Base description which applies to whole site

3.7 Artikel 7

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 7 Kinderopvang (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Ontwerpbegroting 2021 (1)

Mutaties via NvW, ISB, moties en amendementen (2)

Vastgestelde begroting 2021 (3)=(1)+(2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4)

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

 

Verplichtingen

3.550.009

295.500

3.845.509

39.939

3.885.448

9.898

6.192

‒ 12.589

‒ 20.166

          

Uitgaven

3.550.009

295.500

3.845.509

39.939

3.885.448

9.898

6.192

‒ 12.589

‒ 20.166

          

Inkomensoverdrachten

         

Kinderopvangtoeslag

3.513.295

0

3.513.295

41.781

3.555.076

3.334

1.192

‒ 12.589

‒ 20.166

Tegemoetkomingsregeling Eigen Bijdrage

2.000

295.500

297.500

‒ 502

296.998

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

         

Kinderopvang

1.850

0

1.850

0

1.850

0

0

0

0

Subsidies Caribisch Nederland

200

0

200

‒ 160

40

0

0

0

0

Opdrachten

         

Overige Opdrachten

4.576

0

4.576

4.827

9.403

‒ 420

0

0

0

Opdrachten Caribisch Nederland

18.227

0

18.227

‒ 15.935

2.292

‒ 36

5.000

0

0

Bekostiging

         

Projectbureau PGV

0

0

0

1.400

1.400

970

550

550

550

Bijdrage aan agentschappen

         

Agentschap DUO

9.861

0

9.861

‒ 2.500

7.361

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

         

Versterking Kinderopvang Samenwerking BES(t) 4 kids CN

0

0

0

11.028

11.028

6.600

0

0

0

Handhaving VNG

0

0

0

0

0

‒ 550

‒ 550

‒ 550

‒ 550

          

Ontvangsten

1.546.276

‒ 14.054

1.532.222

‒ 695

1.531.527

‒ 4.027

‒ 3.538

‒ 2.714

‒ 2.977

          

Ontvangsten

         

Algemeen

480

0

480

0

480

0

0

0

0

Terugontvangsten kinderopvangtoeslag

266.163

‒ 14.054

252.109

‒ 798

251.311

‒ 4.209

‒ 3.476

‒ 2.284

‒ 2.429

Werkgeversbijdrage Kinderopvang

1.279.633

0

1.279.633

103

1.279.736

182

‒ 62

‒ 430

‒ 548

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 39,9 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is -/- € 0,7 miljoen. Onderstaand worden de mutaties toegelicht.

Juridisch verplichte uitgaven

De juridisch verplichte uitgaven zijn bij stand 1e suppletoire begroting 2021 99,70%.

Inkomensoverdrachten: kinderopvangtoeslag

  • De ramingsbijstelling (€ 40,1 miljoen in 2021) hangt vooral samen met de nieuwe CPB-prognose van de werkloosheid. Op basis van het CEP is de werkloosheid voor 2021-2024 naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot meer gebruik van kinderopvang dan eerder verwacht. Doordat de werkloosheid structureel licht naar boven is bijgesteld, is er in 2025 sprake van een neerwaarts effect op het gebruik. Naast het conjunctuureffect zijn er een aantal effecten die ongeveer tegen elkaar wegvallen. De prognose van het CBS van het aantal kinderen is naar beneden bijgesteld. Dit heeft een neerwaarts effect op het gebruik. Verder is rekening gehouden met een groei van het gebruik in de buitenschoolse opvang. Tot slot komt de gemiddelde toeslag op grond van realisaties iets hoger uit. Per saldo zijn de uitgaven in de eerste jaren naar boven bijgesteld. In 2024 en 2025 is sprake van een lichte meevaller.

  • Als gevolg van de versnelde afbouw van de zelfstandigenaftrek hebben zelfstandigen een hoger belastbaar inkomen. Hierdoor krijgt deze groep gemiddeld minder kinderopvangtoeslag (-/- € 0,3 miljoen in 2021, meerjarig oplopend).

  • De koppeling gewerkte uren wordt voor toeslagjaar 2021 losgelaten. De maatregel houdt verband met de gevolgen van COVID-19 en werd in dat kader ook in 2020 genomen. Dit zodat ouders niet worden geconfronteerd met een terugvordering op basis van de koppeling gewerkte uren, terwijl ze zijn opgeroepen de volledige factuur te blijven doorbetalen tijdens de perioden dat de kinderopvang gesloten was. Een bijkomstig effect is dat ouders in 2021 op de structurele verruiming van de koppeling gewerkte uren voor de bso per 2022 vooruit kunnen lopen. Dit leidt naar verwachting tot € 2,0 miljoen hogere uitgaven in 2021 en € 4,0 miljoen in 2022.

