Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.10 Art.nr. 14. Cultuur

A. Algemene doelstelling

Het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het erfgoed.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid van de Minister is in de Wet op het specifiek cultuurbeleid verankerd. De Minister is verantwoordelijk voor het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen en sociaal en geografisch spreiden van cultuuruitingen. Overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid zijn daarbij leidend. Dit is aanvullend op het cultuuraanbod dat zonder betrokkenheid van de overheid tot stand komt.

Financieren: De Minister heeft een financierende rol door het bekostigen van de basisinfrastructuur cultuur en subsidiëring van specifieke (wettelijke) programma's en regelingen op de terreinen erfgoed, kunsten, letteren en bibliotheken.

Stimuleren: De Minister heeft een stimulerende rol bij het versterken van de cultuursector door programma’s als cultuureducatie, leesbevordering, ondernemerschap, historisch democratisch bewustzijn en internationaal cultuurbeleid.

Regisseren: De Minister heeft een regisserende rol bij de uitvoering van en toezicht op het behoud en beheer van het erfgoed en (digitale) archieven. Dit betreft onder meer de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. Toezicht op naleving van de laatste twee wetten ligt bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de rijksgesubsidieerde musea zijn onder andere belast met de uitvoering van de Erfgoedwet. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet.

Kengetallen

Tabel 14.1 Kengetallen

Kengetal

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1

Percentage van de bevolking van 6 jaar en ouder die voorstellingen, musea en bibliotheken heeft bezocht

 

89%1

           

2

Percentage bevolking 6 jaar en ouder dat erfgoed heeft bezocht

 

60%2

           

3

Percentage kinderen en jongeren tussen 6 en 19 jaar die voorstellingen, musea en bibliotheken heeft bezocht

 

99% (6–11 jaar)

99% (12–19 jaar)2

           

Bron: SCP/CBS

1

De gegevens over 2016 zijn de meest recente. Deze zijn gebaseerd op de Vrijetijdsomnibus (VTO), een tweejaarlijks onderzoek naar cultuur- en sportparticipatie van de Nederlandse bevolking. Het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over 2017 en 2018 is nog in uitvoering.

2

Zie voetnoot hierboven.

Cultuurbereik

Deze kengetallen geven de ontwikkelingen weer van het cultuurbereik. Daarmee zijn deze in lijn met de algemene doelstelling voor artikel 14; het bevorderen van de deelname aan cultuur.

In 2016 bezochten negen op de tien mensen van 6 jaar en ouder jaarlijks ten minste één keer een culturele voorstelling, tentoonstelling, evenement of culturele instelling. Erfgoed (archieven, opgravingen, historische plekken en historische evenementen) werd door 60% van de mensen bezocht. Het is belangrijk dat iedereen al vroeg met cultuur in aanraking komt. Op basis van deze gegevens blijkt dat bijna alle kinderen en jongeren tot en met 19 jaar in 2016 minstens één keer een voorstelling, een museum of bibliotheek bezochten.

Meer kengetallen en indicatoren rondom de doelen en functies van het cultuurstelsel worden in woord, beeld en cijfers gepresenteerd in OCW in cijfers.

C. Beleidswijzigingen

In de brief Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021–2024 van 11 juni 2019 zijn de hoofdlijnen van het nieuwe cultuurstelsel beschreven. De basisinfrastructuur wordt uitgebreid waarbij fair practice, regionale samenwerking en de maker centraal staan. Na advies van de Raad voor Cultuur wordt in september 2020 de definitieve samenstelling van de basisinfrastructuur bekend.

D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Tabel 14.2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x € 1.000)1
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

511.415

402.672

2.353.015

532.910

519.678

528.196

525.543

Waarvan garantieverplichtingen

34.823

– 206.876

         

Waarvan overig

476.592

609.548

         

Totale uitgaven

852.585

969.812

1.005.094

961.765

948.533

957.052

954.399

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

97,0%

       
               

Bekostiging

717.121

829.433

851.217

854.680

845.080

853.856

853.856

 

– 

Culturele basisinfrastructuur

423.247

453.088

455.571

477.047

477.744

477.783

477.783

   

Vierjaarlijkse instellingen

239.409

250.565

249.748

277.227

278.874

278.913

278.913

   

Vierjaarlijkse fondsen

183.838

202.523

205.823

199.820

198.870

198.870

198.870

 

