Base description which applies to whole site

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Bij Najaarsnota 2022 was er een bedrag van € 28.562,0 mln aan verplichtingen geraamd en een bedrag van € 11.236,7 mln aan kasuitgaven. Uiteindelijk is er in 2022 ten opzichte van de Najaarsnota € 49,5 mln minder verplicht en € 2.356,6 mln minder uitgegeven dan begroot.

Bij Najaarsnota 2022 was er een bedrag van 5.898,7 mln aan ontvangsten geraamd. De gerealiseerde ontvangsten zijn in 2022 € 920,9 mln hoger uitgevallen dan geraamd.

Verplichtingen

De lagere realisatie op het verplichtingenbudget is een saldo van hogere en lagere realisaties. Bij de volgende instrumenten is sprake van lagere realisatie (mutaties groter dan € 10 mln):

  • Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023: de grootste mutatie voor de Slotwet betreft € 6,43 mld lagere verplichtingen op het tijdelijke prijsplafond energietarieven voor kleinverbruikers voor 2023. De openstellingstermijn van de regeling liep van 12 december 2022 tot en met 16 januari 2023. Het was vooraf lastig in te schatten welk deel in 2022 aangevraagd zou worden en welk deel in 2023. Uiteindelijk is een groter deel van de aanvragen dan verwacht pas in 2023 ingediend en verplicht.

  • Tegemoetkoming energieprijzen 2022: op het totale verplichtingenbudget van € 3.154 mln is uiteindelijk voor € 28 mln minder aan subsidie toegezegd.

  • Garantieregeling aardwarmte: op de grantieregeling zijn in 2022 geen garanties afgegeven, zodat er voor een bedrag van € 44,2 mln minder is gerealiseerd dan geraamd.

  • HER+: voor de HER+-regeling zijn aanzienlijk minder subsidieaanvragen ingediend (€ 30,4 mln) dan bij Najaarsnota geraamd.

  • DEI+: ook op de DEI+-regeling zijn uiteindelijk voor € 29,7 mln minder verplichtingen aangegaan dan geraamd .

  • ISDE: op de ISDE-openstelling zijn in 2022 € 82,5 mln minder aan verplichtingen aangegaan dan bij Najaarsnota geraamd. In de raming was onvoldoende rekening gehouden met de tijd die uitvoeringsorganisatie RVO.nl nodig had om de subsidieaanvragen af te handelen en te beschikken.

  • Waterstof-backbone: de subsidie aan Gasunie voor het aanleggen van de waterstof-backbone kon niet meer in 2022 verstrekt worden en is doorgeschoven naar 2023, dit heeft tot een odneruitputting van € 750 mln geleid.

  • IPCEI waterstof golf 3: het afgeven van de beschikkingen kon niet plaatsvinden omdat de Europese Commissie de notificatieproceddure heeft uitgesteld.. Met de lagere realisatie is een bedrag van € 600 mln gemoeid.

  • Programma Opwek Energie Rijksgronden (OER): het is niet meer gelukt om de geraamde subsidies in 2022 te verstrekken, waardoor € 52,5 mln minder is verplicht. Omdat het om Klimaatfondsmiddelen gaat schuift dit budget door naar 2023.

  • Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden: op het Nationaal Programma RES is € 14,2 mln minder verplicht dan bij Najaarsnota geraamd.

Tegenover deze lagere realisaties staan enkele hogere verplichtingenrealisaties:

  • SDE++: in de Najaarsnotaraming was er rekening mee gehouden dat RVO.nl op de openstelling 2022 van de SDE++ (€ 13 mld) slechts € 1,5 mld zou verplichten, maar doordat RVO.nl veel meer subsidieaanvragen in 2022 heeft behandeld is een veel groter bedrag aan subsidiebeschikkingen al in 2022 afgegeven, waardoor het verplichtingenbudget is overschreden met € 6.970,4 mln. Dit verplichtingenbudget valt daarmee vrij in 2023.

  • Garantstelling lening COVA: aan de stichting COVA is in eind 2022 een nieuwe garantstelling afgegeven van € 799 mln voor een lening van het ministerie van Financiën die de stichting COVA nodig had om extra diesel aan te kopen voor het aanhouden van de strategische dieselvoorraad.

  • Regeling toezicht energiebesparingsplicht: de Specifieke Uitkeringen aan de bevoegde gezagen om het toezicht op de energiebesparingsplicht van bedrijven te versterken is in 2022 in één keer verstrekt voor de periode 2022-2026. Dit heeft geleid tot een overschrijding van het verplichtingenbudget van € 42,9 mln.

  • Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie: door de hogere energieprijzen in het laatste kwartaal van 2022 was de meevaller op de subsidies voor de SDE, de SDE+ en de SDE++ hoger dan bij Najaarsnota geraamd. De meevaller van € 226,2 mln is in zijn geheel in de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. Omdat elke storting ook een verplichting is wordt dus ook het verplichtingenbudget van de storting overschreden.

Uitgaven

De volgende uitgavenmutaties (groter dan € 10 mln) worden bij Slotwet aangemeld:

  • DEI+: de veel lagere verplichtingenrealisatie op de DEI+-regeling (zie bij Verplichtingen) heeft ook geleid tot € 14,6 mln aan lagere kasuitgaven.

  • SDE/SDE+/SDE++: De lagere realisatie in 2022 (€ 88,4 mln) op het geheel van de subsidiecategorieën die onder de SDE, de SDE+ en de SDE++ vallen is vooral veroorzaakt doordat het voor de statistische overdracht aan Denemarken gereserveerde budget van € 80 mln niet is uitbetaald.

  • ISDE-regeling: de lagere verplichtingenrealisatie (zie bij Verplichtingen) heeft geleid tot lagere uitgaven (€ 35,5 mln) op de ISDE-regeling dan bij 2e suppletoire begroting geraamd.

  • Tegemoetkoming energieprijzen 2022: ook hier geldt dat de lagere afgegeven subsdiebeschikkingen in 2022 geleid hebben tot lagere uitgaven (€ 30,4 mln).

  • Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023: in de raming van de 2e suppletoire was rekening gehouden met een bevoorschotting in 2022 op de aan energieleveranciers af te geven subsidies van € 1.451 mln. Uiteindelijk is hierop slechts € 370 mln bevoorschot, zodat er € 1.081 mln minder is uitbetaald dan geraamd.

  • Lening EBN voor vullen Bergermeer: op de lening aan EBN voor het vullen van de gasopslag in Bergermeer is uiteindelijk van de toegezegde € 2,3 mld slechts € 1 mld bevoorschot, omdat de gasprijzen in het laatste kwartaal van 2022 fors gedaald zijn en andere (markt)partijen meer voor het vullen van de gasopslag voor hun rekening namen dan waar EBN in zijn leningsverzoek van was uitgegaan.

Tegenover deze lagere uitgaven staat dat er € 226,2 mln meer in de bergrotingsreserve duurzame energie en klimaatenergie is gestort dan bij 2e suppletoire begroting geraamd. Het gaat dan om de extra meevaller op de uitgaven voor de SDE/SDE+/SDE+ (€ 88,4 mln), de meevaller op de ISDE € 35,5 mln) en de onverwachte tenderopbrengst voor kavel 7 van het windpark Hollandse Kust West (€ 101,1 mln, zie bij Ontvangsten).

Ontvangsten

De hogere ontvangsten hebben vooral betrekking op de volgende posten (groter dan € 10 mln):

  • Diverse ontvangsten: de hogere ontvangsten€ 100,5 mln) hebben voor het allergrootste deel betrekking op door ontvangers van SDE+(+)-subsidie terugbetaalde voorschotten.

  • Opbrengst tender Wind op Zee: eind 2022 heeft de marktparij die de tender voor kavel 7 van het windpark Hollandse Kust West (HKW) gewonnen had de toegezegde bijdage van € 63,5 mln naar het ministerie van EZK afgestort. Met dit bedrag was bij 2e suppletoire begroting geen rekening gehouden: de betaling werd pas in 2023 verwacht.

  • De inkomsten uit de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) zijn € 80,1 mln lager dan geraamd. Dit kleine verschil wordt veroorzaakt doordat een klein deel van de aangiftes die zien op 2022 pas in 2023 zullen binnenkomen.

  • ETS-ontvangsten: aan ETS-hefing is in 2022 € 164,1 mln minder ontvangen dan bij 2e suppletoire begroting geraamd. De raming van de ETS-ontvangsten is gebaseerd op een inschatting van de handelprijs van CO2 rechten maal het aantal verhandelde rechten. Aangezien de prijs van CO2 rechten fluctueert en gemiddeld in 2022 iets lager lag dan geraamd zijn er minder ontvangsten genoten.

  • Ontvangsten lening EBN Bergermeer (€ 1.002,7 mln): EBN heeft het voorschot op de in 2022 verstrekte lening eind 2022 met rente terugbetaald.

Licence