgen voor ruimte aan operaties en innovaties met drones en tegelijkertijd het controleren van de risico’s van dronegebruik.

In 2021 zijn er met de beschikbare middelen diverse activiteiten uitgevoerd die bijdragen aan het realiseren van de programmadoelen. Zo is voor U-Space een visie ontwikkeld en zijn er scenario’s over de governance en financiering opgesteld. In het kader van zonering is er gewerkt aan de zoneringsdatabase, basisarchitectuur D-IAM, dynamische kaarten en participatie met belanghebbenden. Verder zijn er middelen gebruikt voor het ontwikkelen van het droneregister, het opzetten van een (publiek-privaat) samenwerkingsgremium (Dutch Drone Council), een dronehandhavingsplan, het omzetten van vliegbewijzen en het informeren en betrekken van stakeholders. Tot slot zijn er onderzoeken uitgevoerd naar de veiligheidsketen rondom drones, de maatschappelijk en economische baten van onbemande luchtvaart en de intrede van urban air mobility.

16. Opdrachten klimaatbeleid

De overheid beoogt de duurzame ontwikkeling van de luchtvaart te versterken.

In 2021 is door het Programmabureau van de Duurzame Luchtvaarttafel gewerkt aan het prognose- en monitoringssysteem, een onderzoek naar governance en bijdrage geleverd aan de Floriade-expositie. Ten aanzien van communicatie en informatie is een openbaar luchtvaart-event met de community en stakeholders georganiseerd. Het redactioneel beheer van de website van de Duurzame Luchtvaarttafel is in werking getreden en een publieksvriendelijk document is gepubliceerd. DLT heeft daarnaast input geleverd voor de aanvraag van het Groeifonds.

Vanuit de werkgroep Duurzame Brandstoffen is ondersteuning geleverd voor de Fuel Task Group van ICAO. En vanuit de werkgroep Innovatie is een verkenning naar retrofitting gedaan, evenals een start gemaakt met de Innovatiestrategie (basisanalyse).

Vanuit het Actieprogramma Doelen en Monitoring is gewerkt aan voorbereidend onderzoek voor het CO-plafond.

Subsidies

1. Versneld onderwerken graanresten voor het reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol

Eén van de sporen in de aanpak om het risico van vogelaanvaringen op Schiphol te reduceren is het beperken van voedselaanbod in de omgeving van de luchthaven. Sinds 2012 is er een subsidieregeling voor het versneld onderwerken van de graanresten na de oogst in een deel van de Haarlemmermeerpolder. Agrarische ondernemers kunnen hieraan op vrijwillige basis deelnemen. Met de deelnemers zijn overeenkomsten gesloten waarin is opgenomen dat zij een vergoeding ontvangen als zij de geoogste graanakkers binnen 48 uur zodanig onderwerken dat het perceel niet meer aantrekkelijk is voor op graanresten foeragerende ganzen. Nagenoeg alle agrariërs in het werkingsgebied nemen deel aan de regeling. De huidige regeling loopt tot eind 2022. Om de effectiviteit en doelmatigheid van de maatregel te beoordelen wordt, evenals in 2016, de regeling voor het versneld onderwerken van de graanresten geëvalueerd. De evaluatie is in 2021 gestart.

2. Omgevingsraad Schiphol en Commissies Regionaal Overleg (CRO)

IenW draagt financieel bij aan de activiteiten van de Omgevingsraad Schiphol (ORS). Dit onafhankelijke overleg- en adviesorgaan verenigt bewoners, regionale en lokale overheden, luchtvaartpartijen en brancheorganisaties met als doel om de hinder van Schiphol zoveel mogelijk te beperken en een optimaal gebruik van de luchthaven te bevorderen. De jaarlijkse bijdrage bedroeg in 2021 € 264.000. Daarnaast is er eind 2021 een incidentele subsidie verstrekt aan de ORS á € 338.800 met betrekking tot voor de financiering van participatiemethodiekontwikkeling en toepassing op het ontwerp van de informatievoorziening/dienstverlening van het Omgevingshuis Schiphol en te selecteren initiatieven, die in de Maatschappelijke Raad Schiphol geagendeerd gaan worden.

IenW investeert in lijn met de nieuwe Luchtvaartnota in de verdere professionalisering van de CRO’s van de regionale luchthavens van nationale betekenis (Eelde, Lelystad, Maastricht en Rotterdam ) en in de kennisopbouw en kennisvergroting, alsmede in het empoweren van de deelnemers (kennis/expertise). Uit de evaluatie van de CRO’s van mei 2018 (Kamerstukken II 2017-2018, nr. 31936, nr. 488) blijkt dat de governance van CRO’s op orde is, maar dat er vanwege de grotere maatschappelijke aandacht en de trajecten op weg naar vast te stellen luchthavenbesluiten behoefte is aan extra budget.