– 

Erfgoedwet

138.511

134.114

128.614

128.614

128.614

128.614

128.614

   

Huisvesting

91.860

87.208

87.208

87.208

87.208

87.208

87.208

   

Beheer en onderhoud collecties

46.651

46.906

41.406

41.406

41.406

41.406

41.406

 

– 

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen

0

0

49.786

50.041

50.020

50.020

50.020

   

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

0

0

23.101

23.101

23.080

23.080

23.080

   

Digitale openbare bibliotheek

0

0

14.674

14.929

14.929

14.929

14.929

   

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

0

0

12.011

12.011

12.011

12.011

12.011

 

Monumentenzorg

117.814

199.231

174.241

155.582

135.386

130.236

130.236

 

Archieven incl. Regionale Historische Centra

25.281

25.933

25.938

26.553

26.553

26.553

26.553

 

Flankerend beleid huisvesting

2.050

6.573

6.573

6.573

6.573

6.573

6.573

 

Cultuureducatie met Kwaliteit

10.218

10.494

10.494

10.270

20.190

34.077

34.077

Subsidies

76.789

77.018

93.845

47.870

48.402

48.402

45.746

 

Verbreden inzet cultuur

13.903

14.966

16.716

11.791

15.166

15.166

15.166

 

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

8.873

8.748

9.005

8.052

8.052

8.052

8.052

 

Programma leesbevordering

3.427

3.350

3.350

3.350

3.350

3.350

3.350

 

Creatieve Industrie

1.998

1.827

1.975

1.975

1.975

1.975

1.975

 

Monumentenzorg

6.801

3.516

138

135

0

0

0

 

Erfgoed en ruimte

2.125

           
 

Erfgoed en fysieke leefomgeving

 

1.730

1.000

2.450

2.750

2.750

2.750

 

Specifiek cultuurbeleid

39.662

42.881

61.661

20.117

17.109

17.109

14.453

Opdrachten

14.421

17.755

14.843

15.100

10.937

10.680

10.680

 

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

1.235

1.829

2.026

2.076

2.051

1.926

1.926

 

Monumentenzorg

6.732

7.947

3.717

3.692

3.692

3.692

3.692

 

Archeologie

1.845

5.267

4.393

4.393

865

865

865

 

Erfgoed en Ruimte

1.580

           
 

Erfgoed en fysieke leefomgeving

 

359

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

Overige opdrachten

3.029

2.353

2.207

2.439

1.829

1.697

1.697

Bijdragen aan agentschappen

41.396

42.757

42.340

41.266

41.265

41.265

41.268

 

Nationaal Archief

27.440

27.832

28.862

28.082

28.082

28.083

28.086

 

Nationaal Archief Programma

13.956

14.925

13.478

13.184

13.183

13.182

13.182

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

2.858

2.849

2.849

2.849

2.849

2.849

2.849

   

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

2.858

2.849

2.849

2.849

2.849

2.849

2.849

Ontvangsten

7.648

1.987

494

494

494

494

494

1

De indeling van deze tabel is gewijzigd ten opzichte van de vorige begroting. Onder het instrument bekostiging vervalt de post Archeologie.

Toelichting:

De verplichtingen liggen in 2020 met € 2,4 miljard hoger dan in andere jaren. Dit komt omdat in 2020 de verplichtingen voor de culturele basisinfrastructuur 2021–2024 meerjarig worden aangegaan.

Budgetflexibiliteit

Van het totale budget voor artikel 14 is voor 2020 97 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2020 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op betalingen aan culturele instellingen, cultuurfondsen en monumenteneigenaren. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Erfgoedwet, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en onderliggende besluiten en regelingen. Het moment van juridisch verplichten gaat vooraf aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Subsidies

Van het beschikbare budget is 83,3 procent juridisch verplicht voor 2020. Dit betreft het deel van de subsidies waarvoor al voor de start van 2020 een beschikking is verstuurd.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is 0,3 procent juridisch verplicht.

Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief. Het budget voor 2020 is 100 procent juridisch verplicht.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Dit betreft de contributies voor (inter)nationale verdragen en lidmaatschappen. Deze contributies lopen door tot wederopzegging en dragen bij aan de uitvoering van internationale afspraken. Het budget voor 2020 is 100 procent juridisch verplicht. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de instrumenten.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Culturele basisinfrastructuur

De culturele basisinfrastructuur wordt voor een periode van vier jaar bekostigd. De besluiten over de culturele basisinfrastructuur voor de periode 2017–2020 zijn in de brief van 20 september 2016 beschreven. In totaal heeft het Rijk voor deze periode subsidie toegekend aan 88 culturele instellingen en zes fondsen. De culturele basisinfrastructuur bestaat uit vierjaarlijkse instellingen op het gebied van podiumkunsten (toneel, dans, opera en orkesten), beeldende kunsten, film, musea, letteren, architectuur, vormgeving, nieuwe media, cultuureducatie en een aantal bovensectorale instellingen. Daarnaast zijn er zes cultuurfondsen, die sectoraal zijn georganiseerd. De cultuurfondsen spelen een belangrijke rol in het cultuurstelsel. Door middel van flexibele en kortlopende subsidieregelingen kunnen zij de dynamiek en de vernieuwing in de sector op de voet volgen en zijn zij in staat snel op sectorale ontwikkelingen te reageren.

In 2020 zullen de besluiten over de culturele basisinfrastructuur 2021–2024 worden genomen. De Tweede Kamer is in de brief van 11 juni 2019 over de uitgangspunten voor deze periode geïnformeerd. Vanuit de Regeerakkoord middelen wordt in 2020 via het Filmfonds € 5,5 miljoen geïnvesteerd in voortzetting van de succesvolle pilot om de Film Production Incentive (cash rebate) uit te breiden naar high end tv-series.

Erfgoedwet

Op basis van de Erfgoedwet zijn museale instellingen belast met de zorg voor het beheer van de museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen of verzamelingen. Hiervoor ontvangen deze instellingen met een wettelijke taak een structurele vergoeding. Voor de subsidiëring van deze taak worden op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen middelen beschikbaar gesteld waarbij onderscheid wordt gemaakt in enerzijds beheer en onderhoud van collecties en anderzijds huisvesting.

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen

Per 1 januari 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in werking getreden. De wet organiseert het openbare bibliotheekwerk als een netwerk van samenwerkende lokale en provinciale openbare bibliotheekvoorzieningen waarbij de Koninklijke Bibliotheek (KB) een coördinerende rol vervult. In het netwerk verricht de KB als nationale bibliotheek van Nederland tevens taken voor het stelsel als geheel, waaronder het beheer en de doorontwikkeling van de landelijke digitale openbare bibliotheek en de bibliotheekvoorziening voor personen met een leeshandicap. Activiteiten richten zich in 2020 op de aandachtspunten uit de evaluatie van de Wsob, waaronder de kosten voor jeugdleden. Daarnaast op de doorontwikkeling van het model voor e-lending van de digitale openbare bibliotheek en in vervolg op de Motie van het lid Asscher c.s. op de spreiding en bereikbaarheid van de fysieke bibliotheek.

Monumentenzorg

De Erfgoedwet is sinds 1 juli 2016 het juridisch kader voor de financiering van de monumentenzorg. Wat betreft de financiering van de instandhouding van rijksmonumenten is de brief Erfgoed Telt het beleidskader. De extra middelen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld worden in 2020 ingezet voor onder andere de restauratie van grote monumenten en onderhoud aan monumenten in Groningen.

De fiscale monumentenaftrek is in 2019 omgevormd tot de woonhuisregeling. Deze middelen staan nu op de begroting van OCW. Daarnaast krijgen in 2020 onderwerpen als toegankelijkheid, verbindende waarde en verduurzaming aandacht. Ten slotte wordt vanuit Erfgoed Telt geïnvesteerd in curricula voor bouwspecialismen, kwaliteitsnormen, het ondersteunen van vrijwilligers en de implementatie van het Verdrag van Faro.

Archieven inclusief Regionale Historische Centra

OCW draagt bij aan de kosten van bewaring en presentatie van de rijksarchieven uit de provincie door de Regionale Historische Centra, die in elke provinciehoofdstad met uitzondering van Zuid-Holland zijn gevestigd. Een wetsvoorstel tot modernisering van de Archiefwet 1995, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 11 juni 2018, zal in 2020 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Flankerend beleid huisvesting

Deze middelen zijn gereserveerd voor het Garantiefonds rijksmusea. Ze zijn bedoeld als garantstelling voor leningen aangegaan door rijksmusea voor huisvesting en voor eventuele knelpunten die samenhangen met de invoering van de Erfgoedwet.

