Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.3 Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

JenV is in staat in- en extern coalities te vormen die nodig zijn om lokaal bestuur en bedrijfsleven in staat te stellen onveiligheid en criminaliteit te bestrijden. De rol die het bedrijfsleven kan spelen bij de aanpak van criminaliteit kan nog beter worden erkend en benut.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 zal in Nederland plaatsvinden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Verkeer

Het aantal verkeersdoden en -gewonden neemt de laatste jaren toe, onder meer onder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers. Het aantal slachtoffers moet omlaag, waarbij we samen met (branche)organisaties, provincies, gemeenten en handhavende instanties ons inzetten voor de realisatie van het manifest «Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit». Notoire verkeersovertreders worden harder aangepakt, bijvoorbeeld met het wetsvoorstel aanscherping aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten. In het verlengde daarvan dragen we bij aan het realiseren van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019-2021.

Mensenhandel

Bijzondere aandacht binnen de aanpak van georganiseerde criminaliteit is er voor de aanpak van mensenhandel. Eind 2018 is het interdepartementale programma Samen tegen mensenhandel gepresenteerd waarin talloze maatregelen zijn aangekondigd om de aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting een stevige impuls te geven. Met deze maatregelen worden een drietal doelstellingen nagestreefd namelijk: 1.) het voorkomen van slachtofferschap, 2.) slachtoffers snel en adequaat signaleren en de benodigde zorg en ondersteuning geven en 3.) daders op allerlei manieren frustreren en aanpakken. Ten behoeve van de laatste doelstelling zijn onder andere afspraken gemaakt in de veiligheidsagenda 2019-2022. In 2021 worden de aangekondigde maatregelen verder vormgegeven en zullen op basis van actuele ontwikkelingen nieuwe maatregelen getroffen worden om de aanpak van mensenhandel blijvend te versterken. Hiertoe wordt de samenwerking gezocht met de andere betrokken ministeries, gemeenten, het OM, de politie, de Inspectie SZW, de KMar, de IND, opvang- en zorginstellingen, jeugdhulpverlening, scholen, NGO’s, private partijen en internationale partners.

Prostitutie

Het prostitutiebeleid bestaat uit drie pijlers: regulering van de branche, versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers en ondersteuning van sekswerkers die de branche willen verlaten. Er komt een wetsvoorstel dat alle vormen van prostitutie vergunningplichtig maakt, zowel seksbedrijven als zelfstandig werkende prostituees. Om toezicht op en handhaving van de vergunningen te faciliteren, voorziet het wetsvoorstel in een landelijk register van prostitutievergunningen en een landelijk register van vergunningen van prostitutie bedrijven. Er komt een pooierverbod, in aanvulling op de mogelijkheden die artikel 273f Sr biedt voor de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de prostitutie. Wie betrokken is bij onvergunde bedrijfsmatige seksuele dienstverlening en daar financieelvoordeel uithaalt, wordt strafbaar.

Om de maatschappelijke positie van sekswerkers te versterken wordt de belangenvereniging van prostituees ondersteund. Ook wordt er een wettelijke grondslag gecreëerd voor anonieme en laagdrempelige prostitutiegezondheidszorg. Verder start een pilot met een alerteringssysteem waarmee sekswerkers elkaar kunnen waarschuwen voor gewelddadige klanten.

Tot slot kunnen sekswerkers die de prostitutie willen verlaten daarbij begeleid worden vanuit een van de uitstapprogramma’s, die in het gehele land beschikbaar zijn.

Innovatiewet

In 2020 zijn de voorbereiding getroffen voor het ontwikkelen van de Innovatiewet Strafvordering. Naar verwachting zal deze wet in 2021 worden ingediend bij de Tweede Kamer. De wet hangt nauw samen met het nieuwe Wetboek van strafvordering, die de juridische ruggengraat voor een evenwichtige modernisering van de strafrechtketen moet vormen. Het gemoderniseerde wetboek legt de juridische basis voor verkorting van doorlooptijden door procesvereenvoudigingen én digitalisering van de strafrechtketen, in evenwicht met de rechtsbescherming van burgers. De Innovatiewet biedt de grondslag om een aantal onderdelen van het nieuwe Wetboek, vooruitlopend op de mogelijke inwerkingtreding hiervan, door middel van pilots in de praktijk te beproeven. De pilots zullen worden geëvalueerd door het WODC en de resultaten zullen worden betrokken bij de verdere voorbereiding van het nieuwe Wetboek. De voorbereidingen van de pilots zijn in 2020 opgestart en zullen in 2021 worden voortgezet.