In 2021 is de bijdrage voor de CRO’s verhoogd naar € 70.000 per CRO. De CRO’s hebben deze middelen onder andere ingezet voor het verhogen van kennis en expertise bij deelnemers aan de CRO’s, bijvoorbeeld in de vorm van opleidingsbudgetten.

3. Leefbaarheidsfonds

Bij de afnemende mogelijkheden van hinderbeperking is de tweede tranche van het leefbaarheidsfonds een belangrijke impuls voor de inpassing van de luchthaven Schiphol in haar omgeving. De partijen Schiphol, de provincie Noord-Holland en het Rijk hebben afgesproken om in totaal € 30 miljoen voor een tweede fase ter beschikking te stellen aan de Stichting Leefomgeving Schiphol. Het Rijk stelt maximaal € 10 miljoen ter beschikking, hiervan is in voorgaande jaren € 9,6 miljoen verstrekt. In 2021 is de laatste tranche van € 0,4 miljoen verstrekt.

4. Subsidie Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg

IenW heeft in 2021 een subsidie beschikbaar gesteld van € 0,075 miljoen aan de Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg voor de behandeling van klachten over de vliegbasis Geilenkirchen (AWACS) en de andere buitenlandse luchthavens in de grensregio met Limburg (Weeze-Niederrhein, Luik-Bierset). Aangezien het hier gaat om buitenlandse luchthavens die milieueffecten hebben op Nederlands grondgebied is hiertoe besloten in het belang van de informatievoorziening aan de omgeving.

5. Verbeteren luchtvaartveiligheid Zuidoost Afrika

In de periode tot en met 2022 wordt jaarlijks maximaal € 50.000 beschikbaar gesteld aan de stichting AviAssist ten behoeve van veiligheidspromotie die zich richt op bewustwording, kennisoverdracht en gedragsverandering, zowel binnen als buiten de overheid in de Afrikaanse luchtvaartindustrie. De bijdrage in 2021 bedroeg € 0,05 miljoen.

6. Ondersteuning luchtverkeersdienstverlening Bonaire

Om een onaanvaardbare stijging in de tarieven voor het gebruik van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport voor de periode 2020-2022 te voorkomen, zal IenW een deel van de kosten voor het leveren van de dienst door Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider (dc-ANSP) dekken via subsidiering. Zonder deze bijdrage zouden de tarieven dusdanig sterk stijgen dat een mogelijke verstoring van de markt zal optreden, met bijbehorend negatief effect op de lokale gemeenschap. De bijdrage in 2021 bedroeg € 0,425 miljoen.

7. Leeftijdsfonds Eindhoven

In 2021 is een subsidie van € 50.000 verstrekt aan de Stichting Leefbaarheid Luchthaven Eindhoven. De subsidie is bedoeld als financiële ondersteuning van milieugerelateerde activiteiten ter bevordering van de leefbaarheid in de omgeving van de luchthaven Eindhoven.

Incidentele subsidies

1. Subsidie luchthaven Twente

Area Development Twente (ADT) ontvangt van IenW een subsidie van maximaal € 0,9 miljoen voor het doen van luchtzijdige investeringen voor de ontwikkeling van luchthaven Twente (onder de voorwaarde dat de bijdrage voldoet aan de regels voor staatssteun) en voor het laten uitvoeren van een onderzoek naar de mogelijkheden voor een remote tower concept voor luchtverkeersdienst-verlening. Deze subsidie vloeit voort uit het amendement Koopmans (Kamerstukken II 2007-2008, 31200 XII, nr. 60) en geeft invulling aan de afspraken uit de Bestuursovereenkomst Gebiedsontwikkeling Vliegveld Twente (Bijlage bij Kamerstukken II 2009-2010, 31 936, nr. 17). Het subsidiedeel voor het onderzoek naar remote control (€ 0,15 miljoen) werd in voorschot verstrekt en is in 2019 vastgesteld.

Voor Twente staat nog steeds een deel van de toegezegde subsidie van € 0,9 miljoen open. Inmiddels is € 0,15 miljoen besteed en verantwoord, maar het resterende bedrag is – onder ander vanwege de discussies over wel of geen luchtverkeersleiding op Twente – nog niet besteed.

2. Subsidies hybride elektrisch vliegen

Omdat veel innovaties op het gebied van hybride elektrisch vliegen nog niet klaar zijn voor de markt, is een financiële impuls vanuit de overheid van groot belang. De overheid kan de ontwikkeling op het gebied van hybride elektrisch vliegen stimuleren en versnellen door middel van het verlenen van subsidies. De middelen zullen ook worden ingezet voor bredere kennisontwikkeling, bijvoorbeeld ten aanzien van de klimaatimpact van andere emissies dan CO2. Er heeft in 2021 geen subsidieverlening op artikel 17 hiervoor plaatsgevonden, omdat deze middelen voor innovaties in de luchtvaart zijn overgeboekt naar artikel 14 voor de DKTI regeling.

