Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.10 Artikel 14. Cultuur

Het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het erfgoed.

De verantwoordelijkheid van de Minister is in de Wet op het specifiek cultuurbeleid verankerd. De Minister is verantwoordelijk voor het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen en sociaal en geografisch spreiden van cultuuruitingen. Overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid zijn daarbij leidend. Dit is aanvullend op het cultuuraanbod dat zonder betrokkenheid van de overheid tot stand komt. De Minister is ook verantwoordelijk voor de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet.

Financieren

De Minister heeft een financierende rol door het bekostigen van de basisinfrastructuur cultuur en subsidiëring van specifieke (wettelijke) programma's en regelingen op de terreinen erfgoed, kunsten, letteren en bibliotheken.

Stimuleren

De Minister heeft een stimulerende rol bij het versterken van de cultuursector door programma’s als cultuureducatie, leesbevordering, cultuurparticipatie, ondernemerschap, historisch-democratisch bewustzijn en internationaal cultuurbeleid.

Regisseren

De Minister heeft een regisserende rol bij de uitvoering van en toezicht op het behoud en beheer van het erfgoed en (digitale) archieven. Dit betreft onder meer de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. Toezicht op naleving van de laatste twee wetten ligt bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de rijksgesubsidieerde musea zijn onder andere belast met de uitvoering van de Erfgoedwet. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet.

Kengetallen
Tabel 67 Kengetallen

Kengetal

2015

2016

2017

2018

1

Percentage van de bevolking van 6 jaar en ouder dat voorstellingen, musea en bibliotheken heeft bezocht1

 

89%

 

89%

2

Percentage bevolking 6 jaar en ouder dat erfgoed heeft bezocht1

 

59%

 

63%

3

Percentage kinderen en jongeren tussen 6 en 19 jaar dat voorstellingen, musea en bibliotheken heeft bezocht2

 

99% (6-11 jaar) 99% (12-19 jaar)

 

98%(6-11 jaar) 100% (12-19 jaar)

1

Bron: SCP/CBS (Vrijetijdsomnibus 2012-2018), maatwerktabel, op verzoek door SCP geleverd.

2

Bron: SCP/CBS (Vrijetijdsomnibus 2012-2018), maatwerktabel, op verzoek door SCP geleverd. De Vrijetijdsomnibus (VTO) is een tweejaarlijks onderzoek naar cultuur- en sportparticipatie van de Nederlandse bevolking. Het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wordt eens in de twee jaar uitgevoerd. De gegevens over 2018 zijn de meest recente. De VTO2018 peiling verschilde van de eerdere peilingen. Voortschrijdend inzicht bij het CBS leidde tot een andere ‘waarnemingsstrategie’. Dit is echter niet zonder consequenties voor de vergelijkbaarheid met eerdere jaren. Er is voor gekozen om de data van eerdere VTO’s met terugwerkende kracht te herwegen, zodat het net is of destijds ook al de 2018 gehanteerde waarnemingsstrategie was gebruikt. De vergelijkbaarheid van 2018 is hersteld met de eerdere jaren, en heeft als consequentie dat de cijfers over die eerdere jaren wat anders kunnen uitvallen dan eerder is gepubliceerd. In de regel leidde dit overigens niet tot grote verschillen.

Toelichting

Cultuurbereik

Deze kengetallen geven inzicht in het cultuurbereik en zijn daarmee in lijn met de algemene doelstelling voor artikel 14; het bevorderen van de deelname aan cultuur.In 2018 bezochten negen op de tien mensen van 6 jaar en ouder jaarlijks ten minste één keer een culturele voorstelling, tentoonstelling, evenement of culturele instelling.Erfgoed (archieven, opgravingen, historische plekken en historische evenementen) werd door 63% van de mensen bezocht. Op basis van deze gegevens blijkt dat bijna alle kinderen en jongeren tot en met 19 jaar in 2018 minstens één keer een voorstelling, een museum of bibliotheek bezochten. De cijfers over 2016 verschillen van wat eerder is gepubliceerd als gevolg van een methodologische wijziging die met terugwerkende kracht is doorgevoerd. In de regel leidde dit overigens niet tot grote verschillen. Meer kengetallen en indicatoren rondom de doelen en functies van het cultuurstelsel worden in woord, beeld en cijfers gepresenteerd in OCW in cijfers.