Multilateraal Verdrag Inzake Rechtshulp en Uitlevering bij Internationale Misdrijven Nederland beschouwt de opsporing en vervolging van internationale misdrijven (genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid) als een belangrijke internationale verantwoordelijkheid en is op grond van internationale verdragen, waaronder het Statuut van het Internationaal Strafhof, ook verplicht om aan die verantwoordelijkheid uitvoering te geven. Verdachten, getuigen en bewijsmiddelen zijn bij internationale misdrijven vaak over meerdere landen verspreid waardoor adequate opsporing en vervolging sterk afhankelijk is van effectieve internationale samenwerking op het gebied van rechtshulp en uitlevering. Om effectieve internationale samenwerking op deze terreinen mogelijk te maken, werkt Nederland samen met Argentinië, België, Mongolië, Senegal en Slovenië, aan de totstandkoming van een nieuw Multilateraal Verdrag inzake Rechtshulp en Uitlevering bij Internationale Misdrijven (MVRUIM). Nederland heeft sinds 2011 een leidende rol in dit initiatief, dat inmiddels door 73 landen wereldwijd wordt gesteund en dat binnen twee jaar zou moeten leiden tot de totstandkoming van het MVRUIM-verdrag.

Tabel 18 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

902.541

934.669

1.026.745

998.850

940.376

926.746

929.253

        

Apparaatsuitgaven

572.831

587.017

557.302

555.716

555.808

554.973

554.080

33.1 apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

       

Personele uitgaven

458.424

492.611

465.287

463.865

463.738

462.892

461.999

waarvan eigen personeel

408.791

450.143

424.006

422.658

422.431

421.577

420.684

waarvan externe inhuur

47.892

40.992

39.813

39.741

39.838

39.846

39.846

waarvan overig personeel

1.741

1.476

1.468

1.466

1.469

1.469

1.469

Materiele uitgaven

114.407

94.406

92.015

91.851

92.070

92.081

92.081

waarvan ict

15.493

10.198

8.955

8.939

8.960

8.961

8.961

waarvan sso's

38.082

35.187

34.265

34.205

34.285

34.289

34.289

waarvan overig materieel

60.832

49.021

48.795

48.707

48.825

48.831

48.831

        

Programma-uitgaven

276.426

347.152

469.443

443.134

384.568

371.773

375.173

Waarvan juridisch verplicht

  

98%

    

33.2 Bestuur, informatie en technologie

       

Bijdrage medeoverheden

       

Regionale Informatie en Expertise Centra

8.640

7.742

7.742

7.742

7.742

7.742

7.742

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.517

2.608

0

0

0

0

0

Overige Bijdrage medeoverheden

150

950

1.069

1.041

1.041

1.041

1.041

Subsidies

       

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

4.600

3.732

3.733

3.330

3.330

3.330

3.330

Keurmerk Veilig Ondernemen

730

1.704

404

0

0

0

0

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

2.422

1.573

0

0

0

0

0

Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB)

191

170

170

0

0

0

0

Overige Subsidies

1.424

1.077

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

Opdrachten

       

Overige Opdrachten

0

54

136

105

105

105

105

        

33.3 Opsporing en vervolging

       

Bijdrage Agentschappen

       

NFI

77.595

74.510

73.667

73.682

73.688

73.716

73.716

Bijdrage medeoverheden

       

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

7.002

6.986

4.852

4.853

4.853

4.853

4.853

FIU.Nederland

5.305

7.698

6.627

6.627

6.627

6.627

6.627

Aanpak ondermijning

41.919

60.948

204.457

172.412

161.501

161.501

161.501

Overige Bijdrage medeoverheden

5.556

12.947

14.187

13.497

13.172

12.638

12.638

Subsidies

       

