Base description which applies to whole site

IIB Hoge Colleges van Staat

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins Slot

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 152.067.000,-

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 6.040.000,-

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins Slot

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins Slot

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H. Ollongren

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

1 Leeswijzer

Voor u ligt de eerste suppletoire begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De eerste suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IIB, nr. 1). De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2022 opgebouwd.

Uitgangspunt bij de toelichting op de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

artikel 1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

artikel 10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

Coronamaatregelen

De extracomptabele tabel overzicht coronamaatregelen is niet opgenomen. Vanuit de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) zijn geen coronagerelateerde uitgaven gedaan.

1 Leeswijzer

Deze tweede suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2022.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, groter dan of gelijk aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(ondergrens in € mln.)

(ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur Curaçao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln..

Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

1 Leeswijzer

De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Tabel 1

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur van Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur van Curaçao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur van Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2 Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2 Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Op dit artikel is in 2022 circa € 2,2 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 1,3 mln. lager uitgevallen.

Toelichting

De onderuitputting op het uitgavenbudget van € 1,3 mln. wordt met name verklaard door vertraging in de ontvangst van facturen voor ICT-verplichtingen voor softwarecontracten.

Daarnaast is er € 2,2 mln. minder verplicht dan begroot. Dit is verklaarbaar door een terugloop van het volume van software licenties, energie en verzendkosten alsmede door vertraging van de inhuur van externen door de arbeidsmarkt.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

75.728

0

75.728

656

76.384

0

0

0

0

          

Uitgaven

75.728

0

75.728

656

76.384

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Advisering

7.690

0

7.690

0

7.690

0

0

0

0

Bestuursrechtspraak

39.886

0

39.886

0

39.886

0

0

0

0

Raad van State gemeenschappelijke diensten

28.152

0

28.152

656

28.808

0

0

0

0

          

Ontvangsten

1.950

0

1.950

0

1.950

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Raad van State gemeenschappelijke diensten

Voor een omvangrijke factuur op het gebied van ICT was in 2021 budget begroot. Deze factuur is echter over de jaargrens heen gegaan. Om deze factuur te kunnen betalen is de eindejaarsmarge van circa € 0,7 mln. toegekend aan de Raad van State.

2.1 Artikel 1. Raad van State

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

75.728

76.384

3.660

‒ 2.318

77.726

      

Uitgaven

75.728

76.384

3.660

‒ 2.318

77.726

      

Institutionele inrichting

     

Advisering

7.690

7.690

228

0

7.918

Bestuursrechtspraak

39.886

39.886

2.070

‒ 2.300

39.656

Raad van State gemeenschappelijke diensten

28.152

28.808

1.362

‒ 18

30.152

      

Ontvangsten

1.950

1.950

0

0

1.950

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Bestuursrechtspraak

De Raad van State ontvangt budget vanuit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor het vergroten van de capaciteit van de Omgevingskamer. Hiermee kunnen zaken met betrekking tot woningbouw sneller afgedaan worden.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting

Institutionele inrichting

Bestuursrechtspraak

De productie voor het hoger beroep vreemdelingenzaken (HBV) blijft achter ten opzichte de prognoses. Hierdoor worden er minder kosten gemaakt dan begroot. Een deel van het budget wat beschikbaar komt wordt ingezet bij het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten voor de aanschaf van een ambtswoning. Hiervoor vindt een overheveling plaats van € 1 mln. naar het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (artikel 8). Daarnaast wordt er € 1,3 mln. teruggegeven aan het algemene beeld.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Op dit artikel is in 2022 circa € 1,1 mln. meer verplicht dan begroot.

Toelichting

De overschrijding van € 1,1 mln. op het verplichtingenbudget wordt veroorzaakt door een toename van meerjarenverplichtingen van ICT, lease en inhuurcontracten.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

35.098

0

35.098

1.745

36.843

2.975

2.860

2.800

2.800

          

Uitgaven

35.098

0

35.098

1.745

36.843

2.975

2.860

2.800

2.800

          

Institutionele inrichting

         

Recht- en doelmatigheidsbevordering

35.098

0

35.098

1.745

36.843

2.975

2.860

2.800

2.800

          

Ontvangsten

1.017

0

1.017

0

1.017

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

In het Coalitieakkoord «Omzien naar elkaar, vooruitzien naar de toekomst» wordt € 0,9 mln. vrijgemaakt voor de Algemene Rekenkamer in het kader van het versterken van toezichthouders.

Tevens is naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) circa € 0,8 mln. beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding aan de Algemene Rekenkamer.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

35.098

36.843

1.109

991

38.943

      

Uitgaven

35.098

36.843

1.109

‒ 9

37.943

      

Institutionele inrichting

     

Recht- en doelmatigheidsbevordering

35.098

36.843

1.109

‒ 9

37.943

      

Ontvangsten

1.017

1.017

0

0

1.017

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

De Algemene Rekenkamer heeft meer meerjarige contracten afgesloten dan verwacht. Daarvoor worden middelen gerealloceerd naar het verplichtingenbudget.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Op dit artikel is in 2022 circa € 1,8 mln. minder verplicht dan begroot.

Toelichting

De onderuitputting van circa € 1,8 mln. op de verplichtingen wordt met name veroorzaakt door minder aangegane verplichtingen voor materiele uitgaven.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

23.239

26.119

680

4.727

31.526

      

Uitgaven

23.239

26.119

680

357

27.156

      

Institutionele inrichting

     

Taakuitoefening Nationale ombudsman

20.716

23.596

680

‒ 6

24.270

Materiële uitgaven

     

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

2.523

0

363

2.886

      

Ontvangsten

2.539

2.539

0

363

2.902

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting

Materiële uitgaven

Taakuitoefeningmedeoverheden en ontvangsten

Door jaarlijkse indexatie van de tarieven die gesteld worden voor de medeoverheden worden er door de Nationale ombudsman meer ontvangsten gerealiseerd dan begroot. Deze meer ontvangsten worden ingezet voor de taakuitoefening van de Nationale ombudsman voor de medeoverheden.

Verplichtingen

De Nationale ombudsman heeft meer meerjarige contracten afgesloten dan verwacht. Daarvoor worden middelen gerealloceerd naar het verplichtingenbudget.

2.3 Artikel 3. de Nationale ombudsman

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

23.239

0

23.239

2.880

26.119

1.385

1.250

1.250

1.270

          

Uitgaven

23.239

0

23.239

2.880

26.119

1.385

1.250

1.250

1.270

          

Institutionele inrichting

         

Taakuitoefening Nationale ombudsman

20.716

0

20.716

2.880

23.596

1.385

1.250

1.250

1.270

Materiële uitgaven

         

Taakuitoefening medeoverheden

2.523

0

2.523

0

2.523

0

0

0

0

          

Ontvangsten

2.539

0

2.539

0

2.539

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

In het Coalitieakkoord «Omzien naar elkaar, vooruitzien naar de toekomst» wordt € 0,6 mln. vrijgemaakt voor de Nationale ombudsman in het kader van het versterken van toezichthouders.

Verder wordt er circa € 0,6 mln. uit de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van de Nationale ombudsman voor de implementatie van een nieuw zaaksysteem. Dit nieuwe zaaksysteem is nodig omdat het huidige systeem binnenkort niet meer ondersteund wordt door de leverancier.

Ook vindt er een incidentele overboeking van € 0,5 mln. plaats van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar de begroting van de Nationale ombudsman voor het uitvoeren van de overgehevelde taken van de Onafhankelijke Raadsman en het behoud van een lokaal steunpunt in het aardbevingsgebied in Groningen.