Vanaf 2021 start de nieuwe basisinfrastructuur (BIS), met ruimte voor nieuwe genres en spelers met aandacht voor de jeugd en samenwerking met de stedelijke regio’s. Al met al wordt er € 27,3 miljoen extra ingezet in de BIS en € 17,1 miljoen bij de cultuurfondsen.

Tabel 68 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

564.102

2.926.808

331.519

322.374

334.677

1.990.457

451.593

waarvan garantieverplichtingen

8.404

‒ 31.130

0

0

0

0

0

waarvan overig

555.698

2.957.938

331.519

322.374

334.677

1.990.457

451.593

Totale uitgaven

960.734

1.269.733

1.001.772

973.450

982.955

980.442

975.877

waarvan juridisch verplicht (%)

  

96,1%

    
        

Bekostiging

829.903

1.069.795

890.951

868.226

878.119

878.384

875.191

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

246.119

361.777

220.817

222.512

222.552

222.717

222.267

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

202.722

313.075

193.121

192.143

192.143

192.143

191.800

Huisvesting erfgoed

87.088

88.645

0

0

0

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

46.898

42.664

0

0

0

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

0

0

217.302

202.902

202.902

202.902

200.502

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

0

682

23.637

23.616

23.616

23.616

23.616

Digitale openbare bibliotheek

0

341

16.536

16.536

16.536

16.536

16.536

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

0

279

12.290

12.290

12.290

12.290

12.290

Monumentenzorg

205.974

218.304

159.340

140.056

135.543

135.643

135.643

Archieven incl. Regionale Historische Centra

25.860

26.550

27.180

27.180

27.180

27.180

27.180

Flankerend beleid huisvesting

5.024

6.681

6.681

6.681

6.681

6.681

6.681

Cultuureducatie met Kwaliteit

10.218

10.797

14.047

24.310

38.676

38.676

38.676

Subsidies (regelingen)

71.099

133.774

42.916

41.578

42.215

42.509

43.842

Verbreden inzet cultuur

14.233

14.179

7.454

9.144

10.166

11.641

13.706

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

8.319

9.005

7.399

7.399

7.399

7.399

8.142

Programma leesbevordering

3.427

3.850

3.850

3.850

3.350

3.350

3.350

Creatieve Industrie

2.397

1.850

2.085

2.085

2.085

2.085

1.975

Monumentenzorg

5.603

3.177

135

0

0

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

258

825

0

0

0

0

0

Specifiek cultuurbeleid

36.862

100.888

20.169

17.476

17.876

16.695

15.330

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

0

0

1.824

1.624

1.339

1.339

1.339

Opdrachten

14.308

17.855

22.692

18.434

17.409

14.359

11.654

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

1.139

1.734

2.091

2.026

1.901

1.901

1.901

Monumentenzorg

6.850

5.581

0

0

0

0

0

Archeologie

3.493

4.005

0

0

0

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

276

2.370

0

0

0

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

0

0

8.004

7.349

6.516

6.416

5.916

Overige opdrachten

2.550

4.165

12.597

9.059

8.992

6.042

3.837

Bijdragen aan agentschappen

42.496

45.390

42.315

42.314

42.314

42.317

42.317

Nationaal Archief

42.496

45.390

42.315

42.314

42.314

42.317

42.317

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.928

2.919

2.898

2.898

2.898

2.873

2.873

Ontvangsten

4.376

494

494

494

494

494

494

Wijzigingen structuur budgettabel

Met ingang van 2021 wijzigt de indeling van deze budgettabel.

Het nieuwe budget ‘Museale instellingen met een wettelijke taak’ bestaat uit de budgetten die voorheen waren vermeld bij de regels ‘huisvesting’ en ‘beheer en onderhoud collecties’ plus het budget voor de publieksactiviteiten van musea, dat voorheen onderdeel was van de regel ‘vierjaarlijkse instellingen’. Hiermee wordt inzichtelijker hoeveel in totaal wordt uitgegeven aan de museale instellingen met een wettelijke taak.

Met de nieuwe budgetten ‘Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)’ en ‘Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’ worden de uitgaven gebundeld, aan respectievelijk subsidies en opdrachten, die via de RCE verlopen. Voorheen waren deze uitgaven onderdeel van verschillende budgetten binnen de instrumenten subsidies en opdrachten. Met deze wijziging wordt inzichtelijker hoeveel programmabudget wordt uitgegeven door de RCE.