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

0

669

669

596

596

596

596

Overige Subsidies

5.168

3.752

3.133

2.133

2.133

2.133

2.133

Opdrachten

       

Schadeloosstellingen

20.879

19.512

19.951

19.942

19.946

19.946

19.946

Keten Informatie Management

5.240

5.609

1.448

1.448

1.448

1.448

1.448

Onrechtmatige Detentie

6.419

3.040

3.588

6.156

6.159

6.159

6.159

Gerechtskosten

31.863

34.144

33.431

29.925

29.927

29.927

29.927

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

4.300

0

0

0

0

0

0

Verkeershandhaving OM

13.864

17.627

18.484

27.569

27.147

19.647

23.047

Afpakken

0

335

892

737

727

727

727

Bewaring, verkoop en vernietiging ibg voorwerpen

14.105

13.037

13.061

13.056

13.059

13.059

13.059

Overige Opdrachten

2.295

49.674

48.988

50.648

4.648

4.648

4.648

Garanties

       

Faillissementscuratoren

1.894

780

780

780

780

780

780

        

33.4 Vervolging en berechting MH17-verdachten

       

Opdrachten

       

Vervolging en berechting MH17-verdachten

13.348

16.274

6.824

5.705

4.789

0

0

        

Ontvangsten

1.074.176

1.099.836

1.261.393

1.272.228

1.283.221

1.295.892

1.279.898

waarvan Afpakken

799.433

384.360

384.360

384.360

384.360

384.360

355.360

waarvan Boeten en Transacties

262.050

702.476

864.033

874.868

885.861

898.532

911.538

waarvan Overig

12.693

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Budgetflexibiliteit

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan het agentschap NFI, aan DRZ en aan het ZBO College Gerechtelijk Deskundigen. Daarnaast zijn de subsidiebedragen en de gerechtskosten juridisch verplicht. De niet juridische verplichte budgetten voor (opdrachten) schadeloosstellingen en onrechtmatige detentie worden op basis van rechtelijke uitspraken uitgeput en zijn derhalve niet vrij besteedbaar.

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM. Het OM realiseert naar verwachting de hieronder genoemde productie.

Tabel 19 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

WAHV beroep-, kanton- en appèlzaken

413.577

452.900

458.566

463.462

475.462

484.462

494.462

        

Overtredingszaken

122.244

140.000

129.666

132.149

130.149

132.149

132.149

- waarvan na herinstroom

9.555

17.707

16.416

16.732

16.471

16.732

16.732

        

Misdrijfzaken

206.150

220.043

219.084

218.426

215.377

211.905

208.655

Eenvoudige misdrijfzaken

26.225

28.000

27.761

27.761

27.761

27.761

27.761

- waarvan na herinstroom

1.057

1.460

1.447

1.447

1.447

1.447

1.447

Interventie/ZSM zaken

144.922

159.350

158.372

157.589

154.492

150.992

147.692

- waarvan (sepot of) buitenrechtelijke afdoening in voorfase*

6.959

      

- waarvan na herinstroom

9.222

7.699

7.652

7.614

7.464

7.295

7.136

Onderzoekszaken1

25.233

23.845

24.001

24.192

24.242

24.242

24.292

Ondermijningszaken

9.770

8.848

8.950

8.884

8.882

8.910

8.910

        

Appèlzaken

23.792

27.499

29.398

29.498

29.833

30.083

30.293

1

Vanaf 2019 wordt het BOSZ systeem gekoppeld met GPS. Hierdoor zullen de zogenaamde BOSZ sepots niet meer separaat zichtbaar zijn. Deze zaken stromen dan voortaan in als reguliere zaak: grotendeels (95%) onder ”Interventie/ZSM zaken” en een klein deel (5%) onder “Onderzoekszaken”.

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken. In 2021 beoordeelt het OM naar verwachting circa 459.000 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV). Het OM verwacht in 2021 meer beroepen te behandelen dan in voorgaande jaren vanwege de toenemende inzet op de handhaving van de verkeersveiligheid.

Verder neemt het OM in circa 130.000 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen. In ruim 17.000 zaken is sprake van zogenaamde her-instroom vanwege verzet tegen een genomen strafbeschikking.