De Nationale ombudsman is als organisatie te klein om ontwikkelingen op het gebied van ICT te kunnen volgen. Door de ICT uit te besteden naar een externe partij kan de Nationale ombudsman beschikken over betere apparatuur terwijl het ook minder kost dan om dit in eigen beheer te hebben. Om de uitbesteding te realiseren wordt circa € 0,8 mln. uit de periode 2024 ‒ 2026 geschoven naar 2022 en 2023, waarvan circa € 0,4 mln. naar 2022.

Tevens wordt circa € 0,5 mln. van 2023 geschoven naar 2022 voor een organisatieontwikkeling. De Nationale ombudsman heeft het aantal klachten de afgelopen jaren zien toenemen. Om duurzaam te kunnen anticiperen op belangrijke ontwikkelingen wordt er een professionalisatie van het primaire proces uitgevoerd.

Tot slot is naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) circa € 0,3 mln. beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuis houding van de Nationale ombudsman.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

4.691

5.434

118

70

5.622

      

Uitgaven

4.691

5.434

118

70

5.622

      

Institutionele inrichting

     

Apparaat

2.930

3.673

46

0

3.719

Materiële uitgaven

     

Decoraties

1.756

1.756

72

70

1.898

Riddertoelagen

5

5

0

0

5

      

Ontvangsten

199

199

0

0

199

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Loon- en prijsbijstelling 2022

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting

Materiële uitgaven

Decoraties

Het Ministerie van Defensie heeft meer decoraties besteld bij de Kanselarij der Nederlandse Orden dan verwacht. Daarom wordt er € 70.000 overgeheveld van de begroting van het Ministerie van Defensie naar de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orden.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire (4)

Stand 1e suppletoire (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

4.691

0

4.691

743

5.434

500

500

500

500

          

Uitgaven

4.691

0

4.691

743

5.434

500

500

500

500

          

Institutionele inrichting

         

Apparaat

2.930

0

2.930

743

3.673

500

500

500

500

Materiële uitgaven

         

Decoraties

1.756

0

1.756

0

1.756

0

0

0

0

Riddertoelagen

5

0

5

0

5

0

0

0

0

          

Ontvangsten

199

0

199

0

199

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Apparaat

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is circa € 0,5 mln. beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding van de Kanselarij der Nederlandse Orden.

In 2019 is bij de Kanselarij der Nederlandse Orden een nieuw ICT-systeem opgeleverd. Voor de doorontwikkeling van dit systeem wordt circa € 0,2 mln. toegevoegd aan de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orden.

Tot slot wordt de eindejaarsmarge van circa € 0,1 mln. toegevoegd aan de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orden. Deze wordt gebruikt om de reguliere bedrijfsvoering mee te financieren.

2.4 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Op dit artikel is in 2022 circa € 0,9 mln.meer verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 0,9 mln. hoger uitgevallen.

Toelichting

Door het verschil tussen de begrotingskoers en de daadwerkelijke wisselkoers is in 2022 meer budget uitgegeven dan geraamd.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

2.001

2.479

66

0

2.545

      

Uitgaven

2.001

2.479

66

0

2.545

      

Institutionele inrichting

     

Kabinet Gouverneur Aruba

2.001

2.479

66

0

2.545

      

Ontvangsten

60

60

0

0

60

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

2.5 Artikel 9. Kiesraad

Op dit artikel is in 2022 circa € 1,1 mln. minder verplicht dan begroot. Daarnaast zijn de uitgaven circa € 1,1 mln. lager uitgevallen.

Toelichting

De onderuitputting op de uitgaven en verplichtingen wordt met name veroorzaakt door gedurende het hele jaar het verlaat instromen van vast en tijdelijk personeel.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

2.001

0

2.001

478

2.479

0

0

0

0

          

Uitgaven

2.001

0

2.001

478

2.479

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Kabinet Gouverneur Aruba

2.001

0

2.001

478

2.479

0

0

0

0

          

Ontvangsten

60

0

60

0

60

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Jaarlijks loopt het Kabinet van de Gouverneur van Aruba tegen budgettaire problematiek aan door koersverschillen. Om hun reguliere uitgaven te kunnen bekostigen wordt circa € 0,3 mln. aan de begroting van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba toegevoegd.

Door de coronacrisis zijn de middelen die voor de vervangingsinvesteringen in 2021 waren begroot niet tot besteding gekomen en is het budget bij de tweede suppletoire begroting van 2021 teruggegeven en naar beneden bijgesteld. Deze middelen zijn alsnog benodigd in 2022, daarom wordt circa € 0,2 mln. toegevoegd aan de begroting van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

3.032

0

3.032

30

3.062

0

0

0

0

          

Uitgaven

3.032

0

3.032

30

3.062

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.032

0

3.032

30

3.062

0

0

0

0

          

Ontvangsten

200

0

200

0

200

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

In 2022 vindt groot onderhoud plaats aan het paleis van de Gouverneur van Curaçao en het gebouw waar het Kabinet van de Gouverneur huisvest. Om dit onderhoud te financieren wordt er vanuit de eindejaarsmarge € 30.000 toegevoegd aan de begroting van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

3.032

3.062

104

0

3.166

      

Uitgaven

3.032

3.062

104

0

3.166

      

Institutionele inrichting

     

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.032

3.062

104

0

3.166

      

Ontvangsten

200

200

0

0

200

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Kabinet Governeur Curaçao

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

2.204

0

2.204

236

2.440

0

0

0

0

          

Uitgaven

2.204

0

2.204

236

2.440

0

0

0

0

          

Institutionele inrichting

         

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.204

0

2.204

236

2.440

0

0

0

0

          

Ontvangsten

75

0

75

0

75

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Jaarlijks loopt het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten tegen budgettaire problematiek aan door koersverschillen. Om hun reguliere uitgaven te kunnen bekostigen wordt circa € 0,2 mln. aan de begroting van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten toegevoegd.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

2.204

2.440

75

7.000

9.515

      

Uitgaven

2.204

2.440

75

7.000

9.515

      

Institutionele inrichting

     

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.204

2.440

75

7.000

9.515

      

Ontvangsten

75

75

0

0

75

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Voor de aanschaf van een kantoorpand door het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten wordt € 6 mln. overgeheveld van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) naar de begroting van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten.

Daarnaast vindt een overheveling van € 1 mln. plaats van artikel 1 (Raad van State) dat wordt ingezet bij het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten voor de aanschaf van een ambtswoning.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

6.074

0

6.074

5.486

11.560

2.050

984

742

500

          

Uitgaven

6.074

0

6.074

5.486

11.560

2.050

984

742

500

          

Institutionele inrichting

         

Kiesraad

6.074

0

6.074

5.486

11.560

2.050

984

742

500

          

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Institutionele inrichting

Kiesraad

De Kiesraad heeft een aanbesteding voor het Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen (DHV) lopen. Er is aanvullend budget nodig om de implementatie hiervan goed te begeleiden. Hiervoor wordt circa € 1 mln. toegevoegd aan de begroting van de Kiesraad.

Daarnaast zijn er middelen nodig voor de ondersteuning van de huidige verkiezingssoftware, zodat deze software draaiende gehouden kan worden totdat het DHV volledig geïmplementeerd is. Hiervoor wordt circa € 2,4 mln. toegevoegd aan de begroting van de Kiesraad.