Cultuureducatie met kwaliteit

Het programma Cultuureducatie met Kwaliteit is voor de periode 2017–2020 voortgezet met een jaarlijkse investering van ruim € 10 miljoen. Het programma zet in op goed cultuuronderwijs voor ieder kind, op verschillende manieren. Door een gezamenlijke inzet van de scholen, de culturele instellingen en de drie overheden wordt de kwaliteit van cultuureducatie bevorderd. De samenwerking tussen de school en de culturele en sociale omgeving wordt gestimuleerd. De inhoudelijke deskundigheid van leraren, vakdocenten en educatief medewerkers op het gebied van cultuureducatie wordt versterkt. Sinds het schooljaar 2018–2019 zijn vanuit het Regeerakkoord aanvullende middelen toegevoegd om een bezoek aan het (rijks)museum mogelijk te maken.

Subsidies

Verbreden inzet cultuur

Voor de financiering van de cultuurkaart is meerjarig een budget opgenomen van € 4,9 miljoen per jaar. In aanvulling op het programma Cultuureducatie met Kwaliteit zet OCW samen met private partijen tot en met 2020 extra in op muziekonderwijs in het primair onderwijs. OCW investeert in 2020 samen met het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) een bedrag van € 850.000 voor lokale verankering. Daarnaast wordt de toegankelijkheid van cultuur verbeterd door ondersteuning van het Jeugdfonds Sport & Cultuur, een extra bijdrage aan de Brede Regeling Combinatiefuncties en een regeling bij het FCP voor participatie (in 2020 € 4,3 miljoen). Voorts zijn middelen beschikbaar voor de intensivering van de uitvoering van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed. Vanuit het Regeerakkoord zijn hiervoor middelen toegevoegd (in 2020 € 6 miljoen) met als doel de digitale toegankelijkheid en gebruik van erfgoed, archieven en collecties te vergroten.

Internationaal cultuurbeleid (inclusief HGIS)

Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van OCW en Buitenlandse Zaken. In de periode 2017–2020 gelden voor het internationaal cultuurbeleid drie doelstellingen: een sterke cultuursector die in kwaliteit groeit door internationale uitwisseling en duurzame samenwerking die in het buitenland wordt gezien en gewaardeerd, een bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld en culturele diplomatie (Kamerbrieven van 4 mei 2016 en 15 februari 2017).

Voor de versterking van de Nederlandse cultuursector wordt gekozen voor acht focuslanden waar de meest betrokken partijen (diplomatieke posten, fondsen, DutchCulture, anderen) samen optrekken op basis van een meerjarige strategie. Daarnaast kunnen deze partijen inspelen op initiatieven vanuit het veld in zes zogenoemde maatwerklanden, waar zich – vanwege een specifieke aanleiding – uitgelezen kansen voordoen voor Nederlandse cultuuruitingen. Voor de versterking van het internationale culturele profiel van Nederland zijn vanuit het Regeerakkoord structurele middelen toegevoegd (vanaf 2018 jaarlijks € 2 miljoen).

Programma leesbevordering

Het leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen is onderdeel van het Actieprogramma Tel mee met Taal 2020–2024. Tel mee met Taal is een gezamenlijke aanpak samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om laaggeletterdheid te voorkomen en tegen te gaan. Zoals in de brief aan de Tweede Kamer van 18 maart 2019 is aangekondigd, is het leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen de afgelopen jaren bewezen effectief geweest en wordt het daarom ook in 2020 voortgezet.

Creatieve industrie

Ten laste van dit budget worden uitgaven gedaan ten behoeve van de Creatieve Industrie. Dit gebeurt in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor de ontwerpdisciplines zoals architectuur, vormgeving en digitale cultuur. In samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een architectuurprogramma gefinancierd.

Erfgoed en fysieke leefomgeving

De ervaringen uit het programma Erfgoed en ruimte worden gebruikt om vorm te geven aan het erfgoedbeleid in de fysieke leefomgeving, waarin het onder andere gaat om de Nationale Omgevingsvisie en haar uitwerking en de energietransitie. In de brieven Erfgoed Telt en Cultuur in een open samenleving stelt het kabinet het erfgoed van onze leefomgeving te willen beschermen én te benutten voor actuele ruimtelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en stedelijke groei. Het kabinet versterkt deze relatie in trajecten als de Omgevingswet, de Nationale Omgevingsvisie en het Deltaprogramma. Het kabinet zoekt hiervoor tevens verdere samenwerking met de andere overheden en maatschappelijke partijen via de Erfgoed Deal waarmee het Rijk de bijdrage van erfgoed aan veranderingen in onze leefomgeving wil versterken. De inzet van het Rijk wordt gematcht door de medeoverheden.