Het OM zet de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. De capaciteit van het OM is er op gericht om bijna 28.000 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feit-gecodeerde misdrijven te behandelen. Bij interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd. Het gaat in 2021 naar verwachting om ruim 158.000 zaken.

De onderzoekszaken en ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk.

Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier naar verwachting om circa 29.000 zaken.

Bij de genoemde aantallen is nog geen rekening gehouden met eventuele effecten op de instroom en productie als gevolg van de coronacrisis.

Vanaf 1 januari 2019 is een nieuw bekostigingssysteem ingevoerd. In dit nieuwe bekostigingssysteem is deels gebaseerd op de bovengenoemde productie, behoudens voor wat betreft de zaken op het terrein van ondermijnende criminaliteit.

Er zijn tevens een aantal vaste kostenposten buiten het outputgerelateerde budget gehouden, zoals budgetten ten behoeve ICT en huisvesting. Dit geldt ook voor een aantal budgetten die betrekking hebben op werkzaamheden van het openbaar ministerie die niet of slechts indirect leiden tot een afgeronde strafzaak. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de aanpak van ondermijnende criminaliteit en terrorisme of beschikbaarheidskosten zoals bij de ZSM-aanpak.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen aan medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC) 

Voor een structurele aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn er 10 RIEC's en een LIEC. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die zo mogelijk met een fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt samengewerkt tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van de onderlinge afstemming. Voor 2021 ontvangen de RIEC’s een reguliere bijdrage van in totaal € 8,53 mln.

Tabel 20 bijdragen aan RIEC's/LIEC
 

Incidentele gelden 2021

Totaalbedrag incidentele gelden, programmaperiode 2019-2021

Structurele gelden 2021

RIEC Noord-Nederland t.n.v. gemeente Leeuwarden

2.064.000

6.000.000

853.000

RIEC Oost-Nederland t.n.v. gemeente Enschede

2.658.000

8.950.000

853.000

RIEC Zeeland West Brabant t.n.v. gemeente Tilburg

2.768.500

10.250.000

853.000

RIEC Oost-Brabant t.n.v. gemeente Eindhoven

2.777.500

10.250.000

853.000

RIEC Midden-Nederland t.n.v. gemeente Utrecht

3.060.200

9.240.600

853.000

RIEC Limburg t.n.v. gemeente Maastricht

2.979.000

8.937.000

853.000

RIEC Noord-Holland t.n.v. gemeente Haarlem

1.911.250

6.035.025

853.000

RIEC Den Haag t.n.v. gemeente Den Haag

1.998.000

6.000.000

853.000

RIEC Rotterdam t.n.v. gemeente Rotterdam

3.664.000

11.000.000

853.000

RIEC Amsterdam Amstelland t.n.v. gemeente Amsterdam

2.777.900

8.337.375

853.000

Totaal

26.658.350

85.000.000

8.530.000

Uitstapprogramma’s prostituees

Het kabinet heeft structureel geld beschikbaar gesteld voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. Hiervoor is per jaar € 3 mln. beschikbaar gesteld, en eenmalig € 1 mln. extra in 2021. Dit budget wordt via een decentralisatie-uitkering aan 18 aangewezen DUUP gemeenten uitgekeerd. Het budget is bedoeld voor het (laten) ontwikkelen en (laten) uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Een uitstapprogramma is een programma waarbinnen begeleiding van prostituees plaatsvindt bij het vinden van werk of overige dagbesteding buiten de prostitutie.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

Het KVO heeft als doel het creëren van een veiligere werk- en leefomgeving ter preventie van inbraken, overvallen en brand. Samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer staat hierbij centraal. Bedrijventerreinen en winkelgebieden komen voor KVO- certificatie in aanmerking als zij een aantal structurele maatregelen op het gebied van veiligheid treffen.

Uitstapprogramma’s prostituees

Hier wordt verwezen naar de toelichting bij de "bijdragen aan medeoverheden".