Tot slot wordt er circa € 2 mln. overgeboekt vanaf de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar de begroting van de Kiesraad. Dit betreft € 0,5 mln. om de huidige basiscapaciteit op orde te brengen van waaruit gewerkt gaat worden aan de transitie van de Kiesraad naar verkiezingsautoriteit. Daarnaast betreft dit circa € 1,4 mln. voor (de voorbereiding op) de uitvoering van enkele nieuwe taken van de Kiesraad. Hieronder vallen onder andere werkzaamheden in het kader van de controle op- en het uniformeren van de publicatie processen-verbaal en voorbereidingen ten behoeve van de implementatie wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen. Tot slot is naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) circa € 0,1 mln. beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding van de Kiesraad.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

6.074

11.560

14.917

0

26.477

      

Uitgaven

6.074

11.560

4.634

‒ 1.900

14.294

      

Institutionele inrichting

     

Kiesraad

6.074

11.560

4.634

‒ 1.900

14.294

      

Ontvangsten

0

0

0

0

0

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Institutionele inrichting

Kiesraad

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Institutionele inrichting

Kiesraad

De Kiesraad heeft structureel budget ontvangen voor de aanschaf en het beheer en onderhoud van het Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen (DHV). De aanbesteding voor dit systeem is afgerond en nu blijkt dat de aanloopkosten hoger zijn dan begroot en de kosten voor beheer en onderhoud lager zijn dan begroot. Met deze mutatie wordt het budget naar voren geschoven.

Toelichting overige mutaties 2e suppletoire begroting

Institutionele inrichting

Kiesraad

In verband met de transitie naar verkiezingsautoriteit is de Kiesraad bezig met een organisatieontwikkeling en heeft zij het Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen (DHV) aangeschaft. Door de krapte op de arbeidsmarkt en vertraging bij de bouw van het DHV, lopen de kosten hiervoor door in 2023. Voor de financiering hiervan moet € 1,9 mln. doorgeschoven worden naar 2023. Conform artikel 4.4 lid 4 CW wordt hiermee recht gedaan staatsrechtelijke positie van de colleges.

3 Niet-beleidsartikelen

3 Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Artikel 10. Nog onverdeeld (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)= (2+3)

Mutaties 2e suppletoire begroting Miljoennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

0

4.780

‒ 4.780

0

0

      

Uitgaven

0

4.780

‒ 4.780

0

0

      

Nog te verdelen

     

Loonbijstelling

0

3.605

‒ 3.605

0

0

Prijsbijstelling

0

1.175

‒ 1.175

0

0

Onvoorzien

     
      

Ontvangsten

0

0

0

0

0

Toelichting mutaties 2e suppletoire begroting Miljoenennota

Nog te verdelen

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2022 naar de artikelen van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2022 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen ISB (2)

Vastgestelde begroting 2022 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Verplichtingen

0

0

0

4.780

4.780

4.752

4.909

4.712

4.578

          

Uitgaven

0

0

0

4.780

4.780

4.752

4.909

4.712

4.578

          

Nog te verdelen

         

Loonbijstelling

0

0

0

3.605

3.605

3.583

3.568

3.564

3.426

Prijsbijstelling

0

0

0

1.175

1.175

1.169

1.341

1.148

1.152

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

0

0

          

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Nog te verdelen

Loonbijstelling

Betreft de tranche 2022 van de loonbijstelling die hierbij wordt overgemaakt naar de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Prijsbijstelling

Betreft de tranche 2022 van de prijsbijstelling die hierbij wordt overgemaakt naar de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Onvoorzien

Dit betreft de eindejaarsmarge die wordt overgemaakt naar de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De eindejaarsmarge wordt door de Raad van State, de Nationale ombudsman, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao en de Kiesraad ingezet voor bedrijfsvoeringsprocessen.

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2022 van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB).

Groeiparagraaf

Nieuw in de begroting 2022 is de bijlage voor de Rijksuitgaven Caribisch Nederland. Dit naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland aanzienlijk uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen. In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. In bijlage 3 is alleen de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) weergegeven.

Coronamaatregelen

De extracomptabele tabel overzicht coronamaatregelen is niet opgenomen. Vanuit de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) zijn geen coronagerelateerde uitgaven gedaan.

Beleidsagenda

Een college dient, conform artikel 2.1 lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016, betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat deze niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsagenda.

Beleidsartikelen

Deze begroting is opgebouwd uit de volgende beleidsartikelen:

  • artikel 1. Raad van State

  • artikel 2. Algemene Rekenkamer

  • artikel 3. De Nationale ombudsman

  • artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

  • artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

  • artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

  • artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

  • artikel 9. Kiesraad

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

In de tabellen budgettaire gevolgen van beleid is geen informatie opgenomen over de budgetflexibiliteit, omdat het grotendeels apparaatsuitgaven betreft.

Niet-beleidsartikel

De begroting bevat het volgende niet-beleidsartikel:

  • artikel 10. Nog onverdeeld

De begroting IIB valt onder de niet-departementale begrotingen. Vanwege een afwijkend regime kent deze begroting geen centraal apparaatsartikel.

Bijlagen

Bijlage 1 betreft de bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een wettelijke taak.

Bijlage 2 betreft de verdiepingsbijlage. Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2021 (RBV) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen op basis van de RBV 2021

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Raad van State

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 4 mln.Ontvangsten 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 1 mln.

7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichting/Uitgaven 1 mln.Ontvangsten 1 mln.

Verplichting/Uitgaven 2 mln.Ontvangsten 2 mln.

Bijlage 3 betreft de nieuwe bijlage voor de Rijksuitgaven Caribisch Nederland. De toelichting vindt u in de Groeiparagraaf van deze leeswijzer.

2. Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Raad van State

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling advisering van de Raad van State is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013.

De Afdeling advisering is krachtens de artikelen 5 en 7 van de Klimaatwet belast met de toetsing van het klimaatbeleid van de regering. Zij adviseert over de jaarlijkse Klimaatnota en het vijfjaarlijks Klimaatplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2022 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

78.389

77.760

75.728

74.635

73.764

73.764

69.209

        

Uitgaven

72.711

77.760

75.728

74.635

73.764

73.764

69.209

        

Institutionele inrichting

       

Advisering

6.960

7.686

7.690

7.690

7.690

7.690

7.690

Bestuursrechtspraak

32.422

44.028

39.886

39.216

38.346

38.346

33.406

Raad van State gemeenschappelijke diensten

33.329

26.046

28.152

27.729

27.728

27.728

28.113

        

Ontvangsten

1.280

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Uitgaven

Institutionele inrichting

Advisering

De Afdeling advisering van de Raad van State is adviseur van regering en parlement voor wetgeving en bestuur. Zij adviseert over onder meer (initiatief) wetsvoorstellen, algemene maatregelen van bestuur, goedkeuringswetten voor internationale verdragen en de miljoenennota. Verder brengt zij gevraagde voorlichtingen en ongevraagde adviezen uit. Daarnaast heeft zij een taak als onafhankelijke begrotingsautoriteit en schrijft de Klimaatwet voor dat de Afdeling wordt gehoord over het Klimaatplan, de Klimaatnota en de Voortgangsrapportage. Het doel van deze laatste taak is het regeringsbeleid normatief te toetsen en bestuurlijk te wegen in het licht van het realiseren van de klimaatdoelstellingen.

De Afdeling werkt verder aan de ambitie om eerder, breder en scherper te adviseren en daarbij haar externe profiel te versterken. Dit betekent dat zij regelmatiger eerder in het proces van wetgeving betrokken zal zijn en vaker thematisch, los van concrete wetsvoorstellen, zal adviseren. Daartoe behoort ook dat de Afdeling advisering vaker en in een vroeger beleidsstadium door de regering of door één der Kamers kan worden gevraagd om voorlichting te verstrekken. Daarnaast zal zij meer aandacht schenken aan communicatie en toegankelijker taalgebruik.