Budgetflexibiliteit

Van het totale budget voor artikel 14 is in 2021 96,1 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2021 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op betalingen aan culturele instellingen, cultuurfondsen en monumenteneigenaren. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Erfgoedwet, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en onderliggende besluiten en regelingen. Het moment van juridisch verplichten gaat vooraf aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

SubsidiesVan het beschikbare budget is 52,1 procent juridisch verplicht voor 2021. Dit betreft het deel van de subsidies waarvoor al voor de start van 2021 een beschikking is verstuurd.

OpdrachtenVan het beschikbare budget is 58,7 procent juridisch verplicht.

Bijdragen aan agentschappenDit betreft de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief. Het budget voor 2021 is 100 procent juridisch verplicht.

Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesDit betreft de contributies voor (inter)nationale verdragen en lidmaatschappen. Deze contributies lopen door tot wederopzegging en dragen bij aan de uitvoering van internationale afspraken. Het budget voor 2021 is 100 procent juridisch verplicht. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de instrumenten.

Bekostiging

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

In de culturele basisinfrastructuur worden instellingen voor een periode van vier jaar bekostigd. De Regeling op het specifiek cultuurbeleid regelt welke instellingen voor de periode 2021–2024 in aanmerking komen voor deze bekostiging. De Raad voor Cultuur heeft op 4 juni 2020 advies uitgebracht over de aanvragen voor de periode 2021–2024. In de brief die tegelijk met de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, is tevens het besluit over deze aanvragen opgenomen. De culturele basisinfrastructuur bestaat vanaf 2021 uit instellingen op het gebied van podiumkunsten (theater, dans, muziek en muziektheater, festivals en jeugdpodiumkunsten), regionale musea en sectorcollecties, beeldende kunst (presentatie-instellingen en postacademische instellingen), film (festivals en ondersteunende instelling), letteren (festival en ondersteunende instellingen), ontwerp (ondersteunende instelling, future lab design en technologie, festivals), ontwikkelinstellingen en een aantal bovensectorale ondersteunende instellingen.

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

Naast de vierjaarlijkse instellingen zijn er zes cultuurfondsen, die sectoraal zijn georganiseerd. De cultuurfondsen spelen een belangrijke rol in het cultuurstelsel. Door middel van flexibele en kortlopende subsidieregelingen kunnen zij de dynamiek en de vernieuwing in de sector op de voet volgen en zijn zij in staat snel op sectorale ontwikkelingen te reageren.

Museale instellingen met een wettelijke taak

Op basis van de Erfgoedwet zijn museale instellingen belast met de zorg voor het beheer van de museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen of verzamelingen. Hiervoor ontvangen deze instellingen met een wettelijke taak een structurele vergoeding. Voor de subsidiëring van deze taak worden op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen middelen beschikbaar gesteld waarbij onderscheid wordt gemaakt in enerzijds beheer en onderhoud van collecties en anderzijds huisvesting. Daarnaast ontvangen museale instellingen, op grond van dezelfde Regeling, middelen voor hun publieksactiviteiten.

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen, digitale openbare bibliotheek en bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

Per 1 januari 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in werking getreden. De wet organiseert het openbare bibliotheekwerk als een netwerk van samenwerkende lokale en provinciale openbare bibliotheekvoorzieningen, waarbij de Koninklijke Bibliotheek (KB) een coördinerende rol vervult. In het netwerk verricht de KB als nationale bibliotheek van Nederland taken voor het stelsel als geheel, waaronder het beheer en de doorontwikkeling van de landelijke digitale openbare bibliotheek en de bibliotheekvoorziening voor personen met een leeshandicap. Activiteiten richten zich in 2021 op de aandachtspunten uit de evaluatie van de Wsob, waaronder de rol van de openbare bibliotheek bij het Leesoffensief. Daarnaast op de doorontwikkeling de digitale openbare bibliotheek, met name voor de jeugd, en in vervolg op de Motie van het lid Asscher c.s. op de spreiding en bereikbaarheid van de fysieke bibliotheek.