  • Via het amendement van de leden Snels en Lodders over het verhogen van de doelmatigheidsgrens (Tweede Kamer, 2020-2021, 35 574 nr. 12) wordt de doelmatigheidsgrens voor de terugvorderingen van WKB en KOT verhoogd naar 98 euro. Dit kost in totaal € 6,0 miljoen per jaar voor beide regelingen samen. Dekking vindt volledig plaats middels een maatregel op de KOT, wat leidt tot € 6,0 miljoen structureel lagere uitgaven vanaf 2022 (zie ook bij de ontvangsten KOT en WKB).

Inkomensoverdrachten: tegemoetkomingsregeling eigen bijdrage

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting (-/- € 0,5 miljoen).

Subsidies, opdrachten, bekostiging, bijdrage aan agentschappen en bijdrage medeoverheden

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting (-/- € 2,6 miljoen), hiervan is de herschikking van de bijdrage aan agentschap DUO de grootste (-/- 2,5 miljoen).

  • Om beter bij het verwachte kasritme aan te sluiten is er binnen het Opdrachtenbudget voor Caribisch Nederland een budgettair neutrale kasschuif van 2021 (-/- € 5,0 miljoen) naar 2023 gedaan. Daarnaast zijn middelen (€ 11,0 miljoen) bestemd voor versterking van de kinderopvang in Caribisch Nederland overgeheveld naar een apart budget voor bijdrage aan medeoverheden.

  • De middelen bestemd voor projectbureau PGV zijn overgeheveld van het budget voor overige opdrachten naar een apart budget voor bekostiging. Projectbureau PGV is wettelijk aangewezen voor de coördinatie op het toezicht op de kinderopvang (€ 1,4 miljoen in 2021).

  • Voor de uitvoering van handhaving door de VNG zijn middelen overgeboekt vanaf subsidiebudget naar het budget voor Handhaving VNG. De financiering gebeurt vanaf 2022 met een storting in het Gemeentefonds.

  • Bij opdrachten is € 6,2 miljoen aan budget toegevoegd. Dit betreft de middelen die door het kabinet beschikbaar zijn gesteld voor het beschikbaar stellen van zelftesten aan personeel in de kinderopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang (Tweede kamer, 2020-2021, 25295 nr 1179). De middelen zijn bestemd voor de distributie, logistieke planning en communicatie rond de zelftesten voor de periode tot de zomer. Het beschikbaar stellen van zelftesten aan inpandige opvang (in scholen) loopt voor een groot deel mee in de levering aan primair onderwijs.

Ontvangsten: Terugontvangsten kinderopvang

  • De ontvangsten kinderopvangtoeslag zijn licht naar boven bijgesteld. De ontvangsten reageren met vertraging op de uitgaven. Doordat de uitgaven hoger zijn, zijn er ook iets meer ontvangsten (€ 0,5 miljoen).

  • De koppeling gewerkte uren is in 2020 en 2021 verruimd (coronamaatregel). Hierdoor hoeft er minder te worden teruggevorderd, wat in 2021 en verder leidt tot minder terugontvangsten (-/- € 1,2 miljoen in 2021).

  • Er is sprake van een budgettair neutrale herschikking binnen de SZW-begroting (-/- € 0,1 miljoen).

  • De doelmatigheidsgrens van terugvorderingen is via een amendement van de leden Snels en Lodders (Tweede Kamer, 2020-2021, 35 574 nr. 12) verhoogd tot 98 euro. Dit leidt vanaf 2021 tot structureel minder ontvangsten (-/- € 2,4 miljoen). De lagere ontvangsten vanaf 2022 zijn in deze 1e suppletoire begroting verwerkt. De lagere ontvangsten in 2021 zijn via het amendement op de begroting 2021 verwerkt maar nog niet eerder toegelicht.

  • Voor 2020 en 2021 was de invorderingsrente in het kader van COVID-19 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. De maatregel wordt vanaf 1 januari 2022 in twee jaar stapsgewijs afgebouwd. Per januari 2022 wordt de invorderingsrente 1%, per juli 2022 2% en per januari 2023 3%. Vanaf januari 2024 wordt teruggekeerd op het oorspronkelijke niveau van 4%. De maatregel leidt tot minder ontvangsten in 2022 en 2023.

Ontvangsten: Werkgeversbijdrage kinderopvang

  • Er is sprake van een budgettair neutrale herschikking binnen de SZW-begroting (€ 0,1 miljoen).

Licence