In onderstaande tabel zijn de realisatie, de verwachte instroom en de planning van afhandeling van adviesaanvragen door de Afdeling advisering weergegeven.

Tabel 3 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

Realisatie

Prognose

     
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Instroom

508

400

400

400

400

400

400

Uitstroom

484

400

400

400

400

400

400

Bestuursrechtspraak

Taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming zijn daarbij belangrijke aspecten. De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Algemene kamer, de Vreemdelingenkamer en de Omgevingskamer.

In zijn reactie in het Nederlands Juristenblad op het rapport ‘Ongekend onrecht’ heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak aangegeven dat gehoor wordt gegeven aan de oproep van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag om aan reflectie te doen. Voor dit onderwerp is een programma van start gegaan. Een externe begeleidingscommissie is bij de uitvoering van het programma betrokken. Streven is om het eindrapport in november 2021 op te leveren.

Instroom van zaken

In onderstaande tabel zijn de in het begrotingsjaar 2020 gerealiseerde uitstroom van zaken en de instroomverwachting voor de jaren 2021 ‒ 2026 weergegeven.

Tabel 4 Uitstroom en instroom van zaken Afdeling bestuursrechtspraak (in aantallen)
 

Realisatie

Prognose

     
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omgevingskamer

1.891

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

Algemene kamer

1.499

1.500

1.900

1.900

1.900

1.900

1.900

Vreemdelingenkamer

6.003

11.970

11.020

10.830

10.630

10.260

10.260

        

Totaal bestuursrechtspraak

9.393

15.870

15.320

15.130

14.930

14.560

14.560

Raad van State gemeenschappelijke diensten

Voor een optimale efficiëntie en doelmatigheid worden de Raad en zijn Afdelingen advisering en bestuursrechtspraak ondersteund door één gemeenschappelijke ambtelijke organisatie. Dit wordt tot uitdrukking gebracht in de onderverdeling van het uitgavenartikel. Deze onderverdeling vergroot de inzichtelijkheid van de uitgaven en draagt op die manier bij aan de transparantie van de overheidsfinanciën.

De gemeenschappelijke diensten omvatten functies die werken ten behoeve van de inhoudelijke en logistieke ondersteuning van de Raad als geheel en beide Afdelingen en zijn ondergebracht in verschillende directies. Ook verzorgen zij ieder jaar het Jaarverslag van de Raad van State en andere inhoudelijke publicaties, zoals de in november 2020 verschenen bundel: «In gesprek - Bijdragen aan de dialoog over de rechtsstaat».

Ten behoeve van een geordende aanpak van de vernieuwing en verdere ontwikkeling van de IV-systemen van de Raad van State wordt ieder jaar een meerjarige IV-kalender vastgesteld. Voor de uitvoering van deze IV-kalender zijn structureel middelen (jaarlijks € 4,2 mln.) aan het uitgavenartikel toegevoegd.

De inwerkingtreding van de Wet Open Overheid gaat gepaard met uitvoeringskosten voor de Raad van State. Deze middelen zijn toegevoegd aan de uitgavenraming.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Raad van State bestaan in hoofdzaak uit griffierechten.

2.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Zij heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te helpen verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat is vastgelegd in artikel 76 en artikel 105.3 van de Grondwet en in de Comptabiliteitswet 2016.

Hierin ligt enerzijds de basis van de klassieke wettelijke opdracht om jaarlijks de rechtmatigheid te onderzoeken van het financieel beheer van het Rijk en een goedkeurende verklaring te geven bij de Rijksrekening. Het wettelijk kader bevat naast controle op rechtmatigheid anderzijds ook de opdracht om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid te onderzoeken. De taken van de Algemene Rekenkamer vereisen een grondwettelijk geborgde, onafhankelijke positie ten opzichte van de regering en het parlement. Het vereist niet alleen een degelijke wettelijke basis, maar ook een bestendige financiële basis, die de ruimte om in onafhankelijkheid keuzes te kunnen maken ondersteunt.

De Algemeen Rekenkamer dient geen ander belang dan het goed en integer functioneren en presteren van het openbaar bestuur. De Algemene Rekenkamer laat op onpartijdige wijze zien hoe de rijksoverheid, inclusief de daaraan verbonden organen, in de praktijk functioneert en presteert en welke verbeteringen mogelijk zijn, ongeacht de samenstelling van het parlement en het kabinet. Daarmee wil zij ook een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers dat de overheid zorgvuldig, zuinig en zinnig omgaat met publiek geld.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van bruikbare en relevante informatie, aan de hand waarvan zij kunnen bepalen of het beleid van een minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen over organisatie, beheer en beleid en is in beginsel voor het publiek toegankelijk. De Algemene Rekenkamer bepaalt zelf welke onderzoeken zij openbaar maakt. Op de website van de Algemene Rekenkamer staat de actuele onderzoeksagenda. 

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan goed openbaar bestuur door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland. Hoofdstuk 7 van de Comptabiliteitswet 2016 verschaft een wettelijke basis voor het uitvoeren van internationale werkzaamheden die aansluiten bij de wettelijke taken van de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

In haar strategie 2021-2025 ‘Vertrouwen in verantwoording’ kiest de Algemene Rekenkamer er nadrukkelijk voor publiek geld scherp te blijven volgen en meer dan voorheen bij haar onderzoeken het perspectief van burgers en bedrijven te betrekken. De Algemene Rekenkamer wil als onafhankelijke controleur van de inkomsten en uitgaven van het Rijk ook vaker een oordeel gaan geven over de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid.1 Daarbij ligt de focus op terreinen waar de functie van de Rekenkamer de meeste toegevoegde waarde heeft. De Algemene Rekenkamer blijft daarbij met Rekenkamer brede onderzoeksprogramma’s werken. In 2022 zal een nieuw onderzoeksprogramma worden gestart.

Huisvesting

De huisvesting van de Algemene Rekenkamer wordt de komende jaren ingrijpend verbouwd. Achterstalig onderhoud en de noodzaak om de bestaande gebouwen toekomstbestending te maken zijn hiervoor de aanleiding. Op deze begroting is budget toegevoegd voor de kosten die de Algemene Rekenkamer hiervoor maakt. Het budget voor de renovatie en tijdelijke huisvesting zelf is toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

32.879

35.091

35.098

35.174

38.499

35.388

35.409

        

Uitgaven

33.276

35.091

35.098

35.174

38.499

35.388

35.409

        

Institutionele inrichting

       

Recht- en doelmatigheidsbevordering

33.276

35.091

35.098

35.174

38.499

35.388

35.409

        

Ontvangsten

1.136

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Uitgaven

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

De Algemene Rekenkamer heeft voor 2022 de volgende hoofddoelen voor ogen:

  • Intensivering doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek

    Zoals in de strategie vastgelegd zal het doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek als bedoeld in artikel 7.16 van de CW 2016 worden geïntensiveerd;

  • Starten van een nieuw onderzoeksprogramma

    In 2021 zijn verschillende voorstellen voor een nieuw onderzoeksprogramma verkend. Uiteindelijk zal er eind 2021 een nieuw thema worden gekozen voor een onderzoeksprogramma, dat in 2022 verder zal worden gestart;

  • Innovatie

    Nieuwe technologische mogelijkheden en data-analyse zullen verder worden toegepast. De Algemene Rekenkamer investeert daarnaast in kwaliteit, innovatie en in de samenwerking met externe partners;

  • Versterking van de personele organisatie

    Op basis van het strategische personeelsbeleid (SPP) wordt de onderzoekcapaciteit en de organisatie verder versterkt, onder meer met personele expertise op de diverse terreinen (bijvoorbeeld ICT-kennis);

  • Versterking interne bedrijfsvoering

    In 2022 wordt ingezet op verdere verbetering van de interne bedrijfsvoering, waaronder de informatiebeveiliging en het inkoopbeleid.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Algemene Rekenkamer bestaan voornamelijk uit vergoedingen voor detacheringen en vergoedingen voor de ondersteuning van nationale rekenkamers in het buitenland in het kader van institutionele versterkingsprojecten.