3. Subsidies Klimaatbeleid

De overheid beoogt de duurzame ontwikkeling van de luchtvaart te versterken. Met investeringen in schone energie en o.a. technologische innovaties wordt een impuls gegeven aan de transitie naar een toekomstbestendige duurzame petrochemische- en maakindustrie in Nederland. De voorbereidingen voor het kunnen inzetten van deze subsidie vergen meer tijd waardoor deze niet meer in 2021 verstrekt konden worden. Deze middelen zijn eenmalig geheralloceert voor het opkopen sloopwoning Schipholzone (€ 0,2 miljoen), subsidie OmgevingsRaad Schiphol (€ 0,3 miljoen), ophoging lening Winair (€ 1,5 miljoen en opdracht effectenstudie CO2 plafond (€ 0,2 miljoen).

Bijdrage aan agentschappen

Dit betreft voornamelijk de bijdrage die aan RWS ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de masterplannen luchthavens Caribisch Nederland gericht op het wegwerken van de tekortkomingen ten aanzien van de internationale regelgeving voor de vliegveiligheid en voor de wederopbouw van de Bovenwindse Eilanden als gevolg van de geleden schade door de orkanen Irma en Maria in september 2017.

Daarnaast betreft het investeringen voor de aanleg van platformen Bonaire. Deze investeringen zijn nodig om te kunnen voldoen aan internationale ICAO veiligheidsstandaarden.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Voor de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organization, aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS (de ABIS-groep vertegenwoordigt de burgerlijke luchtvaartautoriteiten van Oostenrijk, België, Kroatië, Nederland, Luxemburg, Ierland, Zwitserland en Portugal), en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC) is in 2021 een bedrag uitgegeven van € 1,564 miljoen, waarvan € 1,454 miljoen via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Bijdrage aan ZBO’s/RWT's

1. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)

In overeenstemming met de verplichtingen voor geografische zones voor drones (artikel 15 van de verordening (EU)2019/947) wordt door LVNL gewerkt aan het omvormen van huidige drone zoneringgegevens - zoals opgenomen in de regeling zonering onbemande luchtvaartuigen - naar het ED-269 (chapter VIII) dataformaat en het publiek beschikbaar stellen van deze gegevens. Ook wordt gewerkt aan een eerste conceptuele beschrijving van een basisarchitectuur voor invulling van D-AIM taken rekening houdend met U-Space. Voor het realiseren van deze activiteiten in 2021 en 2022 is aan LVNL een bijdrage verleend van €0,27 miljoen.

In het kader van het programma Open Overheid is een bijdrage van € 0,275 miljoen verstrekt voor de verbetering van de informatiehuishouding.

2. Bijdrage RDW

Per 31 december 2020 is RDW gestart met registraties voor de onbemande luchtvaart als wettelijke taak op basis van EU uitvoeringsverordening 2019/947. RDW levert de diensten voor registratie van exploitanten en afgifte van vliegbewijzen in de open categorie en is verantwoordelijk voor de (inter)nationale gegevensverstrekking. Tevens is RDW verantwoordelijk voor gegevensverstrekking m.b.t. de certified drones welke geregistreerd worden in het luchtvaartuigregister van ILT. Voor het realiseren van functionaliteiten van het droneregister in is aan RDW een bijdrage verleend van €0,95 miljoen.

3. Garantie LVNL

Vanaf 2021 wordt gewerkt met een aanpak waarbij de reguliere leningen in het kader van schatkistbankieren van LVNL voor de uitvoering van de projecten middels een leningenplafond worden opgenomen in de IenW begroting. Deze leningen worden met de goedkeuring van de IenW begroting geaccordeerd en verplicht bij het aanvragen van de lening. Gedurende 2021 is LVNL in totaal voor € 56,4 miljoen aan reguliere leningen aangegaan via schatkistbankieren.

Daarnaast stelt IenW zich garant voor de rekening courant verhouding met het ministerie van financiën. Deze garantstelling is in 2021 in verband met Covid-19 met € 110 miljoen opgehoogd tot een bedrag van €275 miljoen.

Leningen

Lening Winair

In 2021 is eenmalig de hypothecaire lening verhoogd die IenW al eerder aan de Sint Maartense luchtvaartmaatschappij verstrekte. Daarmee wordt de luchtzijdige bereikbaarheid van Saba en Sint Eustatius geborgd, terwijl het ministerie verder werkt aan een structureel instrument dat deze bereikbaarheid kan borgen.

8

Vergaderjaar 2020–2021, 31 936 nr. 832

Licence