Monumentenzorg

De Erfgoedwet is sinds 1 juli 2016 het juridisch kader voor de financiering van de monumentenzorg. Wat betreft de financiering van de instandhouding van rijksmonumenten is de brief Erfgoed Telt het beleidskader. Zo krijgen in 2021 onderwerpen als de verbindende waarde van erfgoed en de verduurzaming van rijksmonumenten aandacht. Ook wordt er geïnvesteerd in de implementatie van het Verdrag van Faro. Ten slotte wordt er in 2021 in monumentenzorg geïnvesteerd via onder andere de Subsidieregeling instandhouding monumenten en de Woonhuisregeling.

Archieven inclusief Regionale Historische Centra

Het Ministerie van OCW draagt bij aan de kosten van bewaring en presentatie van de rijksarchieven uit de provincie door de Regionale Historische Centra, die in elke provinciehoofdstad met uitzondering van Zuid-Holland zijn gevestigd. Een wetsvoorstel tot modernisering van de Archiefwet 1995, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 11 juni 2018, zal naar verwachting in 2021 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Flankerend beleid huisvesting

Deze middelen zijn gereserveerd voor het Garantiefonds rijksmusea. Ze zijn bedoeld als garantstelling voor leningen aangegaan door rijksmusea voor huisvesting en voor eventuele knelpunten die samenhangen met de invoering van de Erfgoedwet.

Cultuureducatie met kwaliteit

In de periode 2021-2024 komt een vervolg op het programma Cultuureducatie met kwaliteit. Er komt meer ruimte om in te spelen op lokale wensen, zoals aandacht voor het voortgezet onderwijs, gelijke kansen en de relatie binnenschools-buitenschools. Het bedrag dat andere gemeenten dan de G9 ontvangen wordt verhoogd: zij ontvangen in de nieuwe periode hetzelfde bedrag als de G9 eerder al ontvingen, namelijk € 0,79 per leerling. Cultuureducatie met kwaliteit wordt toegankelijk voor aanvragers in Caribisch Nederland.

Subsidies

Verbreden inzet cultuur

In de periode 2021-2024 stimuleert het Ministerie van OCW toegankelijkheid met een programma cultuurparticipatie. Dit programma heeft als doel de cultuurdeelname van zoveel mogelijk verschillende groepen te bevorderen. Het programma verbindt zorg en sociaal werk met professionele culturele instellingen, amateur- en erfgoedverenigingen en kunstenaarsinitiatieven. Het gaat om actieve participatie: zelf dansen, filmen, vloggen, toneel spelen, schrijven of verhalen vertellen. Het Fonds voor Cultuurparticipatie voert het programma uit. Het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst ondersteunt het programma met expertise en kennisdeling. Voorts worden met de uitvoering van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed de digitale toegankelijkheid en het gebruik van erfgoed, archieven en collecties vergroot.

Internationaal cultuurbeleid (inclusief HGIS)

Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van OCW en Buitenlandse Zaken. In de periode 2021-2024 gelden voor het internationaal cultuurbeleid drie doelen:

  • een sterke positie van de Nederlandse culturele sector in het buitenland door zichtbaarheid, uitwisseling en duurzame samenwerking;

  • het met Nederlandse cultuuruitingen ondersteunen van de bilaterale relaties met andere landen;

  • het benutten van de kracht van de culturele sector en creatieve industrie voor de Sustainable Development Goals (SDG’s), met name in de verbinding met de Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS)-agenda in de focusregio’s.

Voor de verwezenlijking van zojuist genoemde doelen wordt gekozen voor een meerjarige strategische inzet op 23 landen. Per land worden nadere afspraken gemaakt tussen betrokken spelers (o.a. diplomatieke posten, fondsen en Dutch Culture) over samenwerking en uitvoering. Door maatwerk per land worden cultuur en buitenlandprioriteiten met elkaar verbonden.

Programma leesbevordering

Het leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen is onderdeel van het Actieprogramma Tel mee met Taal 2020–2024. Tel mee met Taal is een gezamenlijke aanpak samen met het Ministerie van SZW, het Ministerie van BZK en het Ministerie van VWS om laaggeletterdheid te voorkomen en tegen te gaan. Zoals in de brief aan de Tweede Kamer van 18 maart 2019 is aangekondigd, is het leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen de afgelopen jaren bewezen effectief geweest en wordt het daarom voortgezet.