2.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman komt in beeld als burgers er niet in slagen om er uit te komen met de overheid. Als het misgaat tussen de burger en de overheid, kan de ombudsman tussenbeide komen, bemiddelen of een onderzoek instellen. Ook kan de ombudsman op eigen initiatief structurele problemen aandacht geven.

In het werk van de Nationale ombudsman staat de vraag centraal of burgers behoorlijk behandeld worden door de overheid. Handelt de overheid eerlijk, communiceert zij begripvol met burgers en is er voldoende oog voor de menselijke maat?

Enerzijds helpt de Nationale ombudsman burgers als het misgaat tussen hen en de overheid:

  • Door burgers de weg te wijzen naar het juiste loket;

  • Door ze te ondersteunen met adviezen en tools;

  • Door op een effectieve manier onderzoek te doen.

Anderzijds wil de Nationale ombudsman overheden uitdagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties. Daarom kijken we naar wat de overheid doet. Denken we na over manieren waarop het anders en beter kan. Om overheden hier vervolgens op aan te spreken en ze te vragen om zaken te verbeteren en zich meer te verplaatsen in de burger.

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman zijn onderdeel van de Nationale ombudsman.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Intensivering taken

In de kabinetsreactie op het rapport Ongekend onrecht van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag is aangegeven dat er altijd het risico blijft dat goedwillende mensen als gevolg van een samenloop van omstandigheden klem komen te zitten. De Nationale ombudsman is dan de aangewezen plek waar mensen terecht kunnen. Als mensen zich in schrijnende situaties bij de ombudsman melden, kan hij ook direct in actie komen. Naar aanleiding van de problemen met de kinderopvangtoeslag ziet de Nationale ombudsman ruimte om dit vaker te doen. Dit betekent nog beter luisteren naar burgers of de intermediairs die hen bijstaan, actiever monitoren van signalen, slimmer omgaan met data en beter volgen wat er met de rapporten en aanbevelingen van de ombudsman wordt gedaan. Ook het herijken, intensiveren en verdiepen van de publiekscommunicatie met een geselecteerd aantal publieksgroepen die de Nationale ombudsman het meest nodig hebben, speelt hierin een rol.

Informatiehuishouding

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport Ongekend onrecht van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag vindt een grote, Rijksbrede verbeteroperatie voor de informatiehuishouding plaats (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4). De Nationale ombudsman zal in 2022 concrete acties hiervoor ondernemen, die in 2021 worden voorbereid.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

21.932

22.181

23.239

23.532

23.673

23.647

23.624

        

Uitgaven

20.814

22.181

23.239

23.532

23.673

23.647

23.624

        

Institutionele inrichting

       

Taakuitoefening Nationale ombudsman

18.049

19.658

20.716

21.009

21.150

21.124

21.101

Materiële uitgaven

       

Taakuitoefening medeoverheden

2.765

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

2.523

        

Ontvangsten

2.817

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Uitgaven

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman behandelt op verzoek klachten over het optreden van de overheid. De organisatie doet dit onder andere door het plegen van interventies, het schrijven van rapporten, het doen van aanbevelingen en het uitvoeren van bemiddelingen.

De Nationale ombudsman wacht niet tot mensen aankloppen met een klacht, maar gaat in gesprek met burgers en overheden. Dat doet de Nationale ombudsman tijdens de provincietour, maar ook tijdens werkbezoeken aan (overheids-)instanties, en door met bestuurders te spreken. De Nationale ombudsman geeft gevraagd en ongevraagd advies aan overheden om de dienstverlening te verbeteren. Daarnaast geeft de Nationale Ombudsman ook workshops en presentaties op het gebied van professionele klachtbehandeling.

Steeds meer burgers zijn actief op sociale media en daarmee is het een belangrijk communicatiemiddel om burgers te bereiken en hen te helpen met vragen en klachten over de overheid. De Nationale ombudsman monitort de reacties en legt contact om hun signalen of klachten te behandelen.

Een voor de Nationale ombudsman belangrijke manier van proactief werken, is het uitvoeren van onderzoek uit eigen beweging naar de relatie burger - overheid. De aanleiding hiervoor kan zijn dat de Nationale ombudsman over een bepaald onderwerp veel klachten ontvangt. Of er kan maatschappelijke onrust zijn over een onderwerp. Vaak is het een combinatie van beide. De conclusies en aanbevelingen op basis van een dergelijk onderzoek gaan niet over een enkel geval, maar richten zich op uitvoering in algemene zin. De onderzoeken uit eigen beweging worden gedeeltelijk bepaald door de ombudsagenda (agenda van onderzoeken). Deze is ingedeeld in thema's en gebaseerd op signalen en klachten van burgers over overheden.

De Kinderombudsman bevordert dat de rechten van jeugdigen worden geëerbiedigd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties, door middel van het voorlichten en geven van informatie over de rechten van jeugdigen, het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving en beleid dat rechten van jeugdigen raakt, het doen van onderzoek naar eerbiediging van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging. Ook houdt de Kinderombudsman toezicht op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties worden behandeld.

De Veteranenombudsman bevordert dat de rechten van veteranen worden geëerbiedigd door overheidsinstanties en door privaatrechtelijke organisaties. Naast de behandeling van klachten van veteranen, voert de Veteranenombudsman ook onderzoeken uit eigen beweging uit bij structurele aandachtspunten. Daarnaast heeft de Veteranenombudsman ook de taak om regering en Tweede Kamer te informeren over zijn bevindingen. De Veteranenombudsman adviseert gevraagd én ongevraagd de regering en Tweede Kamer over de uitvoering van de Veteranenwet en over beleid dat een behoorlijke behandeling van veteranen raakt.

Tabel 7 Klachtenbehandeling rijksoverheid (in aantallen)
   

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

 

2018

2019

2020

2021

2022

Nationale ombudsman

23.230

27.520

25.640

27.520

27.520

Kinderombudsman

2.000

2.110

1.990

2.110

2.110

Veteranenombudsman

200

280

280

300

300

      

Totaal

25.430

29.910

27.910

29.930

29.930

Materiële uitgaven

Taakuitoefening medeoverheden

Naast de provincies, de waterschappen en bijna alle gemeenschappelijke regelingen is 75% van de 352 (stand per 1 januari 2021) gemeenten aangesloten bij de Nationale ombudsman voor hun klachtbehandeling. Mede door deze hoge dekkingsgraad fungeert de Nationale ombudsman als kenniscentrum voor klachtbehandeling door medeoverheden.

Tabel 8 Percentage aangesloten gemeenten bij de Nationale ombudsman
   

Realisatie

Vastgestelde begroting

Ontwerp begroting

 

2018

2019

2020

2021

2022

Percentage aangesloten gemeenten

73%

73%

75%

75%

75%

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de activiteiten van de Nationale ombudsman in opdracht van provincies, waterschappen en gemeenten en voor de uitvoering van internationale projecten.