Specifiek cultuurbeleid

Onder specifiek cultuurbeleid zijn verschillende kleinere subsidiebudgetten opgenomen. De -in financiële zin- grootste onderwerpen in 2020 zijn hierna verder toegelicht.

Een bedrag van € 24,6 miljoen is bestemd voor de arbeidsmarktagenda, waarvan € 15 miljoen voor permanente professionele ontwikkeling in het kader van verbetering van de arbeidsmarktsituatie van kunstenaars, € 5 miljoen voor een revolverend productiefonds voor innovatie in de podiumkunsten en € 2,3 miljoen voor het verstrekken van leningen aan individuen en organisaties uit alle disciplines in de creatieve sector die aantoonbaar een professionele beroepspraktijk hebben. Het resterende bedrag is beschikbaar voor diverse maatregelen in de aanloop van de nieuwe culturele basisinfrastructuur periode 2021–2024.

Er wordt uit de Regeerakkoord middelen € 10 miljoen gestort in het Museaal Aankoopfonds.

In 2019 en 2020 staan we erbij stil dat Nederland 75 jaar geleden is bevrijd en we sindsdien in vrijheid leven. Voor uitvoering van beleid rond deze mijlpaal ontvangt OCW € 15 miljoen (waarvan € 10 miljoen in 2020) van het Ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De middelen worden op basis van de beleidsuitgangspunten van VWS via het Mondriaan Fonds beschikbaar gesteld en zijn bedoeld voor modernisering van een aantal oorlogsmusea, wetenschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en het vergemakkelijken van de digitale toegang tot bronnen en archieven van de Tweede Wereldoorlog.

Opdrachten

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

Dit budget is bestemd voor opdrachten die bestaan uit het inhuren van bureaus voor beleidsonderzoek, evaluaties, visitatie/monitoring van versterking van de kennisbasis in de cultuursector.

Monumentenzorg

De middelen zijn bestemd voor opdrachten op het gebied van de monumentenzorg voor kennis- en onderzoeksprogramma’s, ondersteuning infrastructuur erfgoed en informatie- en communicatietechniek.

Archeologie

Deze middelen zijn bestemd voor ondersteuningstaken op het gebied van onderzoek en kennis. Daarnaast zijn vanuit het Regeerakkoord middelen beschikbaar gesteld voor extra investeringen in instandhouding van archeologische rijksmonumenten, maritieme archeologie, wetenschappelijke innovatie en publieksbereik.

Erfgoed en fysieke leefomgeving

Deze middelen zijn bestemd voor opdrachten op het terrein van gebiedsgericht erfgoedbeleid voor uitvoeringsprogramma’s.

Overige opdrachten

Dit budget is bestemd voor opdrachten voor diverse programma’s, zoals Gedeeld Cultureel Erfgoed en Werelderfgoed.

Bijdrage aan agentschappen

Deze middelen betreffen de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Naast de prioriteiten die onder het financieel instrument Internationaal cultuurbeleid zijn genoemd, is Nederland aan een aantal verplichtingen gebonden en draagt Nederland bij aan de uitvoering van internationale verdragen. Dit geldt voor de UNESCO erfgoedverdragen voor het werelderfgoed, het immaterieel erfgoed, de bescherming van cultureel erfgoed bij gewapend conflict, de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en het cultuurverdrag voor de diversiteit van cultuuruitingen. Ook wordt bijgedragen aan het Europees filmprogramma (Eurimages) en de Nederlandse Taalunie.

Ontvangsten

Er zijn ontvangsten geraamd als gevolg van het definitief vaststellen van subsidies.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap box 3

  • BTW Vrijstelling componisten, schrijvers en journalisten

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel 14.3. Fiscale regelingen 2018–2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1
 

2018

2019

2020

Aftrek kosten monumentenpanden

78

BTW Laag tarief culturele goederen en diensten

1.217

997

1.042

1

[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

Licence