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen. Een meer gedetailleerde toelichting vindt u verderop in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Bijdragen aan medeoverheden

Staatkundige hervorming Caribisch Nederland en de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in Caribisch Nederland en de andere landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. De juridische dienstverlening op de BES is geborgd door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint-Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van de bestrijding van witwassen, de onderliggende delicten en terrorismefinanciering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van Wwitwassen en financieren van terrorisme (Wwft) signalen over meldingen van ongebruikelijke transacties van meldingsplichtige instellingen, zoals banken, geldtransactiekantoren, beroeps- en bedrijfsmatige autohandelaren en notarissen. FIU-Nederland analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie aan te merken en over te dragen door te melden aan de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor verder onderzoek en mogelijke vervolging.

Tabel 21 Kengetallen FIU-Nederland
 

2019

2020

2021

2022

2023

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.298

1.200

1.200

1.200

1.200

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.611

1.500

1.500

1.500

1.500

1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Aanpak ondermijning

Vanuit het Regeerakkoord is een bedrag van € 100 mln. beschikbaar gesteld voor de versterking van de aanpak van ondermijning. Dit geld wordt met name ingezet om de lokale en regionale aanpak van ondermijning stevig en innovatief te versterken. Daarnaast wordt een structureel bedrag ter hoogte van € 10 mln. besteed aan de versterking van de intelligence- en analysecapaciteit in RIEC/LIEC-verband en voor aanvullende capaciteit om de regionale, integrale aanpak van ondermijning in operationele zin te versterken.

Aanvullend op de versterking vanuit het Regeerakkoord wordt doorgepakt met een breed offensief om de georganiseerde ondermijnende criminaliteit verder terug te dringen. Op landelijk niveau wordt ingezet op een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen; oprollen, afpakken en voorkomen. Er komt een bedrag van € 141 mln. in 2021, oplopend tot € 150 mln. structureel vanaf 2022 beschikbaar. Deze middelen worden primair ingezet op het toekomstbestendig maken van het stelsel Bewaken en Beveiligen (structureel € 55 mln.) en de inrichting en werkzaamheden van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT, structureel € 93 mln.). Uit deze gelden is er in 2021 € 15 mln. en 2022 € 10 mln. incidenteel geld beschikbaar voor de lokale en regionale aanpak. Daarnaast wordt € 2 mln. structureel geïnvesteerd in het Programma Anti-Ondermijning en onderzoek.

De middelen ten behoeve van de regionale aanpak van ondermijning zijn ter beschikking gesteld aan de tien Regionale Informatie en Expertise Centra (RIECs). In de tabel <bijdragen aan RIEC's/LIEC> bij artikelonderdeel 33.2 staat de precieze verdeling van de structurele en incidentele gelden die voor 2021 aan de afzonderlijke RIECs beschikbaar worden gesteld, op basis van de regionale versterkingsplannen voor de besteding van deze middelen. Hierbij is tevens vermeld via welke rechtspersoon deze middelen aan de RIEC zijn toebedeeld. De RIEC’s hebben zelf namelijk geen rechtspersoonlijkheid en kunnen derhalve niet rechtsreeks een bijdrage ontvangen.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen ondermeer bijdragen voor vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor, de implementatie van de EU Wapenrichtlijn en de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden onder andere ketenvoorzieningen in opdracht van DGRR beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justitiële Informatiedienst en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de architectuur voor de informatievoorziening in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie-uitwisseling en de uitvoerbaarheid daarvan, mede door middel van de herziening van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en in het programma Identiteitsvaststelling op orde.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen en het compenseren van geleden schade aan slachtoffers of rechthebbenden staat voorop. Dit is een speerpunt van het Kabinet en de partners in de strafrechtketen. Daarbij wordt samengewerkt met bestuurlijke partners zoals de Belastingdienst en gemeenten en, waar mogelijk, met private partijen. Het ontnemen van crimineel vermogen is een onderdeel van die bestrijding naast de inzet om Nederland voor criminelen financieel-economisch minder aantrekkelijk te maken en criminele bedrijfsprocessen en criminele verdienmodellen continu te frustreren. Bijgevolg wordt per strafzaak gekeken naar de meest effectieve en realiseerbare interventie waarbij de afspraak is dat in principe bij iedere ondermijningszaak financieel-economisch onderzoek wordt verricht met het oog op inbeslagname voor het realiseren van ontneming van crimineel vermogen.