Creatieve industrie

Ten laste van dit budget worden uitgaven gedaan ten behoeve van de Creatieve Industrie. Dit gebeurt in samenwerking met het Ministerie van EZK. Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor de ontwerpdisciplines zoals architectuur, vormgeving en digitale cultuur. In samenwerking met het Ministerie van BZK wordt een architectuurprogramma gefinancierd.

Specifiek cultuurbeleid

Onder specifiek cultuurbeleid zijn verschillende kleinere subsidiebudgetten opgenomen, die grotendeels besteed worden aan projectsubsidies op basis van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. De middelen voor 2021 zijn bestemd voor diverse onderwerpen, zoals de arbeidsmarktagenda, beleidsinnovatie bibliotheken, een matchingsregeling verbreding en vernieuwing, een revolverend productiefonds, archeologie, erfgoed en fysieke leefomgeving, het Holocaustmuseum en de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog.

Subsidies Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

De middelen zijn bestemd voor subsidies voor ondersteuning van het erfgoedveld in de domeinen archeologie, gebouwd erfgoed, roerend erfgoed, cultuurlandschap en leefomgeving. Er wordt geïnvesteerd in kennis- en onderzoeksprogramma’s, de ondersteuning en infrastructuur voor erfgoed en informatie- en communicatietechniek. In 2021 wordt vanuit Erfgoed Telt extra geïnvesteerd in (maritieme) archeologie, verduurzaming, curricula voor bouwspecialismen, kwaliteitsnormen, het ondersteunen van vrijwilligers en de implementatie van het Verdrag van Faro.

Opdrachten

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

Dit budget is bestemd voor opdrachten die bestaan uit het inhuren van bureaus voor beleidsonderzoek, evaluaties, visitatie/monitoring van versterking van de kennisbasis in de cultuursector.

Opdrachten Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

De middelen zijn bestemd voor dezelfde onderwerpen als vermeld onder de kop ‘Subsidies Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed’, maar dan voor uitgaven aan opdrachten. Ook is budget beschikbaar voor monumenten in het aardbevingsgebied in Groningen.

Overige opdrachten

Dit budget is bestemd voor opdrachten die verbonden zijn aan diverse beleidsterreinen en wordt in 2021 grotendeels besteed aan de Cultuurkaart, archeologie en erfgoed en fysieke leefomgeving. De Cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs komt vanaf 2021 ook beschikbaar voor het voortgezet speciaal onderwijs. Het huidige contract voor de Cultuurkaart loopt nog tot en met het schooljaar 2023-2024. Vanuit de tijdelijke extra erfgoedmiddelen uit het Regeerakkoord is voor 2021 archeologiebudget beschikbaar voor investeringen in instandhouding van archeologische rijksmonumenten, maritieme archeologie, wetenschappelijke innovatie en publieksbereik. De middelen voor erfgoed en fysieke leefomgeving zijn bestemd voor werkzaamheden op het terrein van gebiedsgericht erfgoedbeleid en uitvoeringsprogramma’s. Het kabinet wil het erfgoed beschermen en benutten bij actuele ruimtelijke opgaven in steden en in het landelijk gebied en versterkt deze relatie in trajecten als de Omgevingswet en de Nationale Omgevingsvisie.

Bijdragen aan agentschappen

Deze middelen betreffen de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Naast prioriteiten die onder het financieel instrument Internationaal cultuurbeleid zijn genoemd, is Nederland aan een aantal verplichtingen gebonden en draagt Nederland bij aan de uitvoering van internationale verdragen. Dit geldt voor UNESCO erfgoedverdragen voor het werelderfgoed, het immaterieel erfgoed, de bescherming van cultureel erfgoed bij gewapend conflict, de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en het cultuurverdrag voor de diversiteit van cultuuruitingen. Ook wordt bijgedragen aan het Europees filmprogramma (Eurimages) en de Nederlandse Taalunie.

Ontvangsten

Er zijn ontvangsten geraamd als gevolg van het definitief vaststellen van subsidies.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Miniser van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:- Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap box 3- BTW Vrijstelling componisten, schrijvers en journalisen

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 69 Fiscale regelingen 2019-2021, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)
 

2019

2020

2021

Aftrek uitgaven monumentenpanden

BTW Verlaagd tarief culturele goederen en diensten

984

719

870

1: [-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

Licence