2.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel der Militaire Willems-Orde en het Kapittel voor de Civiele Orden huisvest en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken ministeries;

  • zorgt dat registers worden aangehouden van in het Koninkrijk der Nederlanden onderscheiden personen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

De taken van het Kapittel der Militaire Willems-Orde behelzen:

  • het adviseren van het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur over de voordrachten voor benoeming of bevordering in en ontslag uit de Orde dan wel over aanvragen om in de Orde te worden opgenomen of bevorderd;

  • het verstrekken van inlichtingen aan het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur alsmede het geven van inzage in alle zakelijke gegevens en bescheiden aan deze departementen;

  • het aanhouden van registers voor elk der vier klassen van ridders;

  • het houden van aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden heeft als adviescollege op landelijk niveau tot taak Onze Minister wie het aangaat te adviseren over het verlenen van onderscheidingen in één van de Civiele Orden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2022 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

6.715

5.674

4.691

4.692

4.692

4.233

4.236

        

Uitgaven

6.801

5.674

4.691

4.692

4.692

4.233

4.236

        

Institutionele inrichting

       

Apparaat

5.080

3.913

2.930

2.931

2.931

2.931

2.934

Materiële uitgaven

       

Decoraties

1.720

1.756

1.756

1.756

1.756

1.297

1.297

Riddertoelagen

1

5

5

5

5

5

5

        

Ontvangsten

439

199

199

199

199

199

199

Uitgaven

Institutionele inrichting

Apparaat

De afdeling Decoratie & Advies (D&A) van de Kanselarij der Nederlandse Orden is belast met de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden ontleend aan de taken van het Kapittel voor de Civiele Orden. In concreto worden alle voorstellen voor decoratie met betrekking tot de Civiele Orden voorzien van een inhoudelijk pré-advies.

De afdeling Bedrijfsvoering (BV) is belast met de aanschaf, beheer en verstrekking van de versierselen en met de reguliere piofach-taken van de Kanselarij der Nederlandse Orden inclusief de facilitaire ondersteuning van het Kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde.

Materiële uitgaven

Decoraties

Dit budget betreft de middelen voor de aanschaf, beheer en de verstrekking van de versierselen en oorkondes behorende bij de Orde van Oranje-Nassau, de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Militaire Willems-Orde. Daarnaast worden Erepenningen Menslievend Hulpbetoon, medailles en oorkondes van de Nationale Politie, Vrijwilligersmedailles, Trouwe dienstmedailles van de Landmacht, Luchtmacht en Marine, Officiersdienstkruizen, medailles ten behoeve van Buitenlandse staatsbezoeken en een aantal dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie door de Kanselarij der Nederlandse Orden aangeschaft, beheerd en uitgegeven.

Riddertoelagen

Aan de weduwen van de Ridders Militaire Willems-Orde-4e klasse wordt van rechtswege een jaarlijkse riddertoelage uitgekeerd.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Kanselarij bestaan voornamelijk uit borgsommen gestort door gedecoreerden of nabestaanden van gedecoreerden. Als na overlijden van een gedecoreerde de nabestaanden besluiten het versiersel niet terug te sturen, maar in bruikleen te houden staat daar een borgsomvergoeding tegenover.

2.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft tot taak het ondersteunen van de Gouverneur van Aruba in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van Aruba en in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het Kabinet een afgeleide van de taken en bevoegdheden van de Gouverneur, die voornamelijk zijn geregeld in het Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba. Het kabinet heeft ook tot taak het behandelen van consulaire aangelegenheden aangezien de gouverneur tevens bevoegdheden heeft in het kader van de verkrijging van het Nederlanderschap en de verstrekking van paspoorten en visa aan personen die woonachtig zijn in Aruba.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor het handelen van de gouverneur als landsorgaan leggen de Ministers van Aruba verantwoording af aan de Staten van Aruba. De gouverneur is als Koninkrijksorgaan verantwoordelijk aan de regering van het Koninkrijk.

De gouverneur onderhoudt contacten met de minister-president en overige Ministers van Aruba, de Staten, maatschappelijke organisaties en met ministers en andere bestuurders van de andere landen van het Koninkrijk. De gouverneur onderhoudt ook contacten met ambassadeurs van het Koninkrijk en van andere staten in de regio. De relaties met de Gouverneurs van Sint Maarten en Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Het kabinet onderhoudt contacten met andere organen van de overheid, zowel binnen als buiten het Koninkrijk. Bij de uitvoering van rijksregelgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten van Nederland.

Voor 2022 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

2.096

2.656

2.001

2.001

2.001

2.001

199

        

Uitgaven

2.096

2.656

2.001

2.001

2.001

2.001

2.001

        

Institutionele inrichting

       

Kabinet Gouverneur Aruba

2.096

2.656

2.001

2.001

2.001

2.001

2.001

        

Ontvangsten

53

60

60

60

60

60

60

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Aruba

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet informeert de Gouverneur inzake politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen, doch vormt geen beleid. Het draagt tevens zorg voor de doorgeleiding aan de Gouverneur gerichte correspondentie en handelt deze af. Voorts bereidt het kabinet de binnen- en buitenlandse bezoeken van de Gouverneur voor en begeleidt deze hierin.

Landsbesluiten en landsverordeningen

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het kabinet zorgt namens de Gouverneur voor afkondigingen van rijkswetten en algemene maatregelen van bestuur. Ingevolge rijkswetten en verdragen is vastgesteld dat de Gouverneur is belast met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en met de registratie, beoordeling en indien nodig van doorgeleiding van naturalisatieverzoeken. Het kabinet draagt hier namens de Gouverneur de zorg voor. Ook beoordeelt het kabinet aanvragen voor toestemming aan vreemde (militaire) schepen en vliegtuigen, die Aruba willen aandoen of de Arubaanse wateren respectievelijk het Arubaanse luchtruim wensen te doorkruisen.

Paspoortafgifte aan ingezetenen van Aruba

De Gouverneur heeft de afgifte van paspoorten aan ingezetenen van Aruba gemandateerd aan de Directie Bevolking (Censo) van Aruba, echter het kabinet heeft (namens de Gouverneur) de eindverantwoordelijkheid voor de afgifte van reisdocumenten.

Ontvangsten

De ontvangsten van het kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit ingediende verzoeken om optie en naturalisatie.

2.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao is het optimaal ondersteunen van de gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao.

Aan het feit dat de gouverneur het bevoegde orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor 2022 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

2.607

3.553

3.032

3.032

3.032

3.032

3.032

        

Uitgaven

2.607

3.553

3.032

3.032

3.032

3.032

3.032

        

Institutionele inrichting

       

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.607

3.553

3.032

3.032

3.032

3.032

3.032

        

Ontvangsten

121

200

200

200

200

200

200

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet analyseert maatschappelijke, politieke, juridische, bestuurlijke, economische, sociale en financiële ontwikkelingen en adviseert de gouverneur hierover. Het kabinet is geen beleidsvormend orgaan. De informatieverwerving en analyses zijn uitsluitend bedoeld ter advisering aan de gouverneur. De ambtelijke ondersteuning van de gouverneur is erop gericht dat de gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen. Gegeven de brede bestuurlijke rol die de gouverneur vervult, zowel als landsorgaan als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan, onderhoudt het kabinet contact met – onder andere – de Staten van Curaçao, met ministeries en andere instituties binnen het Koninkrijk, Curaçao en Nederland. Verder zijn de relaties met de collega Gouverneurs van Aruba en Sint-Maarten geïnstitutionaliseerd.

Bekrachtiging Landsverordeningen en Landsbesluiten

De gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee bereidt het kabinet de toetsing voor van de aan de gouverneur voorgelegde Curaçaose (concept-) regelgeving aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Uitvoeringstaken

Uit enkele verdragen en rijkswetten vloeit voort, dat de gouverneur de uitvoering van onderdelen daarvan verzorgt. Hierbij gaat het met name om de Rijkswet op het Nederlanderschap, de Paspoortwet en de vigerende visumregelgeving. In verband hiermee werkt het kabinet samen met verschillende ministeries. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het kabinet bereidt de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur voor, behandelt de aanvragen voor overvliegvergunningen en havenbezoeken alsook verzoekschriften en voorstellen voor Koninklijke onderscheidingen. Ook behandelt het kabinet aanvragen voor naturalisatie en optie, paspoorten en visa. Op de aan de landsdienst Burgerzaken (Kranshi) gemandateerde bevoegdheid voor de uitgifte van paspoorten wordt door het kabinet actief toezicht gehouden.

Bedrijfsvoering

Toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vormen een belangrijk onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces. Daarnaast wordt het personeelsbeleid nageleefd, de huisvesting (inclusief het paleis) beheerd en de organisatie en formatie op een dusdanige wijze ingevuld dat het kabinet zijn inhoudelijke taken naar behoren kan uitoefenen.

Ontvangsten

De ontvangsten van het kabinet bestaan uit leges in verband met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en uit optie- en naturalisatiegelden.

2.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten is het ondersteunen van de gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Sint Maarten, verschillende (organieke) Sint Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten.

Aan het feit dat de gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De bestuurlijke rol van de gouverneur zowel binnen Sint Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden met de Staten van Sint Maarten, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office).

Er zijn voor 2021-2022 geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

2.133

2.610

2.204

2.204

2.204

2.204

2.204

        

Uitgaven

2.133

2.610

2.204

2.204

2.204

2.204

2.204

        

Institutionele inrichting

       

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.133

2.610

2.204

2.204

2.204

2.204

2.204

        

Ontvangsten

92

75

75

75

75

75

75

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet verzamelt informatie aangaande politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur daarover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door.

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het Kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet draagt zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het Kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het Kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint Maarten

De Voortgangscommissie Sint Maarten heeft zich in haar rapporten opeenvolgend positief uitgelaten over de bereikte resultaten bij de Burgeradministratie. Dit heeft ertoe geleid dat de Gouverneur de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint Maarten met ingang van 10 oktober 2011 heeft gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie. Tegelijkertijd blijft het op 10-10-‘10 gesloten convenant, en het daarin opgenomen toezichtinstrument, onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten heeft ontvangsten uit consulaire producten, naturalisaties en opties, nationale paspoorten, nooddocumenten en visa.

2.8 Artikel 9. Kiesraad

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese Parlement. De Kiesraad registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. Daarnaast is de Kiesraad het adviesorgaan voor het kabinet en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

De Kiesraad treedt het gehele jaar door op als kennis- en informatiepunt over kiesrecht en verkiezingen voor gemeenten, provinciale griffies, politieke partijen, kiezers en media. Voorts adviseert de Kiesraad de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over kiesrechtelijke geschillen waarbij de Kiesraad niet zelf partij is.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Nieuwe procedure vaststelling uitslag

De Kiesraad zal in 2022 voorbereidingen treffen voor de implementatie van een nieuwe procedure voor de vaststelling van verkiezingsuitslagen. Met het wetsvoorstel dat momenteel bij het parlement in behandeling is, krijgt de Kiesraad een aantal nieuwe wettelijke taken rondom de vaststelling van de uitslag (Kamerstukken II 2019/20, 35489, nr. 2). De Kiesraad zal voortaan voor alle verkiezingen verschillende controle-protocollen opstellen die aan de robuustheid van het proces en de betrouwbaarheid van de daarbij gebruikte programmatuur moeten bijdragen. De Kiesraad krijgt tevens bij verkiezingen waar het als centraal stembureau optreedt een ruimere controletaak bij de vaststelling van de uitslag.

Burgerforum Kiesstelsel

De regering heeft ter invulling van een van de aanbevelingen van het advies van de Staatscommissie parlementair stelstel (de commissie-Remkes) een wetsvoorstel in procedure gebracht tot wijziging van het kiesstelsel (Kamerstukken II 2020/21, 34430, nr. 18). Ter voorbereiding op een inwerkingtreding zullen in 2022 wijzigingen worden voorbereid in het digitaal hulpmiddel en zullen de interne procedures met betrekking tot de vaststelling van de uitslag in lijn met het voorstel worden gebracht.

Transitie naar verkiezingsautoriteit

Om de onpartijdigheid en de kwaliteit van het verkiezingsproces en de betrouwbaarheid van de verkiezingsuitslag ook in de toekomst boven elke twijfel verheven te laten zijn, wordt de rol van de Kiesraad in het verkiezingsstelsel verzwaard en zijn onpartijdige en onafhankelijke positie versterkt. In 2022 zal de Kiesraad de hiermee samenhangende voorbereidende werkzaamheden uitvoeren in de ontwikkeling tot een onafhankelijke verkiezingsautoriteit. Het gaat daarbij concreet om de werkzaamheden in verband met de nieuwe verantwoordelijkheid voor de digitale hulpmiddelen die worden gebruikt bij het optellen van de stemmen en de vaststelling van de uitslag, het stellen van bindende gebruiksvoorschriften en het uitvoeren van controles. Tevens wordt de Kiesraad belast met het publiek ontsluiten van de uitslagen van alle verkiezingen en de vaststelling van de modellen voor processen-verbaal. Naast zijn adviesrol krijgt de Kiesraad ook een instruerende, ondersteunende en beoordelende rol bij de uitvoering van de verkiezingen en de uitslagvaststelling en krijgt de Kiesraad aanvullende taken en bevoegdheden op het gebied van doorlopende kwaliteitsbevordering van de onderdelen van het verkiezingsproces, zoals de kandidaatstelling, de stemming en de uitslagvaststelling.

Digitaal hulpmiddel verkiezingen (DHV)

In 2021 is een aanbesteding gestart voor het beheer en onderhoud van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) en voor vernieuwingen in het digitaal hulpmiddel voor het berekenen van de uitslag en de zetelverdeling; de gunning van de opdracht is eind 2021/begin 2022 te verwachten. In 2022 zal gestart worden met de realisatie en implementatie van het digitaal hulpmiddel.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

2.637

6.148

6.074

5.920

6.258

5.770

5.770

        

Uitgaven

2.668

7.329

6.074

5.920

6.258

5.770

5.770

        

Institutionele inrichting

       

Kiesraad

2.668

7.329

6.074

5.920

6.258

5.770

5.770

        

Ontvangsten

1

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kiesraad

De Kiesraad is belast met uitgaven die betrekking hebben op vaste – verplichte – zaken zoals de personele exploitatie, externe inhuur, materieel en loonkosten voor het secretariaat van de Kiesraad. Doelmatigheid, juistheid, tijdigheid en rechtmatigheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen.

De Kiesraad is belast met uitgaven in directe relatie tot de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, het Europese parlement en het kennis- en informatiepunt, zoals de beheerkosten van automatiseringssoftware, aanschaf hardware, communicatieadvies en communicatiemiddelen.

3. Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 14 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Nog te verdelen

       

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Nog te verdelen

Loon- en prijsbijstelling

Vanuit dit artikel wordt de loon- en prijsbijstelling naar de artikelen geboekt.

4. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 15 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen (bedragen x € 1.000)

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet1

Volgende evaluatie ZBO

Kiesraad

ZBO

artikel 9

3.700

Valt onder Kaderwet sinds 2013

Was voorzien in 2019, maar in verband met transitie Kiesraad nader te bepalen

1

De Kiesraad staat sinds 2020 in het begrotingshoofdstuk 2B "overige Hoge Colleges van Staat "

Bijlage 2: Verdiepingshoofdstuk

Uitgaven

Tabel 16 Uitgaven beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

65.597

62.846

62.376

62.376

62.376

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

10.520

6.498

6.320

5.450

5.450

Extrapolatie

67.806

Nieuwe mutaties

1.643

6.384

5.939

5.938

5.938

1.403

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

1.475

1.413

1.403

1.403

1.403

1.403

2. Bedrijfsvoering Raad van State

 

4.730

4.730

4.730

4.730

4.920

3. Implementatie Wet open overheid

320

190

190

190

190

190

       

Stand ontwerpbegroting 2022

77.760

75.728

74.635

73.764

73.764

69.209

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

2. Bedrijfsvoering Raad van State

Dit betreft een structurele overheveling van middelen van de aanvullende post voor de eerder ingezette professionalisering van advisering en de uitvoering van de IV-kalender .

3. Implementatie Wet open overheid

Dit betreft een overheveling van de aanvullende post voor de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid.

Ontvangsten

Tabel 17 Ontvangsten beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.950

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

Uitgaven

Tabel 18 Uitgaven beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

33.544

34.077

34.083

34.084

34.084

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

592

124

174

258

257

Extrapolatie

34.326

Nieuwe mutaties

955

897

917

4.157

1.047

1.083

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

741

753

753

753

753

753

2. Huisvesting Algemene Rekenkamer

150

180

200

3.440

330

330

       

Stand ontwerpbegroting 2022

35.091

35.098

35.174

38.499

35.388

35.409

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

2. Huisvesting Algemene Rekenkamer

Dit betreft een overheveling van middelen die op de aanvullende post staan en worden ingezet voor de gebruikerskosten die de Algemene Rekenkamer maakt in het kader van de renovatie en tijdelijke huisvesting.

Ontvangsten

Tabel 19 Ontvangsten beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

1.017

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Uitgaven

Tabel 20 Uitgaven beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

20.812

20.914

20.934

20.934

20.934

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

794

1.948

2.221

2.362

2.336

Extrapolatie

23.211

Nieuwe mutaties

575

377

377

377

377

413

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

411

413

413

413

413

413

       

Stand ontwerpbegroting 2022

22.181

23.239

23.532

23.673

23.647

23.624

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Ontvangsten

Tabel 21 Ontvangsten beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

2.539

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

2.539

Uitgaven

Tabel 22 Uitgaven beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

4.595

4.595

4.596

4.596

4.146

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

400

0

0

0

0

Extrapolatie

4.146

Nieuwe mutaties

679

96

96

96

87

90

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

99

99

99

99

90

90

2. Eindejaarsmarge

583

       

Stand ontwerpbegroting 2022

5.674

4.691

4.692

4.692

4.233

4.236

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

2. Eindejaarsmarge

Dit betreft de doorverdeling van de eindejaarsmarge. De eindejaarsmarge wordt ingezet voor bedrijfsvoeringsprocessen.

Ontvangsten

Tabel 23 Ontvangsten beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

199

199

199

199

199

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

199

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

199

199

199

199

199

199

Uitgaven

Tabel 24 Uitgaven beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

1.958

1.958

1.958

1.958

1.958

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

635

0

0

0

0

Extrapolatie

1.958

Nieuwe mutaties

63

43

43

43

43

43

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

43

43

43

43

43

43

       

Stand ontwerpbegroting 2022

2.656

2.001

2.001

2.001

2.001

2.001

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Ontvangsten

Tabel 25 Ontvangsten beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

60

60

60

60

60

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

60

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

60

60

60

60

60

60

Uitgaven

Tabel 26 Uitgaven beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

2.968

2.968

2.968

2.968

2.968

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

492

0

0

0

0

Extrapolatie

2.968

Nieuwe mutaties

93

64

64

64

64

64

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

64

64

64

64

64

64

       

Stand ontwerpbegroting 2022

3.553

3.032

3.032

3.032

3.032

3.032

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Ontvangsten

Tabel 27 Ontvangsten beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

200

200

200

200

200

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

200

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

200

200

200

200

200

200

Uitgaven

Tabel 28 Uitgaven beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

2.157

2.157

2.157

2.157

2.157

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

386

0

0

0

0

Extrapolatie

2.157

Nieuwe mutaties

67

47

47

47

47

47

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

47

47

47

47

47

47

       

Stand ontwerpbegroting 2022

2.610

2.204

2.204

2.204

2.204

2.204

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Ontvangsten

Tabel 29 Ontvangsten beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

75

75

75

75

75

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

75

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

75

75

75

75

75

75

Uitgaven

Tabel 30 Uitgaven beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

4.947

2.616

2.466

2.466

2.466

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

2.136

3.400

3.400

3.738

3.250

Extrapolatie

5.716

Nieuwe mutaties

246

58

54

54

54

54

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

110

58

54

54

54

54

       

Stand ontwerpbegroting 2022

7.329

6.074

5.920

6.258

5.770

5.770

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021.

Ontvangsten

Tabel 31 Ontvangsten beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

0

0

0

0

0

Extrapolatie

0

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2022

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

Tabel 32 Uitgaven artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van wijziging 2021

Mutatie amendement 2021

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

4.325

2.890

2.876

2.876

2.867

Extrapolatie

2.867

Nieuwe mutaties

‒ 4.325

‒ 2.890

‒ 2.876

‒ 2.876

‒ 2.867

‒ 2.867

Waarvan:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

‒ 2.990

‒ 2.890

‒ 2.876

‒ 2.876

‒ 2.867

‒ 2.867

2. Eindejaarsmarge

‒ 1.335

       

Stand ontwerpbegroting 2022

0

0

0

0

0

0

Toelichting

1. Loon- en prijsbijstelling 2021

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2021 naar de artikelen van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

2. Eindejaarsmarge

Dit betreft de doorverdeling van de eindejaarsmarge naar de artikelen van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Bijlage 3: Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Op verzoek van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hieronder is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken of rijkstaken, of er sprake is van incidentele of structurele bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Tabel 33 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak

Bijdrage

realisatie

ontwerpbegroting 2022

   

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal uitgaven

  

339

400

400

400

400

400

400

          

Artikel 3 Nationale ombudsman

339

400

400

400

400

400

400

Institutionele inrichting

R

S

339

400

400

400

400

400

400

Toelichting

Artikel 3 Nationale Ombudsman

Institutionele inrichting

Dit betreft een rijkstaak: het uitvoeren van eerstelijns klachtbehandeling voor Caribisch Nederland.

De Nationale ombudsman is sinds 2010 bevoegd klachten te behandelen over overheidsinstanties van het Rijk in Caribisch Nederland en sinds 2012 ook over de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Voor de openbare lichamen is de Nationale ombudsman eerstelijns klachtbehandelaar. Dat betekent dat burgers een klacht over de openbare lichamen ook direct aan de Nationale ombudsman kunnen voorleggen. Het betreft daarmee een structurele rijkstaak.

Mei 2018 is een plan van aanpak met een missie en visie vastgesteld. Daarin is teruggekeken op het werk van de Nationale ombudsman in Caribisch Nederland sinds 10-10-10 en vooruit gekeken naar de periode 2018-2026. In het plan van aanpak zijn twee doelstellingen neergelegd. De eerste is dat de Nationale ombudsman zichtbaar moet zijn voor de burgers in Caribisch Nederland en hen op weg moet kunnen helpen. De tweede doelstelling is dat de Nationale ombudsman wil bijdragen aan goed bestuur op de eilanden door de beginselen van het klachtrecht onder de aandacht te brengen bij de overheid.

Licence