Voor het versterken van deze financiële aanpak van criminaliteit wordt er uitvoering geven aan de beleidsmaatregelen ter bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het plan van aanpak witwassen. Verder wordt er uitvoering gegeven aan de strategie voor het afpakken van crimineel vermogen. Deze strategie, uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 201910 beoogt het effectiever blootleggen van criminele geldstromen om doeltreffender crimineel vermogen af te pakken en criminele investeringen te verhinderen. Uit dit budget worden de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten). Daarbij wordt ingezet op systematisch inzetten op financieel onderzoek ten behoeve van het opsporen van strafbare feiten en crimineel vermogen en wordt gewerkt aan het versterken van de multidisciplinaire informatie-uitwisseling en informatievoorziening. Ook wordt gestreefd naar doelmatige werkprocessen inzake het opsporen en afpakken van crimineel vermogen, inclusief het beslagproces. Er worden met behulp van lopende en afgeronde projecten innovatieve, goed werkende praktijken geïdentificeerd en breed beschikbaar gesteld en de expertise inzake het afpakken onder medewerkers van overheidsorganisaties wordt breed gedeeld. Ook wordt ingezet op versterking van Nederlandse en EU wet- en regelgeving voor de aanpak van witwassen en het versterken van informatiedeling in het licht van ontneming van crimineel vermogen. Daarnaast wordt de operationele internationale samenwerking versterkt door het financieel opsporen verder in te bedden in de aanpak van verschillende typen strafbare feiten. Met de inrichting van een monitor wordt het verbeterd in beeld brengen van gerealiseerde resultaten en ervaringen in het toepassen van maatregelen en afgesproken processen mogelijk gemaakt. Onvolkomenheden en vastgestelde verbeterslagen in de strafrechtelijke afpakketen worden met behulp van centrale regievoering en keten-brede analyse, overleg en gezamenlijke inspanningen verder systematisch ter hand genomen met behulp van de daarvoor beschikbare middelen.

Garanties

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling curatoren (GSR) voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel de Minister een garantiestelling kunnen vragen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te kunnen stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur» Dit stelt curatoren in faillissementen in staat om een procedure te beginnen teneinde de vervreemde activa weer terug te laten vloeien in de boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken. Naar aanleiding van de evaluatie van de GSR wordt de garantstellingsregeling herzien. Dit met het oog om de uitvoerbaarheid en effectiviteit te verbeteren en de regeling in overeenstemming te brengen met het Rijkskader voor risicoregelingen. 

33.4 Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

Op 19 juni 2019 heeft het Openbaar Ministerie (OM), op basis van onderzoek van het Joint Investigation Team (JIT), besloten om tot vervolging van vier verdachten over te gaan. Het strafproces MH17 is op 9 maart 2020 van start gegaan. Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en OM. Overige kosten, waarbij gedacht moet worden aan detentie, beveiliging, vertaling, communicatie etc., worden gezamenlijk door de JIT-landen - Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland - gefinancierd. De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en deze steun is bekrachtigd door de ondertekening van Memoranda of Understanding (MoU’s).

Ontvangsten

Boeten en Transacties

Conform het Regeerakkoord zijn per 1 januari 2018 alle ontvangsten uit Boeten en Transacties (B&T-ontvangsten) een generaal dossier. De geraamde B&T-ontvangsten blijven op de begroting van JenV staan, maar afwijkingen in de ontvangsten zullen geen last (of voordeel) voor de begroting van JenV vormen. Hierdoor is het financiële risico voor JenV geheel weggenomen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen en het compenseren van geleden schade aan slachtoffers of rechthebbenden staat voorop. Voor het versterken van deze financiële aanpak van criminaliteit wordt naast het uitvoering geven aan de beleidsmaatregelen ter bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het plan van aanpak witwassen zoals vastgesteld in 2019 en 2020, ook uitvoering gegeven aan de strategie voor het afpakken van crimineel vermogen. Deze strategie uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 2019 beoogt het effectiever blootleggen van criminele geldstromen om effectiever crimineel vermogen af te pakken en criminele investeringen te verhinderen. Ook de opbrengsten uit afpakken kennen sinds 1 januari 2018 deels een generale behandeling.

10

Kamerstukken 2018–2019, 29 911, nr. 